← Terug naar alle raadsvragen
Leesversie 18 van 492
Vervolgvragen RIB Doorontwikkeling toeristische dienstverlening en financiële consequenties vanaf 2027
Lees de openbare vraag, het antwoord en de bijlagen als webtekst.
Deze raadsvraag over Vervolgvragen RIB Doorontwikkeling toeristische dienstverlening en financiële consequenties vanaf 2027 is gesteld door BVNL op 24-08-2026. Het openbare antwoord is gedateerd 26-10-2026. Het dossier bevat 1 document.
Leesversie. De tekst hieronder is automatisch uit de openbare PDF-bestanden gehaald. De originele PDF onder ieder document blijft de officiële bron. Bijlagen zijn niet automatisch als vraag of antwoord ingedeeld.
Lees waar de informatie vandaan komt en hoe de leesversie is gemaakt
Direct openen
Documenten en bijlagen
Open hier de officiële vraag en beantwoording of één van de bijbehorende stukken als PDF.
Openbaar document
BVNL Vervolgvragen RIB Doorontwikkeling toeristische dienstverlening en financiële consequenties vanaf 2027
Pagina 1
26 oktober 2026 15:23
Detailrapport Vraag en antwoord los v/h Raadsplein (ID 1080)
Veld
Waarde
Datum vraag
24-08-2026
Onderwerp
Vervolgvragen RIB Doorontwikkeling toeristische dienstverlening en
financiële consequenties vanaf 2027
Fractie(s)
BVNL
Vraag en antwoord
Naar aanleiding van de beantwoording van onze eerdere vragen
over de RIB ‘Doorontwikkeling toeristische dienstverlening en
financiële consequenties vanaf 2027’ hebben wij nog enkele
vervolgvragen. Een aantal antwoorden roept nadere vragen op over
de gemeentelijke invloed, de besteding van middelen, de
meetbaarheid van resultaten en de positie van het merk Volendam.
Daarbij valt met name op dat de raad wordt gevraagd structureel
€110.000 beschikbaar te stellen, terwijl de concrete inzet van
middelen, prestaties en wijze van beoordeling nog niet zijn
vastgesteld.
Daarom leggen wij het college onderstaande vervolgvragen voor:
Vraag 1.
Kan het college het onderscheid nader toelichten tussen enerzijds
het ontbreken van formele zeggenschap binnen de
uitvoeringsorganisatie en anderzijds de invloed die Edam-Volendam
als financier, inkoper en mede-opdrachtgever heeft op opdracht,
prestaties en besteding van publieke middelen?
Antwoord 1:
Het ontbreken van formele zeggenschap binnen de
uitvoeringsorganisatie betekent dat de gemeente geen onderdeel is
van de interne aansturing of bedrijfsvoering van de
uitvoeringsorganisatie. De gemeente bepaalt bijvoorbeeld niet hoe
de opdrachtnemer de organisatie inricht of hoeveel capaciteit
wordt ingezet voor personeel, management, huisvesting of andere
overhead.
Dat neemt niet weg dat de gemeente als opdrachtgever en inkoper
invloed heeft op de dienstverlening. De gemeente bepaalt in het
gezamenlijk opdrachtgeverschap welke diensten en prestaties
worden ingekocht en kan de opdrachtnemer aanspreken op de
gemaakte afspraken. De concrete invulling van de opdracht wordt
momenteel in regionaal verband uitgewerkt en vervolgens met de
betrokken gemeenten afgestemd.
Vraag 2.
Welke concrete prestaties worden vanaf 2027 gekoppeld aan de
structurele gemeentelijke bijdrage van €110.000 en op welk
moment worden deze aan de raad bekendgemaakt?
Antwoord 2:
Detailrapport Vraag en antwoord los v/h Raadsplein (ID 1080)
Veld
Waarde
Datum vraag
24-08-2026
Onderwerp
Vervolgvragen RIB Doorontwikkeling toeristische dienstverlening en
financiële consequenties vanaf 2027
Fractie(s)
BVNL
Vraag en antwoord
Naar aanleiding van de beantwoording van onze eerdere vragen
over de RIB ‘Doorontwikkeling toeristische dienstverlening en
financiële consequenties vanaf 2027’ hebben wij nog enkele
vervolgvragen. Een aantal antwoorden roept nadere vragen op over
de gemeentelijke invloed, de besteding van middelen, de
meetbaarheid van resultaten en de positie van het merk Volendam.
Daarbij valt met name op dat de raad wordt gevraagd structureel
€110.000 beschikbaar te stellen, terwijl de concrete inzet van
middelen, prestaties en wijze van beoordeling nog niet zijn
vastgesteld.
Daarom leggen wij het college onderstaande vervolgvragen voor:
Vraag 1.
Kan het college het onderscheid nader toelichten tussen enerzijds
het ontbreken van formele zeggenschap binnen de
uitvoeringsorganisatie en anderzijds de invloed die Edam-Volendam
als financier, inkoper en mede-opdrachtgever heeft op opdracht,
prestaties en besteding van publieke middelen?
Antwoord 1:
Het ontbreken van formele zeggenschap binnen de
uitvoeringsorganisatie betekent dat de gemeente geen onderdeel is
van de interne aansturing of bedrijfsvoering van de
uitvoeringsorganisatie. De gemeente bepaalt bijvoorbeeld niet hoe
de opdrachtnemer de organisatie inricht of hoeveel capaciteit
wordt ingezet voor personeel, management, huisvesting of andere
overhead.
Dat neemt niet weg dat de gemeente als opdrachtgever en inkoper
invloed heeft op de dienstverlening. De gemeente bepaalt in het
gezamenlijk opdrachtgeverschap welke diensten en prestaties
worden ingekocht en kan de opdrachtnemer aanspreken op de
gemaakte afspraken. De concrete invulling van de opdracht wordt
momenteel in regionaal verband uitgewerkt en vervolgens met de
betrokken gemeenten afgestemd.
Vraag 2.
Welke concrete prestaties worden vanaf 2027 gekoppeld aan de
structurele gemeentelijke bijdrage van €110.000 en op welk
moment worden deze aan de raad bekendgemaakt?
Antwoord 2:
Pagina 2
26 oktober 2026 15:23
Pagina 2
De concrete prestaties die vanaf 2027 aan de gemeentelijke
bijdrage worden gekoppeld, maken onderdeel uit van de nog uit te
werken opdracht- en uitvoeringsstructuur. Op dit moment is deze
uitwerking nog niet afgerond. De gemeenten werken hier regionaal
aan en zullen de verdere uitwerking binnen de afzonderlijke
gemeenten afstemmen.
Zodra de opdracht, de bijbehorende prestaties en de wijze van
uitvoering zijn vastgesteld, wordt de raad hierover nader
geïnformeerd.
Vraag 3.
Waarom wordt de raad gevraagd de structurele middelen
beschikbaar te stellen voordat de concrete inzet van middelen,
prestaties en uitvoering is vastgesteld?
Antwoord 3:
De structurele bijdrage wordt gevraagd om de regionale
doorontwikkeling van de toeristische dienstverlening vanaf 2027
voort te zetten vanuit de fusie tussen BTLH en de VVV.
Vraag 4.
Kan het college alsnog inzicht geven in de begroting van de
toekomstige organisatie, inclusief personeelskosten,
directie/management, huisvesting, administratie, marketing en
daadwerkelijke uitvoeringsactiviteiten?
Antwoord 4:
Op dit moment kan het college geen volledige begroting van de
toekomstige uitvoeringsorganisatie verstrekken, omdat de
organisatie en de opdrachtverlening nog in ontwikkeling zijn.
Vraag 5.
Kan het college bevestigen dat uit het Fusieplan blijkt dat nauwelijks
financieel schaalvoordeel wordt verwacht en dat het beoogde
voordeel voornamelijk bestaat uit meer uitvoeringskracht, kennis
en professionalisering?
Antwoord 5:
De eerder gegeven beantwoording gaat niet uit van een primair
financieel besparingsdoel. De beoogde meerwaarde van de nieuwe
organisatie- en uitvoeringsvorm ligt met name in het professioneler,
meer integraal en minder versnipperd organiseren van toeristische
promotie, marketing, gastheerschap en informatievoorziening.
Vraag 6.
Waarom worden geen meetbare KPI's onderdeel van de
opdrachtverlening, terwijl het rapport (S)Laag Samen expliciet
adviseert structureel onderzoek en monitoring uit te voeren naar
bezoekers, effecten van beleid en ingezette middelen?
Antwoord 6:
De gemeente onderschrijft het belang van monitoring en
onderzoek, zoals ook in het rapport (S)Laag Samen wordt
geadviseerd. Wel maken we onderscheid tussen de prestaties van
de uitvoeringsorganisatie en de bredere effecten van het toeristisch
Pagina 2
De concrete prestaties die vanaf 2027 aan de gemeentelijke
bijdrage worden gekoppeld, maken onderdeel uit van de nog uit te
werken opdracht- en uitvoeringsstructuur. Op dit moment is deze
uitwerking nog niet afgerond. De gemeenten werken hier regionaal
aan en zullen de verdere uitwerking binnen de afzonderlijke
gemeenten afstemmen.
Zodra de opdracht, de bijbehorende prestaties en de wijze van
uitvoering zijn vastgesteld, wordt de raad hierover nader
geïnformeerd.
Vraag 3.
Waarom wordt de raad gevraagd de structurele middelen
beschikbaar te stellen voordat de concrete inzet van middelen,
prestaties en uitvoering is vastgesteld?
Antwoord 3:
De structurele bijdrage wordt gevraagd om de regionale
doorontwikkeling van de toeristische dienstverlening vanaf 2027
voort te zetten vanuit de fusie tussen BTLH en de VVV.
Vraag 4.
Kan het college alsnog inzicht geven in de begroting van de
toekomstige organisatie, inclusief personeelskosten,
directie/management, huisvesting, administratie, marketing en
daadwerkelijke uitvoeringsactiviteiten?
Antwoord 4:
Op dit moment kan het college geen volledige begroting van de
toekomstige uitvoeringsorganisatie verstrekken, omdat de
organisatie en de opdrachtverlening nog in ontwikkeling zijn.
Vraag 5.
Kan het college bevestigen dat uit het Fusieplan blijkt dat nauwelijks
financieel schaalvoordeel wordt verwacht en dat het beoogde
voordeel voornamelijk bestaat uit meer uitvoeringskracht, kennis
en professionalisering?
Antwoord 5:
De eerder gegeven beantwoording gaat niet uit van een primair
financieel besparingsdoel. De beoogde meerwaarde van de nieuwe
organisatie- en uitvoeringsvorm ligt met name in het professioneler,
meer integraal en minder versnipperd organiseren van toeristische
promotie, marketing, gastheerschap en informatievoorziening.
Vraag 6.
Waarom worden geen meetbare KPI's onderdeel van de
opdrachtverlening, terwijl het rapport (S)Laag Samen expliciet
adviseert structureel onderzoek en monitoring uit te voeren naar
bezoekers, effecten van beleid en ingezette middelen?
Antwoord 6:
De gemeente onderschrijft het belang van monitoring en
onderzoek, zoals ook in het rapport (S)Laag Samen wordt
geadviseerd. Wel maken we onderscheid tussen de prestaties van
de uitvoeringsorganisatie en de bredere effecten van het toeristisch
Pagina 3
26 oktober 2026 15:23
Pagina 3
beleid. Niet alle effecten zijn rechtstreeks aan de
uitvoeringsorganisatie toe te schrijven. Daarom worden bij de
verdere uitwerking van de opdracht passende en meetbare
prestatieafspraken gemaakt en wordt daarnaast gekeken naar
structurele monitoring van de effecten van toeristisch beleid.
Vraag 7.
Op basis van welke objectieve gegevens zal het college dan
vaststellen of de nieuwe structuur daadwerkelijk beter presteert
dan de huidige structuur?
Antwoord 7:
De huidige VVV-structuur vervult een belangrijke rol in het fysieke
gastheerschap, maar staat onder druk door onder andere beperkte
continuïteit en afhankelijkheid van vrijwilligers. Doordat deze
functie ondergebracht gaat worden in een professionele DMO
wordt het gastheerschap structureel geborgd en kwalitatief
versterkt, zowel fysiek als digitaal. Het college zal de resultaten de
komende jaren volgen.
Vraag 8.
Kan het college aangeven of het merk Volendam binnen de nieuwe
regionale marketingstructuur wordt ingezet om het merk Laag
Holland sterker te maken, of dat het regiomerk Laag Holland juist
wordt ingezet om de nationale en internationale positie en
zichtbaarheid van Volendam verder te versterken?
Antwoord 8:
De nieuwe regionale marketingstructuur wordt gebaseerd op
gezamenlijk opdrachtgeverschap en een integrale regionale
benadering. Daarbij is het uitgangspunt dat het ene merk niet ten
koste gaat van het andere.
Vraag 9.
Hoe wordt daarbij geborgd dat de sterke zelfstandige merkpositie
van Volendam behouden blijft?
Antwoord 9:
Het gezamenlijk opdrachtgeverschap betekent dat de gemeenten
gezamenlijk richting geven aan de opdracht, maar niet dat
bestaande sterke bestemmingsmerken verdwijnen.
Vraag 10.
Welk concreet deel van de dienstverlening ontvangt Edam-
Volendam tegenover de jaarlijkse bijdrage van €110.000 en hoe
verhoudt dit zich tot de bijdragen en dienstverlening van de andere
deelnemende gemeenten?
Antwoord 10:
De nieuwe opzet wordt vormgegeven op basis van gezamenlijk
opdrachtgeverschap. Daarmee wordt niet gekozen voor een
afzonderlijk pakket aan diensten dat uitsluitend aan Edam-
Volendam kan worden toegerekend. De bijdrage van €110.000
maakt onderdeel uit van de gezamenlijke regionale opdracht.
Vraag 11.
Pagina 3
beleid. Niet alle effecten zijn rechtstreeks aan de
uitvoeringsorganisatie toe te schrijven. Daarom worden bij de
verdere uitwerking van de opdracht passende en meetbare
prestatieafspraken gemaakt en wordt daarnaast gekeken naar
structurele monitoring van de effecten van toeristisch beleid.
Vraag 7.
Op basis van welke objectieve gegevens zal het college dan
vaststellen of de nieuwe structuur daadwerkelijk beter presteert
dan de huidige structuur?
Antwoord 7:
De huidige VVV-structuur vervult een belangrijke rol in het fysieke
gastheerschap, maar staat onder druk door onder andere beperkte
continuïteit en afhankelijkheid van vrijwilligers. Doordat deze
functie ondergebracht gaat worden in een professionele DMO
wordt het gastheerschap structureel geborgd en kwalitatief
versterkt, zowel fysiek als digitaal. Het college zal de resultaten de
komende jaren volgen.
Vraag 8.
Kan het college aangeven of het merk Volendam binnen de nieuwe
regionale marketingstructuur wordt ingezet om het merk Laag
Holland sterker te maken, of dat het regiomerk Laag Holland juist
wordt ingezet om de nationale en internationale positie en
zichtbaarheid van Volendam verder te versterken?
Antwoord 8:
De nieuwe regionale marketingstructuur wordt gebaseerd op
gezamenlijk opdrachtgeverschap en een integrale regionale
benadering. Daarbij is het uitgangspunt dat het ene merk niet ten
koste gaat van het andere.
Vraag 9.
Hoe wordt daarbij geborgd dat de sterke zelfstandige merkpositie
van Volendam behouden blijft?
Antwoord 9:
Het gezamenlijk opdrachtgeverschap betekent dat de gemeenten
gezamenlijk richting geven aan de opdracht, maar niet dat
bestaande sterke bestemmingsmerken verdwijnen.
Vraag 10.
Welk concreet deel van de dienstverlening ontvangt Edam-
Volendam tegenover de jaarlijkse bijdrage van €110.000 en hoe
verhoudt dit zich tot de bijdragen en dienstverlening van de andere
deelnemende gemeenten?
Antwoord 10:
De nieuwe opzet wordt vormgegeven op basis van gezamenlijk
opdrachtgeverschap. Daarmee wordt niet gekozen voor een
afzonderlijk pakket aan diensten dat uitsluitend aan Edam-
Volendam kan worden toegerekend. De bijdrage van €110.000
maakt onderdeel uit van de gezamenlijke regionale opdracht.
Vraag 11.
Pagina 4
26 oktober 2026 15:23
Pagina 4
Wanneer vindt de eerste inhoudelijke evaluatie plaats en onder
welke omstandigheden zal Edam-Volendam de opdracht aanpassen,
de financiële bijdrage heroverwegen of de samenwerking
beëindigen?
Antwoord 11:
Planning en vormgeving van evaluaties maken onderdeel uit van de
nog uit te werken opdracht- en uitvoeringsstructuur.
Pagina 4
Wanneer vindt de eerste inhoudelijke evaluatie plaats en onder
welke omstandigheden zal Edam-Volendam de opdracht aanpassen,
de financiële bijdrage heroverwegen of de samenwerking
beëindigen?
Antwoord 11:
Planning en vormgeving van evaluaties maken onderdeel uit van de
nog uit te werken opdracht- en uitvoeringsstructuur.