← Terug naar alle raadsvragen
Leesversie 19 van 492
Vervolgvragen herinrichting groenvoorziening recreatiegebied Slobbeland
Lees de openbare vraag, het antwoord en de bijlagen als webtekst.
Deze raadsvraag over Vervolgvragen herinrichting groenvoorziening recreatiegebied Slobbeland is gesteld door BVNL op 24-08-2026. Het openbare antwoord is gedateerd 15-10-2026. Het dossier bevat 1 document.
Leesversie. De tekst hieronder is automatisch uit de openbare PDF-bestanden gehaald. De originele PDF onder ieder document blijft de officiële bron. Bijlagen zijn niet automatisch als vraag of antwoord ingedeeld.
Lees waar de informatie vandaan komt en hoe de leesversie is gemaakt
Direct openen
Documenten en bijlagen
Open hier de officiële vraag en beantwoording of één van de bijbehorende stukken als PDF.
Openbaar document
BVNL Vervolgvragen herinrichting groenvoorziening recreatiegebied Slobbeland
Pagina 1
15 oktober 2026 12:13
Detailrapport Vraag en antwoord los v/h Raadsplein (ID 1075)
Veld
Waarde
Datum vraag
24-08-2026
Onderwerp
Vervolgvragen herinrichting groenvoorziening recreatiegebied
Slobbeland
Fractie(s)
BVNL
Vraag en antwoord
Op 10 augustus 2026 heeft de fractie van BVNL schriftelijke vragen
gesteld over de herinrichting van de groenvoorziening op
recreatiegebied Slobbeland.
BVNL constateert dat meerdere vragen niet of slechts gedeeltelijk
zijn beantwoord en dat de beantwoording op onderdelen nieuwe
vragen oproept.
Zo stelt het college enerzijds dat de huidige inrichting aansluit bij
hetgeen tijdens het overleg van 13 april 2026 is besproken, terwijl
anderzijds wordt aangegeven dat de inrichting op dat moment al
was bepaald en uitgevoerd.
Ook is niet duidelijk geworden wie daadwerkelijk tot de huidige
inrichting heeft besloten en op welk moment dit besluit is
genomen. Daarnaast stelt het college dat geen
opdrachtomschrijving, plantlijst, werktekening, e-
mailcorrespondentie, werkopdracht, offerte, factuur of andere
documentatie aan de uitvoering ten grondslag heeft gelegen.
Ten slotte blijkt uit de beantwoording dat vooraf niet is beoordeeld
welke gevolgen de gekozen inrichting zou hebben voor het
recreatieve gebruik, de openheid van het terrein en de belangen
van de huurders.
Naar aanleiding hiervan stelt de fractie van BVNL de volgende
aanvullende vragen:
Vraag 1.
Het college stelt enerzijds dat de huidige inrichting overeenkomt
met hetgeen tijdens het overleg van 13 april 2026 is besproken,
terwijl het college anderzijds aangeeft dat de inrichting van de
betreffende strook op dat moment al was bepaald en uitgevoerd.
Kan het college uitleggen hoe een reeds uitgevoerde inrichting kan
worden onderbouwd met hetgeen tijdens een later overleg over
diezelfde inrichting is besproken?
Antwoord 1:
Het overleg van 13 april 2026 was aangevraagd door het bestuur
van de stichting met als doel om een toelichting te krijgen op de al
gerealiseerde inrichting. Daarnaast was de insteek vanuit het
Detailrapport Vraag en antwoord los v/h Raadsplein (ID 1075)
Veld
Waarde
Datum vraag
24-08-2026
Onderwerp
Vervolgvragen herinrichting groenvoorziening recreatiegebied
Slobbeland
Fractie(s)
BVNL
Vraag en antwoord
Op 10 augustus 2026 heeft de fractie van BVNL schriftelijke vragen
gesteld over de herinrichting van de groenvoorziening op
recreatiegebied Slobbeland.
BVNL constateert dat meerdere vragen niet of slechts gedeeltelijk
zijn beantwoord en dat de beantwoording op onderdelen nieuwe
vragen oproept.
Zo stelt het college enerzijds dat de huidige inrichting aansluit bij
hetgeen tijdens het overleg van 13 april 2026 is besproken, terwijl
anderzijds wordt aangegeven dat de inrichting op dat moment al
was bepaald en uitgevoerd.
Ook is niet duidelijk geworden wie daadwerkelijk tot de huidige
inrichting heeft besloten en op welk moment dit besluit is
genomen. Daarnaast stelt het college dat geen
opdrachtomschrijving, plantlijst, werktekening, e-
mailcorrespondentie, werkopdracht, offerte, factuur of andere
documentatie aan de uitvoering ten grondslag heeft gelegen.
Ten slotte blijkt uit de beantwoording dat vooraf niet is beoordeeld
welke gevolgen de gekozen inrichting zou hebben voor het
recreatieve gebruik, de openheid van het terrein en de belangen
van de huurders.
Naar aanleiding hiervan stelt de fractie van BVNL de volgende
aanvullende vragen:
Vraag 1.
Het college stelt enerzijds dat de huidige inrichting overeenkomt
met hetgeen tijdens het overleg van 13 april 2026 is besproken,
terwijl het college anderzijds aangeeft dat de inrichting van de
betreffende strook op dat moment al was bepaald en uitgevoerd.
Kan het college uitleggen hoe een reeds uitgevoerde inrichting kan
worden onderbouwd met hetgeen tijdens een later overleg over
diezelfde inrichting is besproken?
Antwoord 1:
Het overleg van 13 april 2026 was aangevraagd door het bestuur
van de stichting met als doel om een toelichting te krijgen op de al
gerealiseerde inrichting. Daarnaast was de insteek vanuit het
Pagina 2
15 oktober 2026 12:13
Pagina 2
bestuur ook om te pleiten voor een andere inrichting. Zie antwoord
2 bij raadsvragen 1060.
Vraag 2.
Kan het college concreet aangeven?
A: Wanneer de huidige inrichting is bepaald?
B: Wanneer de werkzaamheden zijn uitgevoerd?
C: Wie heeft besloten tot deze specifieke inrichting?
D: Wie opdracht heeft gegeven voor de uitvoering?
Antwoord
2A: De inrichting is in 2024 bepaald, overeenkomstig de
uitgangspunten voor deze groenstrook.
2B: De uitvoering heeft eveneens in 2024 plaatsgevonden,
aansluitend op het zomerseizoen.
2C: De inrichting is gekozen door de afdeling Openbare Werken.
2D: Opdrachtverlening is in mandaat gebeurd eveneens door de
afdeling Openbare Werken.
Vraag 3.
Het college heeft op de eerdere vraag wie tot de huidige inrichting
heeft besloten uitsluitend geantwoord dat beheer en onderhoud
van het terrein tot de taken van de afdeling Openbare Werken
behoort.
Kan het college alsnog concreet aangeven welke functionaris of
welk bestuursorgaan verantwoordelijk was voor de keuze voor deze
specifieke inrichting?
Antwoord 3:
Nee, de aanleg heeft plaatsgevonden onder uiteindelijke
verantwoordelijkheid van ons college. Wij achten het niet in het
belang van het publieke debat de discussie te richten op individuele
medewerkers.
Vraag 4.
Begrijpt BVNL de eerdere beantwoording correct dat er geen
opdrachtomschrijving, plantlijst, werktekening, interne notitie, e-
mailcorrespondentie, werkopdracht, offerte, factuur of ander
schriftelijk document bestaat waaruit blijkt wat op deze locatie
moest worden aangeplant en op welke wijze dit moest worden
uitgevoerd?
Zo ja, hoe wist de uitvoerende partij dan welke bomen, struiken en
overige beplanting waar en in welke hoeveelheid moesten worden
aangebracht?
Zo nee, welke documenten bestaan er wel?
Antwoord 4:
Correct. Aanleg heeft plaatsgevonden op aangeven van de
betreffende functionaris van de afdeling Openbare Werken.
Vraag 5.
Het college verwijst in de beantwoording zowel naar een brief van
18 september 2025 als naar een schriftelijke bevestiging van 8 juni
2026.
Pagina 2
bestuur ook om te pleiten voor een andere inrichting. Zie antwoord
2 bij raadsvragen 1060.
Vraag 2.
Kan het college concreet aangeven?
A: Wanneer de huidige inrichting is bepaald?
B: Wanneer de werkzaamheden zijn uitgevoerd?
C: Wie heeft besloten tot deze specifieke inrichting?
D: Wie opdracht heeft gegeven voor de uitvoering?
Antwoord
2A: De inrichting is in 2024 bepaald, overeenkomstig de
uitgangspunten voor deze groenstrook.
2B: De uitvoering heeft eveneens in 2024 plaatsgevonden,
aansluitend op het zomerseizoen.
2C: De inrichting is gekozen door de afdeling Openbare Werken.
2D: Opdrachtverlening is in mandaat gebeurd eveneens door de
afdeling Openbare Werken.
Vraag 3.
Het college heeft op de eerdere vraag wie tot de huidige inrichting
heeft besloten uitsluitend geantwoord dat beheer en onderhoud
van het terrein tot de taken van de afdeling Openbare Werken
behoort.
Kan het college alsnog concreet aangeven welke functionaris of
welk bestuursorgaan verantwoordelijk was voor de keuze voor deze
specifieke inrichting?
Antwoord 3:
Nee, de aanleg heeft plaatsgevonden onder uiteindelijke
verantwoordelijkheid van ons college. Wij achten het niet in het
belang van het publieke debat de discussie te richten op individuele
medewerkers.
Vraag 4.
Begrijpt BVNL de eerdere beantwoording correct dat er geen
opdrachtomschrijving, plantlijst, werktekening, interne notitie, e-
mailcorrespondentie, werkopdracht, offerte, factuur of ander
schriftelijk document bestaat waaruit blijkt wat op deze locatie
moest worden aangeplant en op welke wijze dit moest worden
uitgevoerd?
Zo ja, hoe wist de uitvoerende partij dan welke bomen, struiken en
overige beplanting waar en in welke hoeveelheid moesten worden
aangebracht?
Zo nee, welke documenten bestaan er wel?
Antwoord 4:
Correct. Aanleg heeft plaatsgevonden op aangeven van de
betreffende functionaris van de afdeling Openbare Werken.
Vraag 5.
Het college verwijst in de beantwoording zowel naar een brief van
18 september 2025 als naar een schriftelijke bevestiging van 8 juni
2026.
Pagina 3
15 oktober 2026 12:13
Pagina 3
Is het college bereid beide stukken, inclusief eventuele bijlagen, aan
de gemeenteraad beschikbaar te stellen?
Antwoord 5:
Ja.
Vraag 6.
Het college bevestigt dat vooraf niet is beoordeeld welke gevolgen
de gekozen inrichting zou hebben voor het recreatieve gebruik van
het terrein, de openheid van het gebied en de belangen van de
huurders.
Hoe verhoudt dit zich volgens het college tot een zorgvuldige
belangenafweging bij werkzaamheden op een terrein dat langdurig
door een vereniging wordt gehuurd en recreatief wordt gebruikt?
Antwoord 6:
Dit is een onjuiste weergave van zaken. Zoals al eerder aangegeven
sluit de herinrichting van de betreffende strook aan bij de eerdere
inrichting daarvan. Indien het bestuur naderhand andere,
bijvoorbeeld meer commerciële, activiteiten wenst te ontplooien is
daarvoor toestemming van de gemeente als verhuurder nodig.
Vraag 7.
Is het college bereid om, mede gelet op de ontstane discussie en
het ontbreken van een voorafgaande beoordeling van de belangen
van de huurders, tijdens het eerstvolgende overleg met het bestuur
van Slobbeland daadwerkelijk te bezien of aanpassing van
onderdelen van de huidige inrichting mogelijk en wenselijk is?
Zo nee, waarom niet?
Antwoord 7:
Wij delen uw opvatting niet dat geen rekening is gehouden met de
belangen van de huurders. Wij hebben in eerder overleg met het
bestuur aangegeven dat er alternatieven zijn voor de nieuwe
activiteiten die het bestuur voor ogen heeft en daarbij bij herhaling
gewezen op de overwegingen en het belang van de inrichting zoals
die is gerealiseerd.
Pagina 3
Is het college bereid beide stukken, inclusief eventuele bijlagen, aan
de gemeenteraad beschikbaar te stellen?
Antwoord 5:
Ja.
Vraag 6.
Het college bevestigt dat vooraf niet is beoordeeld welke gevolgen
de gekozen inrichting zou hebben voor het recreatieve gebruik van
het terrein, de openheid van het gebied en de belangen van de
huurders.
Hoe verhoudt dit zich volgens het college tot een zorgvuldige
belangenafweging bij werkzaamheden op een terrein dat langdurig
door een vereniging wordt gehuurd en recreatief wordt gebruikt?
Antwoord 6:
Dit is een onjuiste weergave van zaken. Zoals al eerder aangegeven
sluit de herinrichting van de betreffende strook aan bij de eerdere
inrichting daarvan. Indien het bestuur naderhand andere,
bijvoorbeeld meer commerciële, activiteiten wenst te ontplooien is
daarvoor toestemming van de gemeente als verhuurder nodig.
Vraag 7.
Is het college bereid om, mede gelet op de ontstane discussie en
het ontbreken van een voorafgaande beoordeling van de belangen
van de huurders, tijdens het eerstvolgende overleg met het bestuur
van Slobbeland daadwerkelijk te bezien of aanpassing van
onderdelen van de huidige inrichting mogelijk en wenselijk is?
Zo nee, waarom niet?
Antwoord 7:
Wij delen uw opvatting niet dat geen rekening is gehouden met de
belangen van de huurders. Wij hebben in eerder overleg met het
bestuur aangegeven dat er alternatieven zijn voor de nieuwe
activiteiten die het bestuur voor ogen heeft en daarbij bij herhaling
gewezen op de overwegingen en het belang van de inrichting zoals
die is gerealiseerd.