← Terug naar alle raadsvragen

Nadere vervolgvragen inzake bouwplaatsveiligheid en opdrachtgeversrol De Ark

Lees de openbare vraag, het antwoord en de bijlagen als webtekst.

Deze raadsvraag over Nadere vervolgvragen inzake bouwplaatsveiligheid en opdrachtgeversrol De Ark is gesteld door LEV op 20-08-2026. Het openbare antwoord is gedateerd 24-09-2026. Het dossier bevat 1 document.

Leesversie. De tekst hieronder is automatisch uit de openbare PDF-bestanden gehaald. De originele PDF onder ieder document blijft de officiële bron. Bijlagen zijn niet automatisch als vraag of antwoord ingedeeld.

Direct openen

Documenten en bijlagen

Open hier de officiële vraag en beantwoording of één van de bijbehorende stukken als PDF.

  1. LEV Nadere vervolgvragen inzake bouwplaatsveiligheid en opdrachtgeversrol De Ark

Openbaar document

LEV Nadere vervolgvragen inzake bouwplaatsveiligheid en opdrachtgeversrol De Ark

Pagina 1

5 oktober 2026 11:38
Detailrapport Vraag en antwoord los v/h Raadsplein (ID 1070)
Veld Waarde
Datum vraag 20-08-2026
Onderwerp Nadere vervolgvragen inzake bouwplaatsveiligheid en
opdrachtgeversrol De Ark
Fractie(s) LEV
Vraag en antwoord Naar aanleiding van de beantwoording van onze vervolgvragen van
14 juli 2026 constateert de fractie van Lokaal Edam-Volendam dat
inmiddels meer duidelijkheid is ontstaan over de wijze waarop het
college zijn rol als opdrachtgever interpreteert.

Het college bevestigt onder meer dat het bekend is met de
bouwprocesbepalingen uit het Arbeidsomstandighedenbesluit en
dat het V&G-rapport structuurontwerp, het V&G-rapport definitief
ontwerp, het V&G-plan ontwerpfase, het bouwveiligheidsplan en
het dossier onderdeel hebben uitgemaakt van de
aanbestedingsstukken en de beoordeling voor gunning.

Tevens geeft het college aan dat naar aanleiding van onze concrete
melding van 30 juni 2026 geen contact is opgenomen met de
hoofdaannemer, omdat de vergewisplicht volgens het college niet
inhoudt dat de opdrachtgever in realtime moet monitoren of
tijdens de uitvoering daadwerkelijk aan alle
arbeidsomstandighedenverplichtingen wordt voldaan.

Onze eerdere vragen waren echter niet uitsluitend gericht op
realtime toezicht door de gemeente. Een aanzienlijk deel daarvan
had betrekking op de vooraf vastgelegde veiligheidsorganisatie,
contractuele borging, V&G-coördinatie en de documenten waarin
deze afspraken zijn vastgelegd.

Tegen die achtergrond stellen wij de volgende nadere vragen:

Vraag 1.
Kan het college bevestigen dat de door het college genoemde V&G-
documenten en het bouwveiligheidsplan concrete afspraken
bevatten over de wijze waarop de veiligheid tijdens de
uitvoeringsfase wordt georganiseerd, gecoördineerd en
gecontroleerd?
Antwoord 1:
Nee. De beschikbare stukken zijn niet op dat detailniveau ingericht.
Deze verantwoordelijkheid ligt bij de opdrachtnemer.

Vraag 2.
Kan het college aangeven welke bepalingen in deze documenten
specifiek betrekking hebben op toezicht, V&G-coördinatie,
werkzaamheden buiten reguliere werktijden,

Pagina 2

5 oktober 2026 11:38
Pagina 2

steigerwerkzaamheden, aanwezigheidsregistratie en/of het gebruik
van persoonlijke en collectieve valbeveiliging?
Antwoord 2:
Zie antwoord 1.

Vraag 3.
Is het college bereid de gemeenteraad de door het college
genoemde V&G-documenten, het bouwveiligheidsplan en de voor
de uitvoering relevante contractuele veiligheidsbepalingen ter
beschikking te stellen, zo nodig met weglating van
persoonsgegevens? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 3:
Ja.

Vraag 4.
Het college stelt dat de vergewisplicht geen verplichting inhoudt tot
realtime monitoring. Kan het college toelichten waarom deze
constatering volgens het college tevens reden vormt om na een
concrete melding over een mogelijk onveilige situatie niet achteraf
bij de hoofdaannemer te verifiëren of overeenkomstig de vooraf
overeengekomen veiligheidsorganisatie en het V&G-plan is
gewerkt?
Antwoord 4:
De vraag is niet anders van strekking dan uw vraag 8 van 14-7-2026.
Wij verwijzen hiervoor naar ons eerdere antwoord.

Vraag 5.
Het college geeft aan dat, anders dan onze waarneming, geen
signalen van toezichthoudende instanties zijn ontvangen. Kan het
college toelichten waarom de concrete en met beeldmateriaal
onderbouwde waarneming van een raadslid op zichzelf geen
aanleiding vormde om de feitelijke situatie bij de hoofdaannemer te
verifiëren?
Antwoord 5:
Raadsleden hebben geen toezichthoudende rol op grond van de
Omgevingswet of Arbeidsomstandighedenwet. Opnieuw is de vraag
van dezelfde strekking als uw vraag 8 van 14-7-2026.

Vraag 6.
Heeft het college vastgesteld of de veiligheidsorganisatie zoals
beschreven in de aanbestedingsstukken en het V&G-plan tijdens de
uitvoeringsfase daadwerkelijk door de uitvoerende partij is
ingericht, waaronder de aanwijzing van de vereiste V&G-
coördinator uitvoeringsfase? Zo ja, uit welke documenten blijkt dit?
Antwoord 6:
Dit is niet vastgelegd.

Vraag 7.
Kan het college aangeven welke contractuele mogelijkheden de
gemeente als opdrachtgever heeft om de hoofdaannemer aan te
spreken indien blijkt dat niet overeenkomstig de overeengekomen

Pagina 3

5 oktober 2026 11:38
Pagina 3

veiligheidsdocumenten, het V&G-plan of het bouwveiligheidsplan
wordt gewerkt?
Antwoord 7:
De gemeente heeft als opdrachtgever dezelfde mogelijkheden bij
niet nakoming van een overeenkomst als andere rechtspersonen op
basis van het BW.

PDF bekijken of downloaden

Controleer opmaak, afbeeldingen, handtekeningen en pagina’s zonder tekstlaag altijd in het originele document.