← Terug naar alle raadsvragen

Gestelde wettelijke verplichting tot overstap naar elektrische gemeentelijke voertuigen

Lees de openbare vraag, het antwoord en de bijlagen als webtekst.

Deze raadsvraag over Gestelde wettelijke verplichting tot overstap naar elektrische gemeentelijke voertuigen is gesteld door LEV op 19-12-2025. Het openbare antwoord is gedateerd 08-01-2026. Het dossier bevat 2 documenten.

Leesversie. De tekst hieronder is automatisch uit de openbare PDF-bestanden gehaald. De originele PDF onder ieder document blijft de officiële bron. Bijlagen zijn niet automatisch als vraag of antwoord ingedeeld.

Direct openen

Documenten en bijlagen

Open hier de officiële vraag en beantwoording of één van de bijbehorende stukken als PDF.

  1. LEV Gestelde wettelijke verplichting tot overstap naar elektrische gemeentelijke voertuigen
  2. Infographic clean vehicle directive 1024 bij 714-juli 2021

Openbaar document

LEV Gestelde wettelijke verplichting tot overstap naar elektrische gemeentelijke voertuigen

Pagina 1

8 januari 2026 15:54
Detailrapport Vraag en antwoord los v/h Raadsplein (ID 925)
Veld Waarde
Datum vraag 19-12-2025
Onderwerp Gestelde wettelijke verplichting tot overstap naar elektrische
gemeentelijke voertuigen
Fractie(s) LEV
Vraag en antwoord Tijdens de raadsbehandeling van de Winternota 2025 heeft de
wethouder Financiën aangegeven dat de gemeente verplicht zou
zijn om over te stappen op kleine elektrische voertuigen, omdat dit
‘moet vanuit Den Haag’ en op basis van ‘wet- en regelgeving’.

Omdat dit een verstrekkende beleids en financiële keuze betreft,
heeft de raad behoefte aan volledige onderbouwing.

Vraag 1.
Kunt u exact aangeven op welke wet: verordening, Algemene
Maatregel van Bestuur, ministerieel besluit of Europese bepaling
het college baseert dat de gemeente verplicht is om over te stappen
op elektrische voertuigen?
Antwoord 1:
De verplichting is gebaseerd op de EU Richtlijn bevordering van
schone en energiezuinige wegvoertuigen (Clean Vehicles Directive)
2019/1161/EU, in het bijzonder artikel 5 van die richtlijn en de
uitwerking daarvan in de Regeling bevordering schone
wegvoertuigen, (Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur
en Waterstaat, van 8 oktober 2021, nr. IENW/BSK-2021/265234,
houdende regels ter bevordering van schone wegvoertuigen ter
ondersteuning van emissiearme mobiliteit), in het bijzonder artikel
2 en 4 van die regeling.

Vraag 2.
Wilt u daarbij concreet vermelden: naam van het wets- of
regelgevingskader, artikelnummer(s), de verplichtende passage, en
de verantwoordelijke overheid (Ministerie, Tweede Kamer, EU,
etc.)?
Antwoord 2:
Zie antwoord op vraag 1.

Vraag 3.
Betreft deze beweerde verplichting alleen personenauto’s,
bedrijfswagens, alleen nieuwe voertuigen, het gehele gemeentelijke
wagenpark of slechts voertuigen in bepaalde situaties (zoals
milieuzones)?
Antwoord 3:
De regelingen hebben betrekking op het gehele gemeentelijke
wagenpark bij vervanging. Uitzonderingen zijn in de regeling
benoemd.

Pagina 2

8 januari 2026 15:54
Pagina 2

Vraag 4.
Gaat het om een harde wettelijke verplichting of een
beleidsdoelstelling / ambitie / bestuurlijke afspraak zonder
juridische afdwingbaarheid Graag een heldere kwalificatie.
Antwoord 4:
De in de regelingen genoemde percentages zijn een harde
verplichting en een minimumpercentage. Indien daaraan niet wordt
voldaan kan een inkoop/aanbesteding als onrechtmatig worden
aangemerkt. Streefgetallen boven de vastgelegde percentages in de
EU richtlijn zijn beleidsafspraken.

Vraag 5.
Wat is de juridisch vastgelegde deadline waarop de gemeente aan
deze vermeende verplichting moet voldoen?
Antwoord 5:
De Ministeriële regeling geldt voor de periode 1-1-2026-heden.

Vraag 6.
Welke sancties, dwangsommen of rijksmaatregelen staan er
juridisch vastgelegd wanneer de gemeente hier niet aan voldoet?
Antwoord 6:
De regelingen bevatten geen specifieke sanctiebepalingen. Zoals
aangegeven kan afwijken van de regelingen ertoe leiden dat een
inkoop of aanbesteding als onrechtmatig wordt aangemerkt. Dat
kan gevolgen hebben voor de financiële verantwoording door de
gemeente, maar ook in specifieke situaties leiden tot juridische
procedures en schadevergoedingen.

Vraag 7.
Welke uitzonderingen bestaan er (bijvoorbeeld voor doelmatigheid,
financiële disproportionaliteit, technische beperkingen of publieke
taken)?
Antwoord 7:
De EU richtlijn geeft uitzonderingsbepalingen aan voor bepaalde
typen voertuigen (o.a. defensie). De Ministeriële regeling geeft
aanvullend aan voor welke andere soorten voertuigen de richtlijn
niet geldt (tot 31-12-2030).
•voertuigen voor exclusief gebruik door de strijdkrachten
•voertuigen voor hoofdzakelijk gebruik op bouwplaatsen, in
steengroeven, havens of op luchthavens
•voertuigen voor burgerbescherming, brandweer en
ordehandhavingsdiensten
•gepantserde voertuigen
•ambulances
•lijkwagens
•voor rolstoelen toegankelijke voertuigen
•mobiele kranen
De regelingen bevatten geen bepalingen ten aanzien van
doelmatigheid of financiële disproportionaliteit.

Pagina 3

8 januari 2026 15:54
Pagina 3

Vraag 8.
Indien er geen sprake blijkt van een harde wettelijke plicht, erkent
het college dan, dat dit gaat om een beleidskeuze van het college,
en niet om een juridisch opgelegde verplichting?
Antwoord 8:
Zie bovenstaande antwoorden.
Er zijn aanvullende overwegingen waarom deze keuze in de rede
ligt. In de eerste plaats heeft het Ministerie van Infrastructuur en
Waterstaat in 2024 een marktconsultatie gehouden waarin een
wijziging van de Europese percentages werd aangekondigd:
“De voorgestelde ophoging gaat over de periode van 2026 tot en
met 2030. Bij de percentages emissievrije/schone voertuigen per
aanbesteding wordt onderscheid gemaakt tussen typen voertuigen.
We stellen de volgende nieuwe percentages emissievrije/schone
voertuigen per aanbesteding voor:
•Personenauto’s, personenbusjes en bestelbusjes: van 38,5% naar
100% emissievrij;
•Ov-bussen: van 65% schone bussen, waarvan de helft emissievrij
naar 100% emissievrij;
•Vrachtauto’s (zware voertuigen): van 15% naar 50% schone
voertuigen, waarvan een kwart emissievrij (12,5% van het totaal).

In de volgende gevallen blijven voor aanbestedingen de standaard
doelstellingen uit de EU-richtlijn gelden:
•Bij een tekort aan aanbod van geschikte voertuigen op de markt;
•Bij het ontbreken van voldoende openbare laadpalen, waardoor
de voertuigen niet ingezet kunnen worden;
•Bij onvoldoende capaciteit op het elektriciteitsnet (netcongestie),
waardoor de voertuigen niet ingezet kunnen worden;”.
Deze voorgestelde aanscherping is uiteindelijk niet doorgevoerd in
de huidige geldende regeling, maar geeft wel de richting aan.
Ten tweede heeft de gemeente ook een voorbeeldfunctie naar
buiten toe en dat brengt met zich mee dat de gemeente niet persé
moet vasthouden aan het minimaal wettelijk vereiste. De gemeente
heeft zelf ook duurzaamheidsdoelstellingen vastgesteld.
Ten derde dragen emissievrije voertuigen ook bij aan verbetering
van de kwaliteit van de leefomgeving: lagere geluidsemissie en geen
uitstoot, zoals van fijnstof.

Vraag 9.
Is het college bereid de raad hierover alsnog volledig, schriftelijk en
feitelijk juist te informeren, inclusief correctie op eerder gedane
publieke uitspraken indien die feitelijk onjuist blijken?
Antwoord 9:
De formulering van de vraagstelling suggereert alsof het college dat
niet heeft gedaan. Die suggestie laat het college voor rekening van
de vragenstellers. Uit voorgaande antwoorden blijkt dat de
regelgeving en uitvoering daarvan vaak complex en dynamisch is.
Het college en de organisatie houden zich bezig met het uitvoeren
van het door de raad vastgestelde beleid binnen de wettelijke
kaders die daarvoor gelden. Het past bij de rol van de raad om zich

Pagina 4

8 januari 2026 15:54
Pagina 4

te richten op de hoofdlijnen van bestuur en de doelstellingen die
daarbij horen.

Vraag 10.
Indien dit geen wettelijke verplichting is maar beleid, welke
financiële afwegingen heeft het college dan gemaakt tussen:
aanschaf elektrische voertuigen, aanschaf moderne voertuigen met
lagere uitstoot, of gefaseerde vervanging?
Antwoord 10:
De beschikbare gemeentelijke vervoersmiddelen moeten aansluiten
bij de mobiliteitsvraag die de gemeentelijke organisatie kent vanuit
een oogpunt van functionaliteit. Aanbesteding vindt dan plaats met
inachtneming van de kaders en doelstellingen die door de
gemeenteraad zijn vastgesteld.

De raad kan alleen verantwoord besluiten wanneer juridische
werkelijkheid en beleidsambities niet door elkaar lopen. Wij
verzoeken daarom om heldere, toetsbare beantwoording.
Bijlage(s) Infographic clean vehicle directive 1024 bij 714-juli 2021

PDF bekijken of downloaden

Controleer opmaak, afbeeldingen, handtekeningen en pagina’s zonder tekstlaag altijd in het originele document.

Openbaar document

Infographic clean vehicle directive 1024 bij 714-juli 2021

Pagina 1

Op deze pagina is geen uitleesbare tekst gevonden. Raadpleeg deze pagina in de originele PDF.

PDF bekijken of downloaden

Controleer opmaak, afbeeldingen, handtekeningen en pagina’s zonder tekstlaag altijd in het originele document.