← Terug naar alle raadsvragen

EU lobby van MRA m.b.t. duurzame en slimme mobiliteit, circulaire economie en waterstof

Lees de openbare vraag, het antwoord en de bijlagen als webtekst.

Deze raadsvraag over EU lobby van MRA m.b.t. duurzame en slimme mobiliteit, circulaire economie en waterstof is gesteld door VVD op 09-10-2023. Het openbare antwoord is gedateerd 19-10-2023. Het dossier bevat 4 documenten.

Leesversie. De tekst hieronder is automatisch uit de openbare PDF-bestanden gehaald. De originele PDF onder ieder document blijft de officiële bron. Bijlagen zijn niet automatisch als vraag of antwoord ingedeeld.

Direct openen

Documenten en bijlagen

Open hier de officiële vraag en beantwoording of één van de bijbehorende stukken als PDF.

  1. VVD EU lobby van MRA m.b.t. duurzame en slimme mobiliteit, circulaire economie en waterstof
  2. EU-Strategiedocument - Platform Mobiliteit MRA (v
  3. fiche waterstof maart 2023
  4. PA-agenda CE MRA CE BO 28102022

Openbaar document

VVD EU lobby van MRA m.b.t. duurzame en slimme mobiliteit, circulaire economie en waterstof

Pagina 1

19 oktober 2023 14:48
Detailrapport 08 Vragen los v/h Raadsplein (ID 634)
Veld Waarde
Datum vraag 9-10-2023
Onderwerp EU lobby van MRA m.b.t. duurzame en slimme mobiliteit,
circulaire economie en waterstof
Fractie(s) VVD
Vraag In de MRA-nieuwsbrief staat dat MRA-voorzitter Femke
Halsema op 17 november 2023 de EU-agenda van de
Metropoolregio Amsterdam presenteert. Dit gebeurt tijdens
een lanceringsevenement in Brussel.
De focus van de EU-agenda van de MRA ligt op drie thema’s:
duurzame en slimme mobiliteit, circulaire economie en
waterstof.
Vraag 1:
Zijn deze thema’s met instemming van MRA
gemeenteraden/provincies gekozen?
Zo nee, waarom niet?
Vraag 2:
Zijn deze thema’s met de AV van de MRA afgestemd?
Zo nee, waarom niet?
Vraag 3:
Welke actie onderneemt het college om te achterhalen van wat
op 17 november gezegd gaat worden goedkeuring van Edam-
Volendam heeft? (en graag krijgen wij daar natuurlijk
informatie over)
Vraag 3:
En waarom alleen inzetten op milieuzaken?
En niet een lobby voor het mogelijk maken van woningbouw?
En daarmee misschien het tijdelijk verruimen van EU-
normen/milieuregels?
Of aandacht voor EU-hulp bij snelle aanleg vernieuwd
hoogspanningsnet t.b.v. elektrisch rijden en aansluiting van
nieuwe bedrijven op het elektriciteitsnet? (zie Baanstee en
straks bedrijventerrein in de Purmer)
Of een lobby om de asielinstroom in NL/EU te beperken?

Pagina 2

19 oktober 2023 14:48
Pagina 2
Juist omdat veel inwoners van de MRA nu al geen sociale
woning meer geboden kan worden…..
Wat de VVD betreft zijn het dromerige lobbyonderwerpen, en
of deze nu de actuele situatie weergeven van waar veel
gemeenten mee worstelen vragen wij ons zeer af.
Vraag 4:
Graag krijgen wij ook een reactie op de door ons voorgestelde
onderwerpen en of het college deze (of andere) gaat
aankaarten bij het MRA-bestuur.
NB. Ik heb de eerste 2 vragen over het proces ook aan de MRA
zelf gesteld. Het gaat daar om democratische legitimatie van
de lobby-inzet.
Antwoord Antwoord 1:
Nee. De inzet vanuit de MRA-samenwerking richting zowel het
Rijk als de EU vindt plaats binnen de bandbreedte van de
MRA-agenda en MRA-opgaven, rekening houdend met de
actualiteit.
De inzet wordt besproken en afgestemd in de bestuurlijke
MRA-platforms. Dit kan op strategisch niveau (welke inhoud,
welke projecten) tot en met uitvoerende afspraken: wie doet
wat?
De EU-inzet is per onderwerp afgestemd in de bestuurlijke
gremia van de MRA (platforms en bestuur).
Antwoord 2:
Nee, zie vraag 1
Antwoord 3:
Het programma van de lancering op 17 november wordt nu
ontwikkeld. Het bericht op de website betreft een
vooraankondiging. Er komen in 5 kwartier meer dan 10
sprekers aan bod in een interactieve vorm, vanuit de MRA zijn
dit de voorzitter, beide vicevoorzitters en per onderwerp een
bestuurder. Daarnaast komen mensen vanuit ‘Brussel’ aan het
woord, zoals de Nederlandse ambassadeur, een
Europarlementariër en ambtenaren van de Europese
Commissie.
Voor de EU-inzet van de MRA wordt gezocht naar de
verbinding tussen de MRA-agenda de Green Deal van Europa.
Dit kent raakvlakken in wetgeving, financiering en kennis die

Pagina 3

19 oktober 2023 14:48
Pagina 3
voor de MRA-deelnemers relevant zijn. De drie thema’s
(duurzame en slimme mobiliteit, circulaire economie en
waterstof) raken direct de opgaven waar veel van onze
gemeenten en provincies mee bezig zijn en er waar gewerkt
wordt aan kennisuitwisseling en een projectenopbouw.
In de bijgevoegde documenten kan de nadere invulling van de
onderwerpen worden gezien.
Antwoord 4:
Het college is zich bewust van de door u genoemde
onderwerpen en voor al deze onderwerpen wordt aandacht
gevraagd via de verschillende bestuurlijke overleggen binnen
de MRA en tevens bij de provincie Noord-Holland.
Bijlage(s) EU-Strategiedocument - Platform Mobiliteit MRA (v. maart
2023)
fiche waterstof maart 2023
PA-agenda CE MRA CE BO 28102022

PDF bekijken of downloaden

Controleer opmaak, afbeeldingen, handtekeningen en pagina’s zonder tekstlaag altijd in het originele document.

Openbaar document

EU-Strategiedocument - Platform Mobiliteit MRA (v

Pagina 1

Versie: maart 2023

Strategiedocument: Mobiliteit in relatie tot Brussel
Gezamenlijke inzet richting de EU door de MRA-partners

Provincies, regio’s en gemeenten staan allen voor grote uitdagingen op het gebied van mobiliteit.
De uitstoot van CO2 en stikstof moet verminderen, in korte tijd moeten veel woningen gebouwd
worden en er is een energietransitie nodig om klimaatverandering tegen te gaan. Dit heeft grote
impact op mobiliteit en bereikbaarheid. In toenemende mate is beleid en financiering uit Europa
van invloed op de transities die de verschillende overheden raken.

De provincies Noord-Holland en Flevoland, de Vervoerregio Amsterdam en een groot aantal
gemeenten zijn verenigd in de Metropoolregio Amsterdam. Ieder van hen heeft zijn eigen
prioriteiten en agenda’s op het gebied van mobiliteit en Europa. Zo is wetgeving omtrent
milieuzones belangrijk voor gemeenten, zijn Europese regels omtrent aanbestedingen en
concessies van belang voor de Vervoerregio en zijn de verbindingen tussen de verstedelijkte
gebieden en de minder verstedelijkte gebieden een belangrijke provinciale prioriteit. Hoewel dit
op het eerste oog uiteenlopende thema’s zijn, wordt er in toenemende mate integraal naar het
mobiliteitsvraagstuk gekeken, waarbij gewerkt wordt aan een mobiliteitssysteem met slimmere
oplossingen, schonere alternatieven en een verbeterde verkeersveiligheid.

Ook in Brussel wordt het mobiliteitsbeleid op deze manier ingericht. Uiteenlopende
verordeningen en richtlijnen dragen gezamenlijk bij aan een integrale strategie om mobiliteit slim
en duurzaam te maken (Sustainable and Smart Mobility Strategy), die op haar beurt weer bijdraagt
aan de Europese Green Deal. Dit maakt het aantrekkelijk om de krachten tussen de MRA-partners
te bundelen en op de gezamenlijke thema’s met overeenkomende belangen een gezamenlijk
lobby te voeren richting de EU. Door op deze regionale schaal samen te werken in de inzet richting
en binnen Europa maken we meer impact. Het vergroot de slagkracht en maakt ons een
relevantere gesprekpartner. We kunnen ons gezamenlijk positioneren als krachtige bondgenoot
voor de Europese mobiliteitsambities.

Pagina 2

Versie: maart 2023

Ambitie
De gezamenlijke overheden binnen de MRA zetten zich dagelijks in voor een duurzaam, slim,
goedwerkend en verbonden mobiliteitssysteem zowel lokaal, regionaal, nationaal als Europees en
internationaal. Voor mensen en goederen, over land, over water en door de lucht. De
Metropoolregio Amsterdam (MRA) en haar omgeving is interessant voor Europa en andere
Europese regio’s. Deze notitie geeft aan waar EU-beleid, -financiering en –kennis meerwaarde
oplevert voor de samenwerkende partijen in en om de MRA.

De inhoudelijke mobiliteitsambities van de MRA-partners moeten voorop staan. Concreet gaat dat
in deze notitie om vier onderwerpen (pijlers): “emissievrij”, innovatieve mobiliteit, de fiets en het
mobiliteitsnetwerk op Europese schaal (internationale treinverbindingen) .Deze ambities komen
goed overeen met de ambities van de EU, die met wetgeving, beleid, financiering en kennisdeling
inzet op een duurzaam, slim, inclusief en veerkrachtig mobiliteitssysteem. De Europese
Commissie (en organisaties daaromheen) geven aan graag in contact te zijn met regionale en
lokale overheden; zij horen gedurende de beleidscyclus graag hoe EU-beleid uitwerkt op lokaal
niveau. Daarom is het waardevol om een relatie te onderhouden met de EU-instituten met als
overkoepelende doelen van deze inzet:
• Nieuwe wetgeving en beleid beïnvloeden
• Kansen op én volume van financiering vergroten
• Kennisuitwisseling bevorderen op expert-niveau
• Positionering en profilering

Strategie
Door op de schaal van de MRA samen te werken in de inzet richting en binnen Europa maken we
meer impact. Het vergroot de slagkracht en maakt ons een relevantere gesprekpartner. Het gaat
hierbij niet alleen om de mobiliteit binnen de MRA maar ook om de bereikbaarheid van de
aanpalende, minder verstedelijkte gebieden.

Daarbij is het nodig het bredere belang van de mobiliteit in onze regio te blijven benadrukken. De
MRA kent sterke verbindingen, naar het noorden, oosten en zuiden, maar ook internationaal en
kijkt daarom wat betreft Mobiliteit nadrukkelijk over haar eigen grenzen heen. De
mobiliteitsopgaven kennen dus zowel een regionaal, maar ook een nationaal én een Europees
belang. Dit sluit ook aan op het Multi Modaal Toekomstbeeld van de MRA, waarin gesproken
wordt over de mobiliteit van, naar en in de MRA. De verbindingen met de provincies Utrecht en
Zuid-Holland (en verder), de Kop van Noord-Holland en de andere delen van Flevoland zijn immers
van groot belang voor de economische vitaliteit van de regio. Daar komt een deel van de goederen
en de werknemers vandaan en daar is ook meer ruimte voor recreatie en bedrijvigheid.

Dit is een voorstel om deze inzet vorm te geven. We zetten in op één gezamenlijk verhaal dat is
afgeleid uit reeds vastgestelde documenten zoals het Multimodaal Toekomstbeeld en het MRA
Verstedelijkingsconcept. Het narratief bestaat uit vier specifieke pijlers die relevant zijn in de
relatie tot de Europese doelstellingen en andere Europese regio’s en steden. Deze pijlers vormen
de basis van de inzet en geven de benodigde focus. Tegelijk zijn de pijlers niet exclusief: er zijn
altijd ontwikkelingen en kansen die onder meerdere pijlers vallen of daar los van staan. Deze
ontwikkelingen en kansen moeten net zo goed worden benut.

Pagina 3

Versie: maart 2023

Een belangrijke actor voor onze regio binnen het Europese krachtenveld is lidstaat Nederland. Het
is bij de inzet richting Europa daarom van belang de verbinding te leggen met de nationale inzet.

Organisatie
De MRA is een netwerkstructuur waarbinnen MRA-partners werken op basis van een gezamenlijke
strategie. Hier brengen de samenwerkende overheden hun belangen in en versterken ze elkaar op
gezamenlijke thema’s. Hierbij is oog voor de belangen van de minder verstedelijkte gebieden
buiten de MRA. Het is een lichte, maar gerichte structuur die naar behoefte kan worden
geïntensiveerd en gefaciliteerd vanuit de MRA-organisatie.

De gezamenlijke inzet wordt afgesproken binnen het Platform Mobiliteit. Hierin zijn de relevante
partners en bestuurders actief. Het DO Mobiliteit en DO MRA worden gebruikt voor de
afstemming op directieniveau, en bepalen de randvoorwaarden voor de inzet.

De 4 pijlers krijgen ieder een ambtelijk eigenaar vanuit de inhoud. Voor hen ligt het eigenaarschap
in het verlengde van het huidige werkpakket. Ze sluiten aan op de programma’s en netwerken
binnen de MRA en ontwikkelen een maatwerkaanpak en inzet voor de pijler. Ter illustratie: de
pijler innovatieve mobiliteit wordt getrokken door een collega die nauw betrokken is bij het
Platform Smart Mobility, uitvoeringslijn 3.3 van de MRA-agenda.

Voor de continuïteit van de inzet is de continuïteit van personen van belang: zowel binnen de MRA
alsook naar Europese partners en netwerken. Directeuren bepalen met de ambtelijk trekkers de
tijdsinzet per week (inschatting 4 uur).

Voor de bestuurlijke inzet geldt dat bestuurders (van in ieder geval het Platform Mobiliteit) bekend
zijn met het narratief en de inhoudelijke pijlers en dit in hun (net)werk een plek kunnen geven.
Daarnaast kunnen bestuurders voor brede of pijler-specifieke inzet worden gevraagd. Dit kan
vanuit de MRA-partner of het platform plaatsvinden. In een aantal gevallen (bijvoorbeeld TEN-T) is
ook hier continuïteit van de persoonlijke inzet relevant, dus worden bestuurders gericht benaderd.

Naast de inhoudelijke collega’s leveren ook de EU-adviseurs van de MRA-partners Vervoerregio
Amsterdam, provincies Noord-Holland en Flevoland, gemeente Amsterdam en de MRA-directie
een bijdrage in de uitvoering van de strategie. Dit betreft allerhande inzet, zoals signalering en
monitoring van ontwikkelingen in Brussel, het zorgdragen voor input op publieke consultaties,
voorbereiden en organiseren van bijeenkomsten, het onderhouden van een relevant stakeholder
netwerk voor de verschillende pijlers, het verzorgen van de aansluiting op een call en onderlinge
afstemming van de inzet en uitvoering van de strategie.

Omdat tussen de pijlers sprake is van overlap in relatie tot stakeholders, calls, partners en zo
verder, hebben de ambtelijk trekkers en de EU-adviseurs eens per kwartaal contact voor
onderlinge afstemming, georganiseerd door de MRA-organisatie.
Voorbeeld regio Helmond: de regio Helmond heeft
ervoor gekozen zich te positioneren als dé automotive
hotspot. Dit is samen met Brainport Eindhoven
georganiseerd, en inmiddels worden ze in de EU als een
leidende partij beschouwd en wordt veel EU-financiering
aangetrokken.
https://www.automotivecampus.com/
Voorbeeld regio Hengelo: de regio Hengelo zet via de
EuregioRail in op de internationale treinconnectiviteit.
Ondanks de beperkte schaal en aandeel, nemen ze binnen
TEN-T-netwerk een sterke positie in. Dit brengt voordelen
in invloed, EU-financiering en participatie in projecten.
https://www.euregio.eu/projecten/euregiorail/

Pagina 4

Versie: maart 2023

Nadat dit startdocument in het Platform Mobiliteit is besproken, wordt de voortgang periodiek
geagendeerd, met een korte vooruitblik en terugkoppeling.

Netwerken
In het Europees werken wordt gericht aangesloten bij netwerken voor kennis, positionering,
invloed en het vergroten van de kans op financiering voor projecten. MRA-partners zijn al lid van
netwerken die voor de inzet op mobiliteit kunnen worden (en al worden) benut. Om een paar te
noemen: op Europees niveau Polis, UITP, ERRIN, CvdR, CEMR, EMTA, CPMR, Eurocities en
METREX, op nationaal niveau, HNP/IPO, VNG, die op hun beurt ook actief zijn op EU niveau.

Pagina 5

Versie: maart 2023

Verhaal binnen Europa

Vooraf
Aan een product als dit verhaal liggen keuzes ten grondslag, welke in dit geval goed zijn om te
vermelden. We hebben de volgende uitgangspunten gehanteerd:
• Focus is de verbinding tussen mobiliteitsambities/ –inzet van de samenwerkende overheden
en de Europese doelstellingen.
• De input vanuit de MRA-partners bevat geen nieuwigheden: producten als het Multimodaal
Toekomstbeeld, de regionale kernboodschap Mobiliteit, het MRA Verstedelijkingsconcept,
MIRT-afspraken en notities vanuit Fiets en Smart Mobility zijn als bron gebruikt.
• Dit verhaal is niet te zwaar, dat gewicht hebben andere (deels genoemde) notities al.
• Een vruchtbare relatie met Brussel en binnen Europa kent een evenwicht tussen brengen en
halen. Binnen het verhaal wordt dit getoond door te vertellen met welke mobiliteitstransities
we als MRA-partners bezig zijn die zich verhouden tot de Europese ambities op mobiliteit.
Daarbij vragen we aandacht voor knelpunten waar we vanuit de EU hulp (financiering, kennis,
wetgeving) bij kunnen gebruiken.

MRA: krachtige bondgenoot voor de Europese ambities
Op weg naar leefbare bereikbaarheid: slim, schoon en bewust reizen

De Europese Unie heeft grote ambities om sterker, duurzamer en meer inclusief uit de klimaat- en
coronacrisis te komen. Deze ambities vergen transities op sociaal, ruimtelijk en economisch
terrein. Dit gecombineerd met de bestaande opgaven rondom CO2-reductie, klimaatadaptatie,
behoud van het landschap en het voorkomen van sociaal economische ongelijkheid, maakt het
een grote uitdaging. Daarbij is de transitie naar slimme, duurzame en veilige mobiliteit een
absolute randvoorwaarde, zo laten recente onderzoeken binnen onze regio (weer) zien; zo is 21%
van de CO2-uitstoot mobiliteit-gerelateerd.

De Metropoolregio Amsterdam levert een flinke positieve bijdrage aan de EU met de mainport-
functie, de concentratie van kennis en een wereldwijd sterk imago. Dankzij de hoge leefkwaliteit
en de gunstige economische positie is het een aantrekkelijke regio om in te wonen, werken en
recreëren. Met de haven, Schiphol, het hoogste aantal woon-werkreizen en het drukste spoor van
Nederland heeft het een internationale spilfunctie in logistiek en bereikbaarheid - over land en
water, maar ook door de lucht. Door de goede connectiviteit en een fijnmazig mobiliteitssysteem
is de regio goed bereikbaar via de lucht, het water en over land, zowel voor personen als goederen.
Om deze standaard te blijven leveren, en opgaven op gebied van klimaatverandering en
gezondheid op te pakken, zijn er transities en investeringen nodig in het mobiliteitssysteem. De
verbindingen binnen het metropolitane gebied maar ook die met de minder verstedelijkte
gebieden daaromheen zijn hierbij van groot belang.

Momenteel heeft de Metropoolregio Amsterdam 2,5 miljoen inwoners, een aantal dat de
komende decennia naar verwachting met 400.000 groeit. We voorzien een groei van 200.000
(inter)nationale banen, o.a. voor transities in de zorg, duurzaamheid en (digitale) techniek. Deze
groei van het aantal inwoners en reisbewegingen van en naar de regio legt druk op het
mobiliteitssysteem. De MRA wil voor inwoners waarborgen dat ze zich kunnen ontplooien en dat
ze zich prettig en veilig voelen. Maar ook dat ze bewegingsvrijheid hebben doordat alle voor hen
relevante plekken bereikbaar en toegankelijk zijn en blijven. Dat betekent dat het duurzaam,
schoon en mooi is én blijft in deze regio. En daarmee werken we aan een sterke regio waar voor
iedereen een plek is. Waar een toekomst is voor al onze inwoners waar zij goed kunnen wonen,

Pagina 6

Versie: maart 2023

werken, reizen, recreëren en uitstekend onderwijs kunnen volgen. Een samenleving naar de
menselijke maat.

In de mobiliteitstransitie keren een aantal centrale uitdagingen en ontwikkelingen terug om de
MRA één van de meest innovatieve, duurzame en connectieve regio’s van Europa te maken en te
houden. Bij de mobiliteitstransitie gaat het om het overstappen op meer duurzame alternatieven,
het verder verduurzamen van bestaande modaliteiten, het slimmer maken van mobiliteit, het
betaalbaar houden van mobiliteit en het zorgen voor minder mobiliteit. Deze transities sluiten 1-
op-1 aan bij Europese doelstellingen.

De eerste transitie betreft de ontwikkeling van internationaal treinverkeer voor de vervanging van
korte vluchten en als alternatief voor logistiek. Om ruimte te krijgen op ons spoor voor Europese
verbindingen moeten we de capaciteit van stations uitbreiden en ze ontwikkelen tot
hoogwaardige mobiliteitshubs voor mensen en goederen. Ook zijn aanvullende metrolijnen
noodzakelijk om reizigersvolumes van het spoor af te vangen.

Als tweede zetten we in op innovatie van mobiliteit. Dit betreft een waaier aan activiteiten met
nieuwe vormen van transport, beter benutten van de bestaande infrastructuur, slimme
laadtechnieken, connectiviteit en automatisering van voertuigen, het delen van mobiliteit,
realiseren van mobiliteitshubs, creëren van een modal shift, beter ontsluiten en gebruiken van
data, versimpelen van ticketing, optimaliseren van connecties en overstapmogelijkheden voor
personen en goederen.

De derde ontwikkeling is om onze mobiliteit zo veel als mogelijk emissievrij te laten plaatsvinden:
de elektrificatie van bussen, bestelbussen en taxi’s, het vergroten van de laadinfrastructuur voor
auto’s, het stimuleren en faciliteren van gebruik van de (elektrische) fiets en het optimaliseren van
het trein- en metrosysteem. Aanvullend zijn de ambities om emissies van scheep- en luchtvaart
sterk te reduceren met inzet van elektriciteit, waterstof en synthetische kerosine.

Als vierde de fiets. De fiets vormt een centraal element in het mobiliteitssyteem van de MRA. Tot
voor kort vooral voor kleinere afstanden, en na de introductie van de elektrische fiets steeds meer
voor ook de grotere afstanden. Daar is nog een wereld te winnen, zo stimuleren en faciliteren we
de transitie richting de fiets door het verbeteren van fietspaden, het vergroten van mogelijkheden
voor fiets-parkeren en de service rondom het gebruik van de fiets te verbeteren. Bijkomend
voordeel is de gezondheidswinst.

Als samenwerkende overheden in de MRA zien we deze transities in Europees perspectief. Ze zijn
in lijn met Europese doelstellingen, en veel regio’s, bedrijven en instellingen zijn ermee bezig op
een Europees speelveld. We investeren in kennisdeling en samenwerking, waarbij we wederzijds
willen leren en ontwikkelen. Mogelijkheden voor co-financiering van innovatie, kennisdeling en
projecten zoeken we actief op. We kijken gericht hoe we kunnen bijdragen aan Europese wet- en
regelgeving rondom de mobiliteitstransities.

Zo stellen we ons als MRA-partijen op als een krachtige bondgenoot van Europese mobiliteitsambities!

Pagina 7

Versie: maart 2023

1. Pijler Europees mobiliteitsnetwerk (trekker VRA en Amsterdam)

De Europese Unie streeft naar een moderne, hoogwaardige infrastructuur die zorgt voor onderlinge
verbindingen en integratie van de Unie en al haar regio’s. Deze verbindingen dragen bij aan de
verbetering van het vrije verkeer van personen, goederen, kapitaal en diensten. Een goede
infrastructuur van alle modaliteiten is hierbij van essentieel belang.

Wat is het?
• TEN-T staat voor Trans Europese Netwerkverbindingen, waarbij de EC in de TEN-T
verordening onderscheid maakt in het kernnetwerk, en het uitgebreide netwerk die
grensoverschrijdende verbindingen bevorderen binnen Europa.
• Binnen TEN-T worden inhoudelijke beleidskeuzes gemaakt.
• TEN-T vormt het beleidskader voor het Europese fonds voor infrastructuur Connecting
Europe Facility (CEF) , waarin co-financiering beschikbaar wordt gesteld.
• Nederland ligt op twee hoofdcorridors, de Rhine-Alpine & NorthSeaBaltic met
verschillende modaliteiten, met weg, rails en scheepvaart op de het kern netwerk: de
wegen A9 en A4, spoorknooppunt Amsterdam, de luchthaven Schiphol, de zeehavens
Amsterdam en IJmuiden.
• Het betreft verbetering van verbindingen tussen stedelijke regio’s (urban nodes) en de
verbetering van de mobiliteit binnen de urban nodes (zoals last-mile).

Urgentie
• Groot deel van MRA ligt op het TEN-T netwerk, en anders op het comprehensive netwerk.
• Vanwege het kernnetwerk is er een directe koppeling met de MIRT-inzet. Voor
investeringsbeslissingen binnen de MIRT-structuur wordt gekeken of deze in lijn zijn met
Europese keuzes en vice versa. Daarbij kan op beide fronten beïnvloeding plaatsvinden.
Werking voor schaalsprong-projecten.
• Momenteel wordt de TEN-T verordening herzien. Van belang is dat vervoer
milieuvriendelijker wordt; multimodaliteit en interoperabiliteit tussen de vervoerswijzen
bevorderd wordt en de stedelijke knooppunten beter geïntegreerd worden in het netwerk;
en dat het TEN-T-netwerk beter bestand wordt tegen de negatieve gevolgen van de
klimaatverandering.
• Op dit moment is alleen Amsterdam een stedelijk knooppunt (Urban Node), door
herziening mogelijk ook Haarlem en Almere. Binnen de ontwikkelingen van een corridor
en de urban nodes worden continu keuzes gemaakt op inhoud en financiering. Aansluiten
op TEN-T- netwerk kan de MRA helpen in keuzes op de aansluiting op andere urban nodes
(met name spoor) en ontwikkeling van onze urban nodes: stations, hubs, last-mile-
oplossingen voor zowel personen als goederen.
• Bouwen en voortbouwen op bestaande coalities en netwerk met partners uit de corridors.
• Lobby met NS en regio’s in Oost-Nederland voor internationale verbinding met Duitsland.

Wat voor type inzet?
• Inhaking op de corridors -> Rhine-Alpine & NorthSeaBaltic
• Verbeteren van connectiviteit tussen urban nodes
• Verbeteren van de urban node zelf: stations voor personen en goederen (hubs), last mile
voor personen en goederen, ‘kleinere’ mobiliteit, verduurzaming.
• Vergroten aandeel CEF-financiering voor urban nodes en fietsinfrastructuur.
• Verbeteren van logistiek/ goederenvervoer. Zowel binnen urban node, als met het
buitenland.

Pagina 8

Versie: maart 2023

Inzet ZuidasDok
De realisatie van ZuidasDok is randvoorwaardelijk voor de realisatie van tal van andere projecten
binnen de MRA, zoals het doortrekken van de Noord-Zuidlijn naar Schiphol-Hoofddorp, de aanleg
van de Lelylijn en de realisatie van een hoogwaardige OV-verbinding (BRT) op de as Almere-
Haarlem. Aanleg van het 3e perron (nu nog geen onderdeel van de scope) is noodzakelijk voor
realisatie van het programma Hoogfrequent Spoor en de modal shift van vlieg- naar
(internationaal) spoorverkeer, waarvan de ambities opgenomen zijn in het Toekomstbeeld OV
2040. Het spoortracé Schiphol-Zuidas-Weesp/Bijlmer is met de wijziging van de TEN-T
verordening nu op het kernnetwerk opgenomen, en is daarmee niet alleen van nationaal maar ook
van Europees belang.
Met het derde perron wordt uitbreiding van station Zuid mogelijk. Daarmee zal station Zuid
vertrekpunt worden van de internationale treinen, die nu nog van Amsterdam CS vertrekken –
maar door de verbouwing op CS daar weg moeten. De korte reisafstand van Schiphol (5 minuten)
maakt de modal shift van vliegtuig naar trein voor korte vluchten mogelijk.

Voorbeelden van CEF financiering
• Zaancorridor (studie aanvraag naar ongelijkvloerse kruisingen spoorlijn Zaancorridor/
gemeenten Alkmaar, Zaanstad en Dijk en Waard
• Zeesluis IJmuiden
• Fietsenstalling Amsterdam CS
• Praktijkproef Amsterdam: Socrates en Concorda

Stakeholders/ netwerken
• DG MOVE
• Permanente Vertegenwoordiging (PV), I&W
• POLIS
• Netwerken rondom TEN-T corridors Rhine-Alpine & NorthSeaBaltic
• CINEA Agentschap
• SURE Eurodelta: ESPON onderzoek naar regio met weinig mobiliteit-emissies
• Binnen de MRA: relatie met haven(s), NS, Prorail, Schiphol

Relatie met ontwikkeling in Brussel
• TEN-T-verordening
• Urban Mobility Framework
• Green Deal

Agenda
• Jaarlijkse aanwezigheid Connecting Europe Days (vnl. TEN-T days) in Lyon 28&29 juni
• Meetings corridors
• POLIS-conferenties
• Bijeenkomsten SURE Eurodelta rondom mobiliteit
Inzet Lelylijn: het Rijk wil EU-cofinanciering op Lelylijn, en
zet daar via de PV op in binnen de TEN-T-verordening
Europese treincorridor. Door binnen Brussel duidelijk te
maken dat de ontwikkeling van Zuidasdok
randvoorwaardelijk is voor de Lelylijn, worden deze
projecten met elkaar verbonden in de lobby van het Rijk.
Inzet haven Lelystad: voor de ontwikkeling van de haven
van Lelystad is het van belang dat deze wordt benoemd in
de corridor. Provincie Flevoland heeft hierop gelobbyd, dat
is gelukt en nu staat het als binnenhaven op het uitgebreid
netwerk haven langs een hoofdvaarroute. Dat helpt voor
het vestigingsklimaat, investeringen en co-financiering.

Pagina 9

Versie: maart 2023

2. Pijler innovatieve mobiliteit (trekker Provincie Noord-Holland)

Wat is het?
• Vanuit de EC is in de strategie voor slimme en duurzame mobiliteit veel aandacht voor
innovaties in mobiliteit.
• Het betreft nieuwe vormen van transport, beter benutten van de bestaande
infrastructuur, slimme laadtechnieken, connectiviteit en automatisering van voertuigen
(CAV), het delen van mobiliteit, realiseren van mobiliteitshubs, creëren van een modal
shift (mobiliteitsmanagement), beter ontsluiten en gebruiken van data, verbeteren van
ticketing, optimaliseren van connecties en overstapmogelijkheden, et cetera.

Urgentie
• De ambities van EU en NL zijn zeer groot: 55% reductie CO2 in 2030, halvering
slachtoffers in 2030, maximale inzet op digitalisering. Voor de MRA komt daar een stevige
bouwopgave bij (240.000 nieuwe woningen tot 2040) en moet ingezet worden op
significante reductie van stikstof (ook vanuit mobiliteit). De fysieke ruimte is zeer beperkt
en natuur- en recreatieve gebieden staan onder grote druk. Met de huidige beleidsinzet
gaan we de ambities niet waarmaken: er is een mobiliteitstransitie nodig naar schonere
brandstoffen (en daarbij behorende slimme laadinfrastructuur), modal shift naar
schonere, actieve of minder/ geen mobiliteit en gebruik van deelmobiliteit en hubs.
• Vanuit de EC worden nieuwe voorstellen ontwikkeld die direct van invloed zijn op de
mobiliteit binnen ons daily urban system. Denk aan het urban mobility package, een
drone-strategie, elektrificatie van mobiliteit, ITS-directive, vereisten als een SUMP of een
SULP. De EC roept lokale overheden op om hierop input te geven, zodat de innovaties
significant gaan bijdragen aan slimme en duurzame mobiliteit.
• Steeds meer innovatieve voertuigen met verschillende snelheden en afmetingen (LEV’s,
micromobiliteit, speed-pedelecs, etc): plaats in het verkeer (voetpad, fietspad, weg) en
welke inrichtingsprincipes vraagt dit? (relatie met pijler fiets)
• Voor de uitvoering van de beleidskaders stelt de EC vanuit verschillende fondsen
financiering beschikbaar.

Wat voor type inzet?
• Inhaking op consultaties bij (aankondiging van) nieuwe wetgevingstrajecten (vooraan in
de cyclus).
• Digitalisering en standaardisering data-items (o.a. via nationale dataportalen), data-
uitwisseling serviceproviders, Mobility as a Service (MaaS), laadinfrastructuur / vehicle to
grid, testfaciliteiten CAV in Lelystad (testcentrum) en rond Schiphol (fieldlab Schiphol),
deelmobiliteit en hubs, multimodaliteit en modal shift, gedragsverandering Hyperloop,
Micromobiliteit.

Inzet MaaS:
- Hubvisie en -strategie PNH/PFL/MRA
- Standaardisering data deelmobiliteit
- MaaS-app en portal
- Kennisdeling deelmobiliteit en hubs (werkplaats
deelmobiliteit)
- Hubontwikkeling Haarlem Nieuw Zuid, Alkmaar
Station en Alkmaar Noord
- Modal Shift / gedragsverandering

Inzet logistiek:
- Slimme baksteen
- Multimodale overslagpunten
- Vervoer over Water
- Vervolg Blauwe Golf
- Cargoloop
- Connected Transport Corridors
- Voorrang vrachtverkeer bij iVRI’s
- Dataportal vrachtvervoer

Pagina 10

Versie: maart 2023

Stakeholders/ netwerken
• Intern: SBAB, MRA Platform Smart Mobility, Amsterdam Smart City, Regieteam
Netwerkmanagement
• Landelijk: Min IenW, RWS, LVMB, Connect, Smart City Embassy, RVO, de
Krachtenbundeling
• Europees: ERTICO, POLIS, ERRIN, Eurocities

Relatie met ontwikkeling in Brussel
• Urban Mobility Framework
• Green Deal
• Sustainable and Smart Mobility Strategy
• Intelligent Transport Systems (ITS) directive
• Drone Strategy
• TEN-T (verplichting SUMP, SULP + uitwerking urban nodes)

Agenda
• Connecting Europe Days (vnl. TEN-T days) in Lyon 28&29 juni
• Subsidieaanvraag in kader van LIFE, EFRO, Interreg (najaar 2022/ begin 2023)
• ITS World Congress LA 18-22 september
• POLIS conferentie december

Pagina 11

Versie: maart 2023

3. Pijler Emissievrij (trekker Amsterdam - mede i.h.k.v. 100CNC)
Voor de ontwikkeling naar emissievrij vervoer zijn de waterstoftransitie en de elektrificatie van
vervoer de 2 voornaamste pijlers waarmee voertuigen duurzamer worden. Wat betreft waterstof
speelt NZKG een belangrijke rol en heeft inzet richting Brussel. Binnen de MRA-samenwerking
mobiliteit richten we ons daarom vooral op de elektrificatie van mobiliteit in de regio.

Wat is het?
• De Europese Commissie zet in op het terugdringen van emissies die vrijkomen bij
mobiliteit. Duurzame mobiliteit is een belangrijke pijler binnen de nieuwe duurzame en
slimme mobiliteitsstrategie.
• Hiervoor wordt ingezet op modaliteitsshifts, vergroening/elektrificering van mobiliteit en
bewustwording via wetgevingsinitiatieven, programma’s en financiering.
• Daarnaast heeft de EC een EU-missie: 100 climate-neutral and smart cities opgezet,
waarin mobiliteit een grote rol speelt. Amsterdam is een van de steden die de uitdaging
van klimaatneutrale stad in 2030 is aangegaan.

Urgentie
• De uitstoot van (fossiele brandstof-)voertuigen moet omlaag om de klimaatgevolgen
tegen te gaan. Hierbij zijn oplossingen nodig om het elektriciteitsnet voor mobiliteit in de
regio verder te vergroenen.
• Brussels beleid en financiering kan helpen om de transitie naar duurzame (laad)-
infrastructuur binnen de MRA te bespoedigen en bijdragen aan elektriciteitsoplossingen.
• Op het gebied van laadinfrastructuur is de EU al actief, maar de ambities van de MRA
partners liggen hoger.
• Het probleem van netcongestie staat minder hoog op de agenda in Brussel, terwijl juist/
ook Europese oplossingen hiervoor kunnen helpen.

Wat voor type inzet?
• Positionering/ bekendheid van de MRA in Brussel, van onze gezamenlijke hoge
verduurzamingsambities waar we de EU voor nodig hebben. Delen van best practices. Bv.
mbt modal shift
• Beinvloeden: meer inzet door EU op duurzaam elektriciteitsnet met ook aandacht voor
netcongestie.
• Agenderen belemmeringen/issues waar we in onze regio tegenaan lopen. Hiervoor
voorbeelden aandragen.
• Daar waar mogelijk inzetten op EU-financiering voor emissievrije (elektrische)
infrastructuur (CEF AFIF, maar ook Horizon, LIFE, interreg etc.)
• Vanuit programma MRA-elektrisch inzetten op kennisdeling, projecten en input op wet-
en regelgeving die in Brussel wordt ontwikkeld.

Inzet elektrificatie bussen
De regio is goed op weg in de elektrificatie van bussen.
Maar daar lopen we tegen grenzen aan in de
beschikbaarheid van elektriciteit, en of (schaarse)
elektriciteit kan worden ingezet voor bussen. Tegelijk kan
het ook oplossingen bieden in netbalancering. Issues waar
we graag over doorspreken met de EU en regio’s.
Inzet elektrificatie scheepvaart
Internationale- en binnenscheepvaart zijn onderwerpen
waar de Europese Commissie actief in is. Vanuit de MRA is
onder meer de Haven van Amsterdam direct of via de
branche in gesprek in Brussel. Hoe realiseren we voldoende
walstroom? Is waterstof een optie, en kunnen we daarop
inhaken? Wat is nodig in de wetgeving?

Pagina 12

Versie: maart 2023

Stakeholders/ netwerken
• DG ENER
• DG MOVE

Relatie met ontwikkeling in Brussel
• AFIR
• Refuel Aviation
• Fuel Maritime
• EU vignette uitstoot CO2 personenauto’s
• Uitstoot CO2 zwaardere voertuigen
• EU Missie: 100 climate-neutral and smart cities by 2030

Agenda
• PM

Pagina 13

Versie: maart 2023

4. Pijler Fiets (trekker Vervoerregio Amsterdam)
Wat is het?
• Vanuit de Europese Commissie wordt de fiets gepromoot als oplossing om meer toe te
passen in andere stedelijke regio’s. De EU heeft de ambities op het gebied van
gezondheidswinst en kijkt daarbij naar ruimte in steden voor actieve mobiliteit. Daarnaast
past het bij de emissievrije ambities. De fiets is, helemaal met de introductie van de
elektrische fiets, een modaliteit die binnen de MRA integraal onderdeel uitmaakt van het
mobiliteitssysteem.

Urgentie
• Dit betreft positionering: Amsterdam was de eerste stad waaraan werd gedacht in het
kader van fiets en de ontwikkeling van fiets-systemen/ -ontwikkelingen. Inmiddels zijn
een aantal Europese steden ook ver in de (plannen voor) inpassing van de fiets als vast
onderdeel van de mobiliteitsmix. Als Metropool Amsterdam willen we duurzaam bekend
staan als de meest vooruitstrevende fiets-metropool, en samenwerken met
metropoolregio’s, overheden, NGO’s en kennispartners met vergelijkbare ambitie.
• De rol van de fiets binnen het mobiliteitssysteem van, naar en in de MRA moet verder
worden ontwikkeld; daarvoor is (internationale) kennis en financiering nodig.
• De positionering geeft toegang tot vroegtijdige invloed op het uit kunnen oefenen op
nieuw beleid.

Wat voor type inzet?
• Positionering binnen Brussel én bij andere metropolen/ stedelijke regio’s
• De scope vanuit de MRA is gericht op de inzet van de fiets als modaliteit voor forensen
van, naar en in de MRA in het gehele daily urban system dus.
• Inzet op calls waarbinnen de fiets een positie heeft, zoals LIFE-aanvraag Cycling Cities.

Stakeholders/ netwerken
• POLIS
• BYCS
• DG MOVE
• Eurocities
• European Cycling Federation
• EuroVelo
• RVO (CEF subsidies voor fietsmobiliteit)

Relatie met ontwikkeling in Brussel
• Urban Mobility Framework

Agenda
• PM
Handshake project
Amsterdam participeert in een civitas-project voor
innovatieve en digitale fietsopslagoplossingen in
stedelijke knooppunten voor efficiënte
passagiersoverdracht en last-mile verbindingen.
Rotterdam en Utrecht doen ook mee in dit project.
Aanvraag LIFE: cycling cities
De VRA en de board participeren in een
projectaanvraag voor co-financiering en
kennisdeling van activiteiten binnen de Green Deal
Fiets.

PDF bekijken of downloaden

Controleer opmaak, afbeeldingen, handtekeningen en pagina’s zonder tekstlaag altijd in het originele document.

Openbaar document

fiche waterstof maart 2023

Pagina 1

Waterstof Maart 2023Programmabureau NZKGIngrid Post

Pagina 2

ContextDE OPGAVE IS GROOT; HET MOMENT IS NUReductie van broeikasgassen behoort tot de absolute prioriteiten van onze tijd. Europa wil de CO2 -uitstoot in 2030 met 55 procent verminderen en uiterlijk in 2050 een CO2 -neutrale energievoorziening realiseren. Ook Nederland staat voor een belangrijke verduurzamingsopgave. Daarin speelt het Noordzeekanaalgebied (NZKG) een cruciale rol. Het NZKG is samen met Schiphol en Port of Amsterdam een hoogwaardig logistiek - en industriegebied met een toegevoegde waarde van circa 19 miljard euro en ongeveer 171.000 banen. De industrie in het NZKG heeft ook een substantiële CO2 -uitstoot van circa 18 megaton (inclusief energieproductie).WATERSTOF: SLEUTEL TOT EEN CO2-NEUTRALE TOEKOMSTDe transitie naar een CO2-neutrale samenleving vraagt verschillende maatregelen. Voor veel toepassingen is duurzame elektrificatie of warmte een goede en kosteneffectieve oplossing. In andere gevallen vormt waterstof een uitkomst. Denk aan grond- en brandstof voor de procesindustrie, brandstof voor de lucht- en zeevaart en warmte voor de gebouwde omgeving. Waterstof is de sleutel tot een CO2-neutrale toekomst. Het kan de basis vormen voor de verduurzaming van de industrie, van lucht- en scheepvaart en van steden, woningen en mobiliteit. Ook levert het kansen op voor werkgelegenheid, techniek en wetenschap.HET NOORDZEEKANAALGEBIED ALS WATERSTOFVERSNELLINGSKAMERHet huisvest de staalindustrie in de IJmond en de levensmiddelenindustrie in de Zaanstreek. Ook is het direct verbonden met Port of Amsterdam en Schiphol, respectievelijk de vierde zeehaven en de vierde luchthaven van Europa. Het gebied kan een versnellingskamer voor een duurzame toekomst zijn, gezien de aanwezige energie-intensieve industrie, het hoogwaardige energie- en brandstoffenknooppunt in de Amsterdamse haven en het internationale luchtvaartknooppunt bij Schiphol. De industrie, de haven, Schiphol en de steden hebben elkaar hard nodig om de transitie naar CO2-neutraliteit en circulariteit te verwezenlijken. Op termijn wordt ook de verbinding met Port of Den Helder belangrijker. Den Helder zal een belangrijke positie in gaan nemen in de aanvoer van waterstof naar het NZKG. Cruciaal is ook de aansluiting op de landelijke waterstofbackbone en daarmee op de aanlanding van wind op zee.
Betrokken MRA-bestuurders(vanuit NZKG bestuursplatform/-commissie energietransitie)•Edward Stigter•Jeroen Verwoort•Zita Pels•René Tuijn•Charlotte van der Meij•Brigitte van den Berg •Piet BurgeringNZKG ambtelijk•Ingrid Post (programmabureau)•Ellen van der Heijden (NH)•Wilmar van Grondelle (Amsterdam)•Rutger Oorsprong (PoA)•Koen Faber (MRA-directie)

Pagina 3

Kernboodschappen+In het NZKG komt de hele waterstofketen bij elkaar: Opwek (Wind op zee), Productie (Elektrolyse), Import (Doorvoerhaven brandstoffen), Opslag (Terminals), Transport (via het waterstofnetwerk (leiding) en schip) en Verbruik (waterstof als grondstof en als brandstof).+Verbruik binnen NZKG is onderscheidend (t.o.v. bijv Rotterdam of Groningen). Verbruik in waardeketensGroen staal (ca 2/3 van het totale verbruik), Groene lucht- en scheepvaart (brandstof), Groene industrie (chemie, voedingsmiddelen etc) en Groene zware mobiliteit.+Eindperspectief is groene– geproduceerd vanuit hernieuwbare (wind)energie-waterstof. +Aankoppeling van waterstof-assets Noord-Holland-Noord bij NZKG zorgt voor robuuster waterstof ecosysteem. Dit betreft koppeling Den Helder met Noordzee (wind op zee en leidingen), een grootschalige blauwe waterstof fabriek als overbrugging naar de groene waterstof economie en een aantal concrete waterstofprojecten.+Perspectief is 1/3 eigen productie (in verband met beschikbare ruimte en kostprijs (andere landen hebben lagere productiekosten)), 1/3 nationale afname via het waterstofnetwerk en 1/3 import. De haven wordt tevens –net als voor de fossiele brandstoffen- een doorvoerhaven van waterstof. +Bedrijfsleven is de actor, het is een publiek-private samenwerking waarin overheden een (sterk) stimulerende en faciliterende rol invullen richting de verduurzaming.

Pagina 4

Kernboodschappen+Voor transport moet waterstof chemisch worden verbonden. Dit kan met ammoniak of met Liquid Organic HydrogenCarriers (LOHC’s). Gezien ons profiel als stedelijke havenregio is het van belang dat de variant met LOHC’s gezien het lagere veiligheidsrisico één van waterstof-importketens wordt. Dit raakt aan productie, regelgeving en financieringsmogelijkheden. +Voor de snelheid van vergunningverlening is voldoende capaciteit en expertise bij de omgevingsdiensten cruciaal. Vanuit nationaal niveau én op Europees niveau heeft de snelheid de aandacht, onder meer met een Europese noodverordening met een maximale termijn van 18 maanden voor vergunningen i.h.k.v. duurzame energie. +Voor financiering geldt dat de grote verduurzamings-subsidies door het bedrijfsleven (moeten) worden binnengehaald. Met het Just Transition Fund (60 mln), een IPCEI-toekenning voor productie, Groenvermogen.nl en Kansen voor West zijn er directe financieringen beschikbaar. Nieuwe financieringskansen worden actief gescout en gedeeld met bedrijfsleven.+Accent op de ontwikkeling van het Talent- en innovatienetwerk op waterstof/ duurzame energie/ waardeketens.

Pagina 5

Activiteiten Den Haag – Europa - internationaal+Positionering hydrogen hub, met gebruik van kernboodschappen +In Den Haag: •Voor bekendheid bij Kamercommissie: samenloop in Sail Den Helder (30 juni) en uitnodiging werkbezoek najaar 2023•Bewindspersonen: bezoek minister Harbers 16/1, uitnodiging minister Adriaansens is uitgezet•Ambtelijk: relevante Rijksambtenaren zijn op werkbezoek geweest in 2022, follow-up in 2023+In Europa - Internationaal •Event in het kader van toekenning status ‘large scale hydrogen valley’ (Q2 2023)•Werkbezoek Europese Commissie aan NZKG: voorjaar 2023, initiatief PoA/ Alliander•Participatie in panel en in contacten op World Hydrogen Summit Rotterdam (9-11 mei)•Participatie in panel en in contacten op Hydrogen Europe Week (20-24 november)•Verkenning naar andere Europese waterstofregio’s voor mogelijke verbindingen in kennis, in de waterstofketen en in lobby

PDF bekijken of downloaden

Controleer opmaak, afbeeldingen, handtekeningen en pagina’s zonder tekstlaag altijd in het originele document.

Openbaar document

PA-agenda CE MRA CE BO 28102022

Pagina 1

dc

Aan het platform Economie worden de volgende punten voorgelegd:
1. Kennis te nemen van de uitwerking lobby inzet MRA Circulaire Economie, die op
basis van de op 3 februari 2022 bestuurlijk vastgelegde lobby prioriteiten is
opgesteld en de basis vormt voor de lobby agenda in de komende periode.
2. Er mee in te stemmen dat gedeputeerde Rosan Kocken de coördinatie op de lobby
inzet richting Europa op zich neemt en hiermee de rol voortzet die eerder vanuit de
provincie Noord-Holland werd ingevuld door voormalig gedeputeerde Pels (nu
wethouder in Amsterdam).

Inleiding: waarom een Public Affairs agenda Circulaire Economie Rijk en Europa?
De MRA wil een evenwichtige, duurzame, internationaal concurrerende metropoolregio
zijn die minder afhankelijk is van externe bronnen. Om dit doel te bereiken, zet de MRA
in op het realiseren van een circulaire economie die uiteindelijk moet leiden tot het
lokaal, regionaal, nationaal en internationaal sluiten van materiaalkringlopen. Dit
betekent een systeemverandering, waarbij producten en grondstoffen na gebruik
worden ingezet om nieuwe waarden te genereren. Dit heeft positieve effecten op de
milieu- en leefkwaliteit en levert economisch rendement en kansen op.

Binnen het ‘Programma Circulaire economie 2022 -2026’ zijn een aantal prioritaire
thema’s geïdentificeerd waarop het regionaal sluiten van kringlopen mogelijk is. Daarbij
gaat het o.a. om: textiel, plastic, bedrijfsafval en materiaalstromen uit de bouw en
vergroening van het belastingstelsel. Deze thema’s zijn geselecteerd omdat:
• Textiel, plastic en bouw veel impact hebben op het milieu (CO2-uitstoot, niet-
circulair grondstofgebruik, moeilijk afbreekbaar, etc.) en dus belangrijk zijn voor de
transitie naar een circulaire economie.
Aan Platform Economie
Kopie aan Martin Bekker
Van Lex Hendriksen, programmamanager circulaire economie, 06-46215266,
ahendriksen@haarlem.nl
Najat Azogagh, public affairs MRA, 06-10379186, n.azogagh@metropoolregioamsterdam.nl
Onderwerp Public affairs agenda Circulaire economie MRA
Datum 31 augustus 2022

Pagina 2

• De huidige, versplinterde inzameling van stedelijk afval inefficiënt is en verdere
verduurzaming in de weg staat. Gemeenten hebben een belangrijke rol bij de
inzameling van dit afval.
• Vergroening van de belasting (belasten van grondstoffen/vervuiling i.p.v. arbeid)
als stimulus om de transitie naar circulaire economie te versnellen.

Om te komen tot daadwerkelijke systeemverandering is naast regionale afstemming
ook samenwerking nodig op nationaal en Europees niveau. Dit richt zich op het mede
ontwikkelen van gewenst landelijke en Europese beleid- en wetgeving en het
positioneren van de MRA als een vooruitstrevende metropool om –zodoende- meer
innovatie, kennis en financiering naar de MRA te halen. We ontwikkelen als de MRA
vanuit de maatschappelijke opgave meer invloed en sturing op de voorkant van
productieprocessen.
Op 3 februari 2022 heeft het PHO Duurzaamheid besloten tot het als volgt opstellen van
‘Public Affairs agenda Circulaire Economie Rijk en Europa’:
1. De lobby inzet op Circulaire Economie wordt uitgewerkt in samenhang met de
bredere lobby inzet van Amsterdam, de provincie Noord-Holland en de MRA.
2. Voor de bestuurlijke lobby richting Europa aan te sluiten bij de inzet die de
gedeputeerde Circulaire Economie hierop vanuit de provincie Noord-Holland al
geeft en na de verkiezingen, als de nieuwe MRA-bestuurders bekend zijn, te bepalen
welke bestuurders daarnaast een lobby onderwerp als trekker op zich nemen, onder
meer richting ook het rijk.
3. De lobby inzet van het MRA-programma Circulaire Economie in ieder geval te
richten op bovengenoemde prioritaire thema’s.
4. Afstemming over de lobby te laten verlopen via het platform Economie

Voorliggende notitie geeft uitvoering aan dit besluit en heeft de functie om de lobby
agenda op circulaire economie verder te concretiseren. Daarmee geeft het een kader
voor de gezamenlijke inzet voor de komende jaren en biedt het tevens ruimte om de
ambities zo nodig bij te stellen. Via de jaarlijkse MRA-plannen wordt de lobbyinzet
geactualiseerd en aan het platform Economie ter vaststelling voorgelegd.

Inhoudelijke inzet onderdeel van een bredere pilot
De MRA-partners hebben in de samenwerkingsafspraken de ambitie uitgesproken om
de relatie met Den Haag en Brussel te verstevigen. Naast Circulaire Economie zijn
Duurzame mobiliteit en Energietransitie inhoudelijke pijlers waarop de relatie met
Brussel wordt versterkt. Deze inhoudelijke pijlers maken onderdeel uit van een voorstel

Pagina 3

voor een tweejarige pilot binnen de MRA-samenwerking. Met de inhoudelijke agenda als
basis wordt in de pilot gewerkt aan een gedeeld narratief, bestuurlijke representatie,
goede ambtelijk ondersteuning in Brussel en het verder vergroten van de
financieringskansen. Deze actielijnen worden uitgewerkt en geïmplementeerd in
onderlinge samenhang ter versterking van het Europees en
Internationaal werken op de schaal van de MRA. Het voorstel voor de pilot wordt in het
najaar aan het Dagelijks Bestuur voorgelegd.

MRA: brede positionering als circulaire topregio in combinatie met inzet op vijf
onderwerpen
De inzet van verschillende organisaties binnen de MRA op de 5 bovengenoemde
prioritaire thema’s in de afgelopen jaren, maken mede dat de regio internationaal wordt
gezien als koploper op circulaire economie. Tegelijk wordt aangegeven dat ook binnen
de MRA nog veel stappen zijn te zetten richting circulariteit.
De lobbyinzet is per dossier nader uitgewerkt in specifiek lobbyfiche met strategie,
activiteiten, netwerken, et cetera. Elk lobbyfiche kent een ambtelijk trekker vanuit de
inhoud, en vanuit de public affairs-functie bij de MRA-directie vindt ondersteuning
plaats. In geval van bestuurlijke inzet op een event, in een gesprek of een artikel zijn
bestuurders vanuit de eigen portefeuille betrokken bij de inhoudelijke MRA-dossiers en
worden zij per gelegenheid benaderd. Onderstaand is een verkorte toelichting per
lobbyfiche opgenomen.

Pagina 4

Textiel
Ambtelijk trekker: MRA-directie en Noord-Holland

Opgave
De textielsector vertegenwoordigt een significant economisch belang in de Metropool
Amsterdam (MRA) met een omzet van ruim 0,5% van het bruto binnenlands product
(Nederland, 2019) en een sterke stijging van banen in recente jaren. Er werken ruim
10.000 werknemers bij de ruim 2.200 ondernemingen. In Nederland is de MRA met een
kwart van de totale sector ook duidelijk de grootste textielsector van het land.

Maar, de textielsector heeft een enorme sociaalecologische voetafdruk met veel
negatieve effecten elders ter wereld en ook hier: Op dit moment eindigt twee-derde van
ons afgedankte textiel in het restafval en wordt direct in de regio verbrand. Slechts 7%
wordt circulair toegepast. Dit model is naar de toekomst toe niet houdbaar. De MRA
ondersteunt met de inzet op circulair textiel ondernemers bij de transitie naar een
circulaire textieleconomie.

In de recente jaren heeft de MRA een goede netwerkpositie opgebouwd. Zo is de MRA-
trekker van de Amsterdam-hub binnen de Dutch Circular Textile Valley, lid van de
textielwerkgroep van de NVRD, van de textielwerkgroep van de VNG, stuurgroep lid van
de Denim Deal, actief binnen Europees netwerk ACR+ en is binnen de regio een hechte
samenwerking met de Amsterdam Economic Board en gemeente Amsterdam gesmeed.

Tenslotte wordt op zowel nationaal als Europees niveau gewerkt aan verschillende,
nieuwe wet- en regelgeving en beleid op circulair textiel. Denk hierbij aan de EU Strategy
for Sustainable Textiles en de uitwerkingen daarvan en de
producentenverantwoordelijkheid op nationaal niveau. Op regionaal niveau hebben
meer dan 80 ondernemers Green Deals afgesloten, welke resulteren in de ‘Visie en
Roadmap Circulair Textiel’ van Economic Board, gemeente Amsterdam en MRA.

Doelen
1. Richten en sturen van nieuwe wet- en regelgeving om circulaire ondernemers in de
MRA te helpen bij de transitie naar een circulaire textieleconomie. Waaronder
vergroening van het belastingstelsel, doelstellingen voor verplichte toepassing van
textielrecyclaat in nieuwe producten en verbod op export van specifieke
textielstromen buiten de Europese Unie.

Pagina 5

2. Bieden van een positief ondernemings- en vestigingsklimaat voor circulaire
ondernemers. Waaronder het richten van stimulerings- en investeringsfondsen op
circulair textiel, bieden van ondersteuning bij het vinden van geschikte
bedrijfsruimte en opheffen van belemmerende wet- en regelgeving.
3. Verminderen van de hoeveelheid verbrand restafval en compleet voorkomen van
het storten van textielafval. Denk hierbij aan levensduurverlenging, stortverbod
buiten de Europese Unie, verhogen van hoeveelheid apart ingezameld textiel.

Acties
1. Uitwerking van Visie en Roadmap Circulair Textiel naar een uitvoeringsplan
waarin circulaire esthetiek en schaalsprong recycling financieel haalbaar
worden.
2. Beïnvloeden van belemmerende Rijks- en Europees wet- en regelgevingen,
zoals het nieuwe beleidsprogramma circulair textiel, en uitwerkingen van de
bestaande plannen op Europees niveau.
3. Positioneren van de MRA door aan te sluiten op Europese projecten via o.a.
ACR+, Eurocities, Rehubs (Euratex) en ICLEI.
4. Kennis uitwisselen: opbouwen en uitwerken van netwerk met andere regio’s,
onder meer door het faciliteren van werkbezoeken aan de regio en uitnodigen
van volksvertegenwoordigers voor werkbezoek.
5. Benutten Nederlandse vertegenwoordiging in Brussel/I&W voor subsidies,
projecten, et cetera. En bovenal bekendheid blijven genereren voor de MRA als
belangrijke hub voor textiel.

Pagina 6

Gebouwde omgeving
Ambtelijk trekker: gemeente Amsterdam

Opgave
De MRA kent een forse opgave in woningbouw – 250.000 nieuwe woningen de komende
jaren- en renovatie. In de MRA zijn verschillende initiatieven om binnen deze opgaven
meer circulaire methoden en materialen in te passen. Europese en landelijke wetgeving,
kennisuitwisseling en (co-)financiering voor innovatieve oplossingen zijn noodzakelijk
om de transitie naar circulaire bouw en renovatie vorm te geven.

Doelen
Vanuit de MRA is sprake van uitlopende eigenstandige inzet op onderstaande
doelstellingen:
• Green deal houtbouw: vanaf 2025 wordt minimaal 20% van de woningen van
hout en/of biobased materialen gebouwd.
• Convenant duurzame bouw, met inzet op klimaat adaptief en energieneutraal
• Lokaal een Milieu Prestatienorm voor Gebouwen (MPG) instellen
• Cirkelstad: Het Nieuwe Normaal (HNN), een standaard voor circulariteit

Acties
In de gezamenlijke inzet willen we vanuit de MRA bevorderen dat:
• In nationale en Europese wetgeving circulaire materialen zo worden
gecertificeerd dat ze ook kunnen worden toegepast.
• De CO2-opslag van biobased materialen passend worden gewaardeerd.
• Ambities van het Rijk en Europa over circulair uitvragen (inkopen) worden
doorgezet en vertraging wordt voorkomen.
• Kennis, netwerken en financiering om circulaire oplossingen toe te passen
binnen de MRA wordt aangetrokken.

Pagina 7

Vergroening belasting: verschuiving belasting op arbeid naar belasting op
grondstoffen
Ambtelijk trekker: provincie Noord-Holland

Opgave
Het huidige belastingstelsel faciliteert een lineaire economie en werkt de circulaire
economie tegen. Het gebruik van ‘virgin’ grondstoffen is namelijk relatief goedkoop en
hergebruik, reparatie en recycling zijn relatief duur. Dat moet omgedraaid worden. De
belastingverschuiving draagt bij aan een meer gelijk speelveld tussen circulaire en
lineaire bedrijven, waardoor circulaire businessmodellen vaker haalbaar zullen zijn.

Doelen
Rondom belastingen is sprake van een groot en complex speelveld. De inzet is om niet te
gaan lobbyen voor één of meerdere maatregelen, maar voor draagvlak voor het
bovenliggende verhaal zoals hierboven uitgelegd.
We richten ons op twee lobbydoelen:
1. Zoveel mogelijk mensen en organisaties kennis laten maken met de
belastingverschuiving door het verhaal te vertellen en in discussie te gaan.
2. Coalities bouwen van overheden en bedrijven die de belastingverschuiving
steunen.

Acties
We zoeken bewust de aansluiting bij The Ex’tax Project. Dat doen we omdat Ex’tax
gestoeld is op jarenlang onderzoek en steun heeft vanuit vier grote belastingautoriteiten
in Nederland (EY, KPMG, Deloitte en PWC) en Cambridge Econometrics. Ook doen we
dit omdat Ex’tax zich de komende jaren gaat richten op de EU, waar volgens ons de
sleutel ligt voor vergroening van het belastingstelsel. Een gezamenlijke lobby richting de
EU onder dezelfde vlag is het meest effectief.
De inzet hierop draagt bij aan de positionering van de MRA als circulaire koploper.

Pagina 8

Plastic
Ambtelijk trekker: MRA Directie

Opgave
Plastics kennen veel nuttige toepassingen, maar het vergaat niet. Eenmaal
geproduceerd, blijft het bestaan en veroorzaakt het door de manier waarop we ermee
om gaan een van de grootste milieuproblemen van deze tijd. Wereldwijd is de recycling
nog marginaal en is de beste optie voor verwerking het thermisch verwerken. Het
overige deel van het plastic komt in de natuur terecht: via stort in het buitenland of via
zwerfvuil en microplastics.

De MRA wil een bijdrage leveren om dit milieuprobleem te verminderen en ideaal
gesproken op te lossen. En er gebeurt wat dat betreft veel: uitvoering van
producentenverantwoordelijkheid voor verpakkingsafvalplastic door gemeenten en
(vanaf 2023) bedrijven door verbetering van het gescheiden inzamelen van deze
afvalstroom, verminderen van specifieke bronnen van zwerfafval door o.a. de ‘Plastic
Soup Surfer’ en ‘Zwerfinator’ en diverse andere organisaties en verschillende afspraken
om de hoeveelheid nieuw plastic te verminderen door toepassing van gerecycled
materiaal.

Zowel op nationaal als Europees niveau krijgt plastic aandacht in diverse beleidsstukken,
zoals de European ‘Strategy for Circular Plastics’, de ‘Single-Use Plastic richtlijn’ en
‘Plastic Pact Nederland. Dit betekent ook dat nieuwe beleidsregels en wet- en
regelgeving op de MRA afkomt.

Doelen
De MRA-overheden zetten in op:
1. Verminderen en voorkomen van microplastics in de natuur.
Waarom: microplastics zijn een duidelijke bedreiging voor de menselijke en natuurlijke
gezondheid en komen in toenemende mate voor in mens, dier en natuur. Bronnen van
microplastics zijn divers: van zwerfafval tot slijtage van banden tot het wassen van
polyester kleding.
Hoe: Door agendasetting enerzijds en het inzetten op het voorkomen van specifiek
zwerfafval anderzijds.

Pagina 9

2. Virgin plastics extra belasten
Waarom: een heffing zorgt ervoor dat recyclaat aantrekkelijker wordt waardoor er
minder nieuw plastic in omloop komt. Bovendien is het een incentive om hoogwaardig
plastic te produceren dat beter recyclebaar is.
Hoe: belasting op virgin plastic/grondstoffen. Sluit aan bij lobby “vergroening van
belasting”. Dit bereiken door noodzaak benadrukken, draagvlak vergroten, massa
organiseren, in gesprek te gaan met de industrie en lobby van het Rijk hierop te
ondersteunen.

3. Verbod op verbranden verpakkingsafvalplastic
Waarom: zonder een stevige stok achter de deur verandert er weinig tot niets in de
wijze waarop wij omgaan met verpakkingsafvalplastic.
Hoe: door middel van nationale of Europese wet- en regelgeving. In gesprek met
bedrijven en verpakkingsfonds om belemmeringen en mogelijkheden tot
verbetering te bespreken.

Acties
Plastic kent een groot speelveld en vraagt om een bovenregionale aanpak. We sluiten
daarom aan bij coalities/netwerken met dezelfde uitdagingen en doelstellingen gericht
op:
• Strategische samenwerking en beleidsbeïnvloeding: Binnen IPO, VNG, Huis van
de Nederlandse provincies en NVRD-netwerkmogelijkheden bespreken tot
gezamenlijke lobby, bijeenkomsten, werkbezoeken en overleggen met o.a. leden
van het Europese parlement (MEP-s) en de Europese Commissie t.b.v. gewenst rijks-
en EU-beleid en regelgeving.
• Positionering en kennisdeling: via o.a. North Sea Commission en ACR+ deelnemen
aan Europese projecten.
• (Europese) subsidies: kansen voor deelname aan (EU)- projecten onder de aandacht
brengen en benutten. Momenteel loopt de voorbereiding voor een project over
“Waste Free Rivers” in het Interreg NSR-programma.

Voor het uitvoeren van de lobby inzet op plastics is het van belang dat vanuit de
afzonderlijke MRA overheden de benodigde ondersteunende inzet kan worden
verkregen. Deze is bepalend voor het kunnen realiseren van voornoemde acties.

Pagina 10

Stedelijk afval
Trekker: Amsterdam en MRA

Opgave
De inzameling van afval afkomstig van huishoudens en het overige afval valt onder
verschillende wettelijke definities. Het afval van Kantoren, Winkels en Dienstverlening
(KWD) lijkt tegelijkertijd sterk op huishoudelijk afval qua soort en samenstelling.
Het onderscheid leidt in de praktijk tot verschillende knelpunten bij de inzameling en bij
de verwerking. Het gebruik van het reinigingsrecht en dus de kansen voor het
combineren van afvalstromen blijven onbenut.

Binnen de MRA wordt beperkt samengewerkt op het thema bedrijfsafval, wel
ondernemen de verschillende organisaties acties/projecten: White collecting (Haarlem),
beleidsplan bedrijfsafval (Amsterdam), zit bedrijfsafval in de strategie OD NZKG,
zamelen Spaarnelanden, Meerlanden en Amsterdam bedrijfsafval in en kijken veel
gemeenten naar de mogelijkheden om hun eigen bedrijfsafval anders/optimaal in te
zamelen en/of kijken hoe zij afvalscheiding op scholen beter kunnen maken (door dit
afval in het kader van algemeen belang als huishoudelijk afval aan te merken).

Doelen
De MRA zet zich in om het onderscheid tussen huishoudelijk- en bedrijfsafval te
beperken met de volgende doelstellingen:
1. Vermindering logistieke druk en reductie CO2 op (drukke) stedelijke centra
2. Optimalisatie van afvallogistiek

Acties
1. Aanpassen/optimaliseren op basis van bestaande wet-regelgeving
a. Onderzoek openstellen inzamelstructuur huishoudelijk afval voor bedrijfsafval
b. Aanpassen van beperking mogelijkheden voor inzameling bedrijfsafval

2. Wijzigen wet-en-regelgeving
a. Toepassen definitie stedelijk afval in Nederland
b. Vergroten mogelijkheden voor gemeenten om bedrijfsafval als huishoudelijk
afval in te laten zamelen

PDF bekijken of downloaden

Controleer opmaak, afbeeldingen, handtekeningen en pagina’s zonder tekstlaag altijd in het originele document.