← Terug naar alle raadsvragen
Leesversie 50 van 492
RIB Plan van Aanpak voor Beeldkwaliteitsplan openbare ruimte toeristisch centrum Volendam
Lees de openbare vraag, het antwoord en de bijlagen als webtekst.
Deze raadsvraag over RIB Plan van Aanpak voor Beeldkwaliteitsplan openbare ruimte toeristisch centrum Volendam is gesteld door BVNL op 23-06-2026. Het openbare antwoord is gedateerd 16-07-2026. Het dossier bevat 1 document.
Leesversie. De tekst hieronder is automatisch uit de openbare PDF-bestanden gehaald. De originele PDF onder ieder document blijft de officiële bron. Bijlagen zijn niet automatisch als vraag of antwoord ingedeeld.
Lees waar de informatie vandaan komt en hoe de leesversie is gemaakt
Direct openen
Documenten en bijlagen
Open hier de officiële vraag en beantwoording of één van de bijbehorende stukken als PDF.
Openbaar document
BVNL RIB Plan van Aanpak voor Beeldkwaliteitsplan openbare ruimte toeristisch centrum Volendam
Pagina 1
16 juli 2026 09:21
Detailrapport Vraag en antwoord los v/h Raadsplein (ID 1043)
Veld Waarde
Datum vraag 23-06-2026
Onderwerp RIB Plan van Aanpak voor Beeldkwaliteitsplan openbare ruimte
toeristisch centrum Volendam
Fractie(s) BVNL
Vraag en antwoord Vraag 1.
Hoeveel daadwerkelijke beleidsruimte hebben bewoners en
ondernemers nog wanneer de belangrijkste uitgangspunten al als
harde randvoorwaarde zijn vastgelegd?
Antwoord 1:
De harde randvoorwaarden betreffen uitsluitend de door de
gemeenteraad vastgestelde Omgevingsvisie, de nota van
uitgangspunten Waterfront, het HIOR, het kermisterrein en de
monumentale status van individuele panden, van het gebied en de
dijk. Deze kaders vormen het vertrekpunt van het
beeldkwaliteitsplan en staan daarom niet ter discussie.
Bewoners en ondernemers worden betrokken bij de uitwerking van
de de criteria voor onder meer reclame-uitingen, het aantal, de
afmeting en inrichting van de terrassen, uitstallingen, losse objecten
en de wijze waarop de gewenste en gedragen beeldkwaliteit kan
worden bereikt.
De gemeente geeft vooraf duidelijk aan waar ruimte is voor invloed
en welke uitgangspunten al zijn vastgesteld.
Vraag 2.
Kan het college voorbeelden geven van wat zij op dit moment als
"excessen" beschouwen?
Antwoord 2:
Bij een exces moet sprake zijn van een buitensporigheid die ook
voor niet-deskundigen evident is en die afbreuk doet aan de
ruimtelijke kwaliteit van een gebied.
Vraag 3.
Is onderzocht welke economische gevolgen strengere eisen aan
terrassen, reclame-uitingen en uitstallingen kunnen hebben voor
ondernemers?
Antwoord 3:
De inhoud van de criteria moet nog worden uitgewerkt.
Het doel van het participatieproces is om samen met bewoners en
ondernemers te komen tot gedragen en handhaafbare criteria.
Daarom is er op dit moment geen afzonderlijk onderzoek gedaan
naar economische gevolgen van eventuele nieuwe criteria. Tijdens
de participatie wordt nadrukkelijk aandacht besteed aan de
economische haalbaarheid en het creëren van draagvlak.
Detailrapport Vraag en antwoord los v/h Raadsplein (ID 1043)
Veld Waarde
Datum vraag 23-06-2026
Onderwerp RIB Plan van Aanpak voor Beeldkwaliteitsplan openbare ruimte
toeristisch centrum Volendam
Fractie(s) BVNL
Vraag en antwoord Vraag 1.
Hoeveel daadwerkelijke beleidsruimte hebben bewoners en
ondernemers nog wanneer de belangrijkste uitgangspunten al als
harde randvoorwaarde zijn vastgelegd?
Antwoord 1:
De harde randvoorwaarden betreffen uitsluitend de door de
gemeenteraad vastgestelde Omgevingsvisie, de nota van
uitgangspunten Waterfront, het HIOR, het kermisterrein en de
monumentale status van individuele panden, van het gebied en de
dijk. Deze kaders vormen het vertrekpunt van het
beeldkwaliteitsplan en staan daarom niet ter discussie.
Bewoners en ondernemers worden betrokken bij de uitwerking van
de de criteria voor onder meer reclame-uitingen, het aantal, de
afmeting en inrichting van de terrassen, uitstallingen, losse objecten
en de wijze waarop de gewenste en gedragen beeldkwaliteit kan
worden bereikt.
De gemeente geeft vooraf duidelijk aan waar ruimte is voor invloed
en welke uitgangspunten al zijn vastgesteld.
Vraag 2.
Kan het college voorbeelden geven van wat zij op dit moment als
"excessen" beschouwen?
Antwoord 2:
Bij een exces moet sprake zijn van een buitensporigheid die ook
voor niet-deskundigen evident is en die afbreuk doet aan de
ruimtelijke kwaliteit van een gebied.
Vraag 3.
Is onderzocht welke economische gevolgen strengere eisen aan
terrassen, reclame-uitingen en uitstallingen kunnen hebben voor
ondernemers?
Antwoord 3:
De inhoud van de criteria moet nog worden uitgewerkt.
Het doel van het participatieproces is om samen met bewoners en
ondernemers te komen tot gedragen en handhaafbare criteria.
Daarom is er op dit moment geen afzonderlijk onderzoek gedaan
naar economische gevolgen van eventuele nieuwe criteria. Tijdens
de participatie wordt nadrukkelijk aandacht besteed aan de
economische haalbaarheid en het creëren van draagvlak.
Pagina 2
16 juli 2026 09:21
Pagina 2
Vraag 4.
Hoeveel ambtelijke uren worden naast de € 60.000 externe kosten
ingezet?
Antwoord 4: Ambtelijke uren zijn ingeschat op 130uur tot en met
de vaststelling van het beeldkwaliteitsplan.
Uren worden besteed aan planning, voorbereiding, communicatie,
overlegmomenten in werkgroepen en stuurgroep, aanwezigheid bij
participatieavonden en themaraad en voorbereiding
besluitvorming.
Vraag 5.
Wie bepaalt uiteindelijk wanneer sprake is van "verrommeling" en
hoe wordt voorkomen dat dit een subjectieve beoordeling wordt?
Antwoord 5:
Het doel van het beeldkwaliteitsplan is juist om een subjectieve
beoordeling zoveel mogelijk te voorkomen. Daarom wordt in het
plan objectief vastgesteld wanneer sprake is van verrommeling. Dit
gebeurt door het formuleren van concrete, meetbare en
handhaafbare regels. Daardoor is voor iedereen duidelijk wanneer
wel of niet aan de regels wordt voldaan.
Het plan bevat een daarnaast handhavingsinstrumentarium met
verschillende handhavingsscenario's. Daarmee wordt vooraf
vastgesteld hoe de gemeente in verschillende situaties handelt. Dit
draagt bij aan een voorspelbare en gelijke toepassing van de regels
en voorkomt willekeur in de handhaving.
Pagina 2
Vraag 4.
Hoeveel ambtelijke uren worden naast de € 60.000 externe kosten
ingezet?
Antwoord 4: Ambtelijke uren zijn ingeschat op 130uur tot en met
de vaststelling van het beeldkwaliteitsplan.
Uren worden besteed aan planning, voorbereiding, communicatie,
overlegmomenten in werkgroepen en stuurgroep, aanwezigheid bij
participatieavonden en themaraad en voorbereiding
besluitvorming.
Vraag 5.
Wie bepaalt uiteindelijk wanneer sprake is van "verrommeling" en
hoe wordt voorkomen dat dit een subjectieve beoordeling wordt?
Antwoord 5:
Het doel van het beeldkwaliteitsplan is juist om een subjectieve
beoordeling zoveel mogelijk te voorkomen. Daarom wordt in het
plan objectief vastgesteld wanneer sprake is van verrommeling. Dit
gebeurt door het formuleren van concrete, meetbare en
handhaafbare regels. Daardoor is voor iedereen duidelijk wanneer
wel of niet aan de regels wordt voldaan.
Het plan bevat een daarnaast handhavingsinstrumentarium met
verschillende handhavingsscenario's. Daarmee wordt vooraf
vastgesteld hoe de gemeente in verschillende situaties handelt. Dit
draagt bij aan een voorspelbare en gelijke toepassing van de regels
en voorkomt willekeur in de handhaving.