← Terug naar alle raadsvragen

Bedrijven strategie en programma MRA mbt de Purmer

Lees de openbare vraag, het antwoord en de bijlagen als webtekst.

Deze raadsvraag over Bedrijven strategie en programma MRA mbt de Purmer is gesteld door LEV op 18-11-2024. Het openbare antwoord is gedateerd 05-12-2024. Het dossier bevat 2 documenten.

Leesversie. De tekst hieronder is automatisch uit de openbare PDF-bestanden gehaald. De originele PDF onder ieder document blijft de officiële bron. Bijlagen zijn niet automatisch als vraag of antwoord ingedeeld.

Direct openen

Documenten en bijlagen

Open hier de officiële vraag en beantwoording of één van de bijbehorende stukken als PDF.

  1. LEV Bedrijven strategie en programma MRA mbt de Purmer
  2. Bedrijventerreinenstrategie-MRA

Openbaar document

LEV Bedrijven strategie en programma MRA mbt de Purmer

Pagina 1

5 december 2024 09:37
Detailrapport 08 Vragen los v/h Raadsplein (ID 782)
Veld Waarde
Datum vraag 18-11-2024
Onderwerp Bedrijven strategie en programma MRA mbt de Purmer
Fractie(s) LEV
Vraag Op 2 april 2024 is in een publicatie Toekomstig bestendig
bedrijventerreinen MRA (Metropool Regio Amsterdam) op
pagina 46 de plannen mbt Edam-Volendam beschreven.
Hierin staat vermeld dat: het nieuwe bedrijventerrein
noord/westelijk deel van de regio Purmer 50HA van groot
belang is van de regio om in de verplaatsing, uitbreiding en
verduurzaming te kunnen voorzien.
Deze ruimte wordt voor een deel ingevuld door de
noodzakelijke verplaatsing door de transformatie van het
bedrijventerrein Slobbeland in Edam-Volendam.

Vraag 1:
Klopt het wat hierin staat want in de raad werd aangedragen
dat niet het Slobbeland maar het bedrijventerrein Julianaweg
als transformatie is opgevoerd?

Vraag 2:
Is dit eerder onderwerp van gesprek geweest in bespreking
met MRA & B&W?
Antwoord Antwoord 1:
Het bedrijventerrein in de Purmer is primair bedoeld om
bedrijven op te vangen die afkomstig zijn van de te
transformeren terreinen binnen de gemeente Edam-
Volendam. Dit omvat zowel het bedrijventerrein Julianaweg,
Slobbeland, als andere terreinen binnen de gemeente. De
nadruk op een specifiek terrein, zoals Julianaweg of
Slobbeland, kan variëren afhankelijk van de context, maar
beide terreinen maken deel uit van de mogelijke
herstructureringsplannen. In de publicatie had dus moeten
staat: “o.a. Julianaweg, Slobbeland, als andere terreinen
binnen de gemeente”.

Antwoord 2:
De accounthouder economische
zaken/bedrijfscontactfunctionaris was niet betrokken bij de

Pagina 2

5 december 2024 09:37
Pagina 2

initiële ontwikkeling van de MRA-bedrijventerreinenstrategie.
De accounthouder werd pas op een later moment betrokken,
namelijk nadat de publicatie Toekomstig bestendig
bedrijventerreinen werd gepresenteerd aan (raads)leden en
andere betrokkenen in Zaandam. Tijdens die gelegenheid
heeft de accounthouder expliciet aangegeven dat het
bedrijventerrein in de Purmer voornamelijk bedoeld is voor
bedrijven uit Edam-Volendam, aangevuld met een gedeelte uit
de regio. Op 22 april 2024 is de MRA-
bedrijventerreinenstrategie ter kennisname aangeboden aan
het college. Bij die gelegenheid werd bevestigd dat de Purmer
in ontwikkeling is. Aan de MRA is destijds meegedeeld dat de
gemeente Edam-Volendam voornemens is om, waar mogelijk
en passend, onderdelen van de bedrijvenstrategie van de MRA
te integreren in het eigen lokale beleid. Deze afstemming
benadrukt het belang van maatwerk bij de implementatie van
regionale afspraken in het lokale beleid van de gemeente.
Bijlage(s) Bedrijventerreinenstrategie-MRA

PDF bekijken of downloaden

Controleer opmaak, afbeeldingen, handtekeningen en pagina’s zonder tekstlaag altijd in het originele document.

Openbaar document

Bedrijventerreinenstrategie-MRA

Pagina 1

Bedrijventerreinenstrategie
en programma Plabeka 4.0 a
Toekomstbestendige
bedrijventerreinen
MRA

Pagina 2

Toekomstbestendige bedrijventerreinen MRA
2
Voorwoord
Bedrijventerreinen zijn het thuis voor het mkb.
Op de bedrijventerreinen vinden inwoners banen
en is er ruimte voor opleidingen en innovatie.
De terreinen zijn daarnaast ook hotspots voor de
energietransitie, de circulaire economie en kansrijke
locaties voor vergroening. Kortom de bedrijven-
terreinen kunnen de komende decennia sub-
stantieel bijdragen aan onze duurzaamheids-
transities, zoals energietransitie, circulaire economie,
klimaatadaptatie, biodiversiteit landschapskwaliteit
en ruimtegebruik. Met het oog hierop ligt de
Bedrijventerreinenstrategie MRA voor u, ook wel de
Uitvoeringsstrategie Plabeka 4.0a.
Waar tot een jaar of vijf geleden sprake was van
een overschot aan bedrijventerreinen in de MRA,
zijn er nu tekorten in alle deelregio’s en de meeste
gemeenten van de MRA. Dit brengt de balans
tussen de beoogde groei in inwoners en beroeps-
bevolking in gevaar, waardoor samenwerking van
gemeenten en provincies nodig is om de beste
oplossingen te vinden voor deze nieuwe situatie.
De Bedrijventerreinenstrategie MRA bestaat uit zes
elkaar versterkende lijnen: bescherming en toe-
komstbestendig maken van de voorraad, intensive-
ring van het ruimtegebruik, betere benutting van
het stedelijk gebied, selectieve uitgifte van het
huidige aanbod en nieuwe plannen toevoegen.
Om deze aanpak te laten slagen is het belangrijk
dat de colleges de Bedrijventerreinenstrategie
MRA in de eerste plaats onderschrijven. Daarnaast
is het uiteraard nodig dat gemeenten en provincies
bereid zijn zelf bij te dragen vanuit bijvoorbeeld hun
eigen economische beleid, hun kaderstellende rol
en hun RO-bevoegdheid. De bedrijventerreinen-
strategie MRA krijgt een plek in de Omgevingsver-
ordening Noord-Holland, Nieuw Economisch Beleid
Flevoland, ruimtelijk voorstellen van de provincies
aan het Rijk, NOVEX MRA en MRA Agenda 2024-
2028. Samenwerken is en blijft onverkort van
belang, onder meer om voldoende ruimte voor
economie te behouden en een gezonde werkfunctie
in de MRA te waarborgen.
Esther Rommel,
bestuurlijk trekker Plabeka in MRA en gedeputeerde
economie provincie Noord-Holland
Dennis Grimbergen,
Bestuurlijk trekker Plabeka in MRA en portefeuille-
houder Economische Zaken gemeente Lelystad

Pagina 3

Toekomstbestendige bedrijventerreinen MRA
3
Inhoudsopgave
3
Bedrijventerreinenstrategie Metropoolregio Amsterdam 5
Afspraken 6
1. Context 9
1.1. NOVEX MRA 9
1.2. Rijk en provincies 10
1.3. Doel Bedrijventerreinenstrategie MRA 13
1.4. Positionering Bedrijventerreinenstrategie MRA 14
1.5. Interactief proces 14
2. Opgave 15
2.1. Toekomstbestendig voor inwoners en ondernemers 15
2.2. Groeiende MRA staat voor uitdagingen 16
2.3. Belang van bedrijventerreinen is groot 17
2.4. Ruimte voor bedrijventerreinen in de knel 19
3. Strategie 22
3.1. Méér economie binnen beperkte ruimte 22
3.2. Strategie van versterkende programmalijnen 23
3.3. Sturing vanuit samenwerkingsprogramma 27
3.4. Randvoorwaarden 28
4. Programma 29
4.1. Uitgangspunt: samenwerken 29
4.2. Bescherming bestaande voorraad 30
4.3. Toekomstbestendige bedrijventerreinen 31
4.4. Intensivering ruimtegebruik 33
4.5. Betere benutting stedelijk gebied 34
4.6. Selectieve uitgifte huidig aanbod 35
4.7. Toevoegen nieuwe plannen 36

Pagina 4

Toekomstbestendige bedrijventerreinen MRA
4
5. Deelregio’s 43
5.1. Almere-Lelystad 43
5.2. Amstelland-Meerlanden 44
5.3. Amsterdam 44
5.4. Gooi- en Vechtstreek 44
5.5. IJmond 45
5.6. Zaanstreek-Waterland 46
5.7. Zuid-Kennemerland 46
Bijlage 1: Vraagaanbod confrontatie 48
Bijlage 2: Bedrijventerreinen per deelregio 50
Colofon 64

Pagina 5

Toekomstbestendige bedrijventerreinen MRA
5
6 Programmalijnen met naast afspraken ook acties:
1. Bescherming bestaande voorraad
• Voorraadplannen opstellen
• Transformatieplannen bezien
• Transformatiekader opstellen
2. Toekomstbestendig maken
• Verduurzamingsplannen opstellen
• Bedrijventerreinen organiseren
• Onderzoek ruimtebehoefte circulaire economie
• Vestigingsvoorwaarden onderzoeken
3. Intensivering ruimtegebruik
• Kansen en instrumenten in beeld brengen
• Pilots intensivering ontwikkelen
• Verdichten waar het kan
4. Betere benutting stedelijk gebied
• Kansen en instrumenten in beeld brengen,
kennisdeling organiseren
• Pilot financieel arrangement uitvoeren
5. Selectieve uitgifte huidig aanbod • Ontwikkelen uitgifteprotocol
• Kwalitatief inzicht in aanbod bieden
6. Toevoegen nieuwe plannen
• Nieuwe zoeklocaties verkennen
• Deelregionale strategieën doorontwikkelen
• Transformatie oud glas onderzoeken
Bedrijventerreinenstrategie
Metropoolregio Amsterdam
Waarom bedrijventerreinenstrategie MRA?
• MRA metropool van grote klasse en menselijke
maat (NOVEX)
• Ontwikkeling complete samenlevingen vraagt
om bedrijventerreinen
• Maatschappelijke belang van bedrijventerreinen
voor MRA is groot
• Ruimtetekort door weinig aanbod, weinig
plannen, veel transformatie
Belang van bedrijventerreinen
1. Leveren kwart van de werkgelegenheid MRA
2. Banen voor inwoners eigen gemeente en regio
3. Praktijkplekken voor onderwijs en innovatie
4. Hotspots energietransitie en circulaire economie
5. Kansrijke plekken vergroening en biodiversiteit
6. Plekken voor stadsverzorgende bedrijven
7. Ruimte voor bedrijven die niet ‘mengbaar’ zijn
Bedrijventerreinenstrategie + Programma Toekomstbestendige Bedrijventerreinen
Ambitie van de strategie • Voldoende toekomstbestendige bedrijventerreinen
voor inwoners van de MRA tot 2040
Grote gemeentegrens overschrijdende opgave • Samenwerken om kwaliteiten en ervaringen te
benutten
Samenvatting:

Pagina 6

Toekomstbestendige bedrijventerreinen MRA
6
De gemeenten en provincies in de MRA
onderschrijven dat:
• de tekorten aan bedrijventerreinen voor alle
deelregio’s en gemeenten van de MRA de
balans tussen de beoogde groei in inwoners en
beroepsbevolking in gevaar brengt, omdat
hiermee o.a. banen voor praktisch geschoolden
op korte woonwerkafstand, ruimte voor lokale
ondernemers en de ontwikkeling naar de
circulaire economie in de verdrukking komt;
• samenwerking van gemeenten en provincies in
de MRA nodig is om de beste oplossingen te
vinden voor de nieuwe situatie die ontstaat
door een tekort en die vraagt om een nieuw
perspectief op bedrijventerreinen, in het belang
van de huidige en nieuwe inwoners, onder-
nemers en maatschappelijke uitdagingen op het
gebied van o.a. energie, klimaat en brede
welvaart;
• een regionale aanpak nodig is via voorliggende
Bedrijventerreinenstrategie MRA, omdat de
opgave van voldoende bedrijventerreinen van
de juiste kwaliteit zo groot en gemeentegrens
overschrijdend is; en dat ook afstemming met
de regio’s in Noord-Holland Noord, Zuid-
Holland en Utrecht nodig is;
• voorliggend Programma Bedrijventerreinen-
strategie MRA de mogelijkheden biedt om
uitvoering te geven aan de Bedrijventerreinen-
strategie MRA. Iedere gemeente en provincie
zet in op die activiteiten die passend zijn bij de
ambities en het kaderstellende beleid omtrent
bedrijventerreinen zoals vastgesteld door de
gemeenteraad en provinciale staten;
• de Bedrijventerreinenstrategie MRA bestaat uit
een aanpak langs zes elkaar versterkende lijnen,
waarin aandacht voor bescherming en betere
benutting van de bestaande voorraadbedrijven-
terrein veel nadruk krijgt, in combinatie met een
inzet op een groei van het areaal bedrijven-
terreinen in de MRA, resulterend in de volgende
afspraken per programmalijn inclusief maat-
regelen die de gemeenten en de MRA geza-
menlijk uitvoeren vanaf 2024.
De gemeenten en provincies in de MRA
maken daarom de volgende afspraken
met elkaar:
Bescherming bestaande voorraad
1. Gemeenten behouden binnen hun deelregio de
huidige totaaloppervlakte aan bedrijven-
terreinen, overeenkomstig bijlage 2 van de lijst
bestaande bedrijventerreinen, en/of maken aan
de andere MRA gemeenten inzichtelijk hoe zij
evenveel ruimte voor het bedrijventerrein-
bedrijfsleven weten te behouden.
2. Gemeenten en provincies spreken af om nieuwe
transformatieplannen regionaal af te stemmen,
op basis van een samen op te stellen regionaal
transformatiekader MRA.
3. Gemeenten spannen zich in om bij trans-
formatie zoveel mogelijk zittende bedrijven
kansen te bieden zich te handhaven en waar dat
niet lukt compensatiemogelijkheden voor
ruimte en milieuruimte, in eerste instantie
binnen de eigen deelregio te vinden.
Afspraken

Pagina 7

Toekomstbestendige bedrijventerreinen MRA
7
Toekomstbestendige bedrijventerreinen
4. Gemeenten en provincies spreken de
gezamenlijke bereidheid uit om lokaal op te
trekken richting ondernemersverenigingen en
bedrijven, om de organisatiegraad van
bedrijventerreinen te verhogen t.b.v. het werken
aan toekomstbestendige bedrijventerreinen in
de MRA.
5. Gemeenten en provincies gaan actief aan de
slag met verduurzamingsopgaven en kansen per
bedrijventerrein op het gebied van ruimtelijke
kwaliteit, duurzame mobiliteit, energietransitie,
circulariteit, vitaliteit, biodiversiteit etc.
6. De MRA en provincie Noord-Holland
continueren de inzet van Projectbureau
Herstructurering Bedrijventerreinen (PHB) met
expertise op het gebied van kwaliteitsbehoud
van werklocaties zoals: georganiseerd beheer,
duurzaamheid en kennisdeling op bedrijven-
terreinen, in aanvulling op lokaal accoun-
thouderschap.
Intensivering ruimtegebruik
7. Gemeenten en provincies spannen zich in om
het ruimtegebruik op bestaande bedrijven-
terreinen te intensiveren, binnen de nader te
onderzoeken mogelijkheden die er zijn, met als
gezamenlijke ambitie het accommoderen van
10% van de behoefte aan extra ruimte voor
bedrijventerreinen (ca. 160 hectare) door
intensivering van het ruimte-gebruik op de
bestaande bedrijventerreinen.
8. Gemeenten en provincies spannen zich in om
nieuwe bedrijventerreinen voor hogere
milieucategorieën alleen uit te geven aan
bedrijven die de geboden ruimte en milieu-
ruimte ook benutten. Bij bestaande bedrijven-
terreinen kunnen gemeenten voorzienbaarheid
creëren om planologische veranderingen tijdig
aan te kondigen. Daarbij dient er ook vol-
doende plek te zijn voor de lichtere bedrijven
elders.
Betere benutting stedelijk gebied
9. Gemeenten en provincies zetten zich in om het
gemengd stedelijk gebied meer te benutten
voor economische functies die daar ruimtelijk
passen en thuishoren.
10. Gemeenten en provincies zetten zich in om de
planologische ruimte op bedrijventerreinen
beter te benutten. We willen bedrijventerreinen
behouden voor tenminste categorie 3.1
bedrijven. Oneigenlijk gebruik is in strijd met
het bestemmingsplan, waarop gemeenten
kunnen handhaven. Gebiedsvreemde functies
passen binnen het bestemmingsplan, maar zijn
niet noodzakelijk op een bedrijventerreinen
gevestigd (scheefwerken) en kunnen we bij
actualisering van bestemmings-/omgeving-
splannen waar mogelijk terugdringen.
Selectieve uitgifte huidig aanbod
11. Gemeenten en provincies spreken de behoefte
uit om selectief om te gaan met de uitgifte van
huidig en nieuwe aanbod en een vorm van
‘uitgifteprotocol’ te ontwikkelen waarmee de
verbinding kan worden gelegd met de regiopro-
fielen per deelregio (die in ontwikkeling zijn). De
inzet is gericht op verschillende typen vesti-
gingsmilieus met kwaliteitsaspecten en rand-
voorwaarden t.b.v. maatschappelijke transities
(zoals circulaire economie, energietransitie en
klimaatadaptatie). Het rijk eist ook in het kader
van het GRIP-traject dat gemeenten/regio’s
afspraken maken of en zo ja waar gemeenten
nog grootschalige bedrijven willen faciliteren en
dat de onderbouwing daarvoor is gebaseerd op
het bepalen van regionale meerwaarde (waar-
voor ook een Handleiding is opgesteld).
12. Gemeenten en provincies spannen zich in om
locaties waar grote kavels beschikbaar zijn (≥ 5
ha) en waar ruimte is voor bedrijven in hogere
milieucategorieën (≥ categorie 4.1) alléén aan te
wenden voor doelgroepen waar deze locaties
voor bedoeld zijn.
Toevoegen nieuwe plannen
13. Gemeenten en provincies spannen zich in voor
de juiste balans tussen vraag naar en aanbod
van de verschillende type vestigingsmilieus
binnen hun deelregio, die resulteert in een inzet
op een toereikende groei van het totale areaal
bedrijventerreinen in de MRA. Bij de ontwikke-
ling van nieuwe plannen wordt prioriteit gege-
ven aan het selectief accommoderen van
bedrijven die bijdragen aan brede welvaart,
verduurzaming van de economie en slimme
specialisaties in de deelregio’s (zie afspraken
uitgifteprotocol). Gemeenten kunnen deelregio-
specifieke maatwerkafspraken maken binnen de
bandbreedte van de kwantitatieve kaders van
het deelregionale plafond. Op het moment dat
nieuwe vraagramingen uitgevoerd worden, kan
dit leiden tot een aanpassing van de plan-pla-
fonds per deelregio.
14. Gemeenten brengen nieuwe plannen in via de
bekende Plabeka zacht-hard-procedure wat de
mogelijkheid biedt om ‘zachte plannen’ voor
bedrijventerreinen om te zetten in harde plan-
nen. We onderscheiden drie categorieën:
• I. Tot 7,5 netto ha geldt alleen een meld-
plicht in het Programmateam Plabeka;

Pagina 8

Toekomstbestendige bedrijventerreinen MRA
8
plannen mogen altijd doorgang vinden;
• II. Tussen 7,5 en 15 netto ha adviseert het
Programmateam Plabeka aan het Directeu-
renoverleg (DO) Economie, dat instemt en
het BO informeert;
• III. Plannen groter dan 15 netto ha adviseert
het Programmateam het DO Economie, dat
na bespreking het BO adviseert voor
instemming.
Procesafspraken
15. Gemeenten informeren de externe stakeholders
over de bedrijventerreinenstrategie MRA en het
programma dat voorligt en indien gewenst gaan
zij met elkaar in gesprek.
16. Gemeenten delen/informeren elkaar over
relevante plannen via de deelregio’s in het BO
platform Economie en Ruimte (en DO en AO en
PT Plabeka).
17. De afspraken in het kader van de bedrijventer-
reinenstrategie MRA gaan in per 1 juli 2024.
Jaarlijks wordt aan de hand van de Plabeka-mo-
nitor beoordeeld of bijstelling van de deelregio-
nale planplafonds aan de orde is.
18. Gemeenten en provincies spreken af deze
Bedrijventerreinenstrategie MRA als basis te
gebruiken voor doorvertaling naar relevant
gemeentelijk en provinciaal beleid en -plannen
(bijvoorbeeld Omgevingsvisies of omgevings-
plannen).
19. De behoefte aan zeehaventerreinen en de
procedure voor aanpassing daarvan is voor de
MRA vastgelegd in de Visie Noordzeekanaalge-
bied 2040. Voor transformatie van het haven-
areaal zijn criteria afgesproken in de Visie
Noordzeekanaalgebied 2040. Het Ontwikkelper-
spectief NOVEX-NZKG is in ontwikkeling.
20. De MRA Directie organiseert in samenwerking
met het PHB en andere partners tenminste twee
kennissessies per jaar over inhoudelijke thema’s
in relatie tot de zes lijnen van de MRA Bedrijven-
terreinenstrategie.

Pagina 9

Toekomstbestendige bedrijventerreinen MRA
9
1
1.1. NOVEX MRA
Begin 2022 is het Ontwikkelperspectief NOVEX
MRA zowel door het Rijk als alle betrokken raden
en Staten van de MRA onderschreven. De NOVEX
MRA is een ruimtelijk ontwikkelingsperspectief van
de MRA op middellange en lange termijn en is
gezamenlijk opgesteld door Rijk en Regio. Rijk en
MRA willen de onderstaande 10 ambities bereiken:
• De hele metropoolregio profiteert van de groei.
• Er zijn genoeg woon- en werkmilieus van goede
kwaliteit.
• We versterken diversiteit en verbondenheid in
de economie.
• We brengen wonen en werken meer met elkaar
in balans.
• De MRA wordt beter bereikbaar en bereisbaar.
• De regio biedt een gezonde leefomgeving.
• We stoten minder broeikasgassen uit.
• We versterken de kracht van ons gevarieerde
landschap.
• We richten de regio zo in dat die bestand is
tegen gevolgen van klimaatverandering.
• We vergroten de biodiversiteit.
Via een meerkernige ontwikkeling geven MRA en
Rijk invulling aan de ambities van evenwichtige
groei. Het Rijk en de regio hebben afgesproken
tot 2030 175.000 woningen te bouwen. Omdat de
vraag naar woningen zo groot is, kijken we of we
de bouwproductie tot 2030 kunnen verhogen tot
220.000 woningen. Voor het bouwen van complete
steden en hun economische ontwikkeling is het van
belang dat we voldoende ruimte hebben voor de
bedrijven, waaronder te verplaatsen industrie uit de
Context
transformatiegebieden, en dat deze bereisbaar zijn
voor de werknemers. Dit heeft ertoe geleid dat de
afspraak om een bedrijventerreinenstrategie op te
stellen in de NOVEX MRA is opgenomen. Niet ieder
bedrijf leent zich voor menging met woningbouw.
Voor deze bedrijven, die wel belangrijk zijn voor
de werkgelegenheid in de MRA, blijven voldoende
ongemengde bedrijventerreinen nodig. Daarbij
kunnen bedrijventerreinen een belangrijke bijdrage
leveren aan de verduurzamingsopgave, waarvoor
ruimte nodig is.
De urgentie om te komen tot een bedrijven-
terreinenstrategie wordt versterkt door de vraag-
ramingen Plabeka die in 2022 geactualiseerd zijn.
Deze laten zien dat er een enorme kwantitatieve
opgave op ons afkomt: tot 2040 is een aanvullende
ruimtebehoefte voorzien van 630 ha (scenario laag)
tot 1.100 ha (scenario hoog).
Meer inzicht in de kwalitatieve kant van de
economie in brede zin is gewenst en noodzakelijk.
Daarvoor is een aantal onderzoeken uit die
geborgd zijn in de Verstedelijkingsstrategie: DNA
economisch profiel, ecosystemen en slimme
specialisaties en de woon-werkbalans. Resultaten uit
de onderzoeken zijn benut voor zover relevant.

Pagina 10

Toekomstbestendige bedrijventerreinen MRA
10
1.2. Rijk en provincies
Naast de samenwerking met het Rijk en de
provincies langs de lijn van de NOVEX MRA zijn er
ook andere relevante trajecten specifiek gericht op
werklocaties en bedrijventerreinen.
Programma Ruimte voor Economie
Het ministerie van EZK heeft recentelijk het Natio-
naal Programma Ruimte voor Economie opgesteld
(Kamerbrief 13 oktober 2023) als één van de ruimte-
lijke beleidsprogramma’s onder het NOVEX pro-
gramma (mei 2022). Om de Nederlandse economie
internationaal concurrerend te kunnen houden en
het Nederlandse welvaartsniveau en sociale voor-
zieningen te garanderen, zal ook continue meer
geïnvesteerd moeten worden in de verduurzaming
van de industrie, in innovatie en kennis, in nieuwe
technologieën en waardeketens. Voldoende fysieke
ruimte is hiervoor een belangrijke voorwaarde. De
basis hiervoor ligt allereerst in het beter benutten
van bestaande ruimte voor economie voor be-
staande en nieuwe economische activiteiten. Het
nationaal programma Ruimte voor economie kent
hiervoor 4 doelstellingen:
1. Inrichten en faciliteren van een circulaire en
CO2-neutrale industrie;
2. Ontwikkelruimte voor kennisindustrie en
kennisclusters;
3. Inpassing van grootschalige bedrijfsvestigingen;
4. Goede en betaalbare vestigingsmogelijkheden
voor het midden- en kleinbedrijf.
Om deze doelstellingen te bereiken, zijn in het
Nationaal Programma Ruimte voor Economie vier
‘actielijnen’ opgesteld, die ieder bijdragen aan een
visie op welke economie we willen worden en welke
ruimte daarvoor nodig is in relatie tot de andere
ruimtelijke ambities van Nederland:
• Het opbouwen en in stand houden van een
uniforme kennisbasis met als doel vraag en
aanbod optimaal bij elkaar te brengen
• Zorgen voor voldoende fysieke ruimte voor
clusters van nationaal belang
• Realiseren van toekomstbestendige
bedrijfsterreinen
• Sturen op een gezonde woon-werkbalans in
stedelijke gebieden
Met het Nationale Programma Ruimte voor
Economie wil EZK zorgen dat we zorgvuldig
omgaan met de beschikbare ruimte voor economie,
inspelen op de toenemende en veranderende vraag
en rekening houden met de ruimtebehoefte voor
economische bedrijvigheid vanwege economische
ontwikkeling en bevolkingsgroei richting 2050. Dat
is cruciaal voor ons duurzame verdienvermogen,
werkgelegenheid en brede welvaart.
Met dit nationale programma wil EZK de ruimte die
daarvoor nodig is waarborgen. Keuzes over ruimte
voor economie zullen in samenhang met andere
ruimtelijke opgaven gemaakt moeten worden.
In gebiedsprocessen zal duidelijk worden welke
opgaven spelen, hoe die gerealiseerd kunnen
worden en welke dilemma’s dat oplevert. In de
nieuwe Nota Ruimte, voorzien in 2024, zullen keuzes
ten aanzien van de leefomgeving in samenhang
worden gepresenteerd.eving in samenhang worden
gepresenteerd.
Figuur 1 Feiten en cijfers bedrijventerreinen in de MRA
306.000 banen
30.000 bedrijven
253 bedrijventerreinen
Kwart van totale werkgelegenheid - twee vijfde
gerelateerd
75% van mensen die er werkt, woont in
dezelfde gemeente
+50.000 groei van aantal banen in afgelopen tien
jaar
MKB bedrijven vormen overgrote
meerderheid vestigingen
Netwerk dienstverlening, industrie en handel
grootste sectoren
€30 miljard toegevoegde waarde aan economie
MRA
3% van totale oppervlakte MRA
8.384 hectare
3% leegstand bvo
30% met organisatievorm
39 terreinen parkmanagement
Bron: Monitor en dashboard Plabeka (2023)
Figuur 2 Ruimte voor werken in Contourennota Nota
Ruimte 2023
Er ontstaat naar verwachting meer vraag naar ruimte voor
werken als gevolg van de bevolkingsgroei en de ver-
schillende transities. Voor de kenniseconomie, in steden
op goed bereikbare en aantrekkelijke plekken, in vrucht-
bare uitwisseling met kennis- en onderwijsinstellingen.
Maar ook in havengebieden en op bedrijventerreinen,
voor verduurzaming van de industrie en logistiek en de
omschakeling naar een circulaire economie, met plek en
milieuruimte voor grondstoffenverwerking en -opslag en
het hergebruik van goederen.
Bron: Contourennota Nota Ruimte 2023 (ministerie BZK)

Pagina 11

Toekomstbestendige bedrijventerreinen MRA
11
Programma GRIP1
Specifiek voor de grootschalige (logistieke)
bedrijfsvestigingen (>5 ha) is het programma
“Grip op grootschalige ruimtevragers” gestart.
Dit programma is een initiatief van de ministeries
van BZK, EZK en I&W om in samenwerking
met provincies beleid te ontwikkelen dat moet
leiden tot meer overheidsregie op grootschalige
bedrijfsvestigingen in ons land en daarmee het
voorkomen van ongewenste ‘verdozing’. Het
programma GRIP onderscheidt zes actielijnen,
zie figuur 3.
In het laatste BO GRIP van 8 maart 2023 zijn de
volgende afspraken gemaakt:
• Status van de 6 actielijnen is vastgesteld;
• provincies zijn in de lead om de samenwerking
interprovinciaal en interbestuurlijk verder uit te
werken, die nodig is om de uitvoeringsafspraken
te realiseren. VNG/gemeenten en bedrijfsleven
worden hierbij betrokken;
• provincies zijn in de lead om te inventariseren of
het bestaande instrumentarium voldoende is om
te kunnen sturen en aanvullende instrumenten
voor te stellen indien nodig;
• EZK stelt Ruimtelijk-economische visie op;
• BZK stelt voorstel Ruimtelijke Kwaliteit op
(Handreiking Mooi Nederland);
• IenW stelt Mobiliteitsvisie 2050 op;
• De uitkomsten van alle acties worden door de
ministeries en provincies gebruikt om samen de
landelijke beleidslijn GRIP op te stellen. VNG/
gemeenten en stakeholders uit het bedrijfsleven
worden betrokken;
• Planning besluitvorming: BO GRIP december
2023.
Wat betekent bovenstaand voor regio’s en
gemeenten? Voor de meeste punten is het een
1 Bron: onderstaande informatie is afkomstig uit het Informatiepakket voor gemeenten (IPO, 1 juni 2023).
aanscherping van zaken die over het algemeen al
gedaan worden:
• Behoefteramingen;
• Regionale programmering;
• Toepassen Ladder Duurzame Verstedelijking;
• Scherper inzetten op herontwikkeling,
intensivering en meervoudig ruimtegebruik.
• Sommige punten zijn (misschien) nieuw:
• Ruimtelijk economische visies;
• Clustering;
• Opstellen en toepassen van een regionaal
afweegkader;
• Meer aandacht voor landschappelijke inpassing;
• Monitoringssysteem voor grootschalige
vestigers;
• Nationale, interprovinciale en interbestuurlijke
afstemming.
Omgevingsvisie en -verordening provincie
Noord-Holland
De provincie Noord-Holland heeft de Omgevings-
visie NH 2050 vastgesteld en heeft als hoofdambitie
de balans tussen economische groei en leefbaar-
heid. Dit betekent dat in heel Noord-Holland
een basiskwaliteit van de leefomgeving wordt
gegarandeerd. In de Omgevingsvisie zijn op veel
thema’s randvoorwaarden geformuleerd, die
ingevuld moeten worden om aan de geformuleerde
ontwikkelprincipes tegemoet te kunnen komen. De
provincie ontwikkelt zoveel mogelijk natuurinclusief
en met behoud van (karakteristieke) landschappen,
clustert ruimtelijke economische ontwikkelingen rond
infrastructuur en houdt rekening met de ondergrond.
Noord-Holland heeft al haar regels op het gebied
van natuur, milieu, mobiliteit, erfgoed, ruimte en
water in de Omgevingsverordening Noord-Holland
2020 opgenomen. De Omgevingsverordening
NH2020 geldt sinds 17 november 2020.
De uitwerking ervan is de Omgevingsregeling.
Deze stelt diverse eisen aan regionale afspraken
rond bedrijventerreinen, zoals in deze MRA
Bedrijventerreinenstrategie. Regionale afspraken
kunnen worden gemaakt over de ontwikkeling,
transformatie en herstructurering van bedrijven-
terreinen en kantoorlocaties. De regionale afspraken
betreffen in ieder geval de te ontwikkelen,
transformeren en herstructureren terreinen en
locaties in kwantiteit, kwaliteit en tijdsfasering
per gemeente. De afspraken maken op kaart
duidelijk om welke terreinen en locaties het gaat
en worden overeengekomen door de colleges van
burgemeester en wethouders de gemeenten in de
regio. De afspraken zijn onderwerp van jaarlijkse
monitoring en kunnen worden bijgesteld wanneer
daar aanleiding voor is.
Figuur 3 Zes actielijnen programma GRIP
Ruimtelijke Clustervorming
Goede uniforme behoefteramingen
Handreiking voor regionale meerwaarde
Toolkit hergebruik brownfields
Sturen op ruimtelijke inpassing
Monitoring
Bron: gebaseerd op het informatiepakket voor gemeenten
(IPO, 1 juni 2023)

Pagina 12

Toekomstbestendige bedrijventerreinen MRA
12
Regionale afspraken zijn gebaseerd op een visie van
de regio die de uitgangspunten weergeeft van het
regionaal bedrijventerreinen- en Kantorenbeleid.
Als basis geldt de vastgestelde behoefteraming
Plabeka 2022-20240. In het geval dat er sprake
is van transformatie van bedrijventerreinen is er
een verantwoording over de wijze waarop in het
verlies aan bedrijventerrein wordt voorzien zowel
wat betreft oppervlakte als beschikbaarheid van
voldoende terrein voor specifieke milieubelastende
bedrijvensoorten en wordt aangegeven op
welke wijze de regio de herstructurering en/of
transformatie mogelijk wil maken. De afspraken
in de regio gelden voor minimaal 5 jaar met de
mogelijkheid om tussentijds bij te stellen, en worden
vastgesteld door de colleges van burgemeester
en wethouders van de gemeenten in de MRA.
Plabeka is al jarenlang de vorm waarin de vorm
waarin de MRA regionale afspraken maakt voor
bedrijventerreinenbeleid in de MRA.
Flevoland
De provincie Flevoland heeft haar Omgevingsvisie
Flevoland Straks in 2017 vastgesteld. Hierin is in
hoofdlijnen de strategische visie op de toekomst
van Flevoland weergegeven. Deze wordt op dit
moment geactualiseerd. Flevoland werkt aan een
aantal voorzieningen die niet alleen Flevoland, maar
ook haar omgeving aanvullende kwaliteiten bie-
den. Deze voorzieningen hebben een grote aan-
trekkingskracht voor de omgeving van Flevoland.
Hierdoor dragen we bij aan de versterking van de
stedelijke netwerken. Deze zijn in toenemende mate
de motoren van de economie. Dit is goed voor de
gehele regio en daardoor ook goed voor Flevoland.
Daarnaast heeft de provincie Flevoland haar beleid
veelal opgenomen in programma’s, met name in
het Omgevingsprogramma Flevoland. In dit Omge-
vingsprogramma Flevoland is er voor gekozen al het
bestaande beleid voor de ontwikkeling, het gebruik,
het beheer, de bescherming of het behoud van de
fysieke leefomgeving te bundelen in één program-
ma dat digitaal beschikbaar is. Op deze wijze zijn de
provinciale beleidskeuzes compact beschreven en is
de samenhang tussen de verschillende beleidsterrei-
nen het beste gewaarborgd.
Provinciale regelgeving voor de fysieke leef-
omgeving is opgenomen in de Omgevings-
verordening. Voor de ruimtelijke economie geldt
op dit moment nog dat de RO Visie Werklocaties
Flevoland 2015 leidend is. Recent (2023) is het
Nieuw Economisch Beleid vastgesteld. Een
van de uitwerkingen is de ontwikkeling van het
zogenoemde spoor 4 – ruimtelijk economische
ontwikkeling. Mogelijk zal als gevolg van vaststelling
2 Bron: onderstaande informatie is grotendeels afkomstig van www.metropoolregioamsterdam.nl (september 2023).
(begin 2024) van dit spoor aanpassingen of een
update volgen van de RO Visie Werklocaties
Flevoland 2015. Een van de onderwerpen binnen
het NEB en in de uitwerking van het ruimtelijk
economische ontwikkelingsspoor is de ambitie om
samen met gemeenten te komen tot regionale
programmeringsafspraken over de ontwikkel-,
herstructurerings- en transformatieopgave van
bedrijventerreinen, inclusief toepassing van het
concept van regionale meerwaarde. Denk daarbij
aan aspecten als arbeidsplaatsen, netwerkrelaties,
beeldkwaliteit, uitstraling, klimaat, energie, etc.
Plabeka (Platform bedrijventerreinen en
kantoren)2
Het voortdurend verder versterken van de
economisch potentie staat hoog op de MRA-
agenda. Een van de speerpunten is het creëren
van goede vestigingsvoorwaarden voor bedrijven
en werknemers. Daarbij gaat de aandacht zowel
uit naar het optimaliseren van kantoorlocaties
en bedrijfsterreinen als naar het ontwikkelen van
nieuwe types werklocaties. Dit gebeurt voor een
belangrijk deel vanuit het Platform Bedrijven
en Kantoren, kortweg Plabeka. Het doel van
Plabeka is de ontwikkeling van werkmilieus in
de MRA in lijn met de regionale economische
strategie en bijdragen aan de verduurzaming
van bedrijventerreinen, profilering en acquisitie
in lijn met de regionale economische strategie
en goede begeleiding van bedrijfsverhuizingen
binnen de regio ten behoeve van transformatie van
werklocaties.
Een van de opdrachten van Plabeka omvat het
regie voeren op de ontwikkeling van werkmilieus
op basis van de regionale economische strategie
en de verstedelijkingsstrategie (opgave 2),
met bijzondere aandacht voor verduurzaming
van bedrijventerreinen. Het opstellen van de
Bedrijventerreinenstrategie MRA geeft invulling aan
deze opdracht. Om de ruimtelijke-economische
ontwikkelingen in de MRA goed in beeld te
brengen en op de voortgang van de regionale
afspraken en behoefteraming te kunnen bijsturen
wordt jaarlijks de monitor Plabeka opgesteld en
vastgesteld. De monitor bestaat uit een Atlas met
relevante kaartbeelden, dashboards met trends
en ontwikkelingen en een rapportage waarin de
belangrijkste ontwikkelingen worden geduid.
Deze monitor is gebruikt bij het opstellen van de
Bedrijventerreinenstrategie MRA en wordt tevens
gebruikt om de uitvoering te monitoren.
Daarnaast maken de MRA en provincie Noord-
Holland gebruik van de inzet van Projectbureau

Pagina 13

Toekomstbestendige bedrijventerreinen MRA
13
Herstructurering Bedrijventerreinen (PHB). Het PHB
werkt integraal aan de thema’s: herstructurering,
georganiseerd beheer, verduurzaming, criminele
inmenging en kennisdeling en -borging, in
aanvulling op lokaal accounthouderschap. Het PHB:
• staat dichtbij de ondernemers en dat is hun
toegevoegde waarde, omdat daar uiteindelijk
het werk moet gebeuren;
• organiseert kennisbijeenkomsten over
onderwerpen waarbij zij handvaten kan
aanreiken (voor gemeenten en ondernemers)
en kennis of het netwerk van heeft (direct en
indirect);
• gaat de natuur een centrale rol geven voor het
aanjagen en ontzorgen van bedrijventerreinen
die toekomstbestendig willen zijn/worden in
de MRA. In 2024 werken zij dit nader uit. Een
eerste stap is gezet met het toevoegen van het
thema Klimaatadaptatie en het starten met een
pilot.
Ruimtelijk voorstel
Het Rijk heeft de ambitie uitgesproken om meer
regie te nemen in de ruimtelijke ontwikkeling, om
de uitdagingen die verbonden zijn aan het gebruik
en de verdeling van de schaarse ruimte het hoofd
te bieden. Het noemt een gezamenlijke inzet van
overheden, maatschappelijke organisaties en
marktpartijen van groot belang: iedereen moet
zijn eigen rol en verantwoordelijkheid pakken.
Een belangrijke stap daarin is het ‘Ruimtelijk
Arrangement’ dat het kabinet met elke provincie
wil afsluiten. Hierin maken het Rijk en de provincies
wederkerige en bestuurlijke afspraken over de
ruimtelijke inpassing en uitvoering van nationale
opgaven. Het Ruimtelijk Voorstel biedt daar de
basis voor. Het reageert op het ‘Startpakket Fysieke
Leefomgeving’ dat de minister in december 2022
aan alle provincies toestuurde.
Noord-Holland
Het ‘ruimtelijk voorstel’ is een voorstel van de
provincie aan het Rijk. Uitgangspunt is nog steeds
de ambities beschreven in de Omgevingsvisie en
de Omgevingsverordening. Maar om te zorgen
dat Noord-Holland een gezonde, veilige en
aantrekkelijke provincie blijft om te wonen en te
werken is meer nodig. Dat komt naar voren in het
‘Ruimtelijk Voorstel’. De provincie Noord-Holland
geeft aan wat ze te doen staat en wat zij nodig heeft
van het Rijk om te voldoen aan de ambities voor
de ruimtelijke ontwikkeling van Noord-Holland.
De afgelopen jaren is gebleken dat er extra
inspanningen nodig zijn om de ambities te bereiken,
bijvoorbeeld om het woningtekort in te lopen. Er
is aan het licht gekomen hoe scherp de keuzes
zijn die moeten worden gemaakt. De noodzaak
om de uitstoot van stikstof ver terug te dringen
en om het watersysteem op een meer natuurlijke
wijze vorm te geven zijn zulke kwesties. Er zijn ook
ambities aangescherpt, zowel op rijksniveau (denk
bijvoorbeeld aan de klimaatagenda) als in het
provinciale coalitieakkoord en het bouwt voort op
het MRA Verstedelijkingconcept.
De bedrijventerreinenstrategie zal naast de
invulling van regionale afspraken over het
bedrijventerreinenbeleid in de MRA ook een
bijdrage leveren als economische pijler onder het
ruimtelijk voorstel aan het Rijk.
Flevoland
Het ‘ruimtelijk voorstel’ is een voorstel van de
provincie aan het Rijk. Uitgangspunt is nog steeds
de ambities beschreven in onze Omgevingsvisie en
het Omgevingsprogramma. Maar om te zorgen dat
Flevoland een gezonde, veilige en aantrekkelijke
provincie blijft om te wonen en te werken is meer
nodig. Dat komt naar voren in het ‘Ruimtelijk
Voorstel’. Het belangrijkste doel van de provincie is
een goede woon-, werk- en leefomgeving in heel
Flevoland. Daarbij moet verstedelijking worden
ingepast in een hoogwaardig landschap en passen
bij de gerealiseerde en de geplande infrastructuur
conform het bundelingsbeleid van de provincie.
Aantrekkelijke woongebieden in een groen-blau-
we omgeving maken Flevoland concurrerend met
andere gebieden. De provincie Flevoland is bereid
om ruimte te reserveren voor functies waarvoor
in omliggende regio’s onvoldoende ruimte is. De
voorwaarde daarvoor is een evenwichtige ontwik-
keling waarbij er een kwaliteitsimpuls moet worden
aangetoond worden voor de omgeving. Samen
met partners binnen en buiten het gebied biedt de
provincie zicht op oplossingen voor maatschappe-
lijke vraagstukken, die het tempo van de ruimtelijke
ontwikkelingen in Flevoland met zich meebrengt.
Het gaat hierbij bijvoorbeeld om achterblijvende
bereikbaarheid, voorzieningenniveau, werkgelegen-
heid en andere meekoppelkansen.
1.3. Doel Bedrijventerreinenstrategie
MRA
Bedrijventerreinenstrategie MRA heeft tot doel om
de ruimte voor werken/economie te positioneren
voor zowel de bestaande bedrijventerreinen als
nieuwe bedrijventerreinen en richt zich op de korte,
middellange- en lange termijn (na 2030). De ruimte
voor werken vertaalt zich in drie typen werklocaties:
bedrijventerreinen, kantorenlocaties en informele
werklocaties (ook wel gemengde woonwerkmilieus).
Binnen de MRA is afgesproken dat de focus
allereerst ligt op bedrijventerreinen: daar ligt de
meeste urgentie en prioriteit, omdat dit de locaties
zijn die vaak in beeld zijn voor transformatie naar
wonen. Tegelijkertijd is er een directe relatie

Pagina 14

Toekomstbestendige bedrijventerreinen MRA
14
met het overige stedelijke gebied, de informele
locaties, voor het onderbrengen van bedrijvigheid
met lage milieucategorieën die niet persé op een
bedrijventerrein thuis horen.
De Bedrijventerreinenstrategie MRA richt zich op
de droge bedrijventerreinen en biedt input voor de
bestuurlijke discussie binnen de MRA over ruimte
voor economie. Naast economische en ruimtelijke
aspecten zijn ook de maatschappelijke patronen
relevant. Het vraagstuk van de haventerreinen, waar
ook een tekort aan is, wordt uitgewerkt in het kader
van NOVEX NZKG. Beiden hebben een relatie met
elkaar, die daar waar nodig aan de orde komt.
1.4. Positionering
Bedrijventerreinenstrategie MRA
De ruimte is schaars, dus is een goede afstemming
en afweging is nodig tussen alle ruimtevragers
in de MRA, inclusief de bedrijventerreinen. Deze
bedrijventerreinenstrategie met bijbehorend
programma brengt de opgave in beeld, formuleert
de strategie voor de MRA en stelt een programma
voor met bijbehorende afspraken. In deze
bedrijventerreinenstrategie worden geen keuzes
gemaakt of besluiten genomen: dat is aan de
bestuurders, raden en staten van de gemeenten en
provincies. Deze Bedrijventerreinenstrategie MRA
en bijbehorend programma dient als input voor in
ieder geval de volgende trajecten:
• Omgevingsverordening provincie Noord-
Holland. Deze Bedrijventerreinenstrategie MRA
geeft invulling aan de regionale afspraken
rond bedrijventerreinen. Vaststelling van de
Bedrijventerreinenstrategie MRA inclusief de
afspraken door de colleges van burgemeester
en wethouders van de gemeenten in de MRA is
hiervoor nodig;
• Ruimtelijk voorstel van de provincies als
regisseur om de nationale opgaven te
verbinden met de decentrale opgaven;
• Rijks-Regio afspraken in het kader van de
NOVEX MRA, inclusief de op te stellen
Uitvoeringsagenda met maatregelen ten
aanzien van investeringen, beleid en acties/
projecten;
• MRA Agenda 2024-2028.
De uitvoering van het programma en de afspraken
vindt plaats langs de lijn van de samenwerking
Plabeka en de in ontwikkeling zijnde Uitvoerings-
agenda NOVEX MRA.
1.5. Interactief proces
Deze bedrijventerreinenstrategie met bijbehorend
programma is tot stand gekomen in overleg met
gemeenten, met het BO platform Economie en
het BO platform Ruimte, met het Rijk (EZK en BZK)
en met de ORAM. Op verschillende momenten
hebben zij notities besproken en/of onderschreven.
Een belangrijke basis is de Redeneerlijn MRA
Bedrijventerreinenstrategie (d.d. 2 juni 2023)
die ook is gedeeld met het Rijk in het BO Leef-
omgeving.
Gemeenten en provincies hebben vanuit hun
kaderstellende rol en RO verantwoordelijkheid
een belangrijke rol om uitvoering te geven aan de
Bedrijventerreinenstrategie MRA en bijbehorend
programma. Commitment van en draagvlak bij
gemeente(rade)n en provincies en staten is nodig
in een informele netwerksamenwerking als de
MRA. De huidige opgave is anders dan voorheen,
omdat de tekorten onomkeerbaar zijn en de
focus meer dan voorheen ligt op de bestaande
bedrijventerreinen. Dit vraagt om (meer) regie
van gemeenten en provincies en tegelijkertijd om
maatwerk aangezien de ambities en opgaven van
de gemeenten divers zijn.
Belangrijk onderdeel van het traject om te komen
tot voorliggende bedrijventerreinenstrategie
met programma zijn enerzijds de gesprekken
en afspraken met het BO, DO en AO platform
Economie en Ruimte en anderzijds de ambtelijke
gesprekken die gevoerd zijn met de deelregio’s.
Uit de informatie en gesprekken met de deelregio’s
blijkt dat alle gemeenten in meer of mindere mate
ambities en/of beleid hebben en/of uitvoering
geven aan de opgave waar de MRA als geheel
voorstaat. Door gezamenlijk als MRA gemeenten
op te trekken en de overeenkomsten per gemeente
te destilleren, biedt de Bedrijventerreinenstrategie
MRA en het programma kansen voor alle
gemeenten, provincies, colleges en bestuurders.
De uitdaging is hoe en wat nodig is om iedere
gemeente en provincie in positie te zetten, zodat zij
gezamenlijk de realisatie van het MRA Programma
verder kunnen brengen.

Pagina 15

Toekomstbestendige bedrijventerreinen MRA
15
2.1. Toekomstbestendig voor inwoners
en ondernemers
De balans tussen wonen, werken en mobiliteit is
een integrale opgave die meer aandacht verdient.
Dit heeft ertoe geleid dat de afspraak om een
bedrijventerreinenstrategie op te stellen in de
Verstedelijkingsstrategie3 is opgenomen:
Overheden en het bedrijfsleven in de
Metropoolregio Amsterdam staan hierbij voor een
regionale bedrijventerreinenopgave, die als volgt
kan worden geformuleerd:
Metropoolregio Amsterdam staat voor de opgave
om te werken aan toekomstbestendige bedrijven-
terreinen voor de inwoners van de regio
3 Bron: Verstedelijkingsconcept MRA, in 2022 door het Rijk, gemeenteraden en de twee Provinciale Staten van de MRA
onderschreven.
De opgave heeft alles te maken met de ontwik-
keling die de Metropoolregio Amsterdam door-
maakt. De regio staat voor uitdagingen. De
komende jaren komen er veel inwoners bij. Die
hebben niet alleen woningen nodig, maar ook
banen. Banen voor de volle breedte van de samen-
leving, banen die bijdragen aan de economie van
de toekomst. Dat is een econo-mie die duurzaam
is, waarin iedereen meedoet en iedereen meedeelt.
Toekomstbestendi-ge bedrijventerreinen voor de
inwoners van de MRA, spelen daarbij een grote rol.
Bedrijventerreinen zijn heel belangrijk voor de
MRA. Ze zijn goed voor 300.000 banen en €30
miljard aan omzet per jaar. Het zijn plekken
waar de samenleving bij elkaar komt. Waar vele
duizenden bedrijven werk bieden aan zowel
praktisch, als theoretisch opgeleide inwo-ners.
Vaak zijn dat inwoners van de gemeente waarin
het bedrijventerrein ligt. De meest bedrijven
op bedrijventerreinen zijn mkb bedrijven,
geworteld in hun gemeente en deel van de lokale
samenleving. Bedrijventerreinen zijn plekken waar
jongeren stages vinden dicht-bij huis, waar we
de ondernemers vinden die de lokale sportclubs
sponsoren en waar maak-bedrijven nog een plek
vinden.
2
Opgave
Voor het bouwen van complete steden en hun
economische ontwikkeling is het van belang
dat we voldoende ruimte hebben voor de
bedrijven en dat deze bereisbaar zijn voor de
werknemers. Met het oog hierop ontwikkelen
we een regionale bedrijventerreinenstrategie.
Niet ieder bedrijf leent zich voor menging
met woningbouw. Voor deze bedrijven, die
wel belangrijk zijn voor de werkgelegenheid
in de MRA, blijven voldoende ongemengde
bedrijventerreinen nodig.

Pagina 16

Toekomstbestendige bedrijventerreinen MRA
16
Bedrijventerreinen kunnen een grote bijdrage
leveren aan verduurzaming van de MRA. Het
zijn de plekken voor de duurzame energie- en
mobiliteitshubs die we nodig hebben. Plekken waar
elektriciteit en warmte kunnen worden opgewekt en
uitgewisseld met de woonomgeving. De circulaire
economie kán niet zonder bedrijventerreinen, waar
productstromen terug komen en creatief tot nieuwe
producten worden gemaakt. Bedrijventerreinen
zijn ook nodig om steden en dorpen te laten
functioneren; stadsdistributie en storingsmonteurs
hebben hun plek nodig. Wonen en werken staan
niet los van elkaar.
Toch dreigen bedrijventerreinen in de knel te
komen. Honderden hectares ervan worden de
komende jaren getransformeerd naar woningbouw-
locaties. Tegelijk raken alternatieven in de vorm
van uitgeefbare bedrijfskavels, in veel gemeenten
op. Plannen voor nieuwe bedrijventerreinen zijn
er bovendien maar weinig. Op veel plekken in de
MRA is dit de huidige situatie. Daardoor dreigen
bedrijven op bedrijventerreinen vast te lopen in hun
ontwikkeling, terwijl ze zich vanwege de uitdagingen
waarvoor de MRA staat, juist verder zouden moeten
kunnen ontwikkelen. Hoe lossen we dit op? Door
als gemeenten en provincies regionaal samen te
werken op basis van een Bedrijventerreinenstrategie
MRA.
4 Bron: Verstedelijkingsconcept 2050, metropool van grote klasse met menselijke maat (3 november 2021). In 2022 onder-
schreven door Rijk, gemeenteraden en provinciale staten.
De volgende paragrafen beschrijven de uitdagingen
van de regio, het belang van bedrijventerreinen, het
ruimtetekort en de doelstelling van de regionale
bedrijventerreinenstrategie.
2.2. Groeiende MRA staat voor
uitdagingen
De MRA staat voor grote uitdagingen. Tot 2050
komen er naar verwachting 700.000 inwoners
bij en 270.000 banen4. De komende tien jaar zal
die groei waarschijnlijk het sterkst zijn. Het zijn
duizelingwekkende getallen, in een gebied waar
de druk op de ruimte nu al groot is en de welvaart
ruimtelijk en sociaal niet evenwichtig is verdeeld.
Economisch deed de regio het de afgelopen
decennia goed. Door de combinatie van
internationaal georiënteerde sectoren en een
regionaal geworteld bedrijfsleven, werd de
MRA een van de snelst groeiende economische
regio’s van Europa. De regio scoort ook hoog bij
buitenlandse investeerders. Maar er is ook een
andere kant van de medaille. Succes is meer dan
alleen economische groei. Kijken we breder, dan
zien we vier wolken die hun schaduw beginnen te
werpen over de MRA:
Figuur 4 Advies Raad voor de leefomgeving
Bron: Samen werken, kiezen voor toekomstbestendige bedrijventerreinen (Rli, oktober 2023)

Pagina 17

Toekomstbestendige bedrijventerreinen MRA
17
1. De groei wordt niet goed verdeeld
Veel inwoners delen niet mee in het succes.
Op het gebied van brede welvaart scoort de
regio onder het Nederlandse gemiddelde5. De
kansenongelijkheid neemt toe. De MRA kent
meer rijkdom én meer armoede dan gemiddeld
in Nederland. Eén op de tien MRA inwoners
behoort tot de groep kwetsbaren, met een
laag inkomen, geen diploma, een kwetsbare
gezondheid en/of geen werk.
2. De groei is niet duurzaam genoeg
De MRA staat voor grote transitieopgaven om
zich toekomstbestendig, duurzaam en circulair
te ontwikkelen en klaar te zijn voor klimaat- en
energierisico’s. Een groot deel van de economie
heeft een wereld te winnen om daar goed in
mee te doen. Bewustwording bij ondernemers,
energieprijzen en wetgeving versnellen
weliswaar de verduurzaming van bedrijfspanden,
maar het bedrijventerrein als geheel blijft vaak
nog achter.
3. De groei is ruimtelijk uit balans
Nadat in de jaren zeventig bedrijven en
gezinnen de stad verlieten, werd de stad weer
het centrum van de groei. Beter gezegd: de
randen van de stad, waar de groei vooral werd
geaccommodeerd. Het gebied aan de zuidkant
van Amsterdam en rond Schiphol ontwikkelde
zich tot een banenmotor en -magneet voor
(kantoor)werknemers van elders. Op zich
positief, maar het zorgt voor pendelstromen
die het mobiliteitssysteem niet goed meer kan
afwikkelen, terwijl er elders in de regio te weinig
economie is.
4. De groei maakt geen complete steden
Bij complete steden horen bedrijventerreinen.
Steeds meer verdwijnen er echter uit de
stad. Transformatie is niets nieuws. In onbruik
geraakte scheepswerven aan te krappe
havenbekkens kregen al veel langer nieuwe
bestemmingen. Anders dan voorheen gaat het
echter niet meer om betere invullingen voor
braakliggende resten van failliete complexen,
maar om actieve uitplaatsing van florerende
bedrijven. Anders dan voorheen zijn er meestal
geen alternatieven meer om naartoe te kunnen
verhuizen. Niet binnen de gemeente en niet
binnen de meeste deelregio’s.
De MRA wil een metropoolregio van grote klasse en
menselijke maat worden (Verstedelijkingsconcept).
Dat is niet alleen een ruimtelijke opgave, ook
al komt het daar uiteindelijk samen, maar om
te beginnen een maatschappelijke opgave.
Inwoners en banen staan niet los van elkaar.
5 Bronnen: Economische Verkenningen MRA 2023 (2023), Brede welvaart voor de Metropoolregio Amsterdam, Henri L.F. de
Groot (2023).
Nieuwe woningen kunnen we bouwen, mits
inwoners de banen hebben om ze te kunnen
betalen. Bij die opgave staat de MRA op een
tweesprong. Doorgaan op de oude weg, waar
sterke economische ontwikkeling de lage brede
welvaart en de grote transitieopgaven verbloemen,
met ruimtelijke disbalans en incomplete steden
met verdwijnende bedrijventerreinen? Of kiest de
MRA voor de weg van brede welvaart, duurzame en
ruimtelijk evenwichtige groei, en complete steden
met toekomstbestendige bedrijventerreinen?
Dat laatste (conform NOVEX MRA). Het vraagt
daarbij een sterke economie om de grote MRA
ambities wáár te kunnen maken. De opgaven
op het gebied van water en groen vragen een
sterke economie, met ruimte voor lange termijn
investeringen. Bedrijventerreinen kunnen bijdragen
aan al die opgaven, mits we het belang ervan zien,
de regio over voldoende bedrijventerreinen blijft
beschikken en mits ze ‘toekomstbestendig’ worden.
2.3. Belang van bedrijventerreinen is
groot
Bedrijventerreinen, of beter gezegd bedrijven op
bedrijventerreinen, kunnen bijdragen aan een MRA
waarin de welvaart wordt gedeeld, op basis van
een economie die duurzaam en ruimtelijk in balans
is, in complete steden met een prettig leefklimaat.
Het belang van bedrijventerreinen is groot.
Bedrijventerreinen:
• Leveren een kwart van de werkgelegenheid
in de MRA - in sommige deelregio’s meer
dan twee derde – en zijn praktijkplekken
voor innovatie. Deze banen worden
grotendeels ingevuld door lokale en regionale
arbeidskrachten, waarmee bedrijventerreinen
bijdragen aan een economie waaraan iedereen
mee kan doen. Bedrijventerreinen zijn nodig om
de groeiende beroepsbevolking van de MRA
een werkplek te geven, dichtbij huis;
• Bieden zowel de fysieke als de milieuruimte – er
is een grote behoefte aan bedrijfskavels voor
hogere milieucategorieën -, die nodig is voor
de transitie naar een circulaire economie en
duurzame energie. Nieuwe productieprocessen,
energieopwekking en -opslag, het verwerken
van afvalstromen naar nieuwe producten,
hebben een plek nodig;
• Bieden de ruimte voor het vergroten van de
biodiversiteit, meer ruimtelijke kwaliteit en

Pagina 18

Toekomstbestendige bedrijventerreinen MRA
18
een betere klimaatbestendigheid. Groene
bedrijventerreinen zijn ook prettige werkplekken
voor vitale werknemers;
• Ontwikkelen zich in toenemende mate tot centra
voor praktijkonderwijs. Op steeds meer plekken
werken bedrijfsleven en onderwijsinstellingen,
vaak uit de directe omgeving, samen om
hybride leeromgevingen aan te kunnen bieden.
Daarbij leren studenten het vak op de werkvloer.
Zo evolueren bedrijventerreinen steeds meer tot
‘praktijkcampussen’;
• Zijn plekken voor de technische bedrijven
die de uitbreiding en verduurzaming van de
woningvoorraad realiseren. De opgave is groot
en de MRA wil zelf bijdrage leveren aan het
oplossen ervan, in plaats van volledig afhankelijk
te worden van vakmensen uit de rest van het
land of uit het buitenland;
• Bieden plekken aan stadsverzorgende
bedrijvigheid, zoals onderhouds- en reparatie-
bedrijven, groothandel en distributie/logistiek.
Bedrijventerreinen in de steden worden steeds
belangrijker voor stadsdistributie, met name
ook aan de randen van gebieden waar zero
emissiezones gelden.
Bedrijventerreinen in de Metropoolregio
Amsterdam
• De MRA beschikt over 253 bedrijventerreinen.
De MRA bedrijventerreinen zijn de vestigings-
plaats van circa 30.000 bedrijven, die samen
circa 306.000 duizend banen genereren6.
• Bedrijventerreinen leveren daarmee een kwart
van de totale werkgelegenheid in de MRA.
Naar schatting hangt twee vijfde van de totale
werkgelegenheid in de MRA samen met
bedrijventerreinen.
• De werkgelegenheid op bedrijventerreinen in
de MRA is in de afgelopen tien jaar met ruim
vijftig duizend banen gegroeid.
• De zakelijke dienstverlening is de grootste
sector op bedrijventerreinen in de MRA,
gemeten naar aantal banen, gevolgd door de
industrie en de groothandel.
• De meeste bedrijven op bedrijventerreinen
in de MRA zijn mkb bedrijven, vaak met een
sterke lokale binding. Bedrijventerreinen zijn
belangrijke motoren van de lokale en regionale
economie.
• Op bedrijventerreinen wordt iets meer dan
een vijfde van het bruto regionaal product van
de metropoolregio verdiend: met €30 miljard
leveren bedrijventerreinen een belangrijke
bijdrage aan de economie van de MRA.
6 Bron: Monitor Plabeka (2023).
• De totale netto oppervlakte bedrijventerreinen
in de MRA bedraagt 8.384 hectare. Daarmee
beslaan bedrijventerreinen 3% van de totale
oppervlakte van de MRA.
• De MRA kent 77 bedrijventerreinen (30%) waar
een bepaalde vorm van organisatie bestaat.
Daarvan zijn er 39 bedrijventerreinen die
beschikken over parkmanagement.
Figuur 6 Bedrijventerreinen in de MRA
Bron: Atlas Plabeka (2023)
Figuur 5 Oproep VNO NCW
Bron: website VNO NCW (2023)

Pagina 19

Toekomstbestendige bedrijventerreinen MRA
19
2.4. Ruimte voor bedrijventerreinen in
de knel
Onderzoek in het kader van de Bedrijventerreinen-
strategie MRA7 wijzen op een grote kwantitatieve
opgave: tot 2040 is een aanvullende ruimtebehoefte
voorzien van 630 ha (scenario laag) tot 1.100
ha (scenario hoog). De ruimtebehoefte kent
drie componenten: groei van het bedrijfsleven,
onttrekking van bedrijventerreinen door trans-
formaties naar woningbouwlocaties en het
opraken van het uitgeefbare aanbod van nieuwe
bedrijventerreinen. De belangrijkste conclusies van
de beleidsarme vraagramingen zijn:
1. Er is sprake van een kwantitatieve mismatch
tussen vraag en aanbod van bedrijventerreinen
in de MRA en alle deelregio’s: Voor de hele
MRA geldt tot 2040 dat de vraag naar droge
bedrijventerreinen hoger is dan het aanbod
(777 ha). Rekening houdend met de opties en
reserveringen uit 2022 bedraagt het tekort aan
droge bedrijventerreinen circa 670 tot 1.117 ha;
2. De vraag naar bedrijventerreinen is voor 30%
tot 40% afkomstig van transformaties naar
woningbouw (500 ha), afhankelijk van het
scenario. Dit zijn bedrijven die nu gevestigd zijn
op bedrijventerreinen in de MRA-gemeenten en
daar banen bieden voor de inwoners;
3. De deelregio’s met de grootste autonome
vraag vanuit het bedrijfsleven hebben
tegelijkertijd ook de grootste oppervlakte aan
transformatieplannen;
4. De transformatieoppervlakte concentreert
zich met name in de deelregio’s Amstelland-
Meerlanden, Zaanstreek-Waterland en
Amsterdam. Ook in de andere deelregio’s
is sprake van transformatieplannen, waarbij
het aantal hectares dat gemeenten willen
transformeren wel lager ligt (zowel absoluut als
relatief in verhouding tot het totale areaal);
5. De deelregio’s Amsterdam en Zaanstreek-
Waterland hebben minder aanbod van
bedrijventerreinen beschikbaar dan de omvang
van de eigen transformatieplannen, waardoor
het totale areaal bedrijventerreinen er fors
afneemt. Dit geldt ook voor de deelregio’s
Gooi- en Vechtstreek, Ijmond en Zuid-
Kennemerland, maar in mindere mate.
6. De grootste tekorten aan bedrijventerreinen
doen zich voor in de deelregio’s Amstelland-
Meerlanden, Amsterdam, Zaanstreek-Waterland
en Almere Lelystad.
7. Er is sprake van een kwalitatieve mismatch
tussen de vraag naar en het aanbod van type
vestigingsmilieus van bedrijventerreinen
7 Bron: Vraagramingen Plabeka 2022-2040 (Bureau Buiten, 2022).
in de MRA en alle deelregio’s. De grootste
tekorten tot 2040 doen zich voor op de
logistieke, hoogwaardige en gemengde
bedrijventerreinen.

Pagina 20

Toekomstbestendige bedrijventerreinen MRA
20
Bedrijventerreinenopgave
Metropoolregio Amsterdam
Groei van Metropoolregio Amsterdam
• Toename +700.000 inwoners MRA in 2050
• Groei beroepsbevolking +270.000 banen tot
2050
• Komende 10 jaar groei naar verwachting sterkst
• Nu 293.300 banen op bedrijventerreinen in MRA
• Verwachting +29.600 banen bedrijventerreinen
2040
• Hoort ruimte voor bedrijfsleven bij
• Inclusief ruimte voor bedrijven op
bedrijventerreinen
• Niet alle bedrijven zijn immers mengbaar met
wonen
MRA van grote klasse en menselijke maat
Groot tekort bedrijventerreinen MRA
• Groeiend tekort van 670 tot 1.117 ha tot 2040
• 500 ha daarvan als gevolg transformatie
woningbouw
• Deelregio’s met grootste vraag, transformeren
meest
• Sommige deelregio’s daardoor afnemend netto
areaal
• Lokale en regionale bedrijfsleven komt in de knel
Vraag* en aanbod tot 2040 (ha)
*waarvan ruim 500 ha door transformatie (T)
2.000
1.500
1.000
500
0
T T
Laag scenario Hoog scenario
Vraag Aanbod
Veel transformatieplannen - weinig aan-bod
Deelregio Vraag Trans-
formatie Aanbod
Almere Lelystad 187 15 368
Amstelland-
Meerlanden 465 160 267
Amsterdam 235 135 58
Gooi en Vecht 11 13 4
Ijmond 7 14 5
Zaanstad
Waterland 242 151 75
Zuid-Kennemerland 19 13 0
MRA totaal 1.166 501 777
Ook kwalitatieve opgave: toekomstbestendige
bedrijventerreinen
“De 253 MRA bedrijventerreinen zijn belangrijk voor
werkgelegenheid en regionale economie, en spelen
een grote rol in duurzaamheidsopgaven; ze bieden veel
kansen voor energietransitie, voor meer biodiversiteit,
voor klimaatadaptatie en circulaire economie”
Vraag en aanbod tot 2040 (ha)
Almere Lelystad
Amstelland-Meerlanden
Amsterdam
Gooi en Vecht
Ijmond
Zaanstad Waterland
Zuid-Kennemerland
Vraag (laag scenario en incl. transformatie Aanbod
0 100 200 300 400 500 600 700
Grote tekorten: gemengd, hoogwaardig en
logistiek
Tekorten per kwalitatief segment tot 2040 in
Campus 3%
Gemengd 25%
Hoogwaardig 33%Industrieel 3%
Logistiek 36%

Pagina 21

Toekomstbestendige bedrijventerreinen MRA
21
Interpretatie uitkomsten
• Ook bij de ruimte voor bedrijventerreinen staat
de MRA op een tweesprong. Waar in de
afgelopen decennia de meeste deelregio’s nog
over voldoende aanbod in de eigen deelregio
konden beschikken (en veel gemeenten
daarbinnen over voldoende aanbod binnen de
eigen gemeente), zal dat in bijna alle deelregio’s
de komende jaren opraken. In de meeste
deelregio’s is er nog wat uitgeefbaar aanbod
voor de eerstkomende jaren, maar zal er daarna
geen nieuw aanbod meer zijn voor bedrijven
met een ruimtevraag.
• Anders dan voorheen zijn er nauwelijks zachte
plannen in ontwikkeling die voor nieuw aanbod
kunnen zorgen. Plannen die er wel zijn, zijn in de
meeste deelregio’s transformatieplannen. Die
transformatieplannen, waarbij gemeentes ruimte
voor economie actief omzetten naar ruimte voor
wonen, gaan over veel bedrijventerreinen en
grote oppervlakten. De meeste deelregio’s
transformeren veel meer hectares bedrijven-
terreinen weg, dan dat er nog aan aanbod
voorhanden is. Hierdoor zal in veel deelregio’s in
de komende jaren het totale areaal aan
bedrijventerreinen per saldo teruglopen.
• Dat is nieuw. Na decennia van uitbreiding van
het areaal bedrijventerreinen, tegelijk met een
groei van zowel de economie als het inwonertal,
zullen veel deelregio’s de komende jaren wél
meer inwoners krijgen, met ook flinke toename
van de beroepsbevolking (mensen waar banen
voor nodig zijn), maar die groei moeten
realiseren op een kleine(re) oppervlakte
bedrijventerreinen. Dat is ruimtelijk een grote
uitdaging.
• De tempo’s waarin de ontwikkelingen zich naar
het uitziet zullen voltrekken, maken het extra
complex. Op korte termijn, de komende paar
jaren, zullen er nog geen knelpunten ontstaan.
Er is dan nog wat aanbod en veel transformatie-
plannen zijn dan nog in ontwikkeling. Daarna
wordt het spannend. Tegelijk met het opraken
van het aanbod zullen langzamerhand grote
oppervlakten aan bedrijventerreinen door
transformatie worden onttrokken. Een klein deel
van de gevestigde bedrijven zal mogelijk terug
kunnen komen in de nieuwe plannen. Dit geldt
niet voor degenen in de hogere milieucatego-
rieën en ook niet voor degenen met bepaalde
vervoersstromen. De meeste bedrijven echter
zullen eerder al behoefte hebben gehad aan
perspectief; veel transformaties gaan bij aan-
vang nog uit van gedeeltelijke economische
functies, die gaandeweg echter veelal sneuvelen
onder druk van woningbouw. Dat perspectief, in
de vorm van uitbreidingsruimte, zal er binnen
veel deelregio’s dan echter niet meer zijn.
Natuurlijk kunnen bedrijven met een ruimte-
vraag de oplossing zoeken binnen de bestaande
voorraad, en dat gebeurt nu ook al, maar dat de
volledige ruimtevraag daarbinnen opvangen zou
moeten worden, is een nieuwe situatie.
• Schuifruimte is nodig om lokale en regionale
werkgelegenheid te kunnen behouden. Niet
iedereen houdt voldoende over om veel
reiskosten te kunnen maken. Ook daarom is
werk binnen bereisbare afstand van de woning
belangrijk. Waar kunnen bedrijven naartoe? Hoe
groot kan de afstand zijn zonder de mede-
werkers te verliezen? Wat betekent het voor
toeleveringsrelaties, en voor bijvoorbeeld de
relatie met het plaatselijke vmbo en voor het
sponsorcontract met amateurvoetbalclub? Wat
betekent het voor brede welvaart en voor
mobiliteit, omdat mensen die op bedrijven-
terreinen werken vaker (ook per fiets) uit de
directe omgeving komen? Waarderen we
bedrijven op bedrijventerreinen wel, als we
transformeren maar niet compenseren? Als we
bovendien weten dat ook de naburige regio’s,
zoals Utrecht, Noord-Holland Noord en Zuid-
Holland een tekort aan ruimte voor bedrijven
kennen?
• De nieuwe situatie stelt de steden voor vragen.
Met hoe weinig oppervlakte kan de stad toe,
zonder dat het functioneren van de stad in het
geding komt? Flitsbezorgers bijvoorbeeld, zijn
nu al niet meer welkom in de wijk en in het
centrum. Waar wel? Gaan we alles laten
aanvoeren van buiten de deelregio? Hoe
kunnen we werken we aan verduurzaming van
de stedelijke distributie als we geen plekken in
de stad meer houden vanwaar de elektrische
bakfietsen kunnen vertrekken? Welke
mogelijkheden zijn er omtrent het intensiveren
van het ruimtegebruik? We willen reëel zijn in
wat kan en wat niet kan en ondernemers
perspectief bieden. Intensiveren lukt pas als
private partijen weten dat een bedrijventerrein
blijft. Terwijl transformatieplannen uitspreken
over te grote gebieden, juist leidt tot stop-
zetting van investeringen (door onder-nemers)
en opdrijving van grondprijzen (door
speculanten). Hoe gaan we om met de ruimte-
behoefte als gevolg van de algehele verzwaring
van het elektriciteitsnetwerk, die op zichzelf niet
is meegenomen in de vraagraming maar waarbij
voor bijvoorbeeld verdeelstations wel vaak
gekeken wordt naar bedrijventerreinen?

Pagina 22

Toekomstbestendige bedrijventerreinen MRA
22
3
Strategie
3.1. Méér economie binnen beperkte
ruimte
De MRA staat voor de grote uitdaging om méér
economie, voor méér inwoners binnen een beperkte
ruimte te realiseren. Dat vraagt om meer focus op
de bestaande voorraad bedrijventerreinen en
selectiviteit bij nieuwe plannen, intensivering van
het ruimtegebruik op bedrijventerrein en een betere
benutting van het hele stedelijke gebied voor
economische functies die mengbaar zijn.
Het oude systeem van groeien, door steeds nieuwe
bedrijventerreinen aan de randen van de kernen te
ontwikkelen en verder te groeien, zal moeten
worden omgebogen naar een systeem waarin we de
economische uitbreidingsruimte voornamelijk
vinden binnen de bestaande voorraad bedrijven-
terrein en het bestaande stedelijk gebied. Daarnaast
zijn nieuwe plannen nodig: als schuifruimte voor
transformaties, om vraag en aanbod van bedrijven-
terreinen binnen de deelregio’s meer in evenwicht te
krijgen en om de circulaire economie en energie-
transitie de plekken te geven die nodig zijn.
Dat vraagt een intensivering van het ruimtegebruik
op bestaande bedrijventerreinen en meer
‘mengbare economie’ in de rest van het stedelijk
weefsel. Het vraagt een andere manier van kijken
naar bedrijventerreinen. Namelijk als plekken voor
met name ‘niet-mengbare functies’, vanwege
bijvoorbeeld milieuhinder of logistieke bewegingen.
Het vraagt ook een andere manier van kijken naar
de rest van de stad; namelijk als plekken waar,
overal waar het kan, het toevoegen van zoveel
mogelijk mengbare economische functies het
uitgangspunt is.
Om ruimte te houden voor de echte bedrijven-
terrein-bedrijven, zullen bedrijventerreinen beter
‘beschermd’ moeten worden. Op plekken waar toch
wordt getransformeerd, zal de meerwaarde van de
economische functie meegenomen moeten worden
in het overall resultaat. Een uitdaging daarbij is het
prijsopdrijvende effect van functies die elkaar
verdringen, met een economische functie die het
momenteel verliest van de woonfunctie, en binnen
de economische functie alleen nog de kantoor-
houdende functie die de concurrentie daarmee
aankan. Nieuwe oplossingen zullen onderzocht en
ontwikkeld moeten worden.
Samenwerken binnen de MRA is de oplossing om
deze grote uitdaging van meer economie, voor
mensen binnen een beperkte ruimte aan te kunnen.
Daarbij volgen we een strategie van zes elkaar
versterkende inhoudelijke lijnen.

Pagina 23

Toekomstbestendige bedrijventerreinen MRA
23
3.2. Strategie van versterkende programmalijnen
6 Programmalijnen met naast afspraken ook acties:
1. Bescherming bestaande voorraad • Bestaande bedrijventerreinen beter beschermen
2. Toekomstbestendig maken • Bedrijventerreinen beter benutten
3. Intensivering ruimtegebruik • Meer doen binnen de beperkte ruimte die er is
4. Betere benutting stedelijk gebied • Bedrijventerrein voor bedrijven die ze nodig hebben
5. Selectieve uitgifte huidig aanbod • Bewust omgaan met schaarse ruimte in de regio
6. Toevoegen nieuwe plannen • Datgene toevoegen dat echt nodig is
Waarom bedrijventerreinenstrategie MRA?
• MRA metropool van grote klasse en menselijke
maat (NOVEX)
• Ontwikkeling complete samenlevingen vraagt
om bedrijventerreinen
• Maatschappelijke belang van bedrijventerreinen
voor MRA is groot
• Ruimtetekort door weinig aanbod, weinig
plannen, veel transformatie
Belang van bedrijventerreinen
1. Leveren kwart van de werkgelegenheid MRA
2. Banen voor inwoners eigen gemeente en regio
3. Praktijkplekken voor onderwijs en innovatie
4. Hotspots energietransitie en circulaire economie
5. Kansrijke plekken vergroening en biodiversiteit
6. Plekken voor stadsverzorgende bedrijven
7. Ruimte voor bedrijven die niet ‘mengbaar’ zijn
Bedrijventerreinenstrategie + Programma Toekomstbestendige Bedrijventerreinen
Ambitie van de strategie • Voldoende toekomstbestendige bedrijventerreinen
voor inwoners van de MRA tot 2040
Grote gemeentegrens overschrijdende opgave • Samenwerken om kwaliteiten en ervaringen te
benutten

Pagina 24

Toekomstbestendige bedrijventerreinen MRA
24
1. Programmalijn
Bescherming bestaande voorraad
De bestaande voorraad bedrijventerreinen beter
willen benutten, begint met private partijen het
vertrouwen geven dat nodig is om hen blijvend
te laten investeren in bedrijfspanden, -kavels
en -terreinen. Van vergroenen, tot renoveren en
organiseren van parkmanagement, het gaat erom
private partijen te laten inzien dat investeren
rendeert.
Bij toenemende krapte op de markt willen private
partijen echt wel investeren, mits overduidelijk is dat
de bestemming bedrijventerrein is en blijft. Over te
veel bedrijventerreinen in de MRA hangt nu een
deken van transformatieverwachtingen. Gemeenten
spreken nu transformatieambities uit over zeer grote
gebieden, waardoor in mum van tijd investerende
ondernemers plaats maken voor afwachtende
speculanten. Bij veel transformatieplannen is het
bovendien de vraag of en wanneer deze doorgaan.
Wie kan blijven en wie niet, is ook vaak onduidelijk
en maatschappelijke effecten van bedrijfs-
verplaatsingen worden niet standaard meegenomen
in het totale financiële plaatje van gebieds-
ontwikkelingen/ transformatie-projecten.
Laten we daarom de focus leggen op gebieden
waar de obstakels minder groot en de realisatie-
kansen groter zijn. We willen de bestaande voorraad
bedrijventerreinen ‘beschermen’ door enerzijds
transformatiegebieden zo klein mogelijk af te baken,
en anderzijds over de rest van de bedrijventerreinen
expliciet uit te spreken dat dit bedrijventerreinen
blijven, inclusief milieuzonering en hindercontouren.
Investeren in de toekomstbestendigheid van
bedrijventerreinen genereert winst op tal van
beleidsterreinen, zónder daarbij de drijvende kracht
achter de beoogde brede welvaartsontwikkeling,
het bedrijfsleven, onderuit te halen. Denk aan
klimaatadaptatie, vergroening, verduurzaming,
leefbaarheid, welzijn, etc.. Wat we willen is deze
alternatieve beleidsdoelstellingen behalen, door
samen met het bedrijfsleven en vastgoedpartijen te
investeren in de voorraad van bedrijventerreinen,
mét behoud van de bedrijventerreinenfunctie.
2. Programmalijn
Toekomstbestendige bedrijventerreinen
Bedrijventerreinen zijn belangrijk voor het
vestigingsklimaat van bedrijven en daarmee
voor onze MRA economie. Met een aanpak
toekomstbestendige bedrijventerreinen willen we
gemeenten, bedrijven en ondernemersverenigingen
helpen met het verduurzamen en toekomst-
bestendig maken van deze bedrijventerreinen.
Bedrijventerreinen kunnen een grote bijdrage
leveren aan de MRA doelstellingen voor
energietransitie, circulariteit, veiligheid, klimaat-
adaptatie en biodiversiteit. Die kansen willen
we nog veel beter benutten. Daarbij kunnen we
onderscheid maken tussen het verduurzamen
van/doorbedrijven op een bedrijventerrein, het
verduurzamen en vergroenen van de locatie en de
bijdrage die bedrijventerreinen kunnen leveren aan
de transitieopgaven.
Het vraagt een aanhoudende inzet en goed
georganiseerde bedrijventerreinen. Op veel
bedrijventerreinen zijn organisatiegraad en
parkmanagement nu nog onderontwikkeld. Veel
gemeenten hebben onvoldoende ambtelijke
capaciteit (beschikbaar gesteld) om deze lokale
processen te ondersteunen, terwijl dat wel nodig is
omdat het eigendom vaak versnipperd is en veel
gebruikers geen eigenaar zijn. Hier is nog veel winst
te behalen, waarbij succesvoorbeelden kennen en
delen belangrijk is. De inzet sluit ook aan op het
voornemen van het Rijk om samenwerking op
bedrijventerreinen te bevorderen om zo de
verduurzaming te versnellen.
Ander punt van aandacht is energiecongestie.
Momenteel ervaren steeds meer bedrijven
beperkingen door het overvolle elektriciteitsnetwerk.
Op steeds meer bedrijventerreinen geldt een
wachttijd voor het uitbreiden van bestaande en/of
nieuwe aansluitingen. Netbeheerders moeten het
energienet verzwaren en nieuwe onderstations
realiseren. Een energiehub biedt een mogelijke
oplossing en vraagt samenwerking van bedrijven
door processen onderling af te stemmen en energie
direct uit te wisselen. Verschillende programma’s en
projecten in Nederland noemen energiehubs en
doen hier onderzoek naar, waaronder het ministerie
van EZK. SADC heeft op Schiphol Trade Park een
energiehub ontwikkeld en verkent op meer
bedrijventerreinen de mogelijkheden.
3. Programmalijn
Intensivering van het ruimtegebruik
We willen het ruimtegebruik op bedrijventerreinen
intensiveren, zowel op bestaande als nieuw uit
te geven bedrijventerreinen. Dat betekent meer
toegevoegde waarde, meer banen (want fors
groeiende MRA beroepsbevolking) en meer
betekenis voor de economie, binnen dezelfde
oppervlakte. Voorbeelden waar het lukt zijn er
voldoende, net als constateringen dat dit veel inzet,
geld en tijd kost en dat te behalen ruimtewinst
relatief beperkt is (schattingen richting 10%).

Pagina 25

Toekomstbestendige bedrijventerreinen MRA
25
Meervoudig ruimtegebruik willen we stimuleren en
oneigenlijk gebruik terugdringen. Daarbij kan
mengen nooit doel op zich zijn. Sommige
werklocaties laten zich nu eenmaal niet of slecht
mengen. De vraag die dan ook altijd gesteld dient
te worden is of het mengen meerwaarde heeft. Er
zijn zeker werklocaties waar geïntensiveerd kan
worden, dan wel met meer werk of met wonen.
Maar bepaalde gebieden (en de bedrijven daar)
hebben baat bij monofunctionaliteit. Dus ’mix tot
the max’ gaat lang niet altijd op.
Verder: om een productieve stad te maken is ruimte
en adaptiviteit nodig. Een productieproces is niet
gefixeerd, maar juist een ademend geheel. Soms is
beperkt ruimte nodig en soms meer, afhankelijk van
de klant en opdracht. Deze vrijheid, of flexibiliteit, is
essentieel. Ruimte voor groei en krimp op een
locatie is nodig voor goed ondernemerschap.
Daarom moet er ook in plannen ruimte zijn, terwijl
deze nu vaak volledig dicht gerekend en getekend
worden.
4. Programmalijn
Betere benutting stedelijk gebied
Het bestaand stedelijk gebied kan veel meer
economische functies accommoderen dan het nu
doet. Tegelijk zijn verderop in het stedelijk weefsel
op veel bedrijventerreinen economische functies
gevestigd, die we daar vanwege milieuhinder
helemaal niet hoeven te zitten (‘scheefwerken’).
In onze goedbedoelde naoorlogse traditie van
functiescheiding zijn we in Nederland soms
wat doorgeschoten. Dat resulteert zowel in een
inefficiënt gebruik van kostbare (milieu)ruimte op
bedrijventerreinen, als in monofunctionele stedelijke
woonwijken die de reuring missen die hoort bij
het beoogde stedelijk woonmilieu. Juist bij een
toenemende verstedelijking, kunnen we een deel
van die economische functies weer terugbrengen
naar de stad. Bedrijven en inwoners willen dat ook.
Het levert aantrekkelijke, levendige stadswijken op
en ruimte op bedrijventerreinen, voor de bedrijven
die daar ook echt thuishoren. Win-win.
Meer mengen in de stad dus. Er zijn ook al goede
voorbeelden, maar het bijzondere daarbij is het dan
vaak gaat om bedrijventerreinen die worden
getransformeerd naar woonwijken (met in de zijlijn
een streven om iets van economische functies terug
te laten komen en zijn vaak niet de bedrijven die er
eerst zaten). Willen we de uitleg van nieuwe
bedrijventerreinen aan randen van de stad waar
mogelijk beperken, dan zullen we naast het
beteugelen van de transformatietendens van grote
arealen binnenstedelijke bedrijventerreinen, ook
méér economische functies moeten terugbrengen in
de rest van het stedelijk gebied. Dat gaat van de
centra, waar werken een goed antwoord kan zijn op
krimp in de detailhandel, tot stadsstraten met een
mix aan functies en naoorlogse woonwijken, die juist
vragen om meer levendigheid en werken dat ook
zichtbaar is (ook voor de jongeren).
Waarom gebeurt het nog te weinig? Het antwoord is
dat we er nog niet aan gewend zijn, het zit nog niet
in het systeem van het ontwikkelen van plannen. Er
kan veel meer en het kan veel gemengder, maar dat
vraagt wel aandacht in de plannen, aandacht voor
(potentiële) ondernemers in het proces, anders
rekenen en een andere vraag aan marktpartijen, die
soms ook nog meer uitgedaagd moeten worden.
Het vraagt soms meer moeite, maar het levert ook
meer op: levendige stadswijken, werken weer
zichtbaar in de wijk en ruimtewinst op bedrijven-
terreinen, die we kunnen benutten voor bedrijven
die na enig doorgroeien toch echt een plek wat
meer op afstand nodig hebben. Een inzet die de
moeite waard is.
5. Programmalijn
Selectieve uitgifte huidig aanbod
De MRA wil selectiever omgaan met de uitgifte
van het huidige aanbod. Ruimtebehoefte alleen
is niet meer voldoende voor bedrijven om zich op
een nieuwe kavel te kunnen vestigen. Bedrijven die
zich daar vestigen moeten aantoonbaar bijdragen
aan 1) brede welvaart, 2) verduurzaming van de
economie en/of 3) specialisaties in de deelregio.
De wijze waarop we met de selectiviteit om willen
gaan, kan gerelateerd worden aan de beoogde
regionale profielen. Daarbinnen zijn er belangrijke
aanknopingspunten om de economische profielen
op bedrijventerreinniveau te duiden. Waar het
gaat om sturing kunnen we ook gebruik maken van
handreikingen die uit het GRIP traject voortkomen
en inzette op intensief en waar mogelijk meervoudig
ruimtegebruik.
Het streven is dat we binnen de MRA een gelijk
speelveld creëren t.a.v. randvoorwaarden/bijdragen
aan brede welvaart, verduurzaming en transitie-
opgaven. Gelet op het beperkte aanbod dat er (nu)
is, betekent dat ook dat we van vooral vraaggericht,
naar meer aanbod gestuurd (en toch markt-
georiënteerd) willen gaan.
We beseffen ons daarbij wel dat in de dynamiek van
startende, groeiende en verhuizende bedrijven, de
maakbaarheid relatief beperkt is. Verleiden tot
locatiekeuzen die zowel het bedrijf, als de (deel)
regio ten goede komen, is daarom wat we willen.
Dat vraagt gericht aanbod per deelregio en
doorverwijzing naar elkaar wanneer nodig.

Pagina 26

Toekomstbestendige bedrijventerreinen MRA
26
6. Programmalijn
Toevoegen van nieuwe plannen
Bedrijven op bedrijventerreinen zijn essentieel voor
het functioneren van de MRA. Een evenwichtige
ruimtelijk-economische ontwikkeling vraagt
bijdragen in elke deelregio en draagt bij aan het
bestuurlijk gewenste polycentrische verstedelijkings-
model in de MRA, waar bedrijventerreinen een
onlosmakelijk onderdeel zijn. We weten dat de
omschakeling naar een circulaire economie en
een duurzaam energiesysteem meer ruimte gaat
vragen. De vraag-aanbodconfrontatie aat zien dat er
een opgave ligt voor elk van de deelregio’s, om in
deelregionale programmeringen te komen tot een
zo groot mogelijk aandeel van het invullen van hun
deelregionale opgave t.a.v. hun bedrijventerreinen,
inclusief de realisatie van zachte plannen zoals die
zijn voorzien en met een inzet op intensief en waar
mogelijk meervoudig ruimtegebruik.
Het toevoegen van extra nieuwe plannen is nodig
en zullen we tegelijk ook goed moeten kunnen
uitleggen. Het vraagt ook om keuzes: welk deel van
de verwachte en benodigde groei willen we
opvangen, onder welke voorwaarden en met welk
afwegingskader? Zijn we bereid de discussie te
openen over buitenstedelijk bouwen in de
deelregio’s? De maatschappelijke terughoudend-
heid ten aanzien van nieuwe plannen mede wordt
ingegeven door de combinatie van schaarse ruimte,
maatschappelijke en sociaaleconomische factoren,
discussies over ‘verdozing van het landschap’,
aantrekkingskracht bepaalde type werk op
arbeidsmigranten etc. Met brede welvaart en
werken aan een circulaire economie, in combinatie
met selectiviteit, hebben we een heel goede
propositie. Iedere deelregio zal een actieve bijdrage
willen leveren aan brede welvaart en circulaire
economie (in kantoren kunnen we dingen bedenken
maar impact maken we op bedrijventerreinen).

Pagina 27

Toekomstbestendige bedrijventerreinen MRA
27
3.3. Sturing vanuit
samenwerkingsprogramma
We sturen de ontwikkelingen in de goede richting
door te sturen vanuit samenwerking, door daarbij te
denken vanuit (natuurlijke) bedrijfsontwikkeling en
door de strategie te realiseren vanuit een meer-
jarige programmering met veel verantwoordelijkheid
voor de gemeen-ten bij de realisatie van de strate-
gie.
Sturen vanuit samenwerking
• Het brede spectrum aan partijen dat belang
heeft bij bedrijventerreinen is een kans. Als deze
partijen de handen ineen slaan, kan er veel
worden bereikt. Dan combineren we het vooruit-
strevende van ondernemers, de lokale kennis en
het RO instrumentarium van de gemeenten, de
overkoepelende blik van de provincies en de
steun van het Rijk, in een nieuw bedrijventerrei-
nenaanbod voor een metropoolregio van de
toekomst. Dan blijkt de MRA van wereldklasse in
onder andere gespecialiseerde, vergaand
verduurzaamde regionale bedrijventerreinen, en
de menselijke maat in lokale, stedelijke bedrij-
venterreinen dicht bij de inwoners en meer
economie, ook in de rest van het stedelijk
weefsel.
• Doen we dat niet en werken we niet samen
maar ‘ieder voor zich’, dan dreigt het thema
bedrijventerreinen ons in snippers door de
vingers te glippen. Bestaande binnenstedelijke
bedrijventerreinen maken dan plaats voor
monofunctionele stadswijken, zonder dat we van
elkaar weten dat we daarbij, bij elkaar opgeteld,
substantiële delen van de MRA en nationale
voorraad bedrijventerreinen aan het onttrekken
zijn. Het lokale en regionale mkb komt dan knel
te zitten, het verdwijnt uit de regio waarmee ook
banen verdwijnen of neemt de laatste posities
op nieuwe bedrijventerreinen in, die we eigen-
lijk ontwikkeld hadden voor specifieke doelgroe-
pen, zoals koplopers in de circulaire economie.
Samenwerken is wat we willen en daarbij kan
iedere partij haar eigen rol vervullen
Aansluiten op bedrijfsontwikkeling
• De MRA is voortdurend in beweging. Bedrijven
en de bedrijventerreinenmarkt zijn dat ook. Een
vraag-aanbodconfrontatie voor bedrijventerrei-
nen is daarom geen vast gegeven, maar eerder
een beeld van hoe de economie zich naar
verwachting gaat verhouden tot de ruimte die
daarvoor beschikbaar is, of wordt gesteld. Het
gaat over mensen in de MRA die besluiten voor
zichzelf te beginnen, een bedrijf te starten. Het
gaat over kleine bedrijven die groeien, die werk
gaan bieden aan meer inwoners, die meer
producten gaan maken en meer relaties in de
omgeving aangaan waardoor netwerken gaan
ontstaan. Er is geen ondernemer waarvoor
ruimte een doel op zich is. Ondernemers
hebben doelen voor hun bedrijven, zoals
nieuwe en duurzamere producten maken. De
groei van het bedrijf die daar voor nodig is,
vraagt soms meer ruimte. Het liefst vinden
ondernemers die uitbreidingsruimte op de
bestaande locatie, of in de directe omgeving,
om bij een verhuizing maar geen medewerkers
kwijt te raken. Natuurlijk kent de MRA ook
multinationals, voor wie de locatiekeuze bij
ruimtegebrek of om strategische redenen op
een ander schaalniveau wordt gemaakt, natio-
naal of zelfs internationaal. Ook bij die bedrijven
is ruimte geen doel op zich, maar gaat het om
het vinden van een locatie die bijdraagt aan de
ontwikkeling van het bedrijf: het juiste bedrijf op
de juiste plaats. We willen een stabiel vesti-
gingsklimaat bieden, op basis waarvan onderne-
mers met vertrouwen investeren in de toekomst.
Daarbij zijn bedrijven zijn doorgaans geen op
zichzelf staande, maar onderdeel van ketens en
netwerken. Waar de aanwezigheid van toeleve-
rende en afnemende bedrijven een locatiefactor
van belang is kan een negatief sneeuwbaleffect
optreden als bedrijven niet meer gehuisvest
kunnen worden of vertrekken omdat de loca-
tie-voorwaarden niet meer voldoen en bedrijven
wegtrekken.
• Het juiste bedrijf op de juiste plaats, voor zowel
het bedrijf als de omgeving, bereiken we het
best door bedrijven ruimtelijk te faciliteren en te
verleiden met de juiste locatievoorwaarden en
dus goede ontwikkelingsmogelijkheden, op de
bestaande locatie of op een nieuwe plek.
Dwingen en uitkopen is veel minder effectief, en
is vaak duur en tijdrovend. Het kan bovendien
leiden tot teleurstelling bij zowel de onderne-
mers, als bij de overheden als de dialoog en de
ontwikkelingen vastlopen. Het is beter om te
denken vanuit de natuurlijke ontwikkeling van
bedrijven. In een metropoolregio van menselijke
maat is die ruimte op fietsafstand te vinden.
Stap voor stap is er daarna de juiste ruimte te
vinden, als het bedrijf een stuk groter wordt
binnen de gemeente, binnen de deelregio en
uiteindelijk binnen de MRA, als het gaat om
grootschalige ruimtevragers en specialisaties.
Realiseren vanuit programmering
• De Bedrijvenstrategie MRA is geen blauwdruk,
maar wordt een programma dat zich over
meerdere thema’s en meerdere jaren uitstrekt.
De Bedrijventerreinenstrategie MRA program-
matisch realiseren, past bij de huidige tijd van
grote veranderingen. In de complexe omgeving
van een groot aantal partijen en meerdere
thema’s, zouden we de bedrijventerreinenstrate-

Pagina 28

Toekomstbestendige bedrijventerreinen MRA
28
gie te eng benaderen als we het alleen ‘beleid’
zouden noemen. De beoogde resultaten zijn
breder dan een ‘project’ en ook het aantal
partijen dat we willen betrekking bij de uitvoe-
ring is daarvoor te groot. Een programmatische
aanpak past het best bij de uitwerking en
realisatie van de bedrijventerreinenstrategie;
een programma bevat meerdere inspanningen,
van projecten tot andere manieren van werken,
om meerder doelen te kunnen bereiken.
• Een bedrijventerreinenstrategie in de vorm van
een programma vraagt gerichte monitoring en
een goede coördinatie. Dat is precies waar de
regionale samenwerking binnen de MRA de
juiste structuur voor beidt. Randvoorwaarde
hierbij is dat de ambtelijke coördinatie goed
belegd is en voorzien is in de benodigde
capaciteit ten behoeve van de uitvoering.
Gemeenten spelen daarbij een centrale rol.
3.4. Randvoorwaarden
Aan de realisatie van een MRA Bedrijventerrei-
nen-strategie zijn randvoorwaarden verbonden.
Op de tweesprong waar de MRA nu op staat, van
veel aandacht voor uitbreiding van de voorraad
bedrijventerreinen met nieuwe plannen (en daarna
snoeien om te bloeien), naar nu een sterke focus op
de bestaande voorraad bedrijventerreinen, is ook
een omslag nodig in het ‘bedrijventerrein als busi-
nessmodel’. Hectares landbouwgrond omzetten en
uitgeven als bedrijventerrein was vaak een rendabel
businessmodel. Werken aan de bestaande voorraad,
om deze te intensiveren en toekomst-bestendig te
maken, is dat zeker ook. Zelfs méér rendabel, omdat
we daarmee werken aan complete steden in de
voorhoede van de transities van dit moment.
Een verschil is echter wel dat werken aan de be-
staande voorraad grote investeringen vraagt, in tijd,
geld en bestuurlijke wil, die over het algemeen pas
over langere periode worden terugverdiend. Neem
een gebied als de Waarderpolder. Nu succesvol,
maar alleen dankzij aanhoudende grote inzet
gedurende meerdere decennia en anticyclisch
investeren.
De inzet om zoveel mogelijk van de toekomstige
economische groei, nodig vanwege de fors
toenemende MRA bevolking, te accommoderen
binnen de bestaande gebouwde omgeving
(bedrijventerreinen en rest van de stad voor
mengbare functies), vraagt een inzet die vele malen
groter is dan voorheen. Vraag de gemeente
Haarlem maar eens hoeveel inzet De Waardepolder
de afgelopen decennia vroeg, voordat het succes
daar was, en vermenigvuldig dat met het aantal van
250 bedrijventerreinen dat de MRA rijk is.
Gelukkig gebeuren er zeker al heel goede dingen
op dit vlak in de MRA, maar bij focus op de
bestaande voorraad - in combinatie met selectieve
uitgifte en ontwikkeling van nieuwe plannen- komen
andere randvoorwaarden kijken op het gebied van:
• Wet- en regelgeving: o.a. intensivering,
menging, energie, verduurzaming (o.a.
klimaatadaptatie, ruimtelijke inpassing), beheer.
• Financiering: van o.a. reguliere inzet EZ,
gebiedsprocessen, fysieke investeringen
• Kennis en expertise: van o.a.
succesvoorbeelden, procesaanpakken etc.
Succes houdt verband met de capaciteit die
gemeenten beschikbaar stellen om te werken aan
toekomstbestendige bedrijventerreinen. In het
klassieke model zien we enerzijds een beperkt
aantal beleidsmedewerkers EZ/accountmanagers
voor beleidsontwikkeling en lopende contacten, en
anderzijds projectteams die na realisatie van een
nieuw bedrijventerrein opgeheven worden. Samen
werken aan toekomstbestendige bedrijventerreinen
vraagt echter meer. Er dienen, op basis van de
behoefte en draagvlak samenwerkingsprojecten van
de grond getild te worden op terreinniveau, rondom
energie (opwekken/opslaan/uitwisselen), mobiliteit
(laadinfra/waterstof) en human capital (samen-
werking vmbo) en bij alles: verhoging van de
organisatiegraad van het bedrijfsleven. Dat laatste is
natuurlijk aan de bedrijven zelf, maar het vraagt ook
ambtelijke inzet in de beginfase

Pagina 29

Toekomstbestendige bedrijventerreinen MRA
29
4
Programma
De MRA bedrijventerreinenstrategie bestaat uit zes
thematische programmalijnen met regionale
afspraken, in combinatie met daaraan gerelateerde
deelregionale strategieën. De zes programmalijnen
zijn:
1. Bescherming bestaande voorraad
2. Toekomstbestendig maken voorraad
3. Intensivering van het ruimtegebruik
4. Betere benutting stedelijk gebied
5. Selectieve uitgifte huidig aanbod
6. Toevoegen van nieuwe plannen
4.1. Uitgangspunt: samenwerken
De gemeenten en de provincies in de MRA
onderschrijven dat
a. de tekorten aan bedrijventerreinen voor alle
deelregio’s en gemeenten van de MRA de
balans tussen de beoogde groei in inwoners
en beroepsbevolking in gevaar brengt, omdat
hiermee o.a. banen voor praktisch geschoolden
op korte woonwerkafstand, ruimte voor lokale
ondernemers en de ontwikkeling naar de
circulaire economie in de verdrukking komt;
b. samenwerking van gemeenten en provincies
in de MRA nodig is om de beste oplossingen
te vinden voor de nieuwe situatie die ontstaat
door een tekort en die vraagt om een nieuw
perspectief op bedrijventerreinen, in het
belang van de huidige en nieuwe inwoners,
ondernemers en maatschappelijke uitdagingen
op het gebied van o.a. energie, klimaat en
brede welvaart;
c. een regionale aanpak nodig is via voorliggende
Bedrijventerreinenstrategie MRA, omdat de
opgave van voldoende bedrijventerreinen van
de juiste kwaliteit zo groot en gemeentegrens
overschrijdend is; en dat ook afstemming met
de regio’s in Noord-Holland Noord, Zuid-
Holland en Utrecht nodig is;
d. voorliggend Programma Bedrijventerreinen-
strategie MRA de mogelijkheden biedt om
uitvoering te geven aan de Bedrijventerreinen-
strategie MRA. Iedere gemeente en provincie
zet in op die activiteiten die passend zijn bij de
ambities en het kaderstellende beleid omtrent
bedrijventerreinen zoals vastgesteld door de
gemeenteraad en provinciale staten;
e. de Bedrijventerreinenstrategie MRA bestaat uit
een aanpak langs zes elkaar versterkende lijnen,
waarin aandacht voor bescherming en betere
benutting van de bestaande voorraad
bedrijventerrein veel nadruk krijgt, in combinatie
met een inzet op een groei van het areaal
bedrijventerreinen in de MRA, resulterend in de
volgende afspraken per programmalijn inclusief
maatregelen die de gemeenten en de MRA
gezamenlijk uitvoeren vanaf 2024.

Pagina 30

Toekomstbestendige bedrijventerreinen MRA
30
4.2. Bescherming bestaande voorraad
Ambitie
De samenwerkende partijen in de MRA willen de bestaande voorraad bedrijventerreinen in de MRA beter
beschermen en benutten. Zo willen we bedrijven de zekerheid van een vestigingsplaats bieden en het
vertrouwen geven om te investeren in toekomstbestendige gebouwen en kavels. Deze programmalijn
omvat de volgende afspraken en acties:
Afspraken
1. Oppervlakte Gemeenten behouden binnen hun deelregio de huidige totaaloppervlakte aan
bedrijventerreinen, overeenkomstig bijlage 2 van de lijst bestaande bedrij-
venterreinen, en/of maken aan de andere MRA gemeenten inzichtelijk hoe zij
evenveel ruimte voor het bedrijventerrein-bedrijfsleven weten te behouden.
2. Transformaties Gemeenten en provincies spreken af om nieuwe transformatieplannen regio-
naal af te stemmen, op basis van een samen op te stellen regionaal transfor-
matiekader MRA.
3. Bedrijfsbehoud Gemeenten spannen zich in om bij transformatie zoveel mogelijk zittende
bedrijven kansen te bieden zich te handhaven en waar dat niet lukt compen-
satiemogelijkheden voor ruimte en milieuruimte, in eerste instantie binnen de
eigen deelregio te vinden.
Acties
• Voorraadplannen
opstellen
Gemeenten brengen in beeld welke bedrijventerreinen behouden blijven en
tenminste tot 2035 niet in aanmerking komen voor transformatie, als basis voor
een MRA totaaloverzicht in 2024.
• Transformatie-
plannen bezien
Gemeenten bezien de huidige plannen voor transformatie van bedrijven-
terreinen (conform gemeentelijk besluiten), om nieuwe kansen voor behoud
van zittende bedrijven te identificeren.
• Transformatiekader
opstellen
Gemeenten stellen in MRA verband een transformatiekader bedrijventerreinen
op, met aandacht voor o.a. omgang met de transformatielocatie en
compensatiemogelijkheden binnen de deelregio.

Pagina 31

Toekomstbestendige bedrijventerreinen MRA
31
4.3. Toekomstbestendige bedrijventerreinen
Ambitie
De samenwerkende partijen in de MRA willen de bedrijventerreinen toekomstbestendig maken,
door gemeenten, bedrijven en ondernemersverenigingen te helpen met het ver-duurzamen van
bedrijventerreinen. Zo willen we de bijdragen die bedrijventerreinen leve-ren aan maatschappelijke
doelstellingen op het gebied van energie, circulariteit, veiligheid, klimaatadaptatie en biodiversiteit
vergroten. Deze programmalijn omvat de volgende af-spraken en acties:8
8 Voor de ruimtebehoefte voor circulaire economie is geen specifieke raming gemaakt. De vraagraming (Bureau Buiten) houdt
impli-ciet rekening met de ontwikkeling naar een circulaire economie, maar n.a.v. het landelijke onderzoek Ruimte voor circu-
laire eco-nomie (PBL) willen we dit aspect van de ruimtevraag specifiek in beeld brengen.
Afspraken
4. Organisatiegraad Gemeenten en provincies spreken de gezamenlijke bereidheid uit om lokaal
op te trekken richting ondernemersverenigingen en bedrijven, om de organisa-
tiegraad van bedrijventerreinen te verhogen t.b.v. het werken aan toekomstbe-
stendige bedrijventerreinen in de MRA.
5. Verduurzaming Gemeenten en provincies gaan actief aan de slag met verduurzamingsopgaven
en kansen per bedrijventerrein op het gebied van ruimtelijke kwaliteit,
duurzame mobiliteit, energietransitie, circulariteit, vitaliteit, biodiversiteit etc.
6. PHB De MRA en provincie Noord-Holland continueren de inzet van Projectbureau
Herstructurering Bedrijventerreinen (PHB) met expertise op het gebied
van kwaliteitsbehoud van werklocaties zoals: georganiseerd beheer,
duurzaamheid en kennisdeling op bedrijventerreinen, in aanvulling op lokaal
accounthouderschap.
Acties
• Verduurzamings-
plannen opstellen
Gemeenten brengen in beeld voor welke bedrijventerreinen i.s.m. het bedrijfs-
leven verduurzamingsplannen zullen worden opgesteld.
• Bedrijventerreinen
organiseren
Gemeenten spannen zich i.s.m. PHB en provincies in om op tenminste 1
bedrijventerrein in hun gemeente het bedrijfsleven zich te laten organiseren in
de vorm van een BIZ, ondernemersfonds en/of parkmanagement.
• Onderzoek ruimte-
behoefte circulaire
economie
De MRA Directie gaat in samenwerking met gemeenten en provincies
onderzoek doen naar de extra ruimtebehoefte als gevolg van de transitie
naar de circulaire economie, met zowel een kwantitatieve als kwalitatieve
component8.
• Vestigingsvoor-
waarden
onderzoeken
MRA Directie gaat onderzoeken (mogelijk in combinatie met bovenstaande
actie) hoe bedrijventerreinen nog beter kunnen worden ingezet ter stimulering
van circulaire economie en energietransitie d.m.v. het creëren van de juiste
vestigingsvoorwaarden voor koploperbedrijven. Hierbij zal de verbinding
worden gelegd met het onderzoek naar circulaire economie in het kader van
NOVEZ NZKG. Tevens wordt een verbinding gelegd met het Mobiliteitspro-
gramma van Eisen (MPvE) voor bedrijventerreinen dat wordt opgesteld in
opdracht van het MRA Platform Smart Mobility.

Pagina 32

Toekomstbestendige bedrijventerreinen MRA
32

Pagina 33

Toekomstbestendige bedrijventerreinen MRA
33
4.4. Intensivering ruimtegebruik
Ambitie
De samenwerkende partijen in de MRA willen de ruimte op bestaande en nieuwe bedrijven intensiever
gaan benutten. We gaan intensief en meervoudig/multifunctioneel ruimtege-bruik stimuleren en kansen en
instrumenten in beeld brengen. Deze programmalijn omvat de volgende afspraken en acties:
Afspraken
7. Ruimtewinst Gemeenten en provincies spannen zich in om het ruimtegebruik op bestaande
bedrijventerreinen te intensiveren, binnen de nader te onderzoeken mogelijk-
heden die er zijn, met als gezamenlijke ambitie het accommoderen van 10%
van de behoefte aan extra ruimte voor bedrijventerreinen (ca. 160 hectare)
door intensivering van het ruimtegebruik op de bestaande bedrijventerreinen.
8. (Milieu)ruimte Gemeenten en provincies spannen zich in om nieuwe bedrijventerreinen voor
hogere milieucategorieën alleen uit te geven aan bedrijven die de geboden
ruimte en milieuruimte ook benutten. Bij bestaande bedrijventerreinen kunnen
gemeenten voorzienbaarheid creëren om planologische veranderingen tijdig
aan te kondigen. Daarbij dient er ook voldoende plek te zijn voor de lichtere
bedrijven elders.
Acties
• Kansen en instru-
menten in beeld
brengen
MRA Directie gaat in samenwerking met gemeenten en provincies in beeld
brengen op welke bedrijventerreinen in de MRA de meeste kansen op ruim-
tewinst te vinden zijn, welke mogelijkheden er zijn, en welke instrumenten
de gemeenten daarbij in kunnen zetten. Ervaringen uit o.a. provincie Utrecht
nemen we mee.
• Pilots intensivering
ontwikkelen
MRA Directie gaat samen met gemeenten (en Rijk) pilots ontwikkelen
op bedrijventerreinen die het meest kansrijk zijn voor intensivering van
het ruimtegebruik, als voorbeeldprojecten van daadwerkelijk behaalde
ruimtewinst.
• Verdichten waar
het kan
Gemeenten zetten in op verdichting en meervoudig ruimtegebruik waar
mogelijk. Dat kan door de maximale bouwhoogte te benutten of te verhogen
en door onbenutte delen van percelen, te benutten. De eigenaren gaan
hier vanzelfsprekend over, maar gemeenten kunnen het gesprek wel actief
opzoeken. Successen willen we delen ter inspiratie.

Pagina 34

Toekomstbestendige bedrijventerreinen MRA
34
4.5. Intensivering ruimtegebruik
Ambitie
De samenwerkende partijen in de MRA streven naar een betere benutting van het stedelijk gebied voor
economische functies die daar ruimtelijk passen en niet thuishoren op een be-drijventerrein. We willen
voorkomen dat bedrijventerreinen opvangplekken worden voor economische functies die juist goed passen
in het gemengd stedelijke gebied, en daar ook van meerwaarde zijn. Zo houden we op bedrijventerreinen
ruimte voor bedrijven die die milieu- en bewegingsruimte ook echt nodig hebben. Deze programmalijn
omvat de volgen-de afspraken en acties:
Afspraken
9. Stedelijk gebied Gemeenten en provincies zetten zich in om het gemengd stedelijk gebied
meer te benutten voor economische functies die daar ruimtelijk passen en
thuishoren.
10. Scheefwerken Gemeenten en provincies zetten zich in om de planologische ruimte
op bedrijventerreinen beter te benutten. We willen bedrijventerreinen
behouden voor tenminste categorie 3.1 bedrijven. Oneigenlijk gebruik is
in strijd met het bestemmingsplan, waarop gemeenten kunnen handhaven.
Gebiedsvreemde functies passen binnen het bestemmingsplan, maar zijn niet
noodzakelijk op een bedrijventerreinen gevestigd (scheefwerken) en kunnen
we bij actualisering van bestemmings-/omgevingsplannen waar mogelijk
terugdringen.
Acties
• Kansen en instru-
menten in beeld
brengen, kennis-
deling organiseren
We willen kansen en instrumenten in beeld brengen. PHB gaat i.s.m. gemeen-
ten en provincies bijeenkomsten t.b.v. kennisdeling organiseren om de vak-
disciplines die werken aan stedelijke ontwikkeling, te inspireren om economie
meer plek te geven in stedelijke ontwikkeling. We willen kennis delen over
goede voorbeelden. Belangrijk om mee te nemen is de dialoog met de eind-
gebruikers. Het is essentieel om te weten hoe de eindgebruikers, ondernemers
aankijken tegen de mogelijkheden.
• Pilot financieel
arrangement
uitvoeren
MRA Directie gaat i.s.m. gemeenten, provincies (en streven: het Rijk) een
pilot uitvoeren omtrent financiële arrangementen en betaalbaarheid van
bedrijfsruimte op te transformeren bedrijventerreinen. Oprichting van een
‘werkcorporatie’, een partij die betaalbare bedrijfsruimte kan aankopen,
beheren en door ontwikkelen, is een idee dat meegenomen zou kunnen
worden.

Pagina 35

Toekomstbestendige bedrijventerreinen MRA
35
4.6. Selectieve uitgifte huidig aanbod
Ambitie
De samenwerkende partijen in de MRA willen selectief omgaan met de uitgifte van het huidige aanbod en
nieuwe plannen. We willen dat bedrijven die nieuwe bedrijfskavels in gebruik nemen aantoonbaar bijdragen
aan brede welvaart, verduurzaming van de economie en/of specialisaties in de betreffende deelregio. Deze
programmalijn omvat de volgende afspraken en acties:
Afspraken
11. Uitgifteprotocol Gemeenten en provincies spreken de behoefte uit om selectief om te gaan
met de uitgifte van huidig en nieuwe aanbod en een vorm van ‘uitgifteproto-
col’ te ontwikkelen waarmee de verbinding kan worden gelegd met de regio-
profielen per deelregio (die in ontwikkeling zijn). De inzet is gericht op ver-
schillende typen vestigingsmilieus met kwaliteitsaspecten en randvoorwaarden
t.b.v. maatschappelijke transities (zoals circulaire economie, energietransitie en
klimaatadaptatie). Het rijk eist ook in het kader van het GRIP-traject dat ge-
meenten/regio’s afspraken maken of en zo ja waar gemeenten nog grootscha-
lige bedrijven willen faciliteren en dat de onderbouwing daarvoor is gebaseerd
op het bepalen van regionale meerwaarde (waarvoor ook een Handleiding is
opgesteld).
12. Grote kavels Gemeenten en provincies spannen zich in om locaties waar grote kavels
beschikbaar zijn (≥ 5 ha) en waar ruimte is voor bedrijven in hogere
milieucategorieën (≥ categorie 4.1) alléén aan te wenden voor doelgroepen
waar deze locaties voor bedoeld zijn.
Acties
• Ontwikkelen
uitgifteprotocol
MRA Directie gaat in samenwerking met gemeenten en provincies een vorm
van uitgifteprotocol ontwikkelen, met aandacht voor aspecten/waardering van
brede welvaart, verduurzaming van de economie, intensief ruimtegebruik en/
of specialisaties in de betreffende deelregio.). Het rijk eist ook in het kader
van het GRIP-traject dat gemeenten/regio’s afspraken maken of en zo ja waar
gemeenten nog grootschalige bedrijven willen faciliteren en dat de onderbou-
wing daarvoor is gebaseerd op het bepalen van regionale meerwaarde (waar-
voor ook een Handleiding is opgesteld).
• Kwalitatief inzicht
in aanbod bieden
De MRA Directie gaat in samenwerking met gemeenten en provincies
bedrijven meer inzicht bieden in de kwalitatieve kenmerken en doelgroepen
van bedrijventerreinen waar nog substantieel aanbod is, waaronder een
overzicht van aanbod voor hogere milieu categorieën. Het zijn uitwerkingen
van de deel regionale strategieën, plus mogelijk een webapplicatie.

Pagina 36

Toekomstbestendige bedrijventerreinen MRA
36
4.7. Toevoegen nieuwe plannen
Ambitie
De samenwerkende partijen in de MRA willen nieuwe plannen voor bedrijventerreinen ontwikkelen, om
te kunnen blijven voorzien in de behoefte, die naast autonome groei ook voortkomt uit transformatie van
bestaande bedrijventerreinen.
Afspraken
13. Balans Gemeenten en provincies spannen zich in voor de juiste balans tussen vraag
naar en aanbod van de verschillende type vestigingsmilieus binnen hun
deelregio, die resulteert in een inzet op een toereikende groei van het totale
areaal bedrijventerreinen in de MRA. Bij de ontwikkeling van nieuwe plannen
wordt prioriteit gegeven aan het selectief accommoderen van bedrijven die
bijdragen aan brede welvaart, verduurzaming van de economie en slimme
specialisaties in de deelregio’s (zie afspraken uitgifteprotocol). Gemeenten
kunnen deelregio-specifieke maat-werkafspraken maken binnen de
bandbreedte van de kwantitatieve kaders van het deelregionale plafond. Op
het moment dat nieuwe vraagramingen uitgevoerd worden, kan dit leiden tot
een aanpassing van de plan-plafonds per deelregio.
14. Nieuwe plannen Gemeenten brengen nieuwe plannen in via de bekende Plabeka zacht-
hard-procedure wat de mogelijkheid biedt om ‘zachte plannen’ voor
bedrijventerreinen om te zetten in harde plannen. We onderscheiden drie
categorieën:
• I. Tot 7,5 netto ha geldt alleen een meldplicht in het Programmateam
Plabeka; plannen mogen altijd doorgang vinden;
• II. Tussen 7,5 en 15 netto ha adviseert het Programmateam Plabeka aan
het Directeurenoverleg (DO) Economie, dat instemt en het BO informeert;
• III. Plannen groter dan 15 netto ha adviseert het Programmateam het DO
Economie, dat na bespreking het BO adviseert voor instemming.
Acties
• Nieuwe zoek-
locaties verkennen
Gemeenten kunnen nieuwe zoeklocaties verkennen om te voorzien in de
ruimtebehoefte (ook milieuruimte) vanuit het bedrijfsleven, in combinatie
met ruimtewinst door een gezamenlijke inzet op de bovenstaande 5
programmalijnen. Deze plannen kunnen zij inbrengen in de bekende Plabeka
zacht-hard-procedure zoals toegelicht.
• Deelregionale
strategieën
doorontwikkelen
Deelregio’s geven in deelregionale strategieën aan hoe het aanbod van
bedrijventerreinen kwantitatief en kwalitatief binnen de deelregio in
overeenstemming wordt gebracht met de vraag.
• Transformatie oud
glas onderzoeken
De Greenport Aalsmeer staat voor de opgave verouderde
glastuinbouwgebieden te transformeren, zoals beschreven in de Ruimtelijke
Visie en Uitvoeringsagenda Greenport Aalsmeer. Een aantal gemeenten
verricht onderzoek naar de transformatiemogelijkheden van een aantal
gebieden. Gebieden waarbij transformatie naar bedrijventerrein een optie is,
kunnen ingebracht worden in de zacht-hard-procedure die de plannen toets op
onder meer verwachte marktvraag, ontsluiting, ligging en ruimtelijke kwaliteit.

Pagina 37

Toekomstbestendige bedrijventerreinen MRA
37
4.8. Procesafspraken
De samenwerkende partijen in de MRA maken met
elkaar de volgende procesafspraken:
15. Gemeenten informeren de externe stakeholders
over de bedrijventerreinenstrategie MRA en het
programma dat voorligt en indien gewenst gaan
zij met elkaar in gesprek.
16. Gemeenten delen/informeren elkaar over
relevante plannen via de deelregio’s in het BO
platform Economie en Ruimte (en DO en AO en
PT Plabeka).
17. De afspraken in het kader van de bedrijventer-
reinenstrategie MRA gaan in per 1 juli 2024.
Jaarlijks wordt aan de hand van de Plabeka-mo-
nitor beoordeeld of bijstelling van de deelregio-
nale planplafonds aan de orde is.
18. Gemeenten en provincies spreken af deze
Bedrijventerreinenstrategie MRA als basis te
gebruiken voor doorvertaling naar relevant
gemeentelijk en provinciaal beleid en -plannen
(bijvoorbeeld Omgevingsvisies of omgevings-
plannen).
19. De behoefte aan zeehaventerreinen en de pro-
cedure voor aanpassing daarvan is voor de MRA
vastgelegd in de Visie Noordzeekanaalgebied
2040. Voor transformatie van het havenareaal
zijn criteria afgesproken in de Visie Noordzee-
kanaal-gebied 2040. Het Ontwikkelperspectief
NOVEX-NZKG is in ontwikkeling.
20. De MRA Directie organiseert in samenwerking
met het PHB en andere partners tenminste twee
kennissessies per jaar over inhoudelijke thema’s
in relatie tot de zes lijnen van de MRA Bedrij-
venterreinenstrategie.

Pagina 38

Toekomstbestendige bedrijventerreinen MRA
38
Herbezinning leidt tot wijziging
transformatieplannen
De gemeenteraad van Zaanstad heeft in april
2023 besloten de woningbouwplannen voor
bedrijventerrein Achtersluispolder te wijzigen. Er
komen nog steeds woningen, maar veel minder
en niet in het hele gebied. De waarde van het
bedrijventerrein is te groot, concluderen zowel
het college als de gemeenteraad na onafhankelijk
onderzoek.
Achtersluispolder is een gebied van ruim 200
hectare gelegen aan de Zaan en het Noordzee-
kanaal, op het scharnierpunt tussen Amsterdam en
de Zaanstreek. Het is een van de locaties waar de
verstedelijking langs Zaan en IJ vorm krijgt. Met
420 bedrijven en ruim 4.000 arbeidsplaatsen is het
van oudsher een belangrijk bedrijventerrein voor de
gemeente en voor de regio. Er is onder andere veel
maakindustrie te vinden.
Het aanvankelijke plan gingen uit van transformatie
van het gehele bedrijventerrein. Ondernemers
uitten echter hun zorgen en de gemeenteraad
nam een bezinningsmoment. Onderzoek naar de
economische waarde van het gebied bracht de
gemeente tot de koerswijziging om binnen het
gebied te differentiëren: binnen één deel van het
gebied komt de focus op woningbouw, binnen het
tweede deel wil de gemeente wonen en werken
combineren en in het derde deel wil de gemeente
de economische functie versterken en intensiveren.
Met deze koerswijziging erkent het Zaanse
stadsbestuur het economische belang van het
gebied en de waarde van werkgelegenheid voor
onder andere praktisch geschoolden. “Zaanstad
zoekt goede locaties om huizen te bouwen voor de
eigen inwoners en voor de regio. Maar we hebben
ook ruimte nodig voor groei en vernieuwing van
de bedrijvigheid. In de nieuwe plannen voor de
Achtersluispolder hebben we die balans volgens
mij gevonden”, aldus wethouder Wessel Breunesse.
Bron: gemeente Zaanstad.
Achtersluispolder Zaanstad
Aanvankelijk (links) en nieuw plan Achtersluispolder (rechts)
Bron: MAAK.Zuid Achtersluispolder Concept Perspectief 2040, April 2023

Pagina 39

Toekomstbestendige bedrijventerreinen MRA
39

Pagina 40

Toekomstbestendige bedrijventerreinen MRA
40
Waarderpolder Haarlem
Convenant voor toekomstbestendig
bedrijventerrein
Waarderpolder Haarlem Business Park is de
banenmotor van Zuid-Kennemerland. Op het
grootste bedrijventerrein van de regio werken zo’n
14.500 mensen bij ruim 1.100 bedrijven. Meer dan
de helft van het aantal banen zit in de industriële
en logistieke sector. De bedrijfsactiviteiten in
het gebied zorgen daarnaast voor indirecte
werkgelegenheid in Haarlem en regio bij onder
andere toeleveranciers en dienstverleners.
De Waarderpolder kenmerkt zich als een mono-
functioneel werkmilieu en biedt ruimte aan
niet-mengbare functies en bedrijven met hoge
milieucategorieën. Het gezoneerde bedrijventerrein
kent een netto omvang van circa 140 ha.
Gemiddeld werken er 85 werknemers per netto
hectare bedrijventerrein-areaal. Daarmee heeft
de Waarderpolder een hoge banenintensiteit. De
leegstand is circa 2% en de gemeente heeft geen
grond meer in eigendom om uit te geven.
De Waarderpolder ontwikkelde zich in de 19e
eeuw tot industriegebied waar zich onder andere
machinefabriek Figee, chocoladefabriek Droste,
chemische fabriek MSD en een elektriciteitscentrale
gingen vestigen. Eind 20e eeuw, 100 jaar later, was
de Waarderpolder een terrein met veel criminaliteit;
vuildumpingen, inbraken en vernielingen. Bedrijven
konden niet uitbreiden en zochten hun heil elders.
De druk vanuit de stad was groot om er een
zoveelste woonwijk van te maken.
Gemeente en ondernemers waren zich ervan
bewust dat samenwerking noodzakelijk was
rondom drie thema’s: bereikbaarheid, veiligheid
en werkgelegenheid. Na een aantal jaren van
‘structureel overleg’ werden er eerste afspraken aan
papier toegevoegd. Zo zou wonen en detailhandel
geweerd worden uit het gebied. Echter, de komst
van een IKEA vestiging, tegen de gemaakte
afspraken in, toonde aan hoe broos papier is…
Daarmee werd het eerste convenant Waarderpolder
geboren.

Pagina 41

Toekomstbestendige bedrijventerreinen MRA
41
In het convenant maakten de Industriekring Haarlem
(IKH), het georganiseerde bedrijfsleven, en de
gemeente afspraken over de ontwikkeling van de
Waarderpolder. Een van de eerste afspraken was
de oprichting van een stichting voor de collectieve
beveiliging door de ondernemers en eigenaren.
Deze stichting vormde de basis voor de eerste
BIZ in Nederland met meer dan 1.000 betalende
deelnemers. Recent is de derde BIZ-verordening in
werking getreden.
Na het succes van de collectieve beveiliging,
ontstond de behoefte aan een professionele
uitvoeringsorganisatie. De Stichting
Parkmanagement Waarderpolder werd opgericht.
Daarmee kon de ondernemersvereniging in haar
rol als belangenbehartiger blijven opereren:
in Parkmanagement werken gemeente en
ondernemers samen op de onderwerpen waarover
in het convenant consensus is gevonden.
Inmiddels is het vierde convenant voor de
Waarderpolder in werking voor de periode 2021-
2025. Onderwerpen als schoon, heel, veilig worden
als ‘normaal en vanzelfsprekend’ beschouwd. In het
vierde convenant staat een doorontwikkeling naar
een duurzaam en toonaangevend bedrijventerrein
centraal. Om deze doorontwikkeling te realiseren
wordt ingezet op economische groei en het
behouden, stimuleren en aantrekken van
werkgelegenheid. Dit aan de hand van drie
hoofdonderwerpen: intensivering, verduurzaming
en innovatie. Dit zijn tevens thema’s die aansluiten
bij de Omgevingsvisie en de Economische visie
Haarlem.
Uniek in het vigerende convenant is dat ook
het Hoogheemraadschap van Rijnland (HHR)
convenantpartner is geworden. Het HHR is niet
alleen waterbeheerder en verantwoordelijk
voor een goede waterhuishouding, maar heeft
op het bedrijventerrein ook een afvalwater-
zuiveringsinstallatie staan. Tegenwoordig wordt
afvalwater niet alleen meer gezien als een
restproduct, maar ook als bron van energie en
grondstoffen. Het HHR bouwt de komende jaren
hiervoor een nieuwe installatie in de Waarderpolder.
Voor het HHR is fysieke ruimte en optimale
bereikbaarheid cruciaal. Het HHR heeft het
convenant op onderdelen ondertekend aangaande
de verduurzaming en mobiliteit.
De Waarderpolder heeft erkenning gekregen met
de Award Beste Geherstructureerde Bedrijventerrein
van Nederland 2009-2011 (2009) en Beste
Herstructureringsproject in de MRA (2015). In de
categorie Organisatiegraad op bedrijventerreinen
heeft de Waarderpolder in 2022 de PlaBeKa-bokaal
gewonnen. Oud-gedeputeerde en jurylid Ilse
Zaal: ‘BIZ Waarderpolder speelt in de Champions
League van de bedrijventerreinenorganisatie.
Het business park is voorloper geweest met een
bedrijveninvesteringszone en recentelijk is de
termijn verlengd. Schoon, heel en veilig zijn hier
op orde, maar de pijlen zijn nu heel duidelijk op
circulariteit gericht. Het is een landelijk voorbeeld
dat haar kennis deelt en daarmee ook de terechte
winnaar van de PlaBeKa Bokaal’. Bron: gemeente
Haarlem.
Waarderpolder Haarlem

Pagina 42

Toekomstbestendige bedrijventerreinen MRA
42
Schiphol Trade Park
Netcongestie vormt een grote uitdaging voor het
functioneren van bedrijventerreinen, bestaande en
nieuwe. De tijd die nodig is om het elektriciteitsnet
uit te breiden komt vaak niet overeen met realisatie-
tijd van een nieuw bedrijventerrein, of een toe-
name van bedrijfsactiviteiten op een bestaand
bedrijventerrein.
Om daar een antwoord aan te bieden wordt op
Schiphol Trade Park een uniek lokaal virtueel
stroomnetwerk gerealiseerd. Het virtuele net
is een oplossing voor het tijdelijke tekort aan
stroomtransportcapaciteit in de regio Schiphol.
Deze is gerealiseerd dankzij intensieve
samenwerking tussen SADC, bedrijven op
Schiphol Trade Park, netbeheerder Liander en
technologiebedrijf Spectral. Binnen het collectief
delen de aangesloten bedrijven de beschikbare
stroomcapaciteit voortaan slim met elkaar.
SADC heeft in 2020 het initiatief genomen tot
de vormgeving van deze duurzame oplossing.
Het ontwikkelde virtuele net maakt mogelijk dat
bedrijven zónder stroomcapaciteit de ongebruikte
capaciteit van bedrijven mét capaciteit kunnen
gebruiken.
SADC: “Op momenten van onderbenutting van
de capaciteit in het stroomnet is er ‘vrije ruimte’
beschikbaar.
Door binnen het virtuele net vraag en aanbod
real-time te meten kunnen aangesloten bedrijven
de beschikbare capaciteit onderling verdelen en
daarmee optimaal benutten. Zo kan tot wel 90% van
de stroomvraag van alle bedrijven - met én zonder
capaciteit - gewoon uit het net worden geleverd.
Tijdens piekmomenten wordt de beschikbare
netcapaciteit aangevuld met (zonne)energie uit
batterijen en, als het echt niet anders kan, met
generatoren. Het smart-grid platform zorgt ervoor
dat er maximaal gebruik wordt gemaakt van de
beschikbare netcapaciteit door middel van real time
metingen en slimme sturing.
In de samenwerking met SADC onderzoekt Liander
om samen met andere partijen nog meer ruimte te
vinden op het bestaande net. Tegelijkertijd werkt
Liander eraan om het elektriciteitsnet uit te breiden,
zodat de benodigde capaciteit beschikbaar is voor
een toekomstbestendig Schiphol Trade Park. Bron:
Schiphol Trade Park.

Pagina 43

Toekomstbestendige bedrijventerreinen MRA
43
5
Deelregio’s
We geven een kort overall beeld, gevolgd door een
beschrijving van deelregionale strategieën, zoals we
die voor de deelregio’s hebben kunnen destilleren.
Wat de deelregionale strategieën betekenen voor
de kwantitatieve en kwalitatieve vraag-aanbod-
confrontaties, is een aspect dat nog nadere
uitwerking behoefte (toelichting in Kopgroep
overleg)
5.1. Almere-Lelystad
De gemeente Lelystad ambieert een stevige groei
met het Economisch Perspectief Lelystad 2030 (EPL)
is vertaald naar het economische domein. Voor wat
betreft de werkfunctie wordt aangestuurd op een
werkgelegenheidsfunctie van 42-45% (dus 42-45
voltijds banen op 100 inwoners). De gemeente
Lelystad laat momenteel in kaart brengen wat dit
betekent voor nieuwe werklocaties in Lelystad. Er
lijken zich een paar zaken reeds op te dringen op
het gebied van nieuwe werklocaties:
1. Er is behoefte aan een nieuw regulier bedrijven-
terrein, in of tegen het stedelijk weefsel aan
(netto 40 ha)
2. Er wordt een nieuw specifiek bedrijventerrein
(grootschalig industrie/logistiek/transitie-
sectoren- ready) in ontwikkeling genomen
(Lelystad Airport Business Park-2, kort LAB-2,
(bruto 198 ha; netto ongeveer 130 ha);
3. Beide locaties worden dit jaar opgevoerd als
zacht plan in de Monitor Plabeka: het reguliere
terrein is nieuw -bedrijventerrein Warande-;
LAB-2 stond voor 80ha netto reeds als zacht
plan in de monitor. Deze wordt verhoogd naar
130 ha.
4. Voor de wat langere termijn denkt Lelystad nog
zo’n kleine 200 ha netto te kunnen vinden
(verspreid over minimaal twee locaties). Ook
deze locaties zijn uitermate geschikt voor de
meer grootschalige vestigingen.
Almere wil groeien als stad met 60.000 tot 85.000
extra woningen en 35.000 banen in 2040 ten
opzichte van 2020. Almere streeft naar een goed
ondernemingsklimaat en rijk voorzieningenniveau.
Hierdoor verbetert de woon-werkbalans. Deze
ambities zijn door de gemeenteraad bekrachtigd. In
de regio Almere-Lelystad is intensivering nog niet
aan de orde. De FSI op de bedrijventerreinen is in
Lelystad relatief aan de lage kant is. Het vermoeden
bestaat dat er winst zou kunnen worden geboekt
met intensiveringspogingen, maar dit is nog niet
verkend. In Almere is bestuurlijke aandacht voor het
toekomstbestendig houden van bedrijventerreinen
en financiële middelen voor revitalisering.
Gelet op het beschikbare planaanbod en het aantal
reserveringen, heeft Lelystad nog maar 31,9 ha
beschikbaar. Daarvan is 24,6 ha gethematiseerd,
privaat bedrijventerrein (Wageningen Universiteit en
Schiphol). Dit kan alleen worden uitgegeven aan bio
science- en luchthavengebonden bedrijven. In
Almere worden in 2030 tekorten voorzien van 15 ha
binnenstedelijke en 45 ha reguliere bedrijven-
terreinen, naast 80 ha specifieke bedrijventerreinen.
Daarna tot 2040 nog een tekort van 30 ha. Alle
locaties met grote kavels zijn verkocht of gereser--

Pagina 44

Toekomstbestendige bedrijventerreinen MRA
44
veerd m.u.v. één kavel in Almere. Momenteel
verkent Almere welke nieuwe locaties voor de
binnenstedelijke en reguliere bedrijventerreinen
binnen de gemeentegrenzen van Almere in
aanmerking kunnen komen.
Door de stormachtige ontwikkeling van de laatste
tijd en de voorziene groei in de nabije toekomst,
zal in de regio Almere-Lelystad gewerkt moeten
worden aan de kwaliteit van de reeds aanwezige
bedrijventerrein. Kwaliteit in termen van toekomst-
bestendigheid. Hier zal, naast de ontwikkeling van
nieuwe terreinen, de aandacht naar uit moeten
gaan. In Almere is bestuurlijke urgentie op:
revitalisering van bedrijventerreinen, park-
management, nieuwe bedrijventerreinen en
profilering van werklocaties voor sectoren passend
in economisch profiel (ICT-Tech, circulaire economie
en energietransitie). Knelpunten zijn gebrek aan:
organiserend vermogen van bedrijfsleven op
bedrijventerreinen; ruimte voor nieuwe bedrijven-
terreinen binnen Almere; en inzicht in ruimt-
ebehoefte van bedrijvigheid in de transitiemarkten
van circulaire economie en energie.
5.2. Amstelland-Meerlanden
De Amstelland-Meerlanden regio zet in op
voldoende en een kwalitatief passend aanbod van
toekomstbestendige en duurzame bedrijven-
terreinen. Kwaliteit van de fysieke bedrijfsomgeving
speelt een steeds belangrijkere rol en moet
aansluiten bij de economische diversiteit en (lokale)
bedrijvigheid van de deelregio. Aandacht voor de
aansluiting bij de actuele marktvraag en voor de
connectie tussen wonen en werken is nodig. De
ruimte voor bedrijventerrein in de schaars in
Amstelland-Meerlanden. De druk vanuit de
woningmarkt en neiging om bedrijventerreinen te
transformeren is actueel. Een deel van deze
deelregio ligt in het LiB (Luchthavenindeling Besluit)
wat soms belemmeringen geeft voor toekomstige
ontwikkelingen van gebieden. Daarnaast is de
Greenport Aalsmeer een belangrijke economische
sector in de Amstelland-Meerlanden regio.
Het sociaal economische belang van bedrijven-
terreinen is groot, terwijl bedrijventerreinen vaak
een negatief beeld oproepen (verdozing landschap,
verrommeling, leegstand). Betaalbare alternatieve
ruimte voor te verplaatsen bedrijven als gevolg van
de transformatie van bedrijventerreinen is niet of
nauwelijks aanwezig. De meeste gemeenten kennen
een tekort voor 2030. Alleen het bedrijventerreinen
Amstelveen-Zuid heeft naar verwachting ook na
2030 ruimte. In Haarlemmermeer is wellicht een
aantal grootschalige kavels beschikbaar, wat mede
afhankelijk is van het type bedrijventerrein dat
ontwikkeld gaat worden. De deelregio voorziet geen
nieuwe zoeklocaties. Intensief en meervoudig/
multifunctioneel ruimtegebruik is in beeld bij de
gemeenten, maar op dit moment is nog zicht op de
mogelijkheden en daadwerkelijk te realiseren
ruimtewinst. Ook is meer duiding gewenst van de
begrippen kwaliteit en duurzaamheid van
bedrijventerreinen en zicht op de mengbaarheid
bedrijven onder nieuwe Omgevingswet/ VNG
Milieunormen.
5.3. Amsterdam
De gemeente Amsterdam zet via de
bedrijventerreinenstrategie in op het volgende:
1. Behouden van zoveel mogelijk zittende
bedrijven bij de transformatie van
bedrijventerreinen naar woonwerkmilieus;
2. Intensiveren ruimtegebruik op bestaande
bedrijventerreinen;
3. Nieuw uit te geven locaties (huidig aanbod)
alleen uitgeven aan bedrijven die niet te
mengen zijn met wonen, dus vanaf
milieucategorie 3.1. (selectieve uitgifte)
De afgelopen tijd is gebleken dat het combineren
van wonen en werken in transformatiegebieden
stroef loopt. Tot nu toe is nog nauwelijks nieuwe
bedrijfsruimte gerealiseerd en geven veel bedrijven
aan dat zij weg willen. De intensivering van
bedrijventerreinen is ook uitdagend en kent diverse
knelpunten. Tegelijkertijd ontstaan ook initiatieven
uit de markt. Het reserveren van kavels voor
bedrijven uit transformatiegebieden op Sloterdijk III
staat onder druk, aangezien er vooralsnog geen
bedrijven uit de grote transformatieprojecten naar
Sloterdijk III zijn verhuisd. Daar staat tegenover dat
bedrijven wel verhuisd zijn naar Purmerend,
Wormerveer, Langedijk, Vinkeveen, Waterland,
Hoorn etc. Twee kavels op Sloterdijk III zijn groter
dan 5 hectare. Op Business Park Osdorp fase 2 is
nog +- 25 hectare uitgeefbaar, in verschillende
kavelgrootten.
5.4. Gooi- en Vechtstreek
Het Koersdocument Gooi en Vechtstreek laat zien
wat er op de regio afkomt en in welke richting Gooi
en Vechtstreek zich de komende 20 jaar kan
ontwikkelen. Een van de bouwstenen is een analyse
van de werklocaties. Daarnaast heeft de regio een
redelijk beeld wat de status van een bedrijventerrein
is en in hoeverre er mogelijkheden voor
intensivering is. Voor de werklocaties zet de regio in
op verduurzaming bedrijventerreinen, circulaire
bouw bedrijventerreinen, het behoud bestaande
bedrijventerreinen (grote druk vanuit woningbouw),
kwaliteit en intensivering. In het PvA Werklocaties
staan mogelijke instrumenten om meer samen te

Pagina 45

Toekomstbestendige bedrijventerreinen MRA
45
werken op het behoud van voldoende ruimte
voor bedrijventerreinen. Een uitwerking van deze
instrumenten volgt voor versterking van de samen-
werking (waarbij een keuze tussen de voorgesteld
instrumenten moet worden gemaakt).
Hilversum zet met het economisch perspectief 2040
in op het belang van economische dynamiek voor
een inclusieve stad. Een gezonde ontwikkeling van
bedrijven en ook groei van de werkgelegenheid
staat onder druk door een structureel tekort aan
geschikte ruimte voor bedrijven. Hilversum ziet dat
de behoefte aan werklocaties uit de markt groot is
en zet daarom in op het weerbaar en flexibel
houden van de economie, met ruimte voor werken
en talentontwikkeling. De inzet betreft het behoud,
de uitbreiding en ontwikkeling van aantrekkelijke
werklocaties. In samenwerking met een aantal
gebruikers en de belangrijkste eigenaar van het
Media Park werkt de gemeente Hilversum aan
ontwikkeling van Media Park naar Digitale High Tech
Media Campus. Deze doorontwikkeling is noodzake-
lijk om een aantrekkelijke vestigingslocatie te blijven
voor huidige en toekomstige gebruikers, waaronder
ook kennisinstellingen. Het Media Park zal een meer
multifunctionele uitstraling krijgen onder de koepel
van een op te richten Campusorganisatie. Met de
gebiedsagenda voor bedrijventerreinen Zuidwest
zet de gemeente in op: intensivering, verbetering
openbare ruimte, duurzaamheid, veiligheid etc.
Gemeente Wijdemeren heeft in 2020 de bedrijven-
terreinenvisie vastgesteld. De ambitie voor de
bedrijventerreinen is gericht op meer kwaliteit, meer
keuze en meer ruimte. Toekomstbestendigheid is
een belangrijk streven waaraan de gemeente
invulling wil geven langs drie pijlers: sociaalecono-
misch, fysiek-ruimtelijk en duurzaamheid. Een goede
organisatiegraad en financieringsmechanisme zijn
belangrijke voorwaarden bij het realiseren van de
ambities. Voor de in totaal zes bedrijventerreinen is
een eigen toekomstvisie geformuleerd passend
binnen de totale visie.
Gooi- en Vechtstreek zet in op het ontstaan van een
balans tussen de arbeidspopulatie en de banen in
de regio. Dit heeft met name consequenties voor de
praktijkgeschoolde beroepspopulatie. Op basis van
deze ambitie voorziet de regio een geschat tekorten
aan bedrijventerreinen van 14 (beleidsarm, Stec) en
78 ha (beleidsrijk, Ecorys), waarvan 54,4 ha voor
Hilversum. In de gemeente Huizen ligt de locatie
Kalkzandsteenfabriek (10 ha) Dit is een extensief
bebouwde locatie die al een aantal jaren niet
gebruikt wordt en waar mogelijk intensievere
bebouwing gerealiseerd kan worden. De gemeente
Huizen zet er op in om dit gehele gebied voor
bedrijvigheid te behouden.
5.5. IJmond
Deelregio IJmond bestaat uit de gemeenten Velsen,
Beverwijk en Heemskerk. De IJmond heeft relatief
veel en grote bedrijventerreinen ten opzichte van
het aantal inwoners. Ook zijn er internationale
zeehavens die een belangrijke rol vervullen in food
(visserij), leisure en energy (o.a. offshore wind) en
circulaire economie. Er is een aantal clusters:
technische en innovatieve maakindustrie (zoals staal
en papier), transport en logistiek, bouw, energie en
zorg. In Heemskerk concentreert zich daarnaast een
tuinbouwcluster.
De IJmond profileert zich als slimme werkplaats van
de MRA: de regio ambieert een excellente maak en
onderhoudsindustrie. De deelregio versterkt en
ondersteunt de positie van de technische maak- en
onderhoudsindustrie en het cluster energietransitie.
Omdat in het Noordzeekanaalgebied (NZKG) de
héle waterstofketen bij elkaar komt, heeft de
deelregio een unieke propositie om de eerste
groene industriezone ter wereld te worden:
opwekking (wind op zee), productie (elektrolyse),
import/opslag/doorvoer en verbruik vinden dan
allemaal in het NZKG plaats. De IJmond kent een
hoge milieudruk en zet zich in om luchtkwaliteit te
verbeteren en de leefomgeving gezonder te maken.
De inzet op verduurzaming en de energietransitie
past in het streven naar verbetering van de lucht-
kwaliteit en leefbaarheid. Tegen deze achtergrond
ziet de IJmond geen mogelijkheden voor uitbreiding
van bedrijventerreinen of meer bedrijven met een
hoge milieudruk (cat. 3.1 en hoger). Er is focus op
de bestaande bedrijven-terreinen, met ruimte voor
maatwerk, zoals het beperken van de milieu-
contouren om overlast te verminderen. Nieuwe
bedrijven en functies dienen te passen bij het
economische profiel van de deelregio.
In Velsen zijn met name natte bedrijventerreinen en
alleen nog kavels uitgeefbaar in de IJmondhaven.
Daarom is realisatie van de Energiehaven van groot
belang; door een haven te ontwikkelen voor de
wind- offshore sector, zal op middellange termijn
ruimte ontstaan in de IJmondhaven om de groei van
andere sectoren op te vangen. Verdere groei zal
binnen de bestaande ruimte moeten plaatsvinden.
Dit vraagt een intensiever ruimtegebruik. Naast de
grote haven en logistieke terreinen, met een streven
tot optimalisatie, is er op Broekerwerf behoefte aan
verbetering van de algehele uitstraling. Beverwijk
kent de bedrijventerreinen De Pijp, Wijkermeer en
Businesspark IJmond. De eerste twee maken deel
uit van Beverwijk Business Docks. Het economisch
aantrekkelijker houden van Business Docks als
innovatief bedrijventerrein en als vestigingsplaats
voor nieuwe ondernemers, is een belangrijke
doelstelling. Leegstand van de woonboulevard op
De Pijp kan mogelijk worden benut voor het

Pagina 46

Toekomstbestendige bedrijventerreinen MRA
46
accommoderen van andere economische functies.
Verder is de noodzakelijke verlaging van de
milieudruk en de het verbeteren van de leef-
omgeving in Beverwijk op meerdere plekken een
aandachtspunt. Er is ruimte voor lokaal maatwerk
nodig, bijvoorbeeld t.a.v. milieucirkels - om te
zorgen voor een toekomstbestendige stad met een
gezonde leefomgeving. In Heemskerk zijn er voor
alle bedrijventerreinen opgaves. Samen met
GreenBiz IJmond en de Omgevingsdienst IJmond
werkt de gemeente aan verduurzaming. Het gaat
om investeringen om gebruik te verminderen en
investeringen in duurzame energievoorziening en
-opwekking. Een voorbeeld is De Trompet: een
duurzaam, milieuvriendelijk en schoon bedrijven-
terrein. Het valt op door zijn windmolen en
architectuur, en is ook de plek waar wordt er
gekeken naar de mogelijkheden voor een
grondstoffen hub.
5.6. Zaanstreek-Waterland
De regio Zaanstreek Waterland omvat 4 kleinere
gemeenten (Oostzaan, Wormerland, Landsmeer en
Waterland) en drie grotere gemeenten (Edam-
Volendam, Purmerend en Zaanstad). Het grootste
areaal aan bedrijventerrein ligt in de drie grootste
gemeenten. (Zaanstad 620 ha, Purmerend 263 ha,
en Edam-Volendam 87 ha + planontwikkeling). De
kleinere gemeenten leggen de focus op ruimte voor
kleine bedrijven, kleinschaligheid en ruimte voor
innovatie. De gemeente Waterland transformeert
het bedrijventerrein Galgeriet naar woningbouw.
Waterland onderzoekt of er voor het bestaande
terreinen in de gemeente nog mogelijkheid voor
enige uitbreiding is.
De gemeente Zaanstad streeft met de economische
visie naar voldoende ruimte voor het werken in het
Zaanstad van morgen. Hierbij ligt de focus op het
optimaal benutten van de bestaande ruimte, een
intensieve mening van wonen en werken in het
stedelijk weefsel en door te intensiveren en
herstructureren op de bestaande bedrijventerreinen.
Aanvullend heeft Zaanstad besloten om het aantal
te bouwen woningen in de Achtersluispolder terug
te brengen van 9.000 naar 2.000. Daarmee blijft een
belangrijk deel van dit bedrijventerrein voor de
toekomst behouden. Met de intensivering zal een
beperkte ruimtewinst geboekt kunnen worden (5 tot
10 % van het grondoppervlak). De inzet is het
borgen van ruimte voor economie in gemengde
woon-werkgebieden door enerzijds mono-
functionele binnenstedelijke werkgebieden te
transformeren naar een groter aandeel wonen.
Anderzijds is de inzet om in woonwijken de
werkfunctie toe te voegen. In Zaanstad is nog een
beperkt areaal uitgeefbare grond beschikbaar
(minder dan 5 ha).
Ook voor de andere gemeenten is het borgen van
voldoende ruimte voor (kleinschalige) bedrijven en
bedrijventerreinen een belangrijke economische
ambitie, mede in relatie tot schuifruime door
transformatie en groei van de gevestigde bedrijven.
De gemeente Purmerend heeft besloten het
bestaande bedrijventerrein de Koog te trans-
formeren tot een werk-/woonlocatie. Daarbij is de
inzet schuifruimte binnen het gebied en binnen de
eigen gemeente te bieden waar dat nodig is.
Purmerends grootste bedrijvenlocatie Baanstee is
nagenoeg volledig uitgegeven en Purmerend kijkt,
net als Zaanstad, in de verdere regio naar ruimte op
bedrijventerreinen. Daarbij kan de gemeente
Edam-Volendam een gedeeltelijke oplossing
bieden. De gemeenten Edam-Volendam, Purmerend
en Waterland werken hiervoor samen aan de visie
voor de Purmer.
De gemeente Edam-Volendam is bezig om een
uitbreiding van het bedrijventerrein Baanstee Noord
op haar grondgebied in een planologische regeling
te vervatten. Dit nieuwe bedrijventerrein in het
noord/westelijk deel van de regio Purmer (50 ha
bruto) is van groot belang voor de regio om in de
verplaatsing, uitbreiding en verduurzaming te
kunnen voorzien. Deze ruimte wordt voor een deel
ingevuld door de noodzakelijke verplaatsing door
de transformatie van het bedrijventerrein
Slobbeland in Edam-Volendam. De regio zal zich in
eerste instantie richten op intensivering van de
bestaande terreinen en maar ook op behoud van de
werkfunctie in binnenstedelijke gebieden. Toch is in
de deelregio Zaanstreek Waterland is het aanbod
vanuit intensivering en uitbreiding van het areaal op
Baanstee Noord, nog onvoldoende aanbod om in
de lange termijnvraag van uitbreiding, verplaatsing
en nieuwe vestigers (circulaire economie) te
accommoderen. Het geraamde tekort (bron:
Vraagraming Plabeka) tot 2040 varieert dus van
scenario laag een tekort van 200 ha naar scenario
hoog 243 ha. Zorg is er vooral om gezoneerd
bedrijventerrein met een milieucategorie boven 4.
5.7. Zuid-Kennemerland
De gemeenten in Zuid-Kennemerland zetten in op
het behouden van de bestaande bedrijventerreinen
en het beter benutten en verduurzamen en
vergroenen hiervan. Door onder andere
intensivering, verduurzaming en innovatie wordt
gestreefd naar meer werkgelegenheid per m2/ha.
Waar mogelijk wordt functiemenging geambieerd.
Dit geldt niet voor het gezoneerde bedrijventerrein
Waarderpolder waar mengen met wonen niet
toegestaan en gewenst en de ambitie is om dit te
blijven. Bedrijven tot en met milieucategorie 4.2 zijn
toegestaan.

Pagina 47

Toekomstbestendige bedrijventerreinen MRA
47
Om meer werkgelegenheid aan te trekken, wordt
ingezet op (kennis)intensieve werkgelegenheid.
Voor de Zuidstrook Waarderpolder zijn – volgens het
Stec rapport (2020) – met name kansrijk bedrijvig-
heid in de circulaire maakindustrie, zakelijke en
financiële dienstverlening, bedrijfsverzamelgebou-
wen en onderzoeksinstellingen.
De ambities zijn bekrachtigd door colleges en/of
gemeenteraden in de vorm van een convenant,
beleidsvisie, economische agenda of procesaanpak.
Meer zicht op de mogelijkheden van intensivering
en functiemening is gewenst. Zuid-Kennemerland
heeft op dit moment geen nieuwe locaties aange-
wezen (harde/zachte plannen) als te ontwikkelen
bedrijventerrein. Simpelweg omdat er geen nieuwe
locaties zijn. Er moet verdicht worden binnen de
bestaande bedrijventerreinen.

Pagina 48

Toekomstbestendige bedrijventerreinen MRA
48
Bijlage 1
Vraagaanbod
confrontatie
Tabel 1. Vraag naar droge bedrijventerreinen MRA tot 2040 in netto ha
Scenario Uitbreidingsvraag Vervangingsvraag
door transformatie
Grote ruimtevragers
(vanaf 3ha) Totaal
Laag 515 501 150 1.166
Hoog 961 501 150 1.612
Bron: Bureau Buiten (2022)
Tabel 2. Vraag, aanbod, opties en reserveringen en saldo droge bedrijventerreinen MRA tot 2040 in netto ha
Scenario Vraag Aanbod Opties en
reserveringen Saldo Waarvan
transformatie
Laag 1.166 777 282 -671 501
Hoog 1.612 777 282 -1.117 501
Bron: Bureau Buiten (2022)
Tabel 3. Vraag naar droge bedrijventerreinen MRA tot 2040 in netto ha per deelregio, inclusief
transformatieopgave
Deelregio Scenario laag Scenario hoog Waarvan transformatie
Almere Lelystad 187 267 15
Amstelland-Meerlanden 465 614 160
Amsterdam 235 373 135
Gooi en Vecht 11 21 13
IJmond 7 23 14
Zaanstad Waterland 242 286 151
Zuid-Kennemerland 19 29 13
MRA totaal 1.166 1.612 501
Bron: Bureau Buiten (2022)

Pagina 49

Toekomstbestendige bedrijventerreinen MRA
49
Tabel 4. Vraag, aanbod en transformatie droge bedrijventerreinen MRA tot 2040 in netto ha
Deelregio Scenario laag Transformatie Aanbod Verschil aanbod en
transformatie
Almere Lelystad 187 15 368 353
Amstelland-Meerlan-
den 465 160 267 107
Amsterdam 235 135 58 -77
Gooi en Vecht 11 13 4 -9
IJmond 7 14 5 -9
Zaanstad Waterland 242 151 75 -76
Zuid-Kennemerland 19 13 0 -13
MRA totaal 1.166 501 777 276
Bron: Bureau Buiten (2022)
Tabel 5. Vraagaanbod confrontatie droge bedrijventerreinen MRA tot 2040 in netto ha
Vraag Aanbod Reservering en
opties Saldo
Gemengd 585 539 227 -273
Hoogwaardig 402 40 3 -365
Industrieel 128 110 18 -36
Logistiek 423 50 33 -406
Campus 74 38 0 -36
Totaal 1.612 777 281 -1.117
Bron: Bureau Buiten (2022)
Tabel 6. Vraag naar en saldo1 per type bedrijventerrein MRA tot 2040 in netto ha, scenario hoog
Type bedrijventerrein
Gemengd Hoogwaardig Industrieel Logistiek Campus Totaal
Deel-
regio Vraag Saldo Vraag Saldo Vraag Saldo Vraag Saldo Vraag Saldo Vraag Saldo
AL 107 -32 27 4 27 11 107 -95 0 16 268 -96
AM 184 -23 184 -181 0 26 215 -210 31 -9 614 -397
A'dam 112 -82 149 -149 37 -9 37 -37 31 -9 366 -286
GV 11 -11 2 1 0 0 2 -2 6 -6 21 -18
IJmond 11 -8 2 -2 7 -6 2 -2 0 0 22 -18
ZW 143 -100 29 -29 57 -57 57 -57 0 0 286 -243
ZK 18 -18 9 -9 0 0 3 -3 0 0 30 -30
Totaal 586 -274 402 -365 128 -35 423 -406 68 -8 1.607 -1.088
1 Saldo = vraag-aanbod
Bron: Bureau Buiten (2022)

Pagina 50

Toekomstbestendige bedrijventerreinen MRA
50
Bijlage 2
Bedrijven-
terreinen per
deelregio
Bedrijventerreinen: segment, planaanbod, transformatie en netto uitgegeven Peildatum: 1-1-2023
Bron: provincie Noord-Holland, provincie Flevoland; bewerking Kurtosis (www.atlasplabeka.nl)
Almere-Lelystad
gemeente naam bedrijven-
terrein
segment hard
planaanbod
t/m 2030
zacht
planaanbod
t/m 2030
zacht
planaanbod
na 2030
trans-
forma-
tie
netto opper-
vlakte reeds
uitgegeven
Almere Ambachtsmark gemengd 0 0 0 3,6 3,6
Almere Bouwmeesterbuurt gemengd 0 0 0 0 1,9
Almere Buitenhout gemengd 1,4 0 0 0 1,4
Almere De Binderij gemengd 0 0 0 0 3,8
Almere De Paal gemengd 0 0 0 2,9 2,9
Almere De Rederij gemengd 0,6 0 0 0 1,4
Almere De Steiger gemengd 0 0 0 3 22,1
Almere De Uitgeverij gemengd 0 0 0 0 5,7
Almere De Vaart I.II.III industrieel 0 0 0 0 144,5
Almere De Vaart IV industrieel 44,3 0 0 0 35,9
Almere Draaiersplaats gemengd 0 0 0 0 1,3
Almere Faunabuurt gemengd 0 0 0 0 1,2
Almere Felsersplaats gemengd 0 0 0 0 5,4
Almere Frezersplaats gemengd 0,3 0 0 0 3,9
Almere Gietersplaats gemengd 0 0 0 0 3,4
Almere Gooisekant gemengd 0 0 0 0 32,4
Almere Gooisepoort gemengd 0 0 0 0 20
Almere Het Ambacht
(Nobelhorst) gemengd 1,8 0 0 0 1,2

Pagina 51

Toekomstbestendige bedrijventerreinen MRA
51
gemeente naam bedrijven-
terrein
segment hard
planaanbod
t/m 2030
zacht
planaanbod
t/m 2030
zacht
planaanbod
na 2030
trans-
forma-
tie
netto opper-
vlakte reeds
uitgegeven
Almere Het Atelier gemengd 0,1 0 0 0 3,9
Almere Hoge Kant gemengd 5,4 0 0 0 9,6
Almere Hollandse Kant logistiek 0 0 0 0 27,4
Almere Lage Kant gemengd 3,6 0 0 0 7,3
Almere Markerkant
(bedrijventerrein) gemengd 0 0 0 0 29
Almere Oosterwold gemengd 0 126,3 0 0 8,7
Almere Poldervlak gemengd 0 0 0 0 28
Almere Randstad
(bedrijventerrein) gemengd 0 0 0 2 10,5
Almere Sallandsekant
(bedrijventerrein) logistiek 0,8 0 0 0 46,8
Almere Stichtse Kant logistiek 17 0 0 0 65,7
Almere Striptekenaar gemengd 1,7 0 0 0 2,7
Almere Twentsekant
(bedrijventerrein) gemengd 30 0 0 27 0
Almere Veluwse Kant (O+W) gemengd 0 0 0 0 39
Lelystad Bio Science Park campus 16 0 16 0 0
Lelystad Flevopoort gemengd 3,2 0 0 0 19,9
Lelystad Gildenhof gemengd 0 0 0 0 8
Lelystad Griend gemengd 0 0 0 0 1,1
Lelystad Jol gemengd 0 0 0 0 2
Lelystad Kempenaar gemengd 0 0 0 0 3,8
Lelystad Ketelmeerstraat
(vh Larserdreef) gemengd 0 0 0 0 3
Lelystad Larserpoort 123 hoog-
waardig 4,5 0 0 0 43,2
Lelystad
Lelystad Airport
Business Park A6
District
logistiek 0 0 0 0 40
Lelystad
Lelystad Airport
Business Park Flight
District
hoog-
waardig 25,1 0 0 0 23,1
Lelystad
Lelystad Airport
Business Park Twee-
de Fase
logistiek 0 0 130 0 0
Lelystad Luchthaven gemengd 8,6 0 9 0 16,7
Lelystad
Merwede(v/h
Rivierenbrt ZO excl.
Larserboog)
gemengd 0,8 0 0 0 3,9
Lelystad Middendreef gemengd 0 0 0 0 2
Lelystad
Noordersluis (v/h
+Noordersluis ZO +
Westerdreef)
gemengd 10,3 0 0 0 129,5

Pagina 52

Toekomstbestendige bedrijventerreinen MRA
52
gemeente naam bedrijven-
terrein
segment hard
planaanbod
t/m 2030
zacht
planaanbod
t/m 2030
zacht
planaanbod
na 2030
trans-
forma-
tie
netto opper-
vlakte reeds
uitgegeven
Lelystad Oostervaart industrieel 0 0 0 0 104,4
Lelystad Oostervaart Oost industrieel 7,7 0 0 0 14
Lelystad Warande gemengd 0 0 40 0 0
Lelystad Zuiderpark gemengd 26 0 0 0 13,7
Lelystad Flevokust
haven-
terrein
(havenge-
relateerd)
75,8 0 0 0 79,8
Lelystad Flevokust (kadege-
bonden)
haven-
terrein
(kadege-
bonden)
2,4 4,8 0 0 2,4
Totaal 287,3 131,1 195 38,5 1.081,0
Amstelland-Meerlanden
gemeente naam bedrijven-
terrein
segment hard
planaanbod
t/m 2030
zacht
planaanbod
t/m 2030
zacht
planaanbod
na 2030
trans-
forma-
tie
netto opper-
vlakte reeds
uitgegeven
Aalsmeer Floraholland
Aalsmeer gemengd 15 0 0 0 73,5
Aalsmeer Green Park
Aalsmeer gemengd 25,5 0 0 13 42,5
Aalsmeer Hornmeer gemengd 0 0 0 0 24
Amstelveen Amstelveen Zuid
(N201) gemengd 40 0 0 0 5
Amstelveen Bedrijventerrein
Legmeer
transfor-
matiege-
bied
0 0 0 12 18
Amstelveen Commerce Park gemengd 0 0 0 0 3
Amstelveen De Loeten gemengd 0 0 0 0 27,7
Amstelveen Nieuwer-Amstel/
Oude Dorp gemengd 0 0 0 0 1
Amstelveen Westwijk hoog-
waardig 0 0 0 0 7
Diemen De Sniep gemengd 0 0 0 0 4
Diemen Stammerdijk gemengd 0 0 0 0 10
Diemen Vattenfall-Terrein
(Industrieel) industrieel 0 0 0 0 76
Diemen Vattenfall-Terrein
(Logistiek) logistiek 0 5 0 0 0
Diemen Verrijn Stuart gemengd 0 0 0 0 38

Pagina 53

Toekomstbestendige bedrijventerreinen MRA
53
gemeente naam bedrijven-
terrein
segment hard
planaanbod
t/m 2030
zacht
planaanbod
t/m 2030
zacht
planaanbod
na 2030
trans-
forma-
tie
netto opper-
vlakte reeds
uitgegeven
Haarlem-
mermeer Anthoniushoeve gemengd 0 0 0 1 3,4
Haarlem-
mermeer
Badhoevedorp Zuid
Bedrijventerrein gemengd 0 7,5 0 0 0
Haarlem-
mermeer
Beukenhorst Oost-
Oost (Bedrijventer-
rein)
gemengd 0 0 16 0 0
Haarlem-
mermeer Boesingheliede gemengd 0 0 0 0 7,4
Haarlem-
mermeer Bols Nieuw-Vennep
transfor-
matiege-
bied
0 0 0 5,8 5,8
Haarlem-
mermeer Corneliahoeve logistiek 5 0 0 0 4
Haarlem-
mermeer Cruquius gemengd 0 0 0 0 17,5
Haarlem-
mermeer Cruquius Oost gemengd 0,4 0 0 0 7,9
Haarlem-
mermeer Cruquius Zuid gemengd 0 0 0 0 13
Haarlem-
mermeer De Hoek gemengd 0 0 0 0 23,3
Haarlem-
mermeer De Hoek Noord gemengd 3,3 0 0 0 3,6
Haarlem-
mermeer De Liede Bestaand industrieel 0 0 0 0 21
Haarlem-
mermeer De Liede Noord industrieel 0 0 0 0 12,9
Haarlem-
mermeer De Liede West industrieel 16 0 0 0 5
Haarlem-
mermeer De Liede Zuid industrieel 0 0 0 0 0
Haarlem-
mermeer De Weeren gemengd 0 0 0 0 23,5
Haarlem-
mermeer
Graan Voor Visch
Zuid gemengd 0 0 0 3 20,7
Haarlem-
mermeer Groenenbergterrein logistiek 2 0 0 0 7
Haarlem-
mermeer Hanepoel gemengd 0 0 0 0 2,5
Haarlem-
mermeer Hoofddorp Noord
transfor-
matiege-
bied
0 0 0 12 26,9
Haarlem-
mermeer Kalorama Bedrijven gemengd 0 0 0 0 4
Haarlem-
mermeer Konnetlaantje gemengd 0 0 0 0 2

Pagina 54

Toekomstbestendige bedrijventerreinen MRA
54
gemeente naam bedrijven-
terrein
segment hard
planaanbod
t/m 2030
zacht
planaanbod
t/m 2030
zacht
planaanbod
na 2030
trans-
forma-
tie
netto opper-
vlakte reeds
uitgegeven
Haarlem-
mermeer Kruisbaak gemengd 0 0 0 0 5
Haarlem-
mermeer Lijndenhof Oost gemengd 0 0 0 0 5,7
Haarlem-
mermeer Lijndenhof West gemengd 0 0 0 0 0
Haarlem-
mermeer Lijnden Oost hoog-
waardig 0 0 0 0 20
Haarlem-
mermeer Lijnden Q4 hoog-
waardig 0 0 0 0 4
Haarlem-
mermeer Nieuw-Vennep Zuid hoog-
waardig 3 0 0 0 31
Haarlem-
mermeer Oude Meer hoog-
waardig 0 0 0 0 6
Haarlem-
mermeer Pionier
transfor-
matiege-
bied
0 0 0 2 14
Haarlem-
mermeer Polanenpark gemengd 8,1 0 0 0 27,6
Haarlem-
mermeer President 1.1 gemengd 2 0 0 0 18,1
Haarlem-
mermeer President 1.2 gemengd 6,9 0 0 0 7,2
Haarlem-
mermeer President 2.0 gemengd 0 0 8 0 0
Haarlem-
mermeer Rijsenhout A4 gemengd 0 0 0 0 2
Haarlem-
mermeer Rijsenhout Centrum gemengd 0 0 0 0 1
Haarlem-
mermeer Ringvaart Halfweg gemengd 0 0 0 0 11
Haarlem-
mermeer Rozenburg gemengd 0 0 0 0 1
Haarlem-
mermeer Schiphol Fokker hoog-
waardig 0 0 0 0 33,8
Haarlem-
mermeer
Schiphol Logistics
Park Oost logistiek 0 0 0 0 34
Haarlem-
mermeer
Schiphol Logistics
Park West logistiek 0 0 0 0 27
Haarlem-
mermeer Schiphol Noord logistiek 0 0 0 0 10,6
Haarlem-
mermeer
Schiphol Oost
Bedrijventerrein
hoog-
waardig 0 0 0 0 52
Haarlem-
mermeer
Schiphol Rijk
Bedrijventerrein logistiek 0 0 0 0 37
Haarlem-
mermeer
Schiphol Trade Park/
A4 Skyzone gemengd 15 0 0 0 14

Pagina 55

Toekomstbestendige bedrijventerreinen MRA
55
gemeente naam bedrijven-
terrein
segment hard
planaanbod
t/m 2030
zacht
planaanbod
t/m 2030
zacht
planaanbod
na 2030
trans-
forma-
tie
netto opper-
vlakte reeds
uitgegeven
Haarlem-
mermeer
Schiphol Trade Park/
Energy Hub gemengd 6 0 0 0 1
Haarlem-
mermeer
Schiphol Trade Park/
Green Datacenter
Campus
gemengd 0 0 11 0 0
Haarlem-
mermeer
Schiphol Trade Park/
Logistics Zone gemengd 6 0 31 0 24
Haarlem-
mermeer
Schiphol Trade Park/
Mixity campus 16,7 0 0 0 1,3
Haarlem-
mermeer
Schiphol Trade Park/
Valley campus 0 0 0 0 0
Haarlem-
mermeer Schiphol Zuid logistiek 0 0 0 0 30
Haarlem-
mermeer Schiphol Zuid-Oost logistiek 6 0 0 0 82
Haarlem-
mermeer
Schiphol Zuid-Oost
Nieuw logistiek 6 0 0 0 3
Haarlem-
mermeer Schuilhoeve gemengd 0 0 0 0 4
Haarlem-
mermeer Spoorzicht Bestaand gemengd 0 0 0 0 24
Haarlem-
mermeer Spoorzicht Nieuw gemengd 0 0 0 0 16
Haarlem-
mermeer Spoorzicht Noord gemengd 3,6 0 0 0 1
Haarlem-
mermeer Spoorzicht Vicon gemengd 0 0 0 0 16
Haarlem-
mermeer Sugar City hoog-
waardig 0 0 0 0 9
Haarlem-
mermeer 't Kabel gemengd 0 0 0 0 3,1
Haarlem-
mermeer Vijfhuizen Bedrijven gemengd 0 0 0 0 1,5
Haarlem-
mermeer Wildehorst gemengd 0 0 0 0 2
Haarlem-
mermeer Wilhelminahoeve gemengd 0,5 0 0 0 6,5
Haarlem-
mermeer Zwanenburg Oost gemengd 0 0 0 0 2
Ouder-
Amstel Ambachtenstraat gemengd 0 0 0 0 3
Ouder-
Amstel
Molenkade - Indus-
trieweg gemengd 0 0 0 0 5
Ouder-
Amstel
Werkstad Noord en
Weespertrekvaart
transfor-
matiege-
bied
4 0 0 40 45,7
Ouder-
Amstel Werkstad Zuid hoog-
waardig 0 0 0 4 85

Pagina 56

Toekomstbestendige bedrijventerreinen MRA
56
gemeente naam bedrijven-
terrein
segment hard
planaanbod
t/m 2030
zacht
planaanbod
t/m 2030
zacht
planaanbod
na 2030
trans-
forma-
tie
netto opper-
vlakte reeds
uitgegeven
Uithoorn De Kwakel gemengd 0 0 0 0 13
Uithoorn Floraholland-Zuid gemengd 0 0 0 0 47
Uithoorn Industrieterrein
Uithoorn industrieel 11,3 0 0 15 65,7
Uithoorn Provincialeweg
(N196)
transfor-
matiege-
bied
0 0 0 4,6 2,6
Uithoorn TPN-locatie gemengd 0 0 0 0 59,1
Uithoorn Voorling gemengd 0 0 0 0 1
Totaal 202,3 12,5 66 112,4 1.456,6
Amsterdam
gemeente naam bedrijven-
terrein
segment hard
planaanbod
t/m 2030
zacht
planaanbod
t/m 2030
zacht
planaanbod
na 2030
trans-
forma-
tie
netto opper-
vlakte reeds
uitgegeven
Amsterdam Amstel III
Bedrijvenzone gemengd 0 0 0 18 90
Amsterdam Bedrijvencentrum
Osdorp gemengd 0 0 0 0 9,8
Amsterdam Bedrijventerrein
Schinkel
transfor-
matiege-
bied
0 0 0 24 24
Amsterdam Buiksloterham/
Klaprozenbuurt
transfor-
matiege-
bied
0 0 0 62 62
Amsterdam Business Park
Amsterdam Osdorp gemengd 20,9 0 0 0 28,1
Amsterdam CD 0-1 (niet
kadegebonden) gemengd 0 0 0 18 18
Amsterdam CD 2-3 (niet
kadegebonden) gemengd 0 0 0 18 18
Amsterdam
Foodcenter
Amsterdam &
Westerkwartier
logistiek 0 0 0 8 24
Amsterdam Gembo-Terrein gemengd 0 0 0 5 5
Amsterdam Hamerstraat
transfor-
matiege-
bied
0 0 0 26 26
Amsterdam Havenstraat
transfor-
matiege-
bied
0 0 0 9 9
Amsterdam Landlust gemengd 0 0 0 0 7
Amsterdam
Minervahaven Hem-
point (niet kadege-
bonden)
gemengd 0,6 0 0 55 32,4

Pagina 57

Toekomstbestendige bedrijventerreinen MRA
57
gemeente naam bedrijven-
terrein
segment hard
planaanbod
t/m 2030
zacht
planaanbod
t/m 2030
zacht
planaanbod
na 2030
trans-
forma-
tie
netto opper-
vlakte reeds
uitgegeven
Amsterdam NDSM
transfor-
matiege-
bied
0 0 0 18 20
Amsterdam NDSM (niet kadege-
bonden)
transfor-
matiege-
bied
0 0 0 7 7
Amsterdam Nijverheidslaan gemengd 0 0 0 2 10
Amsterdam Noord gemengd 0 0 0 3 59,7
Amsterdam Overamstel/
Weespertrekvaart gemengd 0 0 0 48 58
Amsterdam Pereboomsloot gemengd 0 0 0 7 7,3
Amsterdam Sloten-Slimmeweg gemengd 0 0 0 0 2,2
Amsterdam Sloterdijk I
transfor-
matiege-
bied
0 0 0 30,6 31,6
Amsterdam Sloterdijk II gemengd 0 0 0 0 23
Amsterdam Sloterdijk III gemengd 28,3 0 0 0 160,6
Amsterdam Sloterdijk IV gemengd 1,6 0 0 0 7,1
Amsterdam Steigereiland hoog-
waardig 0 0 0 0 1
Amsterdam Van Houten Indus-
triepark industrieel 0 0 0 3 25
Amsterdam Veemarkt &
Zeeburgerpad gemengd 0 0 0 5 9
Amsterdam Vervoerscentrum logistiek 0,3 0 0 0 31,3
Amsterdam Zamenhofstraat gemengd 0 0 0 7 15
Amsterdam Zeeburgereiland gemengd 2 0 0 0 3
Amsterdam
Afrika- en Amerika-
haven (kadegebon-
den)
haven-
terrein
(kadege-
bonden)
95,3 0 0 0 509,1
Amsterdam
Afrika- en Amerika-
haven (niet kadege-
bonden)
haven-
terrein
(havenge-
relateerd)
39,5 0 0 0 109,6
Amsterdam Alfa-Driehoek (niet
kadege-bonden)
haventer-
rein (ha-
vengere-
la-teerd)
2,2 0 0 18,1 16
Amsterdam Atlaspark
haven-
terrein
(havenge-
relateerd)
49,1 0 0 0 136,1
Amsterdam CD 0-1 (kadegebon-
den)
haven-
terrein
(kadege-
bonden)
0 0 0 10 10

Pagina 58

Toekomstbestendige bedrijventerreinen MRA
58
gemeente naam bedrijven-
terrein
segment hard
planaanbod
t/m 2030
zacht
planaanbod
t/m 2030
zacht
planaanbod
na 2030
trans-
forma-
tie
netto opper-
vlakte reeds
uitgegeven
Amsterdam CD 2-3 (kadegebon-
den)
haven-
terrein
(kadege-
bonden)
0 0 0 17 17
Amsterdam Coen- en Vlotha-ven
(kadegebon-den)
haven-
terrein
(kadege-
bonden)
6,7 0 0 50 43,6
Amsterdam
Coen- en Vlothaven
(niet kadegebon-
den)
haven-
terrein
(havenge-
relateerd)
0,2 0 0 12,7 12,7
Amsterdam Hemhavens (kade-
gebonden)
haven-
terrein
(kadege-
bonden)
5,1 0 0 0 147,3
Amsterdam Hemhavens (niet
kadegebonden)
haven-
terrein
(havenge-
relateerd)
1,3 0 0 0 11,1
Amsterdam
Minervahaven
Hempoint (kadege-
bonden)
haven-
terrein
(kadege-
bonden)
0 0 0 8,8 8,8
Amsterdam Westhaven (kadege-
bonden)
haven-
terrein
(kadege-
bonden)
30,7 0 0 0 223,5
Amsterdam Westhaven (niet
kadegebonden)
haven-
terrein
(havenge-
relateerd)
6,7 0 0 0 80,4
Totaal 290,5 0 0 490,2 2.149,2
Gooi en Vechtstreek
gemeente naam bedrijven-
terrein
segment hard
planaanbod
t/m 2030
zacht
planaanbod
t/m 2030
zacht
planaanbod
na 2030
trans-
forma-
tie
netto opper-
vlakte reeds
uitgegeven
Blaricum Businesspark27
(bedrijventerrein) gemengd 0 0 0 0 7
Gooise
Meren Franse Kampweg gemengd 0 0 0 6 6
Gooise
Meren Givaudan-Terrein industrieel 0 0 0 0 9
Gooise
Meren Gooimeer Noord gemengd 0 0 0 0 10
Gooise
Meren Gooimeer Zuid gemengd 0 0 0 0 18

Pagina 59

Toekomstbestendige bedrijventerreinen MRA
59
gemeente naam bedrijven-
terrein
segment hard
planaanbod
t/m 2030
zacht
planaanbod
t/m 2030
zacht
planaanbod
na 2030
trans-
forma-
tie
netto opper-
vlakte reeds
uitgegeven
Gooise
Meren Nieuwe Vaart gemengd 0 0 0 0 2
Hilversum Crailo/A1 hoog-
waardig 5 0 0 0 0
Hilversum Havenkwartier gemengd 0 0 0 0 20
Hilversum Kerkelanden gemengd 0 0 0 0 16
Hilversum Korte Noorderweg gemengd 0 0 0 1,5 2
Hilversum Liebergerweg gemengd 0 0 0 3 8
Hilversum Media Park campus 0 0 0 0 25
Hilversum Mussenstraat gemengd 0 0 0 0 3,4
Hilversum Oude
Amersfoortseweg gemengd 0 0 0 0 8
Hilversum Zeverijnstraat gemengd 0 0 0 0 4
Huizen Industriewijk gemengd 0 0 0 0,5 40
Huizen Kalkzandsteen-
fabriek industrieel 0 0 0 0 0
Wijdemeren De Slenk gemengd 0 0 0 0 0
Wijdemeren De Zodde gemengd 0 0 0 0 0
Wijdemeren Loodijk gemengd 0 0 0 0 0
Wijdemeren Nieuw Walden/
Machineweg gemengd 0 0 0 0 0
Wijdemeren Rading gemengd 0 0 0 0 0
Wijdemeren Reeweg gemengd 0 0 0 0 0
Totaal 5 0 0 11 178,4
IJmond
gemeente naam bedrijven-
terrein
segment hard
planaanbod
t/m 2030
zacht
planaanbod
t/m 2030
zacht
planaanbod
na 2030
trans-
forma-
tie
netto opper-
vlakte reeds
uitgegeven
Beverwijk De Pijp Noord
transfor-
matiege-
bied
0,4 0 0 51 44,8
Beverwijk De Pijp Zuid (niet
kadegebonden) gemengd 0 0 0 5 46,2
Beverwijk Kagerweg gemengd 1,7 0 0 0 51
Beverwijk De Pijp Zuid (kade-
gebonden)
haven-
terrein
(kadege-
bonden)
0 0 0 0 14,5
Heemskerk De Houtwegen gemengd 0 0 0 0 0
Heemskerk De Trompet hoog-
waardig 0 0 0 0 0
Heemskerk De Waterwegen gemengd 0 0 0 0 0

Pagina 60

Toekomstbestendige bedrijventerreinen MRA
60
gemeente naam bedrijven-
terrein
segment hard
planaanbod
t/m 2030
zacht
planaanbod
t/m 2030
zacht
planaanbod
na 2030
trans-
forma-
tie
netto opper-
vlakte reeds
uitgegeven
Velsen Broekerwerf hoog-
waardig 0 0 0 0 12
Velsen
Businesspark
IJmond e.o. (niet
kadegebonden)
industrieel 1,3 0 0 0 74,5
Velsen
Haringhaven en
Vissershaven e.o.
(kadegebonden)
gemengd 0 0 0 0 33
Velsen
Noordwijkermeer-
polder (kadegebon-
den)
gemengd 0 0 0 0 0
Velsen
Noordwijkermeer-
polder (niet kadege-
bonden)
gemengd 0,2 0 0 0 14,2
Velsen Tata Steel industrieel 0 0 0 0 695
Velsen
Zone Krom-
houtstraat- Ampe-
restraat
gemengd 0 0 0 0 25,6
Velsen
Businesspark IJ-
mond e.o. (kadege-
bonden)
haven-
terrein
(kadege-
bonden)
0 0 0 0 6
Velsen Grote Hout (kade-
gebonden)
haven-
terrein
(kadege-
bonden)
0 0 0 0 20
Velsen Grote Hout (niet
kadegebonden)
haven-
terrein
(havenge-
relateerd)
2 0 0 0 19,2
Velsen
Haringhaven en Vis-
sershaven e.o. (niet
kadegebonden)
haven-
terrein
(havenge-
relateerd)
1,7 0 0 0 34
Velsen IJmondhaven (kade-
gebonden)
haven-
ter-rein
(kade-ge-
bonden)
6,3 0 0 0 9,7
Velsen IJmondhaven (niet
kadegebonden)
haven-
terrein
(havenge-
relateerd)
7,1 0 0 0 0
Velsen Sluisplein (kadege-
bonden)
haven-
terrein
(kadege-
bonden)
0 0 0 0 2,7
Velsen Sluisplein (niet
kadegebonden)
haven-
terrein
(havenge-
relateerd)
0 0 0 0 0
Totaal 20,8 0 0 56 1.116,8

Pagina 61

Toekomstbestendige bedrijventerreinen MRA
61
Zaanstreek-Waterland
gemeente naam bedrijven-
terrein
segment hard
planaanbod
t/m 2030
zacht
planaanbod
t/m 2030
zacht
planaanbod
na 2030
trans-
forma-
tie
netto opper-
vlakte reeds
uitgegeven
Edam-
Volendam Julianaweg
transfor-
matiege-
bied
0 0 0 14 28
Edam-
Volendam Oosthuizen gemengd 0 0 0 0 5
Edam-
Volendam Oosthuizerweg gemengd 0 0 0 0 28
Edam-
Volendam Purmer gemengd 0 30 0 0 0
Edam-
Volendam Slobbeland
transfor-
matiege-
bied
0 0 0 0 2,3
Landsmeer Bedrijvenpark
Noordeinde gemengd 0 0 0 0 0
Landsmeer Scheepsbouwerweg gemengd 0 0 0 0 0
Oostzaan Ambacht gemengd 0 0 0 0 7
Oostzaan Bombraak gemengd 0 0 0 0 7
Oostzaan Skoon gemengd 0 0 0 0 5
Purmerend Bamestraweg gemengd 0 0 0 0 2
Purmerend De Baanstee Noord gemengd 24,5 0 0 0 49,1
Purmerend De Baanstee Oost gemengd 0 0 0 0 32
Purmerend De Baanstee West gemengd 0 0 0 0 31
Purmerend De Koog gemengd 0 0 0 26 26
Purmerend Insulindeweg gemengd 0 0 0 0 3
Waterland De Dollard/Het
Schouw gemengd 0 0 0 0 0
Waterland Galgeriet gemengd 0 0 0 0 0
Waterland Hellingweg gemengd 0 0 0 0 0
Waterland Ilpendam-Zuid gemengd 0 0 0 0 0
Waterland Katwoude gemengd 0 0 0 0 0
Wormerland Bruijnvis gemengd 0 0 0 3 5
Wormerland Eenhoorn gemengd 0 0 0 0 6
Wormerland Westerveer gemengd 0 0 0 0 11
Zaanstad
Achtersluispolder
(niet kadegebon-
den)
gemengd 0 0 0 20 63,5
Zaanstad Aris Van Broekweg
transfor-
matiege-
bied
0 0 0 2 3
Zaanstad Assendelft Noord gemengd 0 0 0 0 25
Zaanstad Bonar Floors industrieel 2 0 0 0 5
Zaanstad Diederik Sonoyweg gemengd 0 0 0 0 6

Pagina 62

Toekomstbestendige bedrijventerreinen MRA
62
gemeente naam bedrijven-
terrein
segment hard
planaanbod
t/m 2030
zacht
planaanbod
t/m 2030
zacht
planaanbod
na 2030
trans-
forma-
tie
netto opper-
vlakte reeds
uitgegeven
Zaanstad
Hembrugterrein
(niet kadegebon-
den)
transfor-
matiege-
bied
0 0 0 2,3 15
Zaanstad Houthavenkade gemengd 0 0 0 2,7 2
Zaanstad Kogerveld Noord gemengd 0 0 0 0 4
Zaanstad
Krommenie Oost
incl. Noordervaart-
dijk
gemengd 0 0 0 7 7
Zaanstad Loders Croklaan
transfor-
matiege-
bied
0 0 0 5 5
Zaanstad Molletjesveer gemengd 0 0 0 0 37
Zaanstad Multifunctiestrook
Saendelft gemengd 1,3 0 0 0 2,7
Zaanstad Noorddijk
transfor-
matiege-
bied
0 0 0 3 2
Zaanstad Noorderveld gemengd 0 0 0 0 46
Zaanstad Overtuinen gemengd 0 0 0 5 5
Zaanstad Stationsstraat Koog industrieel 0 0 0 0 4
Zaanstad Tate&Lyle industrieel 0 0 0 0 9
Zaanstad Verkade gemengd 0 0 0 0 8
Zaanstad Westerspoor (niet
kadegebonden) gemengd 0 0 0 0 107
Zaanstad Achtersluispolder
(kadegebonden)
haven-
terrein
(kadege-
bonden)
0 0 0 33 33
Zaanstad Hoogtij
(kadegebonden)
haven-
terrein
(kadege-
bonden)
12,7 0 0 0 13,8
Zaanstad Hoogtij (niet kade-
gebonden)
haven-
terrein
(havenge-
relateerd)
32,1 0 0 0 65,9
Zaanstad Westerspoor
(kadegebonden)
haven-
terrein
(kadege-
bonden)
0 0 0 0 4
Zaanstad Zuiderhout
(kadegebonden)
haven-
terrein
(kadege-
bonden)
0 0 0 0 11
Zaanstad Zuiderhout (niet
kadegebonden)
haven-
terrein
(havenge-
relateerd)
0 0 0 0 51
Totaal 72,6 30 0 123 782,3

Pagina 63

Toekomstbestendige bedrijventerreinen MRA
63
Zuid-Kennemerland
gemeente naam bedrijven-
terrein
segment hard
planaanbod
t/m 2030
zacht
planaanbod
t/m 2030
zacht
planaanbod
na 2030
trans-
forma-
tie
netto opper-
vlakte reeds
uitgegeven
Haarlem Delftstraat gemengd 0 0 0 1 1
Haarlem Richard Holkade gemengd 0 0 0 3,6 1,2
Haarlem Stephensonstraat gemengd 0 0 0 8 8
Haarlem Waarderpolder industrieel 0 0 0 0 133
Heemstede Cruquiusweg-Nijver-
heidsweg gemengd 0 0 0 2,5 2
Zandvoort Bedrijventerrein
N.Noord gemengd 0 0 0 0 7,7
Totaal 0 0 0 15,1 152,9

Pagina 64

Toekomstbestendige bedrijventerreinen MRA
64
Colofon
Bestuurlijk trekkers Plabeka
Dennis Grimbergen
Esther Rommel
Programmamanager Plabeka
Geert-Jan Put
Programmamanager Bedrijventerreinenstrategie
Haydée Op ’t Veld-Nuyten
Tekst en eindredactie
Maarten Kruisselbrink
Haydée Op ’t Veld-Nuyten
Vormgeving
Lassooydesign BNO
Kopgroep Bedrijventerreinenstrategie MRA
Hinne Paul Krolis (deelregio Almere Lelystad)
Robert-Jan Moorman (deelregio Almere Lelystad)
Femke van der Zanden (deelregio Amstelland-Meerlanden)
Frank van de Lustgraaf (deelregio Amsterdam)
Anouk Pols (deelregio Gooi- en Vechtstreek)
Casper de Canne (deelregio Zaanstreek-Waterland)
Sjaak Vaes (deelregio Zaanstreek-Waterland)
Erik-Jan Van Dijk (provincie Flevoland)
Marjolein van der Schaaf (provincie Flevoland)
Edwin Rem (provincie Noord-Holland)
Michel van Wijk (provincie Noord-Holland)
Martin Bekker (MRA Directie)
Tim Putting (MRA Directie)
© Metropoolregio Amsterdam, januari 2024

Pagina 65

Toekomstbestendige bedrijventerreinen MRA
65
info@metropoolregioamsterdam.nl
www.metropoolregioamsterdam.nl
Dit is een uitgave van de Metropoolregio Amsterdam
Termini 179, 1025 XM Amsterdam

PDF bekijken of downloaden

Controleer opmaak, afbeeldingen, handtekeningen en pagina’s zonder tekstlaag altijd in het originele document.