← Terug naar alle moties

Eigen woningzoekenden niet achteraan- één koers voor de huisvesting van statushouders

LEV vraagt een plan om de huisvestingsopgave voor statushouders en de kansen voor eigen woningzoekenden in samenhang aan te pakken.

Deze motie over Eigen woningzoekenden niet achteraan- één koers voor de huisvesting van statushouders is behandeld op 5 november 2026. De status is verworpen. Indieners: LEV. Stemuitslag: 2 voor, 23 tegen.

Leesversie. De tekst hieronder is automatisch uit de openbare PDF gehaald en voor het web opgemaakt. De PDF onderaan blijft het originele brondocument.

Pagina 1

MOTIE

Onderwerp: Eigen woningzoekenden niet achteraan: één koers voor de huisvesting van statushouders.

De raad van de gemeente Edam-Volendam bijeen op 5 november 2026;

Roept het college op om:

1. Aanvullende huisvesting. Uiterlijk 1 maart 2027 een plan van aanpak voor te leggen waarmee de taakstelling, inclusief de achterstand, wordt gehaald met huisvesting die niet ten koste gaat van de bestaande sociale huurvoorraad, zoals tijdelijk onderdak, flexwoningen, transformatie van leegstaand vastgoed en woningdelen. Daarbij gebruik te maken van het bestuursakkoord van 16 oktober 2026 en de rijksvergoedingen, en de kosten en een voorstel voor dekking op te nemen. 2. Urgentie herzien. Bij de evaluatie van de Huisvestingsverordening per urgentie- en voorrangscategorie aan te geven wat wettelijk verplicht is en wat een lokale keuze is, en een voorstel te doen om de urgentie voor vergunninghouders (art. 2.7.6 lid 2) af te bouwen, zodra en voor zover de huisvesting via punt 1 is geregeld. 3. Eigen woningzoekenden. In hetzelfde voorstel aan te geven hoe inwoners na een echtscheiding of relatiebreuk en thuiswonende jongeren met lokale binding sneller aan een betaalbare woning komen, bijvoorbeeld via de situatiepunten, de voorrang bij lokale binding (art. 2.2.7) en de prestatieafspraken met de corporaties. 4. Werk vanaf dag één. Ervoor te zorgen dat iedere statushouder die kan werken, binnen drie maanden na vestiging een PIP heeft met een concrete route naar betaald werk, zoals een duaal traject van taal en werk, een werkervaringsplaats of een opleiding; de arbeidsverplichtingen en de tegenprestatie uit de Participatiewet consequent toe te passen; hierover afspraken te maken met lokale werkgevers; en in het plan van aanpak onder punt 1 woonvormen mee te nemen die wonen, taal en werk combineren. De raad hierover jaarlijks te rapporteren, voor het eerst bij de jaarrekening 2026, met het aantal statushouders met een bijstandsuitkering en de uitstroom naar werk na één, drie en vijf jaar na vestiging. 5. Keuze aan de raad. De punten 1 tot en met 3 vóór 1 april 2027 als uitgewerkte scenario's aan de raad voor te leggen, met de gevolgen voor de wachttijd van eigen woningzoekenden, de kosten en het provinciaal toezicht, zodat de raad één koers kan kiezen. 6. Informatie. De raad vóór 1 januari 2027 te informeren over de stand van het provinciaal toezicht op Edam-Volendam (brieven en trede op de interventieladder) en over de inbreng van Edam- Volendam voor de tweede cyclus van de Spreidingswet, en geen verdergaande regionale toezeggingen te doen dan wettelijk vereist zonder de raad vooraf te informeren.

Toelichting: Edam-Volendam loopt jaar na jaar achter met de huisvesting van statushouders, terwijl eigen inwoners steeds langer wachten op een betaalbare woning. Jongeren blijven tot ver na hun

Pagina 2

twintigste thuis wonen en wie gaat scheiden, vindt nauwelijks een woning. De huidige werkwijze lost geen van beide problemen op.

Deze motie weigert de wettelijke taak niet. Zij vraagt het college de statushouders te huisvesten zonder de schaarse bestaande sociale huurwoningen verder te belasten, de urgentie voor vergunninghouders, een lokale keuze, af te bouwen zodra dat kan, en tegelijk de positie van eigen woningzoekenden te verbeteren. De raad krijgt de keuze tussen uitgewerkte scenario's, met kosten en dekking.

Een woning is een begin, geen eindpunt. Wie hier een nieuw bestaan opbouwt en kan werken, hoort vanaf het begin aan het werk te gaan of zich daarop voor te bereiden. De gemeente heeft daarvoor de middelen: het persoonlijke plan uit de Wet inburgering en de verplichtingen uit de Participatiewet. De motie vraagt die middelen consequent te gebruiken en de raad jaarlijks te laten zien hoeveel statushouders aan het werk komen.

Het Rijk biedt hiervoor nu ruimte en geld: het bestuursakkoord van 16 oktober 2026 en de vergoeding voor tijdelijk onderdak, die meetelt voor de taakstelling.

Constaterende dat:

1. Edam-Volendam op 1 juli 2026 een achterstand had van 87 te huisvesten statushouders en op 1 september 2026, inclusief de taakstelling voor de tweede helft van 2026, nog 107 personen moest huisvesten; 2. daar in de eerste helft van 2027 nog eens 25 personen bij komen; 3. de achterstand sinds eind 2023 ieder jaar is gegroeid, van 38 naar 61, 73 en 87; 4. een woningzoekende bij Wooncompagnie 9 tot 11 jaar ingeschreven moet staan en een vrijgekomen woning daar in 2023 gemiddeld 403 reacties kreeg; 5. er tot 2030 volgens de begroting circa 120 woningen per jaar bijkomen en de bekende nieuwbouw van sociale huurwoningen tot 2030 circa 115 woningen telt; 6. inwoners die na een echtscheiding of relatiebreuk niet in hun woning kunnen blijven, volgens de Huisvestingsverordening geen urgentie kunnen krijgen maar alleen situatiepunten opbouwen (art. 2.5.5), terwijl het college aan vergunninghouders wél een urgentieverklaring kan verlenen (art. 2.7.6 lid 2); 7. de taakstelling wettelijk verplicht is (art. 28 Huisvestingswet), maar voorrang voor vergunninghouders sinds 1 juli 2017 een lokale keuze is; 8. Rijk, VNG, IPO en Aedes op 16 oktober 2026 een bestuursakkoord sloten over aanvullende huisvesting buiten de bestaande sociale huurvoorraad, en het Rijk tijdelijk onderdak dat meetelt voor de taakstelling vergoedt met € 9.874 tot € 15.747 per plek; 9. de gemeente sinds de Wet inburgering 2021 de regie heeft over inburgering en participatie, met voor iedere inburgeraar een persoonlijk plan inburgering en participatie (PIP), en op grond van de Participatiewet (art. 9) arbeidsverplichtingen en een tegenprestatie kan opleggen aan wie een bijstandsuitkering ontvangt; 10. van de statushouders die in 2014 een verblijfsvergunning kregen, na één jaar 86 procent, na vijf jaar 46 procent en na negen en een half jaar nog 30 procent een uitkering had, en na zeven jaar ruim de helft (bijna 52 procent) een baan had;

Pagina 3

11. recentere groepen weliswaar sneller aan het werk gaan, maar dat van de statushouders met een vergunning uit 2021 na drie jaar nog geen derde (bijna 33 procent) werk had;

Overwegende dat:

1. de raad de wettelijke taakstelling niet ter discussie stelt, maar wel bepaalt hoe die wordt uitgevoerd; 2. de huidige werkwijze de achterstand niet inloopt en tegelijk de wachttijd voor eigen inwoners verlengt; 3. vooral thuiswonende jongeren en inwoners die na een scheiding een betaalbare woning zoeken, daarvan de gevolgen dragen; 4. andere gemeenten, waaronder Purmerend op 29 oktober 2026, kozen voor een herziening van de voorrang in combinatie met aanvullende huisvesting; 5. één duidelijke koers ook het risico op ingrijpen door de provincie verkleint; 6. huisvesting wettelijk niet afhankelijk mag worden gemaakt van werk, maar werk wel de snelste weg is naar de taal, integratie en financiële zelfstandigheid; 7. van iedere statushouder die kan werken, mag worden verwacht dat die vanaf het begin werkt of zich daarop voorbereidt, en dat langdurige afhankelijkheid van een uitkering geen eindstation is;

Bronnen:

– COA/Rijksoverheid, maandstaten huisvesting vergunninghouders (stand 1 juli en 1 september 2026).

– Staatscourant 2026, 33557, en brief minister Asiel en Migratie van 16 oktober 2026, Bijlage B (taakstelling eerste helft 2027).

– Gedeputeerde Staten Noord-Holland, beslissing op bezwaar Lange Weeren, 16 december 2025, kenmerk 2376415/2469712, p. 5.

– Vraag en antwoord commissie P&C 25 juni 2026, Kaderbrief 2027 (LEV, vragen 1 en 2); Jaarverslag 2025 Edam-Volendam, paragrafen grondbeleid en projecten.

– Huisvestingsverordening Edam-Volendam 2025 (CVDR746757), art. 2.2.7, 2.5.5 en 2.7.6.

– Huisvestingswet 2014, art. 28; Rijksoverheid, bestuursakkoord aanvullende vormen van huisvesting, 16 oktober 2026; Q&A decentralisatie-uitkering tijdelijk onderdak.

– Wet inburgering 2021 (persoonlijk plan inburgering en participatie); Participatiewet, art. 9 (arbeidsverplichtingen en tegenprestatie).

– Antwoord minister SZW op Kamervragen, Aanhangsel Handelingen II 2024/25, nr. 2303 (ontvangen 26 mei 2025), antwoord 3: percentage statushouders met een uitkering per cohort, op basis van het CBS-Dashboard Asiel en Integratie.

Pagina 4

– CBS, "Nieuwe statushouders vaker aan het werk dan 10 jaar geleden", 7 mei 2026.

– Gemeente Purmerend, motie Herziening urgentiesystematiek sociale huur, aangenomen 29 oktober 2026.

Wilt u de officiële PDF erbij houden?

De leesversie hierboven is bedoeld om de motie prettig op telefoon, tablet en computer te lezen. De PDF blijft het originele brondocument.

Reacties uit de raadsvergadering

Hieronder staan zakelijke samenvattingen van wat andere fracties over deze motie zeiden. De tijdcodes volgen de opname van 5 november 2026. De gesproken tekst is automatisch herkend en kan fouten bevatten; controleer citaten in de video.

  • Marjolein van Eck (PRO) 02:46:13–02:47:23; 05:11:44–05:13:08

    Vroeg hoe inburgering kan beginnen zonder huisvesting en betwistte LEV's uitleg van cijfers over werk en bijstand. Later vroeg zij de wethouder of een tijdelijke tussenvoorziening in leegstaand vastgoed is onderzocht.

  • Saul Jonk (BVNL) 02:48:14–02:50:42; 05:39:21–05:43:03

    Vroeg naar locaties, capaciteit, kosten en de gevolgen van tijdelijke huisvesting voor de sociale huurvoorraad. Hij wilde weten waarom LEV de achterstand in huisvesting van statushouders sneller wil inlopen. Later wees hij huisvesting in kraakpanden af en maakte hij onderscheid tussen statushouders en Oekraïense ontheemden.

  • Dirk Dijkshoorn (Zeevangs Belang) 02:56:48–02:57:09

    Vroeg waar flexwoningen kunnen komen en of het voorstel binnen de wet- en regelgeving past.

  • Justin Posthumus (Volendam|80) 02:58:46–02:59:34

    Vroeg of afbouw van urgentie de achterstand in de wettelijke huisvestingsopgave kan vergroten en of de motie een structurele oplossing biedt.

  • Marjolein van Eck (PRO), stemverklaring 07:14:45–07:15:49

    Noemde meerdere wensen in de motie legitiem, maar vond de toon tendentieus en wees de suggestie af dat statushouders de woningachterstand van andere inwoners veroorzaken. PRO stemde tegen.

  • Saul Jonk (BVNL), stemverklaring 07:15:55–07:16:08

    Verklaarde dat BVNL geen motie steunt die volgens de fractie leidt tot versnelde huisvesting of voorrang voor statushouders.

Bekijk de volledige raadsopname en doorzoek de gesproken tekst →