← Terug naar alle raadsvragen
Leesversie 16 van 472
Vervolgvragen inzake bouwplaatsveiligheid De Ark
Lees de openbare vraag, het antwoord en de bijlagen als webtekst.
Deze raadsvraag over Vervolgvragen inzake bouwplaatsveiligheid De Ark is gesteld door LEV op 14-07-2026. Het openbare antwoord is gedateerd 20-08-2026. Het dossier bevat 2 documenten.
Leesversie. De tekst hieronder is automatisch uit de openbare PDF-bestanden gehaald. De originele PDF onder ieder document blijft de officiële bron. Bijlagen zijn niet automatisch als vraag of antwoord ingedeeld.
Lees waar de informatie vandaan komt en hoe de leesversie is gemaakt
Direct openen
Documenten en bijlagen
Open hier de officiële vraag en beantwoording of één van de bijbehorende stukken als PDF.
Openbaar document
LEV Vervolgvragen inzake bouwplaatsveiligheid De Ark
Pagina 1
20 augustus 2026 11:08
Detailrapport Vraag en antwoord los v/h Raadsplein (ID 1058)
Veld Waarde
Datum vraag 14-07-2026
Onderwerp Vervolgvragen inzake bouwplaatsveiligheid De Ark
Fractie(s) LEV
Vraag en antwoord Naar aanleiding van de beantwoording van onze vragen over de
bouwplaatsveiligheid bij de verbouwing van De Ark constateert de
fractie van Lokaal Edam-Volendam dat het college alle 34 vragen
heeft beantwoord met één algemene reactie, waarin onder meer
wordt gesteld:
“Dit is geen bestuurlijke aangelegenheid, maar een zaak voor de
aannemer. Dat de gemeente opdrachtgever is doet daar niets aan
af.”
Deze beantwoording roept bij onze fractie de volgende
vervolgvragen op.
Vraag 1.
Kan het college aangeven op welke wettelijke bepaling het de
conclusie baseert dat de bouwplaatsveiligheid bij een gemeentelijk
bouwproject geen bestuurlijke aangelegenheid is?
Antwoord 1:
Van belang is onderscheid te maken tussen de verschillende rollen
van de gemeente en zijn bestuursorganen. Enerzijds de rol die de
gemeente vervult als bevoegd gezag en toezichthouder op diverse
wetten. De wijze waarop door ons college invulling wordt gegeven
aan die rol en het door de raad vastgestelde beleid op dat gebied is
vanuit bestuurlijk perspectief meer relevant dan de wijze waarop
het college de rol van opdrachtgever invult op één specifiek dossier.
In die laatste rol wijkt de positie van de gemeente niet af van de
positie van andere opdrachtgevers. Toezicht op de Arbowet en het
Arbeidsomstandighedenbesluit en dus op de invulling van de rol van
opdrachtgevers behoort aan de Nederlandse Arbeidsinspectie.
Vraag 2.
Is het college bekend met de verplichtingen die voor
opdrachtgevers voortvloeien uit hoofdstuk 2, afdeling 5 van het
Arbeidsomstandighedenbesluit (bouwprocesbepalingen),
waaronder de verplichtingen ten aanzien van het V&G-plan, de
V&G-coördinatie en de zogenoemde vergewisplicht?
Antwoord 2:
Ja.
Vraag 3.
Indien het college hiermee bekend is, hoe verhoudt de stelling “dat
de gemeente opdrachtgever is doet daar niets aan af” zich volgens
het college tot deze wettelijke verplichtingen van een
opdrachtgever?
Detailrapport Vraag en antwoord los v/h Raadsplein (ID 1058)
Veld Waarde
Datum vraag 14-07-2026
Onderwerp Vervolgvragen inzake bouwplaatsveiligheid De Ark
Fractie(s) LEV
Vraag en antwoord Naar aanleiding van de beantwoording van onze vragen over de
bouwplaatsveiligheid bij de verbouwing van De Ark constateert de
fractie van Lokaal Edam-Volendam dat het college alle 34 vragen
heeft beantwoord met één algemene reactie, waarin onder meer
wordt gesteld:
“Dit is geen bestuurlijke aangelegenheid, maar een zaak voor de
aannemer. Dat de gemeente opdrachtgever is doet daar niets aan
af.”
Deze beantwoording roept bij onze fractie de volgende
vervolgvragen op.
Vraag 1.
Kan het college aangeven op welke wettelijke bepaling het de
conclusie baseert dat de bouwplaatsveiligheid bij een gemeentelijk
bouwproject geen bestuurlijke aangelegenheid is?
Antwoord 1:
Van belang is onderscheid te maken tussen de verschillende rollen
van de gemeente en zijn bestuursorganen. Enerzijds de rol die de
gemeente vervult als bevoegd gezag en toezichthouder op diverse
wetten. De wijze waarop door ons college invulling wordt gegeven
aan die rol en het door de raad vastgestelde beleid op dat gebied is
vanuit bestuurlijk perspectief meer relevant dan de wijze waarop
het college de rol van opdrachtgever invult op één specifiek dossier.
In die laatste rol wijkt de positie van de gemeente niet af van de
positie van andere opdrachtgevers. Toezicht op de Arbowet en het
Arbeidsomstandighedenbesluit en dus op de invulling van de rol van
opdrachtgevers behoort aan de Nederlandse Arbeidsinspectie.
Vraag 2.
Is het college bekend met de verplichtingen die voor
opdrachtgevers voortvloeien uit hoofdstuk 2, afdeling 5 van het
Arbeidsomstandighedenbesluit (bouwprocesbepalingen),
waaronder de verplichtingen ten aanzien van het V&G-plan, de
V&G-coördinatie en de zogenoemde vergewisplicht?
Antwoord 2:
Ja.
Vraag 3.
Indien het college hiermee bekend is, hoe verhoudt de stelling “dat
de gemeente opdrachtgever is doet daar niets aan af” zich volgens
het college tot deze wettelijke verplichtingen van een
opdrachtgever?
Pagina 2
20 augustus 2026 11:08
Pagina 2
Antwoord 3:
Zie antwoord 1.
Vraag 4.
Erkent het college dat een opdrachtgever binnen het bouwproces,
naast de verantwoordelijkheden van de aannemer als werkgever,
eveneens eigen wettelijke en contractuele verantwoordelijkheden
heeft ten aanzien van de inrichting van een veilig bouwproces?
Antwoord 4:
Zie antwoord 2.
Vraag 5.
Kan het college aangeven op welke wijze het vooraf heeft
gecontroleerd dat de hoofdaannemer voldeed aan de
veiligheidsverplichtingen die voortvloeien uit het V&G-plan en de
bouwprocesbepalingen?
Antwoord 5:
Het V&G-rapport structuurontwerp, V&G-rapport definitiefontwerp
V&G-plan Ontwerpfase, Bouwveiligheidsplan en Dossier hebben
deel uitgemaakt van de aanbestedingsstukken als een onderdeel
van de beoordeling voor gunning.
Vraag 6.
Heeft de gemeente als opdrachtgever vooraf beoordeeld of de
veiligheidsorganisatie van het project, waaronder toezicht, V&G-
coördinatie en veiligheidsprocedures, toereikend was? Zo ja, op
welke wijze is dit vastgelegd?
Antwoord 6:
Zie antwoord 5.
Vraag 7.
Het college verwijst in de beantwoording uitsluitend naar de
Arbowetgeving, het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL) en de
verantwoordelijkheid van de aannemer. Kan het college toelichten
waarom in de beantwoording geen aandacht wordt besteed aan de
wettelijke verplichtingen die specifiek voor opdrachtgevers gelden
binnen de bouwprocesbepalingen van het
Arbeidsomstandighedenbesluit?
Antwoord 7:
Zie antwoord 1. Toezicht op de Arbowet en het
Arbeidsomstandighedenbesluit behoort aan de Nederlandse
Arbeidsinspectie.
Vraag 8.
Heeft het college naar aanleiding van onze melding contact
opgenomen met de hoofdaannemer om te verifiëren of de
werkzaamheden van 30 juni 2026 overeenkomstig het V&G-plan, de
veiligheidsprocedures en de contractuele afspraken zijn uitgevoerd?
Zo nee, waarom niet?
Antwoord 8:
Nee. Op grond van artikel 2.26 Arbeidsomstandighedenwet is de
verplichting als volgt gedefinieerd: “De opdrachtgever is verplicht in
de ontwerpfase zich ervan te vergewissen dat de betrokken
werkgevers en zelfstandigen in staat zijn de verplichtingen voor de
arbeidsomstandigheden die gelden in de uitvoeringsfase na te
komen…”. De verplichting strekt zich niet uit tot het in realtime
Pagina 2
Antwoord 3:
Zie antwoord 1.
Vraag 4.
Erkent het college dat een opdrachtgever binnen het bouwproces,
naast de verantwoordelijkheden van de aannemer als werkgever,
eveneens eigen wettelijke en contractuele verantwoordelijkheden
heeft ten aanzien van de inrichting van een veilig bouwproces?
Antwoord 4:
Zie antwoord 2.
Vraag 5.
Kan het college aangeven op welke wijze het vooraf heeft
gecontroleerd dat de hoofdaannemer voldeed aan de
veiligheidsverplichtingen die voortvloeien uit het V&G-plan en de
bouwprocesbepalingen?
Antwoord 5:
Het V&G-rapport structuurontwerp, V&G-rapport definitiefontwerp
V&G-plan Ontwerpfase, Bouwveiligheidsplan en Dossier hebben
deel uitgemaakt van de aanbestedingsstukken als een onderdeel
van de beoordeling voor gunning.
Vraag 6.
Heeft de gemeente als opdrachtgever vooraf beoordeeld of de
veiligheidsorganisatie van het project, waaronder toezicht, V&G-
coördinatie en veiligheidsprocedures, toereikend was? Zo ja, op
welke wijze is dit vastgelegd?
Antwoord 6:
Zie antwoord 5.
Vraag 7.
Het college verwijst in de beantwoording uitsluitend naar de
Arbowetgeving, het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL) en de
verantwoordelijkheid van de aannemer. Kan het college toelichten
waarom in de beantwoording geen aandacht wordt besteed aan de
wettelijke verplichtingen die specifiek voor opdrachtgevers gelden
binnen de bouwprocesbepalingen van het
Arbeidsomstandighedenbesluit?
Antwoord 7:
Zie antwoord 1. Toezicht op de Arbowet en het
Arbeidsomstandighedenbesluit behoort aan de Nederlandse
Arbeidsinspectie.
Vraag 8.
Heeft het college naar aanleiding van onze melding contact
opgenomen met de hoofdaannemer om te verifiëren of de
werkzaamheden van 30 juni 2026 overeenkomstig het V&G-plan, de
veiligheidsprocedures en de contractuele afspraken zijn uitgevoerd?
Zo nee, waarom niet?
Antwoord 8:
Nee. Op grond van artikel 2.26 Arbeidsomstandighedenwet is de
verplichting als volgt gedefinieerd: “De opdrachtgever is verplicht in
de ontwerpfase zich ervan te vergewissen dat de betrokken
werkgevers en zelfstandigen in staat zijn de verplichtingen voor de
arbeidsomstandigheden die gelden in de uitvoeringsfase na te
komen…”. De verplichting strekt zich niet uit tot het in realtime
Pagina 3
20 augustus 2026 11:08
Pagina 3
monitoren of dat daadwerkelijk gebeurt.
Vraag 9.
Indien het college geen nader onderzoek heeft verricht naar
aanleiding van de melding, op grond waarvan concludeert het
college dan dat er geen aanleiding bestaat voor bijzondere zorg?
Antwoord 9:
Er zijn, anders dan uw waarneming, geen signalen ontvangen van
toezichthoudende instanties dat er sprake is van
onregelmatigheden in de uitvoering van de werkzaamheden.
Vraag 10.
Is het college bereid de beantwoording van onze eerdere vragen
alsnog inhoudelijk per vraag te beantwoorden, nu een aanzienlijk
deel van de gestelde vragen betrekking had op de rol van de
gemeente als opdrachtgever en niet uitsluitend op de
uitvoeringsverantwoordelijkheid van de aannemer?
Antwoord 10:
Nee, hier is geen aanleiding voor.
Bijlage(s) LEV Vragen over bouwplaatsveiligheid en toezicht bij de
verbouwing van De Ark
Pagina 3
monitoren of dat daadwerkelijk gebeurt.
Vraag 9.
Indien het college geen nader onderzoek heeft verricht naar
aanleiding van de melding, op grond waarvan concludeert het
college dan dat er geen aanleiding bestaat voor bijzondere zorg?
Antwoord 9:
Er zijn, anders dan uw waarneming, geen signalen ontvangen van
toezichthoudende instanties dat er sprake is van
onregelmatigheden in de uitvoering van de werkzaamheden.
Vraag 10.
Is het college bereid de beantwoording van onze eerdere vragen
alsnog inhoudelijk per vraag te beantwoorden, nu een aanzienlijk
deel van de gestelde vragen betrekking had op de rol van de
gemeente als opdrachtgever en niet uitsluitend op de
uitvoeringsverantwoordelijkheid van de aannemer?
Antwoord 10:
Nee, hier is geen aanleiding voor.
Bijlage(s) LEV Vragen over bouwplaatsveiligheid en toezicht bij de
verbouwing van De Ark
Openbaar document
LEV Vragen over bouwplaatsveiligheid en toezicht bij de verbouwing van De Ark
Pagina 1
9 juli 2026 16:11
Detailrapport Vraag en antwoord los v/h Raadsplein (ID 1051)
Veld Waarde
Datum vraag 30-06-2026
Onderwerp Vragen over bouwplaatsveiligheid en toezicht bij de verbouwing van
De Ark
Fractie(s) LEV
Vraag en antwoord Op dinsdag 30 juni 2026 omstreeks 18:45 uur is geconstateerd dat
bij de verbouwing van De Ark, de toekomstige raads en
vergaderlocatie van de gemeente Edam-Volendam,
werkzaamheden aan een steiger werden uitgevoerd door twee
personen.
Op basis van de ter plaatse gemaakte foto’s viel onder meer op dat
tijdens deze werkzaamheden geen bouwhelmen zichtbaar waren,
geen persoonlijke valbeveiliging zichtbaar was en op het
betreffende gedeelte van de steiger geen voorloopleuning of
andere collectieve valbeveiliging zichtbaar leek te zijn. Daarnaast
was voor zover waarneembaar geen uitvoerder, voorman of andere
toezichthoudende functionaris van de hoofdaannemer zichtbaar
aanwezig.
De foto’s vormen vanzelfsprekend slechts een momentopname.
Onze fractie verbindt daaraan geen conclusies over eventuele
overtredingen. Juist omdat het hier gaat om een gemeentelijk
bouwproject waarbij een pand wordt verbouwd dat straks dienst
zal doen als raads en vergaderlocatie van de gemeente, achten wij
het van belang dat duidelijkheid wordt verkregen over de wijze
waarop de bouwplaatsveiligheid is georganiseerd, geborgd en
gecontroleerd.
De fractie beschikt over foto’s van de geconstateerde situatie.
Indien het college dit wenselijk acht in het kader van de
beantwoording van deze vragen, kunnen deze desgevraagd
beschikbaar worden gesteld.
Wij stellen daarom de volgende vragen:
Vraag 1.
Is het college bekend met de werkzaamheden die op dinsdag 30
juni 2026 omstreeks 18:45 uur bij de verbouwing van De Ark zijn
uitgevoerd?
Antwoord 1:
Vraag 2.
Waren deze werkzaamheden vooraf gepland, gemeld en toegestaan
binnen de afspraken tussen de gemeente, de hoofdaannemer en
eventuele onderaannemers?
Detailrapport Vraag en antwoord los v/h Raadsplein (ID 1051)
Veld Waarde
Datum vraag 30-06-2026
Onderwerp Vragen over bouwplaatsveiligheid en toezicht bij de verbouwing van
De Ark
Fractie(s) LEV
Vraag en antwoord Op dinsdag 30 juni 2026 omstreeks 18:45 uur is geconstateerd dat
bij de verbouwing van De Ark, de toekomstige raads en
vergaderlocatie van de gemeente Edam-Volendam,
werkzaamheden aan een steiger werden uitgevoerd door twee
personen.
Op basis van de ter plaatse gemaakte foto’s viel onder meer op dat
tijdens deze werkzaamheden geen bouwhelmen zichtbaar waren,
geen persoonlijke valbeveiliging zichtbaar was en op het
betreffende gedeelte van de steiger geen voorloopleuning of
andere collectieve valbeveiliging zichtbaar leek te zijn. Daarnaast
was voor zover waarneembaar geen uitvoerder, voorman of andere
toezichthoudende functionaris van de hoofdaannemer zichtbaar
aanwezig.
De foto’s vormen vanzelfsprekend slechts een momentopname.
Onze fractie verbindt daaraan geen conclusies over eventuele
overtredingen. Juist omdat het hier gaat om een gemeentelijk
bouwproject waarbij een pand wordt verbouwd dat straks dienst
zal doen als raads en vergaderlocatie van de gemeente, achten wij
het van belang dat duidelijkheid wordt verkregen over de wijze
waarop de bouwplaatsveiligheid is georganiseerd, geborgd en
gecontroleerd.
De fractie beschikt over foto’s van de geconstateerde situatie.
Indien het college dit wenselijk acht in het kader van de
beantwoording van deze vragen, kunnen deze desgevraagd
beschikbaar worden gesteld.
Wij stellen daarom de volgende vragen:
Vraag 1.
Is het college bekend met de werkzaamheden die op dinsdag 30
juni 2026 omstreeks 18:45 uur bij de verbouwing van De Ark zijn
uitgevoerd?
Antwoord 1:
Vraag 2.
Waren deze werkzaamheden vooraf gepland, gemeld en toegestaan
binnen de afspraken tussen de gemeente, de hoofdaannemer en
eventuele onderaannemers?
Pagina 2
9 juli 2026 16:11
Pagina 2
Antwoord 2:
Vraag 3.
Zijn werkzaamheden buiten reguliere werktijden op deze
bouwlocatie toegestaan? Zo ja, onder welke voorwaarden?
Antwoord 3:
Vraag 4.
Zijn deze werkzaamheden en de daarbij behorende werktijden
opgenomen in het V&G-plan uitvoeringsfase, het werkplan of een
vergelijkbaar veiligheidsdocument?
Antwoord 4:
Vraag 5.
Wie was volgens het V&G-plan op dat moment verantwoordelijk
voor de coördinatie van de bouwplaatsveiligheid?
Antwoord 5:
Vraag 6.
Was op het betreffende tijdstip een uitvoerder, voorman, V&G-
coördinator of andere namens de hoofdaannemer aangewezen
verantwoordelijke op de bouwplaats aanwezig? Zo ja, kan het
college dit onderbouwen aan de hand van dagrapporten,
aanwezigheidsregistraties of andere projectdocumentatie?
Antwoord 6:
Vraag 7.
Indien geen toezichthoudende functionaris aanwezig was, hoe
verhoudt zich dat volgens het college tot de veiligheidsafspraken
binnen het project, het V&G-plan en de zorgplicht van de
hoofdaannemer?
Antwoord 7:
Vraag 8.
Op welke wijze heeft de gemeente als opdrachtgever contractueel
en feitelijk geborgd dat ook buiten reguliere werktijden toezicht
wordt gehouden op veilig werken?
Antwoord 8:
Vraag 9.
Is voor de betreffende steigerwerkzaamheden een steigertekening,
montageplan of sterkte en stabiliteitsberekening opgesteld
overeenkomstig de geldende regelgeving?
Antwoord 9:
Vraag 10.
Is de steiger voorafgaand aan gebruik of tijdens de opbouw
beoordeeld door een daartoe bevoegde persoon? Zo ja, wanneer
heeft deze beoordeling plaatsgevonden?
Antwoord 10:
Pagina 2
Antwoord 2:
Vraag 3.
Zijn werkzaamheden buiten reguliere werktijden op deze
bouwlocatie toegestaan? Zo ja, onder welke voorwaarden?
Antwoord 3:
Vraag 4.
Zijn deze werkzaamheden en de daarbij behorende werktijden
opgenomen in het V&G-plan uitvoeringsfase, het werkplan of een
vergelijkbaar veiligheidsdocument?
Antwoord 4:
Vraag 5.
Wie was volgens het V&G-plan op dat moment verantwoordelijk
voor de coördinatie van de bouwplaatsveiligheid?
Antwoord 5:
Vraag 6.
Was op het betreffende tijdstip een uitvoerder, voorman, V&G-
coördinator of andere namens de hoofdaannemer aangewezen
verantwoordelijke op de bouwplaats aanwezig? Zo ja, kan het
college dit onderbouwen aan de hand van dagrapporten,
aanwezigheidsregistraties of andere projectdocumentatie?
Antwoord 6:
Vraag 7.
Indien geen toezichthoudende functionaris aanwezig was, hoe
verhoudt zich dat volgens het college tot de veiligheidsafspraken
binnen het project, het V&G-plan en de zorgplicht van de
hoofdaannemer?
Antwoord 7:
Vraag 8.
Op welke wijze heeft de gemeente als opdrachtgever contractueel
en feitelijk geborgd dat ook buiten reguliere werktijden toezicht
wordt gehouden op veilig werken?
Antwoord 8:
Vraag 9.
Is voor de betreffende steigerwerkzaamheden een steigertekening,
montageplan of sterkte en stabiliteitsberekening opgesteld
overeenkomstig de geldende regelgeving?
Antwoord 9:
Vraag 10.
Is de steiger voorafgaand aan gebruik of tijdens de opbouw
beoordeeld door een daartoe bevoegde persoon? Zo ja, wanneer
heeft deze beoordeling plaatsgevonden?
Antwoord 10:
Pagina 3
9 juli 2026 16:11
Pagina 3
Vraag 11.
Is vastgelegd wie bevoegd is de steiger vrij te geven voor gebruik?
Antwoord 11:
Vraag 12.
Welke afspraken zijn binnen dit project gemaakt over het gebruik
van collectieve valbeveiliging, waaronder voorloopleuningen,
montageleuningen of andere voorzieningen tijdens het opbouwen,
aanpassen of demonteren van de steiger?
Antwoord 12:
Vraag 13.
Kan het college aangeven welke persoonlijke
beschermingsmiddelen tijdens deze werkzaamheden verplicht
waren en of is vastgesteld dat deze daadwerkelijk zijn gebruikt?
Antwoord 13:
Vraag 14.
Welke minimale PBM-eisen gelden op deze bouwplaats en op welke
wijze wordt toezicht gehouden op de naleving daarvan?
Antwoord 14:
Vraag 15.
Indien bij deze werkzaamheden gebruik is gemaakt van anderstalige
werknemers, op welke wijze is geborgd dat veiligheidsinstructies,
toolboxen, werkplannen en noodprocedures daadwerkelijk
begrijpelijk zijn overgebracht?
Antwoord 15:
Vraag 16.
Is voor de betrokken werknemers aantoonbaar een
bouwplaatsintroductie, veiligheidsinstructie of toolbox verzorgd?
Antwoord 16:
Vraag 17.
Is vastgelegd welke personen op 30 juni 2026 omstreeks 18:45 uur
op de bouwplaats aanwezig waren, bijvoorbeeld via een
aanwezigheidsregistratie, dagstaat of toegangssysteem?
Antwoord 17:
Vraag 18.
Kan het college aangeven namens welke onderaannemer de
betrokken werknemers werkzaam waren en onder wiens
verantwoordelijkheid zij vielen?
Antwoord 18:
Vraag 19.
Is gecontroleerd of deze onderaannemer overeenkomstig de
contractuele afspraken en het V&G-plan was aangemeld en
bevoegd was de werkzaamheden uit te voeren?
Antwoord 19:
Pagina 3
Vraag 11.
Is vastgelegd wie bevoegd is de steiger vrij te geven voor gebruik?
Antwoord 11:
Vraag 12.
Welke afspraken zijn binnen dit project gemaakt over het gebruik
van collectieve valbeveiliging, waaronder voorloopleuningen,
montageleuningen of andere voorzieningen tijdens het opbouwen,
aanpassen of demonteren van de steiger?
Antwoord 12:
Vraag 13.
Kan het college aangeven welke persoonlijke
beschermingsmiddelen tijdens deze werkzaamheden verplicht
waren en of is vastgesteld dat deze daadwerkelijk zijn gebruikt?
Antwoord 13:
Vraag 14.
Welke minimale PBM-eisen gelden op deze bouwplaats en op welke
wijze wordt toezicht gehouden op de naleving daarvan?
Antwoord 14:
Vraag 15.
Indien bij deze werkzaamheden gebruik is gemaakt van anderstalige
werknemers, op welke wijze is geborgd dat veiligheidsinstructies,
toolboxen, werkplannen en noodprocedures daadwerkelijk
begrijpelijk zijn overgebracht?
Antwoord 15:
Vraag 16.
Is voor de betrokken werknemers aantoonbaar een
bouwplaatsintroductie, veiligheidsinstructie of toolbox verzorgd?
Antwoord 16:
Vraag 17.
Is vastgelegd welke personen op 30 juni 2026 omstreeks 18:45 uur
op de bouwplaats aanwezig waren, bijvoorbeeld via een
aanwezigheidsregistratie, dagstaat of toegangssysteem?
Antwoord 17:
Vraag 18.
Kan het college aangeven namens welke onderaannemer de
betrokken werknemers werkzaam waren en onder wiens
verantwoordelijkheid zij vielen?
Antwoord 18:
Vraag 19.
Is gecontroleerd of deze onderaannemer overeenkomstig de
contractuele afspraken en het V&G-plan was aangemeld en
bevoegd was de werkzaamheden uit te voeren?
Antwoord 19:
Pagina 4
9 juli 2026 16:11
Pagina 4
Vraag 20.
Welke afspraken gelden op deze bouwplaats ten aanzien van BHV,
calamiteiten, ontruiming en eerste hulp buiten reguliere
werktijden?
Antwoord 20:
Vraag 21.
Was op het betreffende tijdstip een BHV-organisatie
overeenkomstig het V&G-plan beschikbaar?
Antwoord 21:
Vraag 22.
Hoe zou bij een ongeval of ernstig incident op dat tijdstip de
alarmering, coördinatie en hulpverlening zijn verlopen?
Antwoord 22:
Vraag 23.
Kan het college aangeven welke partij binnen dit project formeel
optreedt als hoofdaannemer en wie verantwoordelijk is voor de
veiligheidscoördinatie tijdens de uitvoeringsfase?
Antwoord 23:
Vraag 24.
Is voor dit project een V&G-coördinator uitvoeringsfase
aangewezen? Zo ja, welke taken en bevoegdheden heeft deze
functionaris ten aanzien van toezicht op veilig werken?
Antwoord 24:
Vraag 25.
Heeft de gemeente of een namens haar optredende toezichthouder
sinds de start van dit project veiligheidsinspecties uitgevoerd? Zo ja,
op welke data, door wie; hebben deze inspecties geleid tot
waarschuwingen, verbetermaatregelen of rapportages?
Antwoord 25:
Vraag 26.
Heeft de gemeente naar aanleiding van deze constatering contact
opgenomen met de hoofdaannemer?
Antwoord 26:
Vraag 27.
Heeft de gemeente de hoofdaannemer verzocht een schriftelijke
toelichting te geven op de uitgevoerde werkzaamheden, de
veiligheidsmaatregelen en de wijze waarop toezicht op dat moment
was georganiseerd?
Antwoord 27:
Vraag 28.
Is het college bereid de hoofdaannemer te verzoeken de volgende
documenten beschikbaar te stellen aan de gemeenteraad: het
Pagina 4
Vraag 20.
Welke afspraken gelden op deze bouwplaats ten aanzien van BHV,
calamiteiten, ontruiming en eerste hulp buiten reguliere
werktijden?
Antwoord 20:
Vraag 21.
Was op het betreffende tijdstip een BHV-organisatie
overeenkomstig het V&G-plan beschikbaar?
Antwoord 21:
Vraag 22.
Hoe zou bij een ongeval of ernstig incident op dat tijdstip de
alarmering, coördinatie en hulpverlening zijn verlopen?
Antwoord 22:
Vraag 23.
Kan het college aangeven welke partij binnen dit project formeel
optreedt als hoofdaannemer en wie verantwoordelijk is voor de
veiligheidscoördinatie tijdens de uitvoeringsfase?
Antwoord 23:
Vraag 24.
Is voor dit project een V&G-coördinator uitvoeringsfase
aangewezen? Zo ja, welke taken en bevoegdheden heeft deze
functionaris ten aanzien van toezicht op veilig werken?
Antwoord 24:
Vraag 25.
Heeft de gemeente of een namens haar optredende toezichthouder
sinds de start van dit project veiligheidsinspecties uitgevoerd? Zo ja,
op welke data, door wie; hebben deze inspecties geleid tot
waarschuwingen, verbetermaatregelen of rapportages?
Antwoord 25:
Vraag 26.
Heeft de gemeente naar aanleiding van deze constatering contact
opgenomen met de hoofdaannemer?
Antwoord 26:
Vraag 27.
Heeft de gemeente de hoofdaannemer verzocht een schriftelijke
toelichting te geven op de uitgevoerde werkzaamheden, de
veiligheidsmaatregelen en de wijze waarop toezicht op dat moment
was georganiseerd?
Antwoord 27:
Vraag 28.
Is het college bereid de hoofdaannemer te verzoeken de volgende
documenten beschikbaar te stellen aan de gemeenteraad: het
Pagina 5
9 juli 2026 16:11
Pagina 5
actuele V&G-plan uitvoeringsfase, de steigertekening en/of het
montageplan, de risico-inventarisatie of taak-risicoanalyse van deze
werkzaamheden, de dagrapportage van 30 juni 2026, de
aanwezigheidsregistratie van 30 juni 2026, de toolbox- en
veiligheidsinstructieregistraties van de betrokken werknemers, de
afspraken over werkzaamheden buiten reguliere werktijden, de
aanwijzing van de verantwoordelijke toezichthouder, het logboek
van de V&G-coördinatie voor de betreffende werkzaamheden.
Antwoord 28:
Vraag 29.
Hoe beoordeelt het college de geconstateerde situatie in het licht
van de voorbeeldfunctie die de gemeente als opdrachtgever
behoort te vervullen?
Antwoord 29:
Vraag 30.
Welke maatregelen neemt het college om te waarborgen dat op
gemeentelijke bouwplaatsen risicovolle werkzaamheden uitsluitend
plaatsvinden onder aantoonbaar toezicht, overeenkomstig het
V&G-plan en de geldende veiligheidsvoorschriften?
Antwoord 30:
Vraag 31.
Is het college bereid de gemeenteraad te informeren over de
uitkomsten van het interne onderzoek en de reactie van de
hoofdaannemer?
Antwoord 31:
Vraag 32.
Indien uit onderzoek blijkt dat niet overeenkomstig de contractuele
afspraken, het V&G-plan of de geldende
arbeidsomstandighedenregelgeving is gewerkt, welke
mogelijkheden heeft de gemeente als opdrachtgever om de
hoofdaannemer daarop aan te spreken en welke maatregelen acht
het college in dat geval passend?
Antwoord 32:
Vraag 33.
Kan het college aangeven op welke wijze de gemeente tijdens de
verbouwing van De Ark invulling geeft aan haar rol als
opdrachtgever ten aanzien van het toezicht op de naleving van de
veiligheidsafspraken en hoe hierover periodiek wordt
gerapporteerd?
Antwoord 33:
Vraag 34.
Is het college bereid te bezien of aanvullende afspraken wenselijk
zijn voor werkzaamheden buiten reguliere werktijden op
gemeentelijke bouwprojecten, waaronder toezicht,
aanwezigheidsregistratie, calamiteitenorganisatie en
Pagina 5
actuele V&G-plan uitvoeringsfase, de steigertekening en/of het
montageplan, de risico-inventarisatie of taak-risicoanalyse van deze
werkzaamheden, de dagrapportage van 30 juni 2026, de
aanwezigheidsregistratie van 30 juni 2026, de toolbox- en
veiligheidsinstructieregistraties van de betrokken werknemers, de
afspraken over werkzaamheden buiten reguliere werktijden, de
aanwijzing van de verantwoordelijke toezichthouder, het logboek
van de V&G-coördinatie voor de betreffende werkzaamheden.
Antwoord 28:
Vraag 29.
Hoe beoordeelt het college de geconstateerde situatie in het licht
van de voorbeeldfunctie die de gemeente als opdrachtgever
behoort te vervullen?
Antwoord 29:
Vraag 30.
Welke maatregelen neemt het college om te waarborgen dat op
gemeentelijke bouwplaatsen risicovolle werkzaamheden uitsluitend
plaatsvinden onder aantoonbaar toezicht, overeenkomstig het
V&G-plan en de geldende veiligheidsvoorschriften?
Antwoord 30:
Vraag 31.
Is het college bereid de gemeenteraad te informeren over de
uitkomsten van het interne onderzoek en de reactie van de
hoofdaannemer?
Antwoord 31:
Vraag 32.
Indien uit onderzoek blijkt dat niet overeenkomstig de contractuele
afspraken, het V&G-plan of de geldende
arbeidsomstandighedenregelgeving is gewerkt, welke
mogelijkheden heeft de gemeente als opdrachtgever om de
hoofdaannemer daarop aan te spreken en welke maatregelen acht
het college in dat geval passend?
Antwoord 32:
Vraag 33.
Kan het college aangeven op welke wijze de gemeente tijdens de
verbouwing van De Ark invulling geeft aan haar rol als
opdrachtgever ten aanzien van het toezicht op de naleving van de
veiligheidsafspraken en hoe hierover periodiek wordt
gerapporteerd?
Antwoord 33:
Vraag 34.
Is het college bereid te bezien of aanvullende afspraken wenselijk
zijn voor werkzaamheden buiten reguliere werktijden op
gemeentelijke bouwprojecten, waaronder toezicht,
aanwezigheidsregistratie, calamiteitenorganisatie en
Pagina 6
9 juli 2026 16:11
Pagina 6
veiligheidsborging, en de raad hierover te informeren?
Antwoorden 1-34:
Dit is geen bestuurlijke aangelegenheid, maar een zaak voor de
aannemer. Dat de gemeente opdrachtgever is doet daar niets aan
af. De aannemer heeft zich te houden aan de verleende
omgevingsvergunning, de regels op basis van het Besluit
Bouwwerken leefomgeving (BBL) en de verplichtingen op grond van
Arbo-wetgeving. De in de vragen aangegeven tijden vallen
overigens binnen de tijden van het BBL. Er zijn geen signalen
bekend vanuit de uitoefening van het reguliere bouwtoezicht die
aanleiding geven tot bijzondere zorg.
Pagina 6
veiligheidsborging, en de raad hierover te informeren?
Antwoorden 1-34:
Dit is geen bestuurlijke aangelegenheid, maar een zaak voor de
aannemer. Dat de gemeente opdrachtgever is doet daar niets aan
af. De aannemer heeft zich te houden aan de verleende
omgevingsvergunning, de regels op basis van het Besluit
Bouwwerken leefomgeving (BBL) en de verplichtingen op grond van
Arbo-wetgeving. De in de vragen aangegeven tijden vallen
overigens binnen de tijden van het BBL. Er zijn geen signalen
bekend vanuit de uitoefening van het reguliere bouwtoezicht die
aanleiding geven tot bijzondere zorg.