← Terug naar alle raadsvragen
Leesversie 29 van 472
RIB Jaarverantwoording Kinderopvang 2025
Lees de openbare vraag, het antwoord en de bijlagen als webtekst.
Deze raadsvraag over RIB Jaarverantwoording Kinderopvang 2025 is gesteld door BVNL op 23-06-2026. Het openbare antwoord is gedateerd 13-07-2026. Het dossier bevat 1 document.
Leesversie. De tekst hieronder is automatisch uit de openbare PDF-bestanden gehaald. De originele PDF onder ieder document blijft de officiële bron. Bijlagen zijn niet automatisch als vraag of antwoord ingedeeld.
Lees waar de informatie vandaan komt en hoe de leesversie is gemaakt
Direct openen
Documenten en bijlagen
Open hier de officiële vraag en beantwoording of één van de bijbehorende stukken als PDF.
Openbaar document
BVNL RIB Jaarverantwoording Kinderopvang 2025
Pagina 1
13 juli 2026 13:38
Detailrapport Vraag en antwoord los v/h Raadsplein (ID 1042)
Veld Waarde
Datum vraag 23-06-2026
Onderwerp RIB Jaarverantwoording Kinderopvang 2025
Fractie(s) BVNL
Vraag en antwoord Vraag 1. De GGD haalt opnieuw niet de wettelijke norm van 100%
inspecties. Wanneer verwacht het college dat dit structureel wel
wordt gehaald?
Vraag 5. Welke maatregelen zijn met de GGD afgesproken om de
administratieve achterstanden bij rapportages te voorkomen?
De jaarverantwoording van DUO is gebaseerd op de gegevens die
op peildatum 1 maart in het Landelijk Register Kinderopvang (LRK)
en de Gemeenschappelijke Inspectieruimte (GIR) waren
geregistreerd.
De GGD heeft aangegeven dat alle geregistreerde
kinderopvangvoorzieningen in 2025 daadwerkelijk zijn
geïnspecteerd. Drie inspectierapporten zijn echter pas na 1 maart
administratief afgerond en daardoor niet meegenomen in de
registratie van DUO. Feitelijk zijn daarmee alle inspecties
uitgevoerd, maar waren niet alle rapportages tijdig verwerkt.
De vertraging ontstond door capaciteitsdruk na het vertrek van een
toezichthouder. Hierdoor liepen inspecties en rapportages door tot
later in het jaar.
De GGD heeft intern maatregelen genomen om herhaling te
voorkomen. Zo worden inspectiebezoeken zoveel mogelijk vóór
december afgerond, wordt scherper gestuurd op tijdige afronding
van rapportages en is extra capaciteit ingezet bij de planning en
afhandeling van inspecties. De verwachting is dat de rapportages
van de in 2026 uitgevoerde inspecties tijdig vóór de peildatum van
2027 worden afgerond.
Vraag 2. Waarom ligt het percentage locaties met een
handhavingsadvies (22,86%) aanzienlijk boven het landelijke
gemiddelde (12,1%)?
Het percentage handhavingsadviezen ligt in Edam-Volendam hoger
dan het landelijke gemiddelde doordat bij een beperkt aantal
inspecties meerdere tekortkomingen zijn vastgesteld. Hierdoor
hebben enkele dossiers relatief veel invloed op het totale
percentage binnen de gemeente.
Een deel van de handhavingsadviezen had betrekking op meerdere
locaties van dezelfde houder. Daarnaast zijn ook bij enkele andere
houders tekortkomingen vastgesteld.
Detailrapport Vraag en antwoord los v/h Raadsplein (ID 1042)
Veld Waarde
Datum vraag 23-06-2026
Onderwerp RIB Jaarverantwoording Kinderopvang 2025
Fractie(s) BVNL
Vraag en antwoord Vraag 1. De GGD haalt opnieuw niet de wettelijke norm van 100%
inspecties. Wanneer verwacht het college dat dit structureel wel
wordt gehaald?
Vraag 5. Welke maatregelen zijn met de GGD afgesproken om de
administratieve achterstanden bij rapportages te voorkomen?
De jaarverantwoording van DUO is gebaseerd op de gegevens die
op peildatum 1 maart in het Landelijk Register Kinderopvang (LRK)
en de Gemeenschappelijke Inspectieruimte (GIR) waren
geregistreerd.
De GGD heeft aangegeven dat alle geregistreerde
kinderopvangvoorzieningen in 2025 daadwerkelijk zijn
geïnspecteerd. Drie inspectierapporten zijn echter pas na 1 maart
administratief afgerond en daardoor niet meegenomen in de
registratie van DUO. Feitelijk zijn daarmee alle inspecties
uitgevoerd, maar waren niet alle rapportages tijdig verwerkt.
De vertraging ontstond door capaciteitsdruk na het vertrek van een
toezichthouder. Hierdoor liepen inspecties en rapportages door tot
later in het jaar.
De GGD heeft intern maatregelen genomen om herhaling te
voorkomen. Zo worden inspectiebezoeken zoveel mogelijk vóór
december afgerond, wordt scherper gestuurd op tijdige afronding
van rapportages en is extra capaciteit ingezet bij de planning en
afhandeling van inspecties. De verwachting is dat de rapportages
van de in 2026 uitgevoerde inspecties tijdig vóór de peildatum van
2027 worden afgerond.
Vraag 2. Waarom ligt het percentage locaties met een
handhavingsadvies (22,86%) aanzienlijk boven het landelijke
gemiddelde (12,1%)?
Het percentage handhavingsadviezen ligt in Edam-Volendam hoger
dan het landelijke gemiddelde doordat bij een beperkt aantal
inspecties meerdere tekortkomingen zijn vastgesteld. Hierdoor
hebben enkele dossiers relatief veel invloed op het totale
percentage binnen de gemeente.
Een deel van de handhavingsadviezen had betrekking op meerdere
locaties van dezelfde houder. Daarnaast zijn ook bij enkele andere
houders tekortkomingen vastgesteld.
Pagina 2
13 juli 2026 13:38
Pagina 2
Vraag 3. Het percentage inspecties met een handhavingsadvies
bedraagt in Edam-Volendam 22,86%, bijna twee keer het landelijke
gemiddelde. Welke concrete tekortkomingen lagen hieraan ten
grondslag en ziet het college hierin een structurele ontwikkeling of
incidentele gevallen?
De handhavingsadviezen hadden betrekking op verschillende
tekortkomingen, waaronder de beroepskracht-kindratio, opvang in
een andere stamgroep, onderdelen van het veiligheids- en
gezondheidsbeleid en aandachtspunten in de inrichting van de
opvangruimte.
Bij meerdere locaties van één houder constateerde de GGD dat
kinderen werden opgevangen in een andere stamgroep om te
kunnen voldoen aan de beroepskracht-kindratio. Dit onderwerp
wordt landelijk verschillend beoordeeld, omdat de Wet
kinderopvang op dit punt ruimte laat voor interpretatie. De GGD
hanteert samen met meerdere andere GGD-regio’s het
uitgangspunt dat opvang in een tweede stamgroep alleen passend
is wanneer dit aansluit bij een vraag van ouders, bijvoorbeeld bij
een incidentele extra opvangdag waarvoor op de eigen stamgroep
geen plaats beschikbaar is. Het structureel verplaatsen van kinderen
vanwege personele of organisatorische redenen wordt door de
GGD niet passend geacht, ook niet wanneer ouders hiervoor vooraf
schriftelijk toestemming hebben gegeven. Hier heeft de GGD ook
met de gemeente over geschakeld.
Naar aanleiding hiervan heeft de GGD overleg gevoerd met de
betreffende houder. Daarop zijn maatregelen genomen, waaronder
uitbreiding van het personeelsbestand met extra invalkrachten om
ziekte en verlof beter intern te kunnen opvangen.
Daarnaast betroffen de handhavingsadviezen bij andere houders
onder meer aandachtspunten binnen het veiligheids- en
gezondheidsbeleid en de inrichting van de opvangruimte.
Het college ziet geen breed structureel patroon binnen de
kinderopvangsector in gemeente Edam-Volendam. De
handhavingsadviezen hadden betrekking op een beperkt aantal
locaties en concrete situaties, waarbij inmiddels maatregelen zijn
genomen om herhaling te voorkomen.
Vraag 4. Zijn de tekortkomingen geconcentreerd bij enkele
aanbieders of verspreid over meerdere organisaties?
De tekortkomingen waren voornamelijk geconcentreerd bij een
beperkt aantal locaties. Een deel van de handhavingsadviezen had
betrekking op meerdere locaties van dezelfde houder, terwijl
daarnaast ook bij enkele andere organisaties tekortkomingen zijn
vastgesteld. Er is daarmee geen sprake van een breed verspreid
beeld binnen de gehele kinderopvangsector in de gemeente.
Pagina 2
Vraag 3. Het percentage inspecties met een handhavingsadvies
bedraagt in Edam-Volendam 22,86%, bijna twee keer het landelijke
gemiddelde. Welke concrete tekortkomingen lagen hieraan ten
grondslag en ziet het college hierin een structurele ontwikkeling of
incidentele gevallen?
De handhavingsadviezen hadden betrekking op verschillende
tekortkomingen, waaronder de beroepskracht-kindratio, opvang in
een andere stamgroep, onderdelen van het veiligheids- en
gezondheidsbeleid en aandachtspunten in de inrichting van de
opvangruimte.
Bij meerdere locaties van één houder constateerde de GGD dat
kinderen werden opgevangen in een andere stamgroep om te
kunnen voldoen aan de beroepskracht-kindratio. Dit onderwerp
wordt landelijk verschillend beoordeeld, omdat de Wet
kinderopvang op dit punt ruimte laat voor interpretatie. De GGD
hanteert samen met meerdere andere GGD-regio’s het
uitgangspunt dat opvang in een tweede stamgroep alleen passend
is wanneer dit aansluit bij een vraag van ouders, bijvoorbeeld bij
een incidentele extra opvangdag waarvoor op de eigen stamgroep
geen plaats beschikbaar is. Het structureel verplaatsen van kinderen
vanwege personele of organisatorische redenen wordt door de
GGD niet passend geacht, ook niet wanneer ouders hiervoor vooraf
schriftelijk toestemming hebben gegeven. Hier heeft de GGD ook
met de gemeente over geschakeld.
Naar aanleiding hiervan heeft de GGD overleg gevoerd met de
betreffende houder. Daarop zijn maatregelen genomen, waaronder
uitbreiding van het personeelsbestand met extra invalkrachten om
ziekte en verlof beter intern te kunnen opvangen.
Daarnaast betroffen de handhavingsadviezen bij andere houders
onder meer aandachtspunten binnen het veiligheids- en
gezondheidsbeleid en de inrichting van de opvangruimte.
Het college ziet geen breed structureel patroon binnen de
kinderopvangsector in gemeente Edam-Volendam. De
handhavingsadviezen hadden betrekking op een beperkt aantal
locaties en concrete situaties, waarbij inmiddels maatregelen zijn
genomen om herhaling te voorkomen.
Vraag 4. Zijn de tekortkomingen geconcentreerd bij enkele
aanbieders of verspreid over meerdere organisaties?
De tekortkomingen waren voornamelijk geconcentreerd bij een
beperkt aantal locaties. Een deel van de handhavingsadviezen had
betrekking op meerdere locaties van dezelfde houder, terwijl
daarnaast ook bij enkele andere organisaties tekortkomingen zijn
vastgesteld. Er is daarmee geen sprake van een breed verspreid
beeld binnen de gehele kinderopvangsector in de gemeente.
Pagina 3
13 juli 2026 13:38
Pagina 3
Pagina 3