← Terug naar alle raadsvragen
Leesversie 114 van 472
Tussen wal en schip-woonruimte
Lees de openbare vraag, het antwoord en de bijlagen als webtekst.
Deze raadsvraag over Tussen wal en schip-woonruimte is gesteld door BVNL op 29-01-2026. Het openbare antwoord is gedateerd 02-03-2026. Het dossier bevat 1 document.
Leesversie. De tekst hieronder is automatisch uit de openbare PDF-bestanden gehaald. De originele PDF onder ieder document blijft de officiële bron. Bijlagen zijn niet automatisch als vraag of antwoord ingedeeld.
Lees waar de informatie vandaan komt en hoe de leesversie is gemaakt
Direct openen
Documenten en bijlagen
Open hier de officiële vraag en beantwoording of één van de bijbehorende stukken als PDF.
Openbaar document
BVNL Tussen wal en schip-woonruimte
Pagina 1
2 maart 2026 13:39
Detailrapport Vraag en antwoord los v/h Raadsplein (ID 950)
Veld Waarde
Datum vraag 29-01-2026
Onderwerp Tussen wal en schip (woonruimte)
Fractie(s) BVNL
Vraag en antwoord Vraag 1:
Is het college bekend met situaties waarin inwoners ondanks een
lang arbeidsverleden geen betaalbare woonruimte meer kunnen
vinden en daardoor dakloos dreigen te raken, bij familie of vrienden
in moeten wonen of noodgedwongen met ex-partner onder één
dak moeten verblijven?
Antwoord 1:
Het college is bekend met de ontwikkelingen op de woningmarkt in
Edam-Volendam, zowel op het gebied van huur- als koopwoningen.
De door u geschetste situatie, waarbij het kan voorkomen dat
inwoners ondanks een lang arbeidsverleden geen betaalbare
woonruimte kunnen vinden en daardoor dakloos dreigen te raken
of noodgedwongen bij familie, vrienden of een ex-partner moeten
verblijven, is bij het college bekend.
Vraag 2:
Hoeveel inwoners van onze gemeente bevinden zich momenteel in
een (dreigend) dakloze situatie - of situatie waarbij zij moeten
verblijven bij vrienden/familie dan wel onder een dak met een ex-
partner zonder dat zij in aanmerking komen voor directe opvang of
urgentie?
Antwoord 2:
De meest recente daklozentelling is in 2024 uitgevoerd. Daarin zijn
dreigend daklozen echter nog niet meegeteld. In 2026 vindt naar
verwachting voor de eerste maal een bredere telling plaats, volgens
de zogeheten Ethos-normen. Daarin worden ook mensen waarvan
bekend is dat zij dreigen dakloos te worden, meegeteld. De
tellingen betreffen de gehele regio Waterland. Als inwoners
daadwerkelijk op straat belanden, komen zij in beginsel altijd in
aanmerking voor opvang. De enige mensen die worden geweigerd
in de opvang in Purmerend zijn mensen die vanwege
middelengebruik of agressief gedrag een te groot risico vormen
voor het personeel en de andere gasten van de opvang.
Bij het college zijn geen gevallen bekend van inwoners die zich
momenteel bevinden in een (dreigend) dakloze situatie of die
noodgedwongen verblijven bij vrienden of familie dan wel onder
één dak met een ex-partner, zonder dat zij in aanmerking komen
voor directe opvang of een urgentieverklaring.
Vraag 3:
Kan het college aangeven om welke categorieën inwoners het
hierbij gaat zoals werkenden of gepensioneerden die economisch
Detailrapport Vraag en antwoord los v/h Raadsplein (ID 950)
Veld Waarde
Datum vraag 29-01-2026
Onderwerp Tussen wal en schip (woonruimte)
Fractie(s) BVNL
Vraag en antwoord Vraag 1:
Is het college bekend met situaties waarin inwoners ondanks een
lang arbeidsverleden geen betaalbare woonruimte meer kunnen
vinden en daardoor dakloos dreigen te raken, bij familie of vrienden
in moeten wonen of noodgedwongen met ex-partner onder één
dak moeten verblijven?
Antwoord 1:
Het college is bekend met de ontwikkelingen op de woningmarkt in
Edam-Volendam, zowel op het gebied van huur- als koopwoningen.
De door u geschetste situatie, waarbij het kan voorkomen dat
inwoners ondanks een lang arbeidsverleden geen betaalbare
woonruimte kunnen vinden en daardoor dakloos dreigen te raken
of noodgedwongen bij familie, vrienden of een ex-partner moeten
verblijven, is bij het college bekend.
Vraag 2:
Hoeveel inwoners van onze gemeente bevinden zich momenteel in
een (dreigend) dakloze situatie - of situatie waarbij zij moeten
verblijven bij vrienden/familie dan wel onder een dak met een ex-
partner zonder dat zij in aanmerking komen voor directe opvang of
urgentie?
Antwoord 2:
De meest recente daklozentelling is in 2024 uitgevoerd. Daarin zijn
dreigend daklozen echter nog niet meegeteld. In 2026 vindt naar
verwachting voor de eerste maal een bredere telling plaats, volgens
de zogeheten Ethos-normen. Daarin worden ook mensen waarvan
bekend is dat zij dreigen dakloos te worden, meegeteld. De
tellingen betreffen de gehele regio Waterland. Als inwoners
daadwerkelijk op straat belanden, komen zij in beginsel altijd in
aanmerking voor opvang. De enige mensen die worden geweigerd
in de opvang in Purmerend zijn mensen die vanwege
middelengebruik of agressief gedrag een te groot risico vormen
voor het personeel en de andere gasten van de opvang.
Bij het college zijn geen gevallen bekend van inwoners die zich
momenteel bevinden in een (dreigend) dakloze situatie of die
noodgedwongen verblijven bij vrienden of familie dan wel onder
één dak met een ex-partner, zonder dat zij in aanmerking komen
voor directe opvang of een urgentieverklaring.
Vraag 3:
Kan het college aangeven om welke categorieën inwoners het
hierbij gaat zoals werkenden of gepensioneerden die economisch
Pagina 2
2 maart 2026 13:39
Pagina 2
dakloos dreigen te worden inwoners met medische of psychische
problematiek of inwoners die door scheiding of schulden hun
woning verliezen?
Antwoord 3:
Voor zover bij het college bekend, betreft het in de praktijk met
name situaties die ontstaan na een echtscheiding, waarbij de
kinderen door de rechter aan de moeder zijn toegewezen en één
van de partners de woning verlaat. Andere categorieën, zoals
werkenden of gepensioneerden die economisch dakloos dreigen te
worden, inwoners met medische of psychische problematiek of
inwoners die door schulden hun woning verliezen, zijn bij het
college niet als zodanig bekend.
Vraag 4:
Welke criteria hanteert de gemeente bij het toekennen van
urgentie voor sociale huurwoningen en in hoeverre is maatwerk
mogelijk?
Antwoord 4:
Het college hanteert bij het toekennen van urgentie voor sociale
huurwoningen de criteria die door uw raad zijn vastgelegd in de
Huisvestingsverordening en de daarbij behorende beleidsregels. De
gemeente Zaanstad behandelt en handelt de urgentieaanvragen af.
Binnen deze kaders is maatwerk mogelijk, voor zover de geldende
regelgeving daartoe ruimte biedt.
Vraag 5:
In hoeverre krijgen statushouders voorrang op eigen ingezetenen
die zich in een vergelijkbare noodsituatie bevinden?
Antwoord 5:
De huisvesting van statushouders op basis van de landelijke
taakstelling betreft een rijksverplichting. Op grond van de
prestatieafspraken met de lokale woningbouwcorporaties wordt
maximaal 25% van de vrijkomende sociale huurwoningen bij
mutatie toegewezen aan urgente woningzoekenden, waaronder
zowel lokale urgenten als statushouders vallen. Statushouders
krijgen daarbij geen voorrang boven eigen ingezetenen in een
vergelijkbare noodsituatie; zij vallen binnen dezelfde categorie van
urgenten. Circa 10% van de vrijkomende sociale huurwoningen
wordt toegewezen aan statushouders.
Vraag 6:
Acht het college slapen in een auto een aanvaardbare tijdelijke
oplossing voor inwoners die geen woning hebben?
Antwoord 6:
Het college beschouwt het slapen in een auto niet als een
aanvaardbare tijdelijke oplossing voor inwoners die geen woning
hebben. Iedereen heeft recht op een veilige en fatsoenlijke
woonruimte.
Vraag 7:
Pagina 2
dakloos dreigen te worden inwoners met medische of psychische
problematiek of inwoners die door scheiding of schulden hun
woning verliezen?
Antwoord 3:
Voor zover bij het college bekend, betreft het in de praktijk met
name situaties die ontstaan na een echtscheiding, waarbij de
kinderen door de rechter aan de moeder zijn toegewezen en één
van de partners de woning verlaat. Andere categorieën, zoals
werkenden of gepensioneerden die economisch dakloos dreigen te
worden, inwoners met medische of psychische problematiek of
inwoners die door schulden hun woning verliezen, zijn bij het
college niet als zodanig bekend.
Vraag 4:
Welke criteria hanteert de gemeente bij het toekennen van
urgentie voor sociale huurwoningen en in hoeverre is maatwerk
mogelijk?
Antwoord 4:
Het college hanteert bij het toekennen van urgentie voor sociale
huurwoningen de criteria die door uw raad zijn vastgelegd in de
Huisvestingsverordening en de daarbij behorende beleidsregels. De
gemeente Zaanstad behandelt en handelt de urgentieaanvragen af.
Binnen deze kaders is maatwerk mogelijk, voor zover de geldende
regelgeving daartoe ruimte biedt.
Vraag 5:
In hoeverre krijgen statushouders voorrang op eigen ingezetenen
die zich in een vergelijkbare noodsituatie bevinden?
Antwoord 5:
De huisvesting van statushouders op basis van de landelijke
taakstelling betreft een rijksverplichting. Op grond van de
prestatieafspraken met de lokale woningbouwcorporaties wordt
maximaal 25% van de vrijkomende sociale huurwoningen bij
mutatie toegewezen aan urgente woningzoekenden, waaronder
zowel lokale urgenten als statushouders vallen. Statushouders
krijgen daarbij geen voorrang boven eigen ingezetenen in een
vergelijkbare noodsituatie; zij vallen binnen dezelfde categorie van
urgenten. Circa 10% van de vrijkomende sociale huurwoningen
wordt toegewezen aan statushouders.
Vraag 6:
Acht het college slapen in een auto een aanvaardbare tijdelijke
oplossing voor inwoners die geen woning hebben?
Antwoord 6:
Het college beschouwt het slapen in een auto niet als een
aanvaardbare tijdelijke oplossing voor inwoners die geen woning
hebben. Iedereen heeft recht op een veilige en fatsoenlijke
woonruimte.
Vraag 7:
Pagina 3
2 maart 2026 13:39
Pagina 3
Welke alternatieven worden actief aangeboden aan inwoners die
niet passen binnen de reguliere opvang maar ook geen woning
kunnen vinden?
Antwoord 7:
De enige inwoners die niet passen binnen de reguliere opvang zijn
mensen die vanwege middelengebruik of agressief gedrag een te
groot risico vormen voor het personeel en de andere gasten van de
opvang. Zij worden verwezen naar de opvang in Amsterdam.
(Voor inwoners die niet in aanmerking komen voor de
reguliere/regionale opvang maar ook geen woning kunnen vinden,
kan de urgentieregeling in de vorm van een urgentieverklaring een
passend alternatief zijn, mits wordt voldaan aan de daarvoor
geldende criteria zoals vastgelegd in de Huisvestingsverordening en
de bijbehorende beleidsregels.
Vraag 8:
Hoe verloopt de samenwerking tussen gemeente
woningcorporaties en het sociaal domein bij schrijnende individuele
gevallen?
Antwoord 8:
De gemeente, woningcorporaties en partners binnen het sociaal
domein werken effectief en efficiënt samen bij schrijnende
individuele gevallen. Door deze samenwerking worden signalen
tijdig opgepakt en wordt, binnen de geldende wettelijke en
beleidsmatige kaders, gezamenlijk gezocht naar passende
oplossingen.
Vraag 9:
Is het college bereid te onderzoeken of tijdelijke woonvormen zoals
tiny houses flexwoningen of leegstaand vastgoed sneller en gericht
ingezet kunnen worden voor deze doelgroep?
Antwoord 9:
Op basis van de gemaakte prestatieafspraken zijn de gemeente en
de betrokken woningcorporaties al bezig met het onderzoeken van
de mogelijkheden om tijdelijke woonvormen, zoals tiny houses,
flexwoningen of het benutten van leegstaand vastgoed, in te zetten
voor specifieke doelgroepen. Locaties voor tiny houses zijn
nauwkeurig onderzocht, maar nauwelijks voorhanden.
Vraag 10:
Kan het college aangeven welke locaties binnen de gemeente
hiervoor in principe kansrijk zijn en welke randvoorwaarden daarbij
gelden?
Antwoord 10:
Inmiddels is duidelijk dat het plaatsen van tiny houses of kant en
klare woningen geen grote versnelling van de realisatie met zich
meebrengt. De problemen die zich voordoen bij het vinden van
geschikte bouwlocaties gelden zo goed als onverkort voor locaties
waar tiny houses of kant en klare woningen geplaatst zouden
kunnen worden.
Pagina 3
Welke alternatieven worden actief aangeboden aan inwoners die
niet passen binnen de reguliere opvang maar ook geen woning
kunnen vinden?
Antwoord 7:
De enige inwoners die niet passen binnen de reguliere opvang zijn
mensen die vanwege middelengebruik of agressief gedrag een te
groot risico vormen voor het personeel en de andere gasten van de
opvang. Zij worden verwezen naar de opvang in Amsterdam.
(Voor inwoners die niet in aanmerking komen voor de
reguliere/regionale opvang maar ook geen woning kunnen vinden,
kan de urgentieregeling in de vorm van een urgentieverklaring een
passend alternatief zijn, mits wordt voldaan aan de daarvoor
geldende criteria zoals vastgelegd in de Huisvestingsverordening en
de bijbehorende beleidsregels.
Vraag 8:
Hoe verloopt de samenwerking tussen gemeente
woningcorporaties en het sociaal domein bij schrijnende individuele
gevallen?
Antwoord 8:
De gemeente, woningcorporaties en partners binnen het sociaal
domein werken effectief en efficiënt samen bij schrijnende
individuele gevallen. Door deze samenwerking worden signalen
tijdig opgepakt en wordt, binnen de geldende wettelijke en
beleidsmatige kaders, gezamenlijk gezocht naar passende
oplossingen.
Vraag 9:
Is het college bereid te onderzoeken of tijdelijke woonvormen zoals
tiny houses flexwoningen of leegstaand vastgoed sneller en gericht
ingezet kunnen worden voor deze doelgroep?
Antwoord 9:
Op basis van de gemaakte prestatieafspraken zijn de gemeente en
de betrokken woningcorporaties al bezig met het onderzoeken van
de mogelijkheden om tijdelijke woonvormen, zoals tiny houses,
flexwoningen of het benutten van leegstaand vastgoed, in te zetten
voor specifieke doelgroepen. Locaties voor tiny houses zijn
nauwkeurig onderzocht, maar nauwelijks voorhanden.
Vraag 10:
Kan het college aangeven welke locaties binnen de gemeente
hiervoor in principe kansrijk zijn en welke randvoorwaarden daarbij
gelden?
Antwoord 10:
Inmiddels is duidelijk dat het plaatsen van tiny houses of kant en
klare woningen geen grote versnelling van de realisatie met zich
meebrengt. De problemen die zich voordoen bij het vinden van
geschikte bouwlocaties gelden zo goed als onverkort voor locaties
waar tiny houses of kant en klare woningen geplaatst zouden
kunnen worden.
Pagina 4
2 maart 2026 13:39
Pagina 4
Vraag 11:
Wie beslist over plaatsing en toewijzing bij dergelijke tijdelijke
woonoplossingen en welke spelregels worden daarbij gehanteerd?
Antwoord 11:
Indien tijdelijke woonoplossingen worden gerealiseerd, draagt de
gemeente zorg voor de benodigde ruimtelijke procedures. De lokale
woningcorporaties zijn vervolgens verantwoordelijk voor de
plaatsing en toewijzing van de woningen, waarbij zij handelen
conform de geldende wet- en regelgeving, de
Huisvestingsverordening en de gemaakte prestatieafspraken. Voor
de ontheemden uit de Oekraïne geldt een aparte regeling vanuit
het Rijk. De tijdelijke wooneenheden aan de Deimpt en het
Marinapark worden betaald met rijksgelden en zijn specifiek voor
die doelgroep bestemd.
Vraag 12:
Hoe wordt voorkomen dat deze voorzieningen een open loket
worden en hoe wordt omgegaan met situaties van overlast
wanbetaling of het niet naleven van afspraken?
Antwoord 12:
Het is op dit moment te vroeg om te beantwoorden hoe wordt
voorkomen dat tijdelijke woonvoorzieningen een open loket
worden en hoe wordt omgegaan met situaties van overlast,
wanbetaling of het niet naleven van afspraken. Dit wordt nader
uitgewerkt zodra concrete plannen voor de realisatie van dergelijke
voorzieningen beschikbaar zijn.
Vraag 13:
Welke kosten zijn gemoeid met de realisatie het beheer en
eventuele begeleiding van tijdelijke woonoplossingen en hoe
worden deze kosten financieel gedekt?
Antwoord 13:
Het college verkent samen met de woningcorporaties de
mogelijkheden voor de realisatie van tijdelijke woonoplossingen. De
aspecten rondom de kosten van realisatie, beheer en eventuele
begeleiding, evenals de wijze van financiële dekking, worden op een
later moment nader uitgewerkt. Voor een nadere toelichting wordt
verwezen naar het antwoord op vraag 10. Overigens heeft het
bouwen van permanente woningen de voorkeur van de corporaties.
Vraag 14:
Welke stappen onderneemt de gemeente om te voorkomen dat
werkende inwoners tussen wal en schip raken op de woningmarkt?
Antwoord 14:
Om te voorkomen dat werkende inwoners tussen wal en schip
raken op de woningmarkt, voert het college het woonbeleid zoals
verwoord in de door de raad vastgestelde Woonvisie en de
prestatieafspraken uit in samenwerking met de betrokken partijen,
waaronder woningcorporaties, zorgaanbieders en ontwikkelaars.
Op deze manier streeft het college naar een rechtvaardige en
evenwichtige verdeling van woonruimte voor alle doelgroepen en
Pagina 4
Vraag 11:
Wie beslist over plaatsing en toewijzing bij dergelijke tijdelijke
woonoplossingen en welke spelregels worden daarbij gehanteerd?
Antwoord 11:
Indien tijdelijke woonoplossingen worden gerealiseerd, draagt de
gemeente zorg voor de benodigde ruimtelijke procedures. De lokale
woningcorporaties zijn vervolgens verantwoordelijk voor de
plaatsing en toewijzing van de woningen, waarbij zij handelen
conform de geldende wet- en regelgeving, de
Huisvestingsverordening en de gemaakte prestatieafspraken. Voor
de ontheemden uit de Oekraïne geldt een aparte regeling vanuit
het Rijk. De tijdelijke wooneenheden aan de Deimpt en het
Marinapark worden betaald met rijksgelden en zijn specifiek voor
die doelgroep bestemd.
Vraag 12:
Hoe wordt voorkomen dat deze voorzieningen een open loket
worden en hoe wordt omgegaan met situaties van overlast
wanbetaling of het niet naleven van afspraken?
Antwoord 12:
Het is op dit moment te vroeg om te beantwoorden hoe wordt
voorkomen dat tijdelijke woonvoorzieningen een open loket
worden en hoe wordt omgegaan met situaties van overlast,
wanbetaling of het niet naleven van afspraken. Dit wordt nader
uitgewerkt zodra concrete plannen voor de realisatie van dergelijke
voorzieningen beschikbaar zijn.
Vraag 13:
Welke kosten zijn gemoeid met de realisatie het beheer en
eventuele begeleiding van tijdelijke woonoplossingen en hoe
worden deze kosten financieel gedekt?
Antwoord 13:
Het college verkent samen met de woningcorporaties de
mogelijkheden voor de realisatie van tijdelijke woonoplossingen. De
aspecten rondom de kosten van realisatie, beheer en eventuele
begeleiding, evenals de wijze van financiële dekking, worden op een
later moment nader uitgewerkt. Voor een nadere toelichting wordt
verwezen naar het antwoord op vraag 10. Overigens heeft het
bouwen van permanente woningen de voorkeur van de corporaties.
Vraag 14:
Welke stappen onderneemt de gemeente om te voorkomen dat
werkende inwoners tussen wal en schip raken op de woningmarkt?
Antwoord 14:
Om te voorkomen dat werkende inwoners tussen wal en schip
raken op de woningmarkt, voert het college het woonbeleid zoals
verwoord in de door de raad vastgestelde Woonvisie en de
prestatieafspraken uit in samenwerking met de betrokken partijen,
waaronder woningcorporaties, zorgaanbieders en ontwikkelaars.
Op deze manier streeft het college naar een rechtvaardige en
evenwichtige verdeling van woonruimte voor alle doelgroepen en
Pagina 5
2 maart 2026 13:39
Pagina 5
naar het realiseren van voldoende woningen middels o.a.
nieuwbouw.
Pagina 5
naar het realiseren van voldoende woningen middels o.a.
nieuwbouw.