← Terug naar alle raadsvragen

Buitendijkse huisvesting op het Marinapark

Lees de openbare vraag, het antwoord en de bijlagen als webtekst.

Deze raadsvraag over Buitendijkse huisvesting op het Marinapark is gesteld door LEV op 09-01-2025. Het openbare antwoord is gedateerd 23-01-2025. Het dossier bevat 2 documenten.

Leesversie. De tekst hieronder is automatisch uit de openbare PDF-bestanden gehaald. De originele PDF onder ieder document blijft de officiële bron. Bijlagen zijn niet automatisch als vraag of antwoord ingedeeld.

Direct openen

Documenten en bijlagen

Open hier de officiële vraag en beantwoording of één van de bijbehorende stukken als PDF.

  1. LEV Buitendijkse huisvesting op het Marinapark
  2. Bijlage Vragen LEV-buitendijks-bouwen-in-het-markermeer-en-ijsselmeergebied

Openbaar document

LEV Buitendijkse huisvesting op het Marinapark

Pagina 1

23 januari 2025 16:46
Detailrapport 08 Vragen los v/h Raadsplein (ID 792)
Veld Waarde
Datum vraag 9-1-2025
Onderwerp Buitendijkse huisvesting op het Marinapark
Fractie(s) LEV
Deadline 23-1-2025
Vraag Het besluit om Oekraïense ontheemden te huisvesten op de
parkeerplaats van het Marinapark lijkt in strijd met de
uitgangspunten zoals vastgelegd in het document “Buitendijks
bouwen in het Markermeer en IJsselmeergebied” (Ministerie van
Infrastructuur en Waterstaat, 5 oktober 2023, ref. IENW/BSK-
2023/270005). Deze beleidslijn benadrukt dat buitendijks bouwen
moet worden beperkt en waar mogelijk binnendijks moet
plaatsvinden, ter bescherming van het waterbergend vermogen, de
zoetwaterbuffer en de ecologische functie van het gebied.

Vraag 1:
Hoe verhoudt het besluit om de parkeerplaats op het Marinapark te
bebouwen voor huisvesting van Oekraïners zich tot de
uitgangspunten zoals geformuleerd in het document “Buitendijks
bouwen in het Markermeer en IJsselmeergebied”?

Vraag 2:
Is het college op de hoogte dat buitendijks bouwen enkel is
toegestaan voor kleinschalige watergebonden activiteiten (zoals
havens en strandjes), en dat woningbouw en huisvesting expliciet
naar binnendijkse locaties dienen te worden verplaatst?

Vraag 3:
Hoe wordt in dit besluit rekening gehouden met de verhoogde
risico’s op wateroverlast, zoals beschreven in het PDF-document,
waarbij buitendijkse gebieden kwetsbaarder zijn voor
overstromingen en stormschade?

Vraag 4;
Welke maatregelen zijn gepland om de veiligheid van de bewoners
te garanderen in dit buitendijkse gebied?

Vraag 5:
Hoe wordt dit geborgd op lange termijn?

Vraag 6:
In het document wordt gesteld dat buitendijkse ontwikkelingen
kunnen leiden tot afwenteling van risico’s op toekomstige
generaties. Hoe heeft het college deze risico’s afgewogen?

Pagina 2

23 januari 2025 16:46
Pagina 2

Vraag 7:
Hoe worden deze gecompenseerd in de huidige planvorming?

Vraag 8:
Hoe voorkomt het college dat het toestaan van dit buitendijkse
project een precedent schept voor toekomstige buitendijkse
ontwikkelingen, waardoor cumulatieve negatieve effecten op de
zoetwaterbuffer en het waterbergend vermogen kunnen ontstaan?

Vraag 9:
In het document wordt aangekondigd dat de regelgeving rond
buitendijks bouwen in 2026 wordt aangescherpt. Hoe verhoudt dit
besluit zich tot deze aanstaande aanscherping van regelgeving?

Vraag 10:
Is het besluit hiermee in overeenstemming?

Vraag 11:
Op welke wet- en regelgeving (bijvoorbeeld Barro/BKL onder de
Omgevingswet) is het besluit gebaseerd?

Vraag 12:
Hoe wordt het besluit gemotiveerd in het licht van artikel 2.1.6 van
het Besluit kwaliteit leefomgeving (BKL), waarin een zorgplicht
wordt gesteld voor het voorkomen van schade aan de
waterhuishouding?

Vraag 13:
Zijn belanghebbenden, zoals het waterschap (Hoogheemraadschap
Hollands Noorderkwartier) en het Ministerie van Infrastructuur en
Waterstaat, geconsulteerd over dit buitendijkse project?
Zo ja, wat was hun advies?
Zo nee, waarom niet?
Antwoord Antwoord 1:
De bouw van 50 tijdelijke woningen op de camperplaats op het
Marinapark (niet op de parkeerplaats) vindt inderdaad plaats in een
buitendijks gebied. Wij zijn bekend met het document en het
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). En met het
uitgangspunt daarin om wat binnendijks kan worden gerealiseerd
ook binnendijks te realiseren, ten behoeve van het meer ruimte
creëren van het water in het IJselmeergebied. De afgelopen jaren
hebben wij daarom ingezet om binnendijks een geschikte locatie te
vinden voor de opvang van mensen uit Oekraïne. Helaas heeft dit
niet geleid tot een geschikte locatie. Het Marinapark is een
geschikte locatie om in een zeer korte tijd het benodigde aantal
opvangplekken te realiseren wat nodig is. Helaas ligt dit deze locatie
buitendijks. Nu het hier niet om een permanente situatie gaat, maar
tijdelijke bouw voor 5 jaar, de Veiligheidsregio Zaanstreek-
Waterland heeft aangegeven geen bezwaren te hebben en het

Pagina 3

23 januari 2025 16:46
Pagina 3

gebied voor Rijkswaterstaat buiten hun beperkingsgebied valt, is
hiervoor een uitzondering gemaakt.

Antwoord 2:
Het college is ervan op de hoogte dat binnendijks bouwen de
voorkeur geniet boven buitendijks bouwen. In veel gevallen is het
ook niet mogelijk dan wel op basis van beleid en regelgeving niet
wenselijk om buitendijks te bouwen. Zoals in de beantwoording van
vraag 1 is terug te lezen is voor de tijdelijke locatie op het
Marinapark een uitzondering gemaakt.

Antwoord 3:
Vanwege de ligging van de camperplek hebben we
onderzoeksbureau Tauw eind vorig jaar de opdracht gegeven om
onderzoek te doen naar overstromingsgevaar op deze locatie. En
indien nodig ons te adviseren omtrent de te nemen maatregelen.
Het onderzoek loopt nog.

Antwoord 4:
De vraag is of er überhaupt extra maatregelen noodzakelijk zijn
voor de aankomende 5 jaar. Dit wordt momenteel onderzocht.

Antwoord 5:
Zie antwoord vraag 3 en 4.

Antwoord 6:
In het document wordt gesteld dat landaanwinning (creëren van
nieuw land) in het IJselmeergebied kan leiden tot afwenteling van
risico’s op toekomstige generaties. Van landaanwinning is hier geen
sprake.

Antwoord 7:
Niet. Zie ook antwoord op vraag 6.

Antwoord 8:
Er zal in die gevallen altijd goed gemotiveerd moeten worden dat er
sprake is van een zeer specifieke situatie met maatschappelijke
noodzaak.

Antwoord 9:
Onbekend is op dit moment hoe de aanscherping er precies uit gaat
zien. De minister van Infrastructuur en Waterstaat merkt hierover
in zijn brief aan de kamer (kenmerk: IENW/BSK-2023/270005) op
dat de huidige redeneerlijn rondom de uitwerking keuze buitendijks
bouwen in IJselmeergebied (zie pagina 7 onder hoofdstuk 2
Uitwerking keuze buitendijks bouwen in IJselmeergebied) als basis
dient voor de verdere uitwerking en de juridische verankering.
Binnen deze huidige redeneerlijn zien wij geen aanleiding om tot
het oordeel te komen dat de bouw van tijdelijke woningen op deze
locatie niet mogelijk is.

Pagina 4

23 januari 2025 16:46
Pagina 4

Antwoord 10:
Zie de beantwoording bij vraag 9.

Antwoord 11:
Er is nog geen besluit. Nu er sprake zal zijn van een ruimtelijke
bouwactiviteit wordt er getoetst aan de Omgevingswet en BBL. Om
aan te tonen dat er sprake is van een evenwichtige toedeling van
functies aan locaties zal een EFTAL moeten worden opgesteld.
Hieruit zal moeten blijken of er wordt voldaan aan een
evenwichtige toedeling van functies. Hierbij worden diverse
aspecten afgetoetst, als verkeer, geluid, bodem, water, rijksbeleid,
provinciaal beleid etc.

Antwoord 12:
Zie beantwoording vraag 3 en 11.

Antwoord 13:
Zie ook beantwoording vraag 1. In november 2024 is zowel contact
geweest met de Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterlands als met
Rijkswaterstaat. Beiden hebben schriftelijk laten weten geen
bezwaren te hebben tegen het plan. Met het Hoogheemraadschap
zal in het kader van de vergunningsprocedure nog overleg
plaatsvinden.

PDF bekijken of downloaden

Controleer opmaak, afbeeldingen, handtekeningen en pagina’s zonder tekstlaag altijd in het originele document.

Openbaar document

Bijlage Vragen LEV-buitendijks-bouwen-in-het-markermeer-en-ijsselmeergebied

Pagina 1

P agina 1 van 13
Ministerie van
Infrastructuur en
Waterstaat

Rijnstraat 8
2515 XP Den Haag
P ostbus 20901
2500 EX Den Haag

T 070 -456 0000
F 070 -456 1111

Ons Kenmerk
IENW/BSK-2023/270005

Bijlage(n)
1

> Retouradres Postbus 20901 2500 EX Den Haag
De voorzitter van de Tweede Kamer
der Staten -Generaal
Postbus 20018
2500 EA DEN HAAG

Datum 5 oktober 2023
Betreft Buitendijks bouwen in het Markermeer en
IJsselmeergebied

Geachte voorzitter,
In het commissiedebat Water van 7 juni 2023 is aan de Kamer een brief
toegezegd waarin de kwantitatieve onderbouwing met betrekking tot de keuzes
voor het Markermeer wat breder uiteen wordt gezet. Dit betreft de toezegging aan
de heer Grinwis met nummer TZ202306 -139. Deze vraag heeft betrekking op
keuze nummer 9 in de kamerbrief Water en Bodem sturend (Kamerstukken 27
625, nr. 592):

“We staan geen nieuwe landaanwinning (eilanden) meer toe in het
IJsselmeergebied, behalve voor overstroombare natuur en om te voldoen
aan de Natura 2000-doelen en KRW. Partijen houden hier vanaf heden
rekening mee en het Barro of het BKL onder de Omgevingswet wordt
hierop in 2026 aangescherpt. Bestaande vergevorderde afspraken over
uitbreidingsprojecten worden gerespecteerd. De voorwaarden voor
buitendijks bouwen op het bestaande land worden aangescherpt.”

Zoals in het commissiedebat is aangegeven, is de onderbouwing een mix van
kwalitatie ve en kwantitatieve punten. “Water en bodem sturend” betekent een
omkering van denken in de ruimtelijke ordening. Dat geldt ook zeker voor het
Markermeer, waar w e ruimte willen houden en reserveren voor 1) voldoende
zoetwater, 2) waterveiligheid en 3) waterkwaliteit en ecologie.

De droge zomers in de afgelopen jaren hebben ons geleerd dat de
zoetwatervoorraad van het Markermeer en IJsselmeer onvoldoende is om tekorten
in de toekomst te voorkomen. Ook de opgaven voor ecologie (Natura2000) en
waterkwaliteit vragen ruimte. Het is een principiële keuze om in te zetten op het
behoud en vergroten van de ruimte voor onze wateropgaven in het Marke rmeer
en het IJsselmeer , en bij de invulling van alle andere opgaven (zoals woningbouw)
de drie voornoemde basisfuncties van de meren in acht te nemen. Dat heeft geleid
tot de keuze om hier geen nieuwe landaanwinning toe te staan voor andere
functies dan deze drie , om ook op de lange termijn in het IJsselmeergebied te
kunnen blijven wonen, werken en leven. En om de volgende generaties een
toekomstbestendig watersysteem na te laten.
De redenering achter de keuzes voor het Markermeer/het IJsselmeergebied is dat
het onwenselijk is dat buitendijkse plannen het waterbergend vermogen, de

Pagina 2

Ministerie van
Infrastructuur en
Waterstaat

Ons Kenmerk
IENW/BSK-2023/270005

P agina 2 van 13

zoetwaterbuffer of de waterkwaliteit en natuur aantasten. Of dat deze buitendijkse
plannen het nemen van maatregelen in de toekomst gaan belemmeren. Of dat ze
het risico op schade als gevolg van klima atverandering vergroten. Daarom is het
verstandig functies die binnendijks kunnen worden gerealiseerd (zoals wonen, niet
watergebonden -activiteiten), ook binnendijks te realiseren. En buitendijks alleen
beperkt ruimte te bieden aan kleinschalige watergebon den-activiteiten (strandjes,
havens), omdat dit binnendijks niet kan worden gerealiseerd.

In het vervolg van deze brief wordt bovenstaande nader uitgewerkt en
onderbouwd. Het eerste deel beschrijft de essentiële rol van het Markermeer in
ons watersystee m. Ook wordt nader toegelicht waarom in de kamerbrief Water en
Bodem sturend de keuze is opgenomen om geen nieuwe landaanwinning toe te
staan in het IJsselmeergebied behalve voor overstroombare natuur en om te
voldoen aan de Natura2000 -doelen en KRW.

Het tweede deel van deze brief geeft een eerste uitwerking van deze keuze. In de
kamerbrief Water en Bodem sturend werd aangekondigd de regelgeving in het
IJsselmeergebied aan te scherpen. Onderstaand wordt aangegeven hoe het Rijk
met nieuwe en lopende project en wil omgaan, zodat initiatiefnemers en bevoegde
gezagen voor projecten in het IJsselmeergebied in de planvorming en
besluitvorming meer duidelijkheid krijgen en rekening kunnen houden met de
aangekondigde wijzigingen in regelgeving.

1. Onderbouwing keuze Markermeer/IJsselmeergebied

Het Markermeer; ruim 35% van het IJsselmeergebied
Het IJsselmeergebied omvat een groot oppervlak aan water, in totaal zo’n 2000
vierkante kilometer. Dat maakt dit het grootste zoetwatermeer van West -Europa.
Het Markermeer vormt samen met het IJmeer en de Zuidelijke Randmeren (hierna
tezamen Markermeer) één watersysteem van 740 km2, als onderdeel van het
IJsselmeergebied. Dit omvat zo’n 37% van het gehele watersysteem.
De wateren in het IJsselmeergebied kennen drie basis - of hoofdfuncties 1. De
zoetwatervoorraad bij een tekort aan water (zoetwatervoorziening), de
kombergingscapaciteit bij een overschot aan water (waterveiligheid) en een goed
functionerend robuust ecologisch systeem (waterkwaliteit en ecologie). Naast de
basisf uncties kent het IJsselmeergebied veel gebruiksfuncties zoals scheepvaart,
(water)recreatie, zandwinning, visserij en ruimte voor de opwek van duurzame
energie. De basisfuncties zijn randvoorwaardelijk om het IJsselmeergebied te
kunnen gebruiken. Een uitle g over deze drie basisfuncties is in de toelichting
opgenomen.

Peilbesluit IJsselmeergebied
In het IJsselmeer en Markermeer wordt sinds 2018 in de zomer een flexibel
waterpeil met een bandbreedte gehanteerd. Door het aanpassen van het waterpeil
kan beter ingespeeld worden op extreem droge periodes en de stijgende behoefte
aan zoetwater. Door het flexibel peilbeheer is de zoetwaterbuffer vergroot. Voor
een concreet rekenvoorbeeld wordt naar de toelichting verwezen.

Zoetwater; een grotere voorraad nodig om watertekorten te voorkomen
Met het nemen van het peilbesluit in 2018 (en het daarmee toevoegen van 400
miljoen m3 water als buffercapaciteit) was de verwachting dat de zoetwaterbuffer
tot 2050 toereikend zou zijn. In de afgelopen vijf jaar hebben vier dro ge zomers

Pagina 3

Ministerie van
Infrastructuur en
Waterstaat

Ons Kenmerk
IENW/BSK-2023/270005

P agina 3 van 13

doen inzien dat een grotere zoetwatervoorraad nodig is om watertekorten in de
toekomst te voorkomen. De buffercapaciteit van de wateren is hard nodig
gebleken om aan de regionale watervraag te voorzien en serieuze watertekorten
te voorkomen.

Zoetwatervoorraad in de toekomst; een groeiende vraag met een afnemende
aanvoer.
De watervraag in het IJsselmeergebied neemt verder toe door verschillende
oorzaken, onder andere het remmen van bodemdaling in veenweidegebieden ,
bevolkingsgroei en de komst van nieuwe watervragers1. Deze toename is naar
verwachting in 2050 ongeveer 1000 miljoen m3, ten opzichte van circa 2000
miljoen m3 in 2017. Daarnaast zal in droge zomermaanden de aanvoer via de
IJssel afnemen 2. Dit betekent vaker en langduriger een tekort aan zoetwater.
Verzilting vormt daarnaast een bedreiging voor de kwaliteit van de
zoetwatervoorraad. Dit zorgt tevens voor een grotere doorspoelvraag.
Doorspoeling van de meren voor verziltingsbestrijding legt een grote cla im op de
zoetwatervoorraad (momenteel 40 m3/s tijdens droogte). De ambitie is
toekomstige watertekorten te beperken tot eens per 20 jaar 3. Berekeningen laten
zien dat onder invloed van klimaatverandering de buffer eens in de 5 jaar wordt
uitgeput 2, met economische en ecologische schade tot gevolg door watertekorten.
In een zeer droog jaar loopt het watertekort op tot bijna het viervoudige van de
huidige beschikbare buffer. Zie de toelichting voor een nadere kwantificering van
het watertekort.

Maatregelen
Om beter voorbereid te zijn op droge zomers worden maatregelen genomen om
de toename van de vraag te beperken en de zoetwatervoorraad te vergroten. Zo
worden er maatregelen genomen om de doorspoelvraag bij de Afsluitdijk te
reduceren, nu één van de grootst e zoetwatervragers van het gebied. Daarnaast
worden de mogelijkheden voor het vergroten van de bandbreedte van het peil in
de meren van het IJsselmeergebied verkend: het verder laten uitzakken van het
zomerpeil en eventueel hoger opzetten van het peil bij verwachte langdurige
droogte. Het aanpassen van het peil kan echter ook nadelige gevolgen met zich
meebrengen voor bijvoorbeeld de bevaarbaarheid, recreatieve voorzieningen,
buitendijks wonen en de ontwikkeling van natuur. Een dergelijke ingrijpende
maatregel vergt een integrale afweging van alle voor- en nadelen.

Landaanwinning en buitendijks bouwen verkleinen zoetwatervoorraad en
belemmeren toekomstige maatregelen
Door verkleining van het wateroppervlak van het Markermeer en/of het oppervlak
dat droogval t tussen hoog en laag zomerpeil, neemt het beschikbare volume van
de zoetwaterbuffer af. Dat is het geval bij de aanleg van eilanden of zeer ondiepe
delen. Dit vergroot de druk op de toekomstige zoetwatervoorraad. Dit leidt ertoe
dat er eerder watertekorte n ontstaan, dan wel dat eerder ingrijpende maatregelen
nodig zijn. Plannen in het Markermeer kennen soms individueel een relatief klein
oppervlak in vergelijking tot het gehele Markermeer. Een afname van de
zoetwatervoorraad van één of enkele procenten lijkt op het gehele gebied dan ook
weinig. In een droge nazomer kan dit alleen wél het verschil maken tussen het wel

1 https://www.deltaprogramma.nl/documenten/publicaties/2023/02/14/verkennende-
systeemanalyse-ijsselmeergebied---december-2022
2 https://www.deltaprogramma.nl/documenten/publicaties/2021/04/20/bestuurlijke-samenvatting-stresstest-
zoetwater---ijsselmeer
3 Kamerbrief Water en Bodem sturend, Kamerstukken 27 625, nr. 592

Pagina 4

Ministerie van
Infrastructuur en
Waterstaat

Ons Kenmerk
IENW/BSK-2023/270005

P agina 4 van 13

of niet moeten korten op bijvoorbeeld beregening van landbouwgronden.
Daarnaast belemmeren buitendijkse ontwikkelingen maatregelen die in de
toekomst mogelijk nodig blijken om de zoetwatervoorziening te borgen, zoals
bijvoorbeeld het aanpassen van het peilbeheer. Meer buitendijks ontwikkelen
zorgt ook voor potentieel meer schade voor buitendijkse bebouwing als gevolg van
het aanpassen van het pe ilbeheer.

Nu duidelijk is geworden dat de zoetwatervoorraad in de komende decennia
steeds minder vaak toereikend zal zijn, is het van groot belang de huidige
beschikbare voorraad niet verder in te perken. Het ontstaan van een
zoetwatertekort en/of het nem en van ingrijpende maatregelen als peilopzet
kunnen dan zo lang mogelijk worden uitgesteld. Daarnaast is het verstandig nu al
wel rekening te houden met de mogelijke opzet van het peil en het nemen van
deze maatregel niet te belemmeren door buitendijks te bouwen.

Waterveiligheid en wateroverlast; ruimte houden voor te veel water en
voorkomen van schade
Hetzelfde wateroppervlak dat in tijden van droogte als zoetwatervoorraad dient is
oppervlak voor waterberging in tijden van veel neerslag en een hoge rivierafvoer.
Het overtollige water van het Markermeer kan niet onder alle omstandigheden via
de spuisluizen in de Houtribdijk worden afgevoerd naar het IJsselmeer. Overtollig
water dient dan ook in het Markermeer te worden geborg d.

Het Markermeer is dus van belang voor het waterbergend vermogen van het
IJsselmeergebied als geheel en speelt daarmee een belangrijke rol in het veilig
houden van de gebieden achter de primaire keringen. Grotere
overstromingsrisico’s, van zowel binnen - als buitendijkse gebieden, zijn het gevolg
van een te beperkte capaciteit voor waterberging. Zeer hoog water als gevolg van
scheefstand door de invloed van wind kan zorgen voor plaatselijk veel
wateroverlast en extra schade in buitendijkse gebieden (zie hiervoor de kaart in
de toelichting). Ook bemoeilijkt een hoog waterpeil de regionale afvoercapaciteit.

Waterveiligheid in de toekomst: hogere pieken in de rivierafvoer en toename van
extreme weersomstandigheden
Een hogere zeespiegel zorgt voor een kleiner tijdsinterval om bij laag water onder
vrij verval in de Waddenzee te spuien. Bij een stijgende zeespiegel kan het in de
toekomst voorkomen dat onvoldoende water het IJsselmeergebied kan verlaten.
Er zal meer water in het IJsselmeergebied moeten worden geborg d, en/of meer
moeten worden gepompt. Het is van belang beide opties open te houden, zodat
we ook op lange termijn veilig kunnen blijven wonen en leven.
De wateroverlast in Limburg in 2021 heeft ons bovendien geleerd dat er ook
rekening moet word en gehouden met hevige en langdurige regenval in een zeer
groot gebied dat tot bovenregionale afvoer naar het IJsselmeer en Markermeer
kan leiden.

Het gemiddelde verloop van de rivierafvoer in het Rijnstroomgebied zal door het
jaar heen gaan veranderen. Dat zal naar hoge waarschijnlijkheid leiden tot een
lagere zomerafvoer, maar ook tot hogere afvoeren van de IJssel in de winter (dit
kan oplopen tot 30 -40% meer IJsselafvoer in 21004). Voor onze veiligheid is het

4 Klijn et al., 2022. Systeembeschouwing Rijn en Maas ten behoeve van ontwerp en
besluitvorming. Programma Integraal Riviermanagement, ministerie van Infrastructuur en
Water, Den Haag.

Pagina 5

Ministerie van
Infrastructuur en
Waterstaat

Ons Kenmerk
IENW/BSK-2023/270005

P agina 5 van 13

daarom van belang ervoor te zorgen dat het waterbergend vermo gen niet verder
wordt ingeperkt.

Maatregelen
Bij een versnelde zeespiegelstijging zal het op termijn waarschijnlijk nodig zijn om
méér water te bergen in het IJsselmeer en Markermeer door het peil te laten
meestijgen met de zeespiegel. Daarom is in het kader van het Deltaprogramma
afgesproken om rekening te houden met een toekomstige winterpeilstijging van
30 centimeter 5.

Landaanwinning en buitendijks bouwen verkleinen waterbergend vermogen en
vergroten risico op schade
Hoe groter het waterbergend vermog en van de meren, hoe langer we vooruit
kunnen met het huidige peilbesluit. Het is dus van belang geen ruimte af te
nemen van het huidige waterbergend vermogen en geen nieuw land te maken dat
niet overstroombaar is. Daarnaast zorgt buitendijks bouwen in het
IJsselmeergebied potentieel voor meer schade door extremere weersituaties (bijv.
vaker hoge waterstanden bij storm) en als gevolg van een mogelijke peilopzet.
Met de keuzes in de kamerbrief Water en Bodem sturend houden we
mogelijkheden tot aanpassing van het peil in het IJsselmeer en Markermeer open
en beperken we risico’s op desinvesteringen en schade in de toekomst.

Waterkwaliteit en natuur; een toekomstbestendig ecologisch systeem
vraagt ook ruimte
Het IJsselmeer, Markermeer en de Randmeren zijn onde rdeel van het netwerk
voor natuur in Europa en Nederland. Het leefgebied heeft een zeer belangrijke
functie voor watervogels als broed -, rui-, trek- en overwinteringsplaats. Voor veel
trekvogelsoorten zijn de meren een belangrijke locatie in de trekroute. Het
Markermeer kent dan ook een beschermde status op grond van de Vogel - en
Habitatrichtlijn (Natura2000). Het gehele IJsselmeergebied kent daarnaast een
wettelijke verplichting voor waterkwaliteit vanuit de Kaderrichtlijn Water (KRW).

Waterkwaliteit en natuur in de toekomst: voor schoon water en een robuust
ecosysteem meer voedsel en meer diversiteit aan leefgebieden nodig
Om aan deze doelen te voldoen streven we in het Markermeer naar een Toekomst
Bestendig Ecologisch Systeem (kortweg: TBES). De ambitie bij het realiseren van
TBES is het ontwikkelen van een vitaal, gevarieerd en robuust systeem dat een
hoogwaardige leefomgeving vormt, met aantrekkelijke natuur - en
recreatiegebieden.

Op dit moment is de draagkracht aan de onderkant van de voedselketen ze er
laag, waardoor er weinig voedsel is in het Markermeer. Daarnaast is er een tekort
aan verschillende leefgebieden en verbindingen met het achterland. Het
toevoegen van meer verschillende (met name ondiepe) ecotopen en het beter
verbinden van het Markerme er met binnendijkse moerasgebieden kan het
ecologisch systeem van het Markermeer versterken 6.

5 https://www.deltaprogramma.nl/gebieden/ijsselmeer/deltabeslissing en
https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2022/03/18/bijlage-nationaal-water-
programma-2022-2027.
6 https://open.rijkswaterstaat.nl/open-
overheid/onderzoeksrapporten/@258942/levenskansen-hongerig-markermeer/

Pagina 6

Ministerie van
Infrastructuur en
Waterstaat

Ons Kenmerk
IENW/BSK-2023/270005

P agina 6 van 13

Maatregelen
Om de ecologische waterkwaliteitsdoelen te halen, en daarmee aan de wettelijke
verplichting van KRW en Natura2000 te voldoen, zijn maatregelen nodig . De
belangrijkste opgave is de realisatie van een groot oppervlak land -
waterovergangen. Land -waterovergangen zijn de natuurlijke overgangen van het
diepe open water van het meer naar de ondiepe oeverzones. Door de
geleidelijkheid van zo’n overgang ontstaa t er een grote diversiteit aan vegetatie
en daarmee leefgebieden voor vissen en vogels. In het IJsselmeer ontbreken deze
land-waterovergangen nagenoeg volledig, terwijl deze essentieel zijn voor het
gezond functioneren van het meer. De aanleg van Trintelza nd, de Marker Wadden
en de PAGW-projecten Oostvaardersoevers en Noord -Hollandse Markermeerkust
geven hier invulling aan. Volgens de meest recente analyse is nog een oppervlakte
van 3600 hectare van dit type overgangen nodig in het Markermeer 7.

Overstroombare natuur voor Natura2000-doelen en KRW
De nog te ontwikkelingen land -waterovergangen dienen overstroombaar te zijn
om ook binnen het principe van Water en Bodem sturend te kunnen worden
gerealiseerd. Daarbij is natuur dat met enige regelmaat o verstroomt wenselijk
voor zowel de KRW als Natura2000 en leiden land -waterovergangen niet tot een
inperking van het waterbergend vermogen. Dit type overgangen gaat, daar waar
het de bovenste waterschijf verkleint, wel gedeeltelijk ten koste van de
hoeveelh eid water in de zoetwaterbuffer. Dit type maatregel vraagt dus ook
ruimte van het watersysteem. Mede hierom is het, zoals eerder in deze brief
aangegeven, niet wenselijk dat door andere buitendijkse ontwikkelingen de
bufferruimte in het watersysteem ook verkleind zou worden.

Water en Bodem sturend; Rekening houden met extremen en niet
afwentelen
De Water en Bodem sturend -uitgangspunten ‘meer rekening houden met
extremen’ en ‘niet afwentelen’ hebben geleid tot de keuze geen nieuwe
landaanwinning meer toe te staan in het IJsselmeergebied, behalve voor
overstroombare natuur en om te voldoen aan de Natura2000 -doelen en KRW.
In het IJsselmeer, Markermeer en de Randmeren zullen als gevolg van
klimaatverandering extremen vaker optreden en heftiger worden: periode n van
langduriger droogte en watertekorten, perioden van te veel water en stormen. Met
als gevolg vaker hogere en lagere waterstanden in de buitendijkse gebieden langs
de meren. Leidend tot overlast en schade.
Water en Bodem sturend is er op gericht probl emen niet af te wentelen. Bouwen
in de meren betekent echter:

 Afwentelen van problemen op toekomstige generaties. Zij krijgen immers
eerder te maken met watertekorten of wateroverlast en/of het nemen van
ingrijpende maatregelen om dit te voorkomen.
 Afwentelen naar andere gebieden en andere functies. Door buitendijkse
landaanwinning krijgen bijv. inwoners van Groningen en Drenthe eerder te
maken met een watertekort; of in Overijssel eerder natte voeten doordat
het water vanuit de IJsseldelta niet kan worden afgevoerd. Realiseren van
bijv. woningen in het Markermeer gaat potentieel ten koste van
beregening van landbouwgronden of van water voor natuur.
 Afwentelen van privaat naar publiek. Realiseren van bijv.
(recreatie)woningen buitendijks aan het wate r kan leiden tot verhoging

7 Trendanalyse Natuurthermometer Markermeer-IJmeer (2022)

Pagina 7

Ministerie van
Infrastructuur en
Waterstaat

Ons Kenmerk
IENW/BSK-2023/270005

P agina 7 van 13

van de kosten van toekomstige maatregelen om onze waterveiligheid en
zoetwatervoorziening te borgen.

Bouwen in de meren is daarom strijdig met deze WBS-principes.
Ieder individueel project heeft vaak een impact kleiner dan 1% van het totale
oppervlak of zoetwaterbuffer van het IJsselmeergebied, en lijkt daarmee
verwaarloosbaar klein. De inperking van een zeer klein deel van de
zoetwatervoorraad in droge zomers kan echter het verschil zijn tussen het moeten
nemen van maatregelen of het hebben van voldoende water. Daarnaast heeft een
cumulatie van vele potentiële projecten een grotere impact. De interesse om in en
langs het water te ontwikkelen laat zien dat dit geen theoretisch scenario is.

Vanwege deze redenen heeft het kabinet ervoor gekozen niet langer te bouwen in
het IJsselmeergebied, zodat duidelijk is voor initiatiefnemers van plannen dat deze
meren essentieel zijn en blijven voor zoetwatervoorziening, waterveiligheid,
waterkwaliteit en natuur en dat deze functies in de to ekomst méér ruimte vragen.
In het tweede deel van deze brief wordt aangegeven hoe deze keuze op
hoofdlijnen is uitgewerkt en voor welke ontwikkelingen ruimte blijft.

2. Uitwerking keuze buitendijks bouwen in IJsselmeergebied

Redeneerlijn
Onderstaande redeneerlijn geeft aan hoe het Rijk met nieuwe en lopende
buitendijkse projecten in het IJsselmeergebied wil omgaan. Hiermee krijgen
initiatiefnemers en bevoegde gezagen meer duidelijkheid en kunnen zij rekening
houden met de aangekondigde wijzigingen in regel geving:

 Klimaatverandering maakt dat we méér ruimte nodig hebben voor het water in
het IJsselmeergebied. Voor situaties met te veel water en bij
zeespiegelstijging. En ook bij droogte; in situaties met te weinig water is onze
nationale zoetwaterbuffer va n groot belang. Daarnaast vraagt de opgave voor
ecologie en waterkwaliteit ruimte.

 We willen daarom niet dat buitendijkse plannen het waterbergend vermogen,
de afvoercapaciteit of de zoetwaterbuffer aantasten , of dat deze plannen
mogelijke maatregelen in de toekomst belemmeren dan wel het risico op
schade vergroten.

 In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) 8 staat nu al de
hoofdregel om niet buitendijks te bouwen in het IJsselmeergebied. Op deze
hoofdregel bestaan enkele uitzonderingen. Deze regelgeving wordt
aangescherpt.

 De inzet daarbij is: dat wat binnendijks kan worden gerealiseerd (zoals
woningen, nie t-watergebonden activiteiten), zou ook binnendijks moeten
worden gerealiseerd.

 Voor kleinschalige watergebonden activiteiten aan de randen van de meren
(zoals havens, strandjes en watergebonden bedrijven) blijft buitendijks ruimte
omdat dit binnendijks niet kan.

8 Dit betreft onder de Omgevingswet het Bkl: het Besluit kwaliteit leefomgeving.

Pagina 8

Ministerie van
Infrastructuur en
Waterstaat

Ons Kenmerk
IENW/BSK-2023/270005

P agina 8 van 13

 Gebruikers van buitendijks gebied zijn en blijven zelf verantwoordelijk voor
schade als gevolg van hoog - of laagwater. In het IJsselmeergebied moet
rekening worden gehouden met grotere peilfluctuaties en een verhoging van
het peil.

 Om regio’s niet te overvallen, gaat deze inzet niet gelden voor:

- Vergevorderde projecten 9 in het buitendijkse IJsselmeergebied. Daarvan is
hier sprake als vóór publicatie van de kamerbrief WBS:
o het (bestemmings)plan dat voorziet in realisatie van dat project is
vastgesteld of een ontwerp van dat plan ter inzage is gelegd en/of
o de vergunning(en) die nodig is voor de realisatie van het project is
verleend of het ontwerp van die vergunning(en) ter inzage is
gelegd.

- Projecten waar met het Rijk bestuurlijke afspraken ov er zijn gemaakt (in
bijv. het BO MIRT). Voor deze projecten wordt met de regio gezocht naar
maatwerkoplossingen, waarbij wel getoetst zal worden op risico’s ten
aanzien van bijvoorbeeld waterveiligheid en wateroverlast.

Deze redeneerlijn geldt ook voor de uiterwaarden in het rivierengebied, waarvoor
in de kamerbrief Water en Bodem sturend de keuze is opgenomen geen nieuwe
bebouwing meer toe te staan.

Totdat het Barro in het IJsselmeergebied is aangescherpt worden ontwikkelingen
die niet in de bovenstaande redeneerlijn passen, ontraden. Waar het gaat om
projecten in het IJsselmeergebied waarvoor in het kader van de Waterwet een
vergunning van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat vereist is, zal de
minister de kamerbrief WBS en deze kamerbrief bij de beoordeling van de
vergunningaanvraag betrekken.

De redeneerlijn is besproken in het gecombineerde BO Water, bodem en VRO met
bestuurders van de koepelorganisaties IPO, VNG, UvW en VEWIN, en in het
Bestuurlijk Platform IJsselmeergebied. Hier is steun ui tgesproken en aangegeven
dat het juridisch verankeren urgentie heeft. De bestuurders van de
koepelorganisaties hebben opgeroepen om zeer terughoudend te zijn met
uitzonderingen en helder te zijn dat hier niet moet worden gebouwd. De zorg
bestaat namelijk dat uitzonderingen leiden tot geitenpaadjes waardoor er toch
wordt gebouwd. Daarnaast is aandacht gevraagd voor enkele specifieke lopende
buitendijkse projecten in Flevoland van de gemeenten Almere en Lelystad. Over
deze projecten loopt het gesprek met de regio Flevoland.
Het enerzijds ruimte bieden voor watergebonden activiteiten die binnendijks niet
mogelijk zijn, en anderzijds ervoor zorgen dat deze uitzondering geen regel wordt,
vraagt aandacht in de uitwerking en een scherpe definitie van wat wordt vers taan
onder watergebonden activiteiten en kleinschalig. Ook zal voor watergebonden
activiteiten, net zoals nu, een beoordeling blijven plaatsvinden op grond van de

9 Dit geldt nadrukkelijk alleen voor projecten in het buitendijkse IJsselmeergebied en de
uiterwaarden. Buiten deze gebieden geldt dat het ruimtelijk afwegingskader wordt toegepast
voor alle projecten waar op 1 januari 2025 nog geen bestemmingsplan is vastgesteld (zie
kamerbrief Water Bodem sturend d.d. 25-11-2022).

Pagina 9

Ministerie van
Infrastructuur en
Waterstaat

Ons Kenmerk
IENW/BSK-2023/270005

P agina 9 van 13

wet, daar waar een vergunning van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat
is vereist.

Vervolg
De redeneerlijn dient als basis voor de verdere uitwerking en de juridische
verankering. Dit traject is gestart. Het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) onder
de Omgevingswet (nu: het Barro) wordt aangepast. Dit betreft aanpassing van
regelgeving in het ruimtelijke spoor en kent een aanzienlijk langere doorlooptijd
dan het vaststellen van bijv. beleidsregels. Verwacht wordt dat het Bkl in 2026 is
aangepast.
Bij aanvragen in het kader van de Waterwe t zal de kamerbrief Water en Bodem
sturend betrokken worden. Ook wordt onderzocht in hoeverre specifieke
beleidsregels voor het IJsselmeergebied gewenst zijn ten behoeve van de
vergunningverlening (vanaf 1 januari 2024 op grond van de Omgevingswet ), in
aanloop naar de aanpassing van het Bkl. Net als in het rivierengebied zouden deze
beleidsregels kunnen worden toegepast op locaties waarvoor een vergunning van
de Minister van Infrastructuur en Waterstaat noodzakelijk is.

Hoogachtend,
DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT,

Mark Harbers

Pagina 10

Ministerie van
Infrastructuur en
Waterstaat

Ons Kenmerk
IENW/BSK-2023/270005

P agina 10 van 13

Toelichting

De drie basisfuncties van het IJsselmeergebied

Ten eerste is dat de voorraad voor de zoetwatervoorziening. Het water is nodig
voor drinkwater, landbouw, scheepvaart, natuur, koel -/proceswater voor de
industrie, (water)recreatie, peilbeheer en doorspoeling van de polders. De
zoetwaterbuffer speelt een b elangrijke rol in de zoetwatervoorziening van een
groot deel van Nederland in tijden van droogte (zie figuur 1). Bij weinig neerslag
en weinig aanvoer van water uit de rivieren wordt de regio afhankelijk van die
buffer om watertekort te voorkomen. De dreig ing van watertekorten zal toenemen
in de komende jaren met een veranderend klimaat en de toenemende watervraag.

De tweede basisfunctie is het bergen van water bij neerslag en hoge
rivierafvoeren. De combinatie van bergen en afvoeren via spuien en pompen zorgt
voor het behoud van droge voeten in een groot gebied dat afwatert via het
IJsselmeer en Markermeer. Het belang van de bergingsbuffer zal in de toekomst
toenemen omdat door zeespiegelstijging de afvoermogelijkheid via spuien zal
teruglopen. Met zijn omvang draagt het Markermeer voor meer dan 35% bij aan
de zoetwatervoorraad en de kombergingscapaciteit van het IJsselmeergebied.

De derde functie is een goed functionerend ecologisch systeem. Dit vormt de basis
voor de voedselketen en is daarmee randvoorwaardelijk voor het behalen van de
wettelijke verplichtingen van de Kaderri chtlijn Water (KRW) en de Vogel- en
Habitatrichtlijn (Natura2000). Het Markermeer is van groot belang voor vissen,
vogels en alle andere onderdelen van het ecologisch watersysteem.

De drie basisfuncties zijn samengevat en geïllustreerd in onderstaande
infographic.

Figuur 1: Links in oranje de afwatering op het IJsselmeergebied. Rechts in het groen het
watervoorzieningsgebied uit de wateren van het IJsselmeergebied (bron: Synthesedocument
Deltaprogramma IJsselmeergebied, 2014)
Figuur 1: Links in oranje de afwatering op het IJsselmeergebied. Rechts in het groen het
watervoorzieningsgebied uit de wateren van het IJsselmeergebied

Pagina 11

Ministerie van
Infrastructuur en
Waterstaat

Ons Kenmerk
IENW/BSK-2023/270005

P agina 11 van 13

Rekenvoorbeeld: peilbesluit IJsselmeergebied

Het huidige peilbesluit 10 kent in de zomerperiode een bandbreedte tussen -0,3m
NAP (ondergrens) en -0,1m NAP (bovengrens) waarbinnen het peil mag bewegen.
In de winterperiode (oktober t/m maart) wordt gestuurd op een laag peil (-0,4m
NAP) om wateroverlast te voorkomen. Vanaf het voorjaar wordt het peil verhoo gd
om een grotere zoetwatervoorraad ter beschikking te hebben. Het waterpeil kan in
de zomer in het Markermeer en IJsselmeer variëren binnen een bandbreedte. Dat
levert een zoetwaterbuffer van 20 centimeter, gelijk aan een totale
zoetwatervoorraad van bijn a 400 miljoen kubieke meter. Daarvan bevindt zich
140 miljoen m3 in de zoetwaterschijf van het Markermeer.

In juni van dit jaar (2023) is het waterpeil van het IJsselmeer en Markermeer
opgezet tot 12,5 centimeter onder NAP, anticiperend op een aanstaande periode
van droogte. Daarmee werd 7,5 cm waterschijf toegevoegd aan de

10 Peilbesluit IJsselmeergebied, 14 juni 2018, RWS-2018/16279
Figuur 2: Infographic basisfuncties IJsselmeergebied; Komberging, Zoetwatervoorraad en Robuust ecosysteem1

Pagina 12

Ministerie van
Infrastructuur en
Waterstaat

Ons Kenmerk
IENW/BSK-2023/270005

P agina 12 van 13

zoetwatervoorraad op dat moment, een totaal van ruim 50 miljoen kubieke meter,
alleen al uit het Markermeer.

Toekomstig zoetwatertekort uitgelegd

Er is een groeiende watervraag door onder andere (1) het remmen van
bodemdaling in de veenweidegebieden (kan oplopen tot 400 miljoen m 3 extra
watervraag), (2) de bestrijding van verzilting aan de Afsluitdijk, (3) nieuwe
watervragers als datacentra (groei tot ca. 2 m3/s) en (4) bevolkingsgroei.

Door een toenemende vraag naar water, een afnemende aanvoer via de IJssel én
meer verdamping in de zomermaanden (2 tot 4 mm/dag) zal er vaker en
langduriger een tekort aan zoetwater in het IJsselmeergebied ontstaan 11. Uit de
stresstest IJsselmeergebied is g ebleken dat (met Deltascenario STOOM) de
regionale watervraag mogelijk verder toeneemt in 2050 met ongeveer 1000
miljoen m3 ten opzichte van circa 2000 miljoen m3 in referentiejaar 2017 12.
STOOM is een het Deltascenario met grote klimaatverandering en sterk e groei van
economie en bevolking. De direct beschikbare bufferschijf (400 miljoen m3) van
het gehele IJsselmeergebied is dus slechts 1/5 e van de huidige watervraag en zal
in het STOOM-scenario eens in de 5 jaar volledig worden gebruikt. Momenteel zakt
het peil eens in de 20 jaar verder uit dan -0,30 cm NAP. Een regionaal watertekort
kan volgens de berekeningen van de stresstest in een zeer droog jaar oplopen tot

11 https://www.deltaprogramma.nl/documenten/publicaties/2023/02/14/verkennende-systeemanalyse-
ijsselmeergebied---december-2022
12 https://www.deltaprogramma.nl/documenten/publicaties/2021/04/20/bestuurlijke-
samenvatting-stresstest-zoetwater---ijsselmeer

Figuur 3: peilverloop door het jaar heen met in oranje (extra toegevoegd) de uitputting van
de buffer bij droogte.

Pagina 13

Ministerie van
Infrastructuur en
Waterstaat

Ons Kenmerk
IENW/BSK-2023/270005

P agina 13 van 13

53% van de regionale watervraag in het gesimuleerde zomerhalfjaar (> 1500
miljoen m3). Dit is een watertekort van bijna het viervoudige van de huidige
bufferschijf. Verzilting vormt daarnaast een bedreiging voor de kwaliteit van de
zoetwatervoorraad: doorspoeling als gevolg van verzilting kan in combinatie met
zeespiegelstijging ook een grotere claim gaan leggen op de zoetwatervoorraad
(momenteel 40 m3/s tijdens droogte). Dat is reeds ondervonden in de droge
zomers sinds 2018.

Buitendijkse gebieden

Op onderstaande afbeelding staan de buitendijkse gebieden (land, in rood) van
het IJsselmeergebied. Deze gebieden zijn kwetsbaar voor w ateroverlast bij hoge
waterstanden en door scheefstand bij harde wind of storm. Het water zelf (blauw)
is ook buitendijks gebied.

Figuur 4: in rood zijn de buitendijkse gebieden van het
IJsselmeergebied aangegeven. Deze gebieden staan onder
invloed van het peil van de wateren en zijn niet beschermd
door een waterkering.

PDF bekijken of downloaden

Controleer opmaak, afbeeldingen, handtekeningen en pagina’s zonder tekstlaag altijd in het originele document.