← Terug naar alle raadsvragen

Status Rapport Agrarisch perspectief

Lees de openbare vraag, het antwoord en de bijlagen als webtekst.

Deze raadsvraag over Status Rapport Agrarisch perspectief is gesteld door D66 op 10-09-2026. Het openbare antwoord is gedateerd 17-09-2026. Het dossier bevat 2 documenten.

Leesversie. De tekst hieronder is automatisch uit de openbare PDF-bestanden gehaald. De originele PDF onder ieder document blijft de officiële bron. Bijlagen zijn niet automatisch als vraag of antwoord ingedeeld.

Direct openen

Documenten en bijlagen

Open hier de officiële vraag en beantwoording of één van de bijbehorende stukken als PDF.

  1. D66 Status Rapport Agrarisch perspectief
  2. rapport-agrarisch-perspectief

Openbaar document

D66 Status Rapport Agrarisch perspectief

Pagina 1

17 september 2026 14:50
Detailrapport Vraag en antwoord los v/h Raadsplein (ID 1088)
Veld Waarde
Datum vraag 10-09-2026
Onderwerp Status Rapport Agrarisch perspectief
Fractie(s) D66
Vraag en antwoord Op 23 oktober 2025 heeft Water, Land & Dijken (WLD) het rapport
Agrarisch Perspectief gemeente Edam-Volendam officieel
overhandigd aan de gemeente. Het WLD-rapport doet direct
uitvoerbare en beleidsaanpassende aanbevelingen aan de
gemeente. Naar aanleiding daarvan heeft de fractie van D66 enkele
vragen:

Vraag 1.
Zijn er al direct uitvoerbare aanbevelingen geïmplementeerd en zo
ja, welke?
Antwoord 1:
Onze bedrijfscontactfunctionarissen zijn het centrale
aanspreekpunt voor de Agri sector. Zij kunnen hier terecht met alle
vragen over ondernemen en economische ontwikkelingen. Zij
denken mee, adviseren en wijzen de weg in onze organisatie.
Sinds 2025 wordt twee maal per jaar structureel een overleg
ingepland met vertegenwoordigers van de lokale agrarische sector.
Zowel in de Omgevingsvisie als in de Purmervisie is aandacht
besteed aan de agrarische sector. De gemeente zal op termijn een
programma Landelijk Gebied opstellen, waarin nader aandacht
wordt geschonken aan o.a. de agrarische sector. In het kader van
het programma Landelijk Gebied zal de agrarische sector actief
benaderd worden.
Ook heeft de gemeente Edam-Volendam eerder na afstemming en
in samenwerking met de agrarische sector een zienswijze ingediend
op het provinciale beheerplan Natura 2000 de Zeevang met
betrekking tot de oplossing van de ganzenproblematiek.
Er is een regionaal afgestemd windturbinebeleid vastgesteld. Op
het bouwblok en/of gebouwen zijn zonnepanelen toegestaan.
Vanwege aantasting van het landelijk gebied zijn wij geen
voorstander van het toestaan van zonne-akkers in het landelijk cq
agrarisch gebied.
Er wordt op dit moment gewerkt aan het vergistingsproject.
Dit zijn dus o.a. de resultaten c.q. voorbeelden van de
samenwerking met de agrariërs.

Vraag 2.
Zo nee, welke stappen zijn er al gezet om deze te implementeren?
Antwoord 2:
Zie antwoord 1

Vraag 3.

Pagina 2

17 september 2026 14:50
Pagina 2

Welke stappen zijn er al gezet om de beleidsaanpassende
aanbevelingen te implementeren?
Antwoord 3:
Zie antwoord 1

Vraag 4.
Hoe wordt de voortgang van de aanbevelingen uit het rapport
gemonitord?
Antwoord 4:
2 maal per jaar hebben wij overleg met de agrarische sector. Daarin
is ook ruimte om de voortgang van de stappen uit hoofdstuk 9 van
deze rapportage te blijven volgen.

Vraag 5.
Werkt de gemeente samen met andere overheden om deze
aanbevelingen te implementeren?
Antwoord 5:
Ja. De gemeente werkt waar nodig samen met de provincie, het
waterschap en andere betrokken overheden. Dit gebeurt onder
andere op het gebied van ganzenbeheer, het landelijk gebied,
vergunningverlening en de energietransitie. De gemeente zoekt
daarbij actief de samenwerking op wanneer dit nodig is om de
belangen van de agrarische sector te behartigen.

Op 26 juni jl. presenteerde het Ministerie van Landbouw het
Maatregelenpakket Stikstof. Zowel de Polder Zeevang als de Purmer
behoren niet tot de stikstofgevoelige natuur. Wel moet rekening
gehouden worden met stikstofdeposities naar omliggende N2000-
gebieden. In het kader van dat Maatregelenpakket ook een aantal
vragen gericht op stikstof:

Vraag 6.
Welke lokale maatregelen gaat de gemeente nemen om invulling te
geven aan het landelijk Maatregelenpakket Stikstof?
Antwoord 6:
De gemeente heeft op dit moment geen afzonderlijk lokaal
maatregelenpakket voor stikstof. De gemeente volgt de landelijke
en provinciale kaders en vertaalt deze waar nodig naar het
gemeentelijk beleid en de uitvoering. Daarbij wordt bij ruimtelijke
ontwikkelingen rekening gehouden met stikstofdepositie op
omliggende Natura 2000-gebieden. Daarnaast blijft de gemeente
hierover in gesprek met de agrarische sector en de provincie.
Overigens is de bewuste stikstofbrief c.q. het beleid daaruit nog niet
definitief. Te zijner tijd zal dit landen in het PPLG (Provinciaal
Programma Landelijk gebied Noord-Holland) die momenteel on
hold is gezet door de Provincie. Waar nodig zal de gemeente
trachten daarbij haar invloed te geven (via zienswijzen e.d.).

Vraag 7.
Op welke manier gaat de gemeente agrariërs (en andere
ondernemers) ondersteunen in het terugdringen van hun

Pagina 3

17 september 2026 14:50
Pagina 3

stikstofdepositie?
Antwoord 7:
De gemeente wil agrariërs en andere ondernemers waar mogelijk
ondersteunen bij het terugdringen van stikstofdepositie. De
gemeente is voornemens aan te sluiten bij een Noord-Hollands
agrarisch initiatief dat zich richt op kennisdeling en praktische
maatregelen voor verduurzaming en emissiereductie. Hiermee
willen we ondernemers ondersteunen bij het benutten van
mogelijkheden om de stikstofuitstoot en -depositie te verminderen.
Bijlage(s) rapport-agrarisch-perspectief

PDF bekijken of downloaden

Controleer opmaak, afbeeldingen, handtekeningen en pagina’s zonder tekstlaag altijd in het originele document.

Openbaar document

rapport-agrarisch-perspectief

Pagina 1

Agrarisch perspectief
gemeente Edam-Volendam
Weergave en aanbevelingen van de agrariërs voor de gemeente

Pagina 2

Agrarisch perspectief
gemeente Edam-Volendam
Weergave en aanbevelingen van de agrariërs voor de gemeente

Projectdetails

Projectperiode: 2024-2025
Opgesteld door: Vereniging Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer Water, Land & Dijken
Financier: Gemeente Edam-Volendam
Contactpersoon: Grada Kwantes, projectleider en Josanne Rutte, junior projectleider
Versie: Januari 2025

Pagina 3

2 | 33
Inhoud
Voorwoord 3
Samenvatting 4
Inleiding 5
Hoofdstuk 1 Gebiedsbeschrijving 6
Hoofdstuk 2 Hoofduitdagingen voor het landelijk gebied 8
2.1 Natuur en biodiversiteit 8
2.2 Waterkwaliteit 9
2.3 Ganzen 10
2.4 Vermindering stikstofuitstoot 11
2.5 Maatschappelijk verantwoord ondernemen 11
2.6 Bodemdaling 11
2.7 Woningbouw/industrie 12
Hoofdstuk 3 Stand van zaken in de landbouwsector 13
3.1 Cijfers 13
3.2 Voedselproductie 14
3.3 Gezonde leefomgeving en aantrekkelijk landschap 15
3.4 Sterke voedselproductie in combinatie met sterk natuurbeheer 15
Hoofdstuk 4 Natuurbeheer en agrarische betrokkenheid 16
4.1 Natuurbeheer 16
4.2 Agrarisch natuurbeheer 16
Hoofdstuk 5 Resultaten van de enquête 19
5.1 Resultaten enquête 19
5.2 Hoofdactiviteit bedrijf: 19
5.3 Nevenactiviteit bedrijf: 19
5.4 Bedrijfsgrootte 20
5.5 Opvolging en bedrijfsfase 21
5.6 Ontwikkeling nieuwe nevenactiviteiten 22
Hoofdstuk 6 Relaties met overheden 23
6.1 Provincie 23
6.2 Waterschap 23
6.3 Gemeente 24
6.4 Staatsbosbeheer 24
Hoofdstuk 7 Toekomstvisie voor het buitengebied 26
7.1 Eigen bedrijf in de toekomst 26
7.2 Het gebied in de toekomst 27
Hoofdstuk 8 Aanbevelingen 28
8.1 Agrarisch ondernemerschap 28
8.2 Bedrijfsontwikkeling 28
8.3 Gesloten/regionale kringlopen 29
8.4 Weidevogels Zeevang 29
Hoofdstuk 9 Concrete stappen voor de gemeente 30
9.1 Wat kan de gemeente vandaag al doen? 30
9.2 Welke beleidsaanpassingen zijn nodig? 30
Hoofdstuk 10 Ten slotte 32

Bijlage 1: Overzichtskaart met ANLb
Bijlage 2: Aantal broedparen 2021

Pagina 4

3 | 33

Verklaring van termen
ANLb Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer
Ha Hectare
HAJK Hollands Agrarische Jongeren Kontakt
HHNK Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier
GVE Grootvee-eenheden: het aantal GVE op een bedrijf is de optelsom
van het aantal koeien en vrouwelijk jongvee op het bedrijf,
omgerekend naar één koe.
N2000 Natura-2000
NNN NatuurNetwerk Nederland
SBB Staatsbosbeheer
SNL Subsidiestelsel Natuur en Landschap
Voorwoord
De toekomst van agrarisch ondernemers in Edam-
Volendam: kansen en uitdagingen

Het buitengebied van de gemeente Edam-Volendam bruist van het
agrarisch ondernemerschap. De agrarische bedrijven van deze
gemeente beheren het buitengebied in combinatie met het produceren
van voedsel en dragen bij aan de weidevogels en een aantrekkelijk
landschap. De prachtige vergezichten van dit waterrijke gebied met
koeien en broedende weidevogels zijn bij uitstek typisch Nederlandse
kenmerken. Hoe zorgen wij er met elkaar voor dat dit landschap ook in
de toekomst behouden blijft en dat de ondernemers een goede
boterham kunnen verdienen met voedselproductie en beheer van het
landschap? En wat hebben zij daarvoor nodig? In deze visie schetsen wij
een toekomstperspectief voor een duurzame landbouw in de gemeente
Edam-Volendam. Waarbij agrariërs als beheerder van het gebied een
belangrijke rol blijven vervullen in de toekomst. Zo borgen we een
waardevolle plattelandsnatuur en vitaal ondernemerschap in onze
mooie polders.

Namens de begeleidingscommissie,

Frank de Wit - voorzitter Water, Land & Dijken en veehouder
Amber Laan - voorzitter HAJK en veehouder
Wimco de Boer - lid begeleidingscommissie en veehouder
Joost Vrolijk - lid begeleidingscommissie en veehouder

Pagina 5

4 | 33
Samenvatting
Kernpunten voor een duurzame agrarische
toekomst in één oogopslag
Het buitengebied van de gemeente Edam-Volendam vormt een vitaal
agrarisch landschap waar voedselproductie, natuurbeheer en economische
bedrijvigheid samenkomen. Deze rapportage biedt een
toekomstperspectief voor duurzame landbouw, gebaseerd op input van
lokale agrariërs en het Hollands Agrarische Jongeren Kontakt (HAJK), met
concrete aanbevelingen voor de gemeente. De maatschappij staat
momenteel voor grote uitdagingen op het gebied van biodiversiteit,
stikstofreductie, waterkwaliteit en bodemdaling. In het gebied biedt de
betrokkenheid van de agrariërs met hun ondernemerschap unieke kansen
om aan deze uitdagingen invulling te geven.
Kernpunten:
Verduurzaming van de landbouw: Agrariërs in de gemeente willen hun
bedrijven verder verduurzamen door te innoveren, extensiveren of te
verbreden. De gemeente kan hen faciliteren met versoepelde en/of
versnelde vergunningstrajecten en toegang tot financiering.
Agrarisch natuurbeheer versterken: Een aanzienlijk deel van de
agrariërs is actief betrokken bij agrarisch natuurbeheer. De gemeente
kan een bijdrage leveren door het belang van agrarisch natuurbeheer
onder de aandacht te blijven brengen bij provincie en andere
gesprekstafels.
Ganzenbeheer: De overlast door ganzen is een serieuze bedreiging voor
zowel de landbouw als de natuur. De gemeente kan bij de provincie
blijven adresseren dat er een daadkrachtig ganzenbeheerplan moet
zijn.
Betere samenwerking en communicatie: Er is behoefte aan een vast
aanspreekpunt binnen de gemeente voor agrariërs. Een agrarisch
accountmanager kan de samenwerking tussen gemeente en agrariërs
verbeteren en versnellen.
Betere afstemming stakeholders buitengebied: Er is behoefte aan
beter contact met alle belanghebbenden/stakeholders (zoals agrariërs,
HHNK en SBB) in het buitengebied. De gemeente kan, als neutrale
partij, de facilitator zijn voor een periodieke gesprektafel.
Ondersteun de ontwikkeling van nevenactiviteiten: Agrariërs willen
verbreden naar recreatie, zorg en duurzame energie. De gemeente kan
hen hierbij ondersteunen door vergunningen te vergemakkelijken en
beleid te creëren dat ruimte biedt voor deze activiteiten.

Vijf takeaways voor de gemeente:
Versterk de samenwerking door een agrarisch accountmanager aan te
stellen die de brug slaat tussen agrariërs en de gemeente.
Ganzenbeheer: Blijf bij de provincie onder de aandacht brengen dat er
veel schade aan land en natuur wordt veroorzaakt door de ganzen en
dat er gewerkt moet worden aan een goed ganzenbeheerplan.
Gesprekstafel stakeholders gebied: Initieer een periodieke
gesprekstafel met de stakeholders van het buitengebied (agrarische
partijen, HHNK, SBB).
Versoepel vergunningstrajecten voor agrariërs die willen
verduurzamen of nevenactiviteiten zoals recreatie en zorg willen
ontwikkelen.
Ondersteun de transitie naar duurzame landbouw door innovaties
zoals precisielandbouw,(kleine) windmolens en emissiearme stallen
actief te faciliteren.

Pagina 6

5 | 33
Inleiding
De rol van de landbouw in het buitengebied
Een groot deel van de gemeente Edam-Volendam bestaat uit buitengebied
dat voornamelijk agrarisch gebruikt wordt. Voor ditzelfde buitengebied is
de landbouw essentieel voor natuur, economie en gemeenschap. Maar
voor dit buitengebied liggen er ook maatschappelijke opgaven, met name
op het gebied van natuur, stikstof, CO2 en Kader Richtlijn Water. De
landbouw speelt een grote rol in het realiseren van die opgaven.
De gemeente wilt daarvoor beleid maken en heeft daarvoor inzicht nodig
hoe de agrarische bedrijven binnen haar gemeente er voor staan, welke
knelpunten zij ervaren en welk perspectief er mogelijk is.

De gemeente heeft het agrarisch collectief Water, Land & Dijken (WLD)
gevraagd om een agrarisch perspectief te maken voor het buitengebied van
de gemeente en heeft WLD gevraagd om hierbij de agrarische jongeren, via
HAJK, in het gebied nadrukkelijk te betrekken.

Het proces
Het resultaat is een rapportage waarin zijn opgenomen:
 Een actueel beeld van de landbouw in het gebied:
o Aantal en omvang van de agrarische bedrijven
o Type bedrijven
o Intensiteit middels GVE (grootvee-eenheden)
o De agrarische natuur en de natuurinclusieve inzet van de
agrarische bedrijven.
o Neventakken (zorg, boerderijwinkel, recreatie, etc.)
o Bedrijfsopvolging
 Bijdrage van de bedrijven aan voedselproductie.
 Een overzicht van de opgaven in het gebied.
 Instandhoudingsdoelen Natura 2000.
 Verwachte ontwikkeling van de landbouw.
 Een overzicht van de kansen, uitdagingen en knelpunten voor
de landbouw.
 Aanbevelingen voor een duurzaam perspectief voor de
landbouw in het gebied.
In de rapportage worden ook overzichtskaarten over genoemde
onderwerpen opgenomen.

Pagina 7

6 | 33

Hoofdstuk 1
Gebiedsbeschrijving
Het karakter van de Purmer en Zeevang
De afbakening van het agrarisch gebied binnen gemeente Edam-Volendam
is te zien in figuur 1. Het gebied kenmerkt zich door het strakke
polderlandschap van droogmakerij De Purmer en door het veenweide
gebied in de Zeevang. Op 1 januari 2016 is de Zeevang via een
gemeentelijke fusie bij de gemeente Edam-Volendam gekomen.

De Purmer kenmerkt zich als een gebied met een vruchtbare kleibodem
waar diverse teelten op kunnen plaatsvinden. De bedrijven in De Purmer
zijn daarom ook diverser en gemiddeld groter in omvang dan de bedrijven
in de Zeevang. De Zeevang is een veenweidegebied met voornamelijk
grasland. Het kenmerkt zich door een rijke biodiversiteit van weidevogels
en kruidenrijke graslanden. Hier zie je door de historie meer extensieve
melkvee- en vleesveehouderij.

Het buitengebied wordt beheerd door agrariërs, particulieren en SBB als
terreinbeherende organisatie (SBB in de Zeevang). De agrariërs en de
particuliere grondbezitters vormen de elementaire bouwstenen van het
huidige landschap. Deze agrariërs zijn divers van aard en ondernemer:
gangbare melkveebedrijven, akkerbouwers, biologische melkveebedrijven,
bedrijven met vleesvee en zoogkoeien, bedrijven met schapen en bedrijven
met zorg en activiteiten als agritoerisme. Veel bedrijven zijn daarnaast ook
actief bezig met natuurbeheer.

Figuur 1: Afbakening gebied

Pagina 8

7 | 33
De kracht van het gebied zit hem in de agrariërs en particulieren die het
land goed kennen. Zij zorgen voor het openhouden (tegengaan van ruigtes)
van het gebied, het bemesten (goed voor het bodemleven), het maaien, de
beweiding en de afvoer van materiaal zoals riet. Met resultaat, het gebied is
rijk aan weidevogels en andere flora en fauna. Ook wordt het gebied
bezocht door dagjesmensen die het fraaie cultuurhistorische landschap
waarderen.

Het gebied en haar ondernemers kun je samenvatten in enkele
steekwoorden, zie figuur 2.

Figuur 2: De kenmerken van dit buitengebied

Pagina 9

8 | 33
Hoofdstuk 2
Hoofduitdagingen voor het
landelijk gebied
Natuur, biodiversiteit, waterkwaliteit, stikstof, bodemdaling en
ganzenproblematiek: het zijn allemaal opgaven die de toekomst voor het
buitengebied bepalen. Ten tijde van het schrijven van dit agrarisch
perspectief zijn er landelijke, politieke ontwikkelingen geweest die invloed
hebben op de opgaven in het landelijk gebied. Zo is er besloten dat zowel
het NPLG (Nationaal Programma Landelijk Gebied) als het PPLG (Provinciaal
Programma Landelijk Gebied) van tafel zijn. Veel dossiers en plannen van de
provincie verwijzen naar datzelfde PPLG. En ook de opgaven voor het
landelijk gebied komen samen in het PPLG. Het schrappen van het NPLG en
PPLG betekent echter niet dat de opgaven in het landelijk gebied er niet
meer zijn. De opgaven, die ook van toepassing zijn in het buitengebied van
Edam-Volendam worden in dit hoofdstuk kort behandeld.

2.1 Natuur en biodiversiteit
Een deel van de Zeevang is aangewezen als Natura-2000 gebied. Daar horen
instandhoudingsdoelstellingen bij die gekoppeld zijn aan de vogelrichtlijn
(figuur 3). Het gebied is niet aangewezen voor habitattypen of soorten op
grond van de Habitatrichtlijn.

Figuur 3: Doelstellingen Natura 2000 gebied Zeevang

In de Zeevang worden de instandhoudingsdoelen (als enige N2000 gebied
in Noord-Holland) ruim behaald.

Naast de aangewezen status van N2000-gebied is binnen de gemeente
Edam-Volendam zo’n 900 ha van de Zeevang begrensd als NatuurNetwerk
Nederland (NNN) wat grotendeels overlapt met het N2000 gebied. In figuur
4 is inzichtelijk gemaakt wat al gerealiseerd is en waar nog invulling aan
gegeven moet worden. 120 ha staat op de ambitiekaart voor NNN
realisatie. Op een paar percelen wordt met eigenaren gekeken naar
zelfbeheer (in de vorm van particulier natuurbeheer).

Pagina 10

9 | 33

Figuur 4: NatuurNetwerk Nederland
2.2 Waterkwaliteit
Vanwege de Kaderrichtlijn Water (KRW) en het daaraan gekoppelde 7e
actieprogramma nitraatrichtlijn, heeft het Hoogheemraadschap (HHNK)
binnen haar werkgebied waterambities per deelgebied opgesteld. De
deelgebieden zijn ingedeeld in potentie van waterkwaliteit (zie figuur 5). In
de Zeevang is er de potentie om troebelwaterdoelen te behalen en in De
Purmer wordt daar ook op gericht.

Figuur 5: Potentie waterkwaliteit (bron HHNK)

Pagina 11

10 | 33
HHNK heeft voor haar hele werkgebied in beeld gebracht wat de stand van
zaken is m.b.t. de KRW doelen en hoe dit veroorzaakt wordt. Voor de
Zeevang is de opbouw als volgt (zie figuur 6). Stikstof is niet het probleem
maar vooral fosfor. Veel van deze nutriënten zitten door historische
bemesting en de nalevering van de bodem in de wateren en zijn niet
beïnvloedbaar met de huidige bedrijfsvoering.

Figuur 6: Bronnen van nutriënten in de Zeevang

Voor De Purmer is er een ander beeld (zie figuur 7). Daar is zowel stikstof
als fosfor niet op het gewenste niveau voor de KRW doelen. Er kan een
klein beetje gestuurd worden op actuele bemesting maar veelal is ook hier
sprake van niet beïnvloedbare factoren.
Een andere opgave in de veenweidegebieden is bodemdaling. Deze opgave
en de waterkwaliteit liggen niet altijd in elkaars verlengde. Met het
opzetten van het waterpeil (ter voorkoming van bodemdaling) komen er
meer nutriënten beschikbaar vanuit de bodem wat weer een verslechtering
van de waterkwaliteit veroorzaakt voor een langdurige periode.

Figuur 7: Bronnen van nutriënten in De Purmer
2.3 Ganzen
In Noord-Holland broeden zeer veel ganzen, daarnaast komen er ook veel
ganzen en smienten als wintergast. De Zeevang is één van de gebieden in
Noord-Holland met de meeste ganzen waardoor de schade enorm is.
Ze eten gras op dat bestemd is voor het vee, laten ganzenpoep achter en
vertrappen graslanden waardoor een verstoorde bodem achterblijft.

Pagina 12

11 | 33
Ganzen vernielen riet- en watervegetaties, zeker als ze massaal aanwezig
zijn tijdens de ruiperiode. Dit gaat ten koste van broedende rietvogels. Ook
voor de waterkwaliteit en de kruidenrijke graslanden is deze enorme
populatie ganzen een groot probleem.

Om een indicatie te geven van de schade een aantal feiten: de provincie
Noord-Holland keerde in 2023 ongeveer 10 miljoen euro
ganzenschadevergoeding uit aan agrariërs. In 2024 zal de schade groter zijn
dan in 2023.

2.4 Vermindering stikstofuitstoot
Het N2000 gebied in de Zeevang is aangewezen als niet-stikstof gevoelige
natuur. Vermindering van de stikstofuitstoot is wel nodig voor de
omliggende N2000 gebieden met stikstofgevoelige natuur. Maar ook voor
legalisatie van de PAS-melders en het bevorderen van bouwactiviteiten.
Stikstofreductie is een beladen en emotioneel onderwerp wat door veel
boeren als bedreigend wordt ervaren.

2.5 Maatschappelijk verantwoord ondernemen
Maatschappelijk verantwoord ondernemen is niet alleen goed zorgen voor
dieren en natuur. Het betekent ook dat agrariërs een toekomstbestendig
bedrijf runnen waar ze goede voeding blijven produceren en waar ze
kunnen inspelen op uitdagingen. Ondernemers zijn zich ervan bewust dat er
draagvlak in de maatschappij moet zijn voor zijn/haar manier van
ondernemen. Dat wil zeggen een agrarisch bedrijf dat produceert met
respect voor mens, dier, milieu en omgeving.
Voor De Purmer is de Purmervisie opgesteld waarin gerefereerd wordt aan
toekomstbestendige landbouw.

2.6 Bodemdaling
Bodemdaling is een opgave die actueel is in de veenweidegebieden. De
totale reductieopgave voor de veenweidegebieden in Nederland (de CO2-
eq emissie die in veenbodems leidt tot bodemdaling) is 1 Mton CO2-
equivalenten (bron: klimaatakkoord van Parijs). Provinciaal is de opgave
0,14 Mton. De Zeevangse bodem is vrij divers qua opbouw maar over het
algemeen is het een dunne veenlaag op klei. De dikte van de veenlaag
varieert daarbij van 50 tot 150 cm. De focus door provincie NH bij de CO2
reductie opgave ligt in gebieden waar de veenlaag dikker is (er zijn
gebieden in Noord-Holland met een veenlaag van 18 meter dik). De
Zeevang is om bovengenoemde reden niet aangewezen als prioritair
gebied.
Van oudsher is door het HHNK (en haar voorgangers) het
hoofdwatersysteem van de Zeevang op peil gehouden (waaronder ook het
‘natuurdeel’) en vindt er onderbemaling op de agrarische gronden plaats.
Mede door dit beleid is bodemdaling in dit gebied een minder grote opgave
dan in andere veenweidegebieden van Noord-Holland en Nederland.

De bodem van De Purmer bestaat uit zware zeeklei. In dit gebied speelt
bodemdaling geen rol.

Pagina 13

12 | 33
2.7 Woningbouw/industrie
De gemeente Edam-Volendam heeft ambities voor woningbouw en
industrie. Er ligt momenteel een plan voor bebouwing van de Lange
Weeren met ruim 1.100 nieuwe woningen en in een deel van de Purmer ligt
voorkeursrecht van de gemeente op agrarische grond vanwege de ambitie
om de industrie uit te breiden.

Pagina 14

13 | 33
Hoofdstuk 3
Stand van zaken in de
landbouwsector
De huidige cijfers, trends en rol van
landbouwbedrijven in de gemeente
3.1 Cijfers
Om een eerste beeld te krijgen van de ontwikkeling van de agrarische
sector in het buitengebied is er gekeken naar (openbaar) beschikbare CBS-
gegevens. Uit deze informatie zijn diverse trends te herleiden die ook met
landelijke cijfers vergeleken kunnen worden. Zo is er vanaf het jaar 2000 tot
heden een halvering van het aantal landbouwbedrijven binnen de
gemeente. In 2000 waren het nog 140 bedrijven en in 2023 is dit aantal 71
bedrijven (zie tabel 1). De laatste jaren is het aantal gestabiliseerd. Het
oppervlak cultuurgrond is in deze periode ook gedaald van 3.853 ha in 2000
naar 3.241 ha in 2023. Redenen van deze afname zijn o.a.
woningbouw/industrie en omzetting van cultuurgrond naar natuurgrond.
Het aantal runderen bij de bedrijven binnen gemeente Edam-Volendam
toont eveneens een dalende lijn van 7.103 GVE (grootvee eenheden1) in
2000 naar 6.073 GVE in 2023.

1 Het aantal grootvee-eenheden (GVE) op een bedrijf is de optelsom van het aantal koeien en vrouwelijk jongvee op
het bedrijf, omgerekend naar één koe.

Met deze data door de jaren heen is een trend waarneembaar die sterk lijkt
op de landelijke trend van de noordelijke provincies. Het aantal
landbouwbedrijven toont landelijk dezelfde dalende trend van rond de 50
% in 23 jaar tijd. Wel is opvallend dat de daling van het aantal runderen
binnen gemeente Edam-Volendam harder gedaald is (15 %) dan op
provinciaal en landelijk niveau (5 %) (zie figuur 8).

Tabel 1: CBS-gegevens gemeente Edam-Volendam

CBS gegevens gemeente Edam-Volendam
Onderwerp Perioden 2000 2005 2010 2015 2020 2022 2023
Aantal landbouwbedrijven aantal 140 122 115 103 70 69 71
Oppervlakt cultuurgrond ha 3.853 3.924 3.580 3.375 3.347 3.215 3.241
Aantal rundvee aantal 7.103 7.137 7.043 6.823 6.182 6.073 6.073

Pagina 15

14 | 33

Figuur 8: Het verloop van het aantal stuks rundvee (percentages) voor
gemeente, provincie en landelijk (bron: CBS).
3.2 Voedselproductie
Dankzij het voedselsysteem van de EU is er voor meer dan 400 miljoen
Europeanen vers en veilig voedsel. Voedselproductie is niet alleen een
dienst van levensbelang, het is ook een bron van inkomsten. De landbouw
en aanverwante bedrijfstakken en diensten zijn goed voor zo'n 44 miljoen
banen in de EU, waaronder zo'n 20 miljoen in de landbouwsector zelf.
Dankzij het gevarieerde klimaat, de vruchtbare bodem, de technische
vaardigheden van de boeren en de kwaliteit van de producten behoort de
EU tot de grootste producenten en exporteurs van landbouwproducten ter
wereld (bron: https://european-union.europa.eu/priorities-and-
actions/actions-topic/agriculture_nl) . Door de toenemende geo-politieke
onrust in de wereld neemt het belang van voedselzekerheid en autonomie
toe.

2 Informatie op basis van CBS-gegevens (gecombineerde opgave) en gemiddelde productie in veenweidegebied en
droogmakerij
In het buitengebied van de gemeente Edam-Volendam wordt vooral melk
en vlees geproduceerd. In De Purmer ook aardappelen, graan en
suikerbieten.

32 mln.
liter melk
270.000 kg
vlees (rund
en schaap)
1.250 ton
aardappelen
620 ton
graan
445 ton
suikerbieten
Figuur 9: Kengetallen voedselproductie binnen gemeente Edam-Volendam2

Deze producten worden via diverse keurmerken en
duurzaamheidsprogramma’s in de markt gezet (figuur 10). Dat zegt veel
over de kwaliteit van deze producten, want lang niet elke bedrijf/gebied
kan voldoen aan de duurzaamheidseisen van deze (keur)merken.

Pagina 16

15 | 33

Figuur 10: Enkele (keur)merken in het buitengebied Edam-Volendam
3.3 Gezonde leefomgeving en aantrekkelijk landschap
In bovenstaande paragraaf wordt de duurzame voedselproductie binnen de
gemeente aangestipt. Een gevolg hiervan is dat er voor de burgers van de
gemeente een gezonde leefomgeving met een aantrekkelijk landschap is
gecreëerd, beheerd door agrariërs.

Tevens zorgen de boeren ervoor dat het cultuurhistorisch landschap
behouden blijft. De prachtige vergezichten van het waterrijke gebied met
koeien in grazige weiden met broedende weidevogels. Dit
cultuurhistorische landschap is ook hoe toeristen het gebied graag zien. Om
ons heen, in andere N2000 gebieden in Noord-Holland, is zichtbaar dat het
steeds moeilijker wordt om het cultuurhistorisch landschap te behouden,
omdat er nauwelijks agrariërs in deze gebieden zijn overgebleven. In deze
gebieden treedt verruiging op door ontoereikend beheer.

3.4 Sterke voedselproductie in combinatie met sterk
natuurbeheer
Wat het buitengebied van Edam-Volendam bij uitstek kenmerkt is de
combinatie van bovengenoemde paragrafen. De N2000-status en daarbij
horende verplichtingen kunnen veelal als beperkend voor voedselproductie
worden gezien. Toch weten agrariërs in Edam-Volendam een modus te
vinden waarin ze beiden blijven combineren. Economie en ecologie dus!

Pagina 17

16 | 33

Hoofdstuk 4
Natuurbeheer en
agrarische betrokkenheid
Het natuurbeheer en de rol van de agrariërs in duurzaam natuurbeheer is in
deze gemeente onlosmakelijk met elkaar verbonden. In dit hoofdstuk wordt
het samenspel beschreven.

4.1 Natuurbeheer
In hoofdstuk 3 werd al weergegeven dat een deel van de Zeevang N2000
gebied is. De natuurgronden zijn grotendeels eigendom van
Staatsbosbeheer. Een klein deel wordt beheerd via particulier
natuurbeheer. Op deze gronden wordt natuurbeheer via het Subsidiestelsel
Natuur en Landschap (SNL) uitgekeerd. Via het SNL verlenen provincies
subsidie voor het behoud en de ontwikkeling van natuurgebieden en
landschappen. Met dit geld wordt het natuurgebied in de Zeevang door
Staatsbosbeheer beheerd in samenwerking met de agrariërs die deze
gronden pachten.

4.2 Agrarisch natuurbeheer
Om de kern van deze natuurgronden (beheerd door SBB) bevinden zich
voornamelijk agrarische gronden. Op deze gronden wordt door de agrariërs
veel agrarisch natuurbeheer uitgevoerd via het Agrarisch Natuur- en
Landschapsbeheer (ANLb). Met het ANLb zetten agrariërs zich in voor
weide- en akkervogels, natuur, aantrekkelijk landschap, schoon water en
een gezonde bodem. Zo wordt waardevolle plattelandsnatuur in
samenhang met agrarisch ondernemerschap gerealiseerd. Het ANLb vormt
een ‘schil’ om het natuurgebied heen en zo versterken ze elkaar (zie figuur
11).

Figuur 11: Zoneringsprincipe natuurbeheer
Legenda:
• Geel: Traditioneel natuurgebied
• Donkergroen: Zwaardere ANLb-pakketten
• Lichtgroen: Agrarische gronden met licht ANLb beheer of geen beheer
• Rood: boerenerven

Pagina 18

17 | 33

Er zijn veel agrariërs in de Zeevang die zich met ANLb inzetten voor
weidevogels. Dat is van oudsher verweven binnen hun bedrijfsvoering. Van
de ongeveer 110 grondgebruikers (particulier en agrarisch) hebben er 85
ANLb-contracten (77 %). Rond de 50 % van de agrarische grond heeft een
agrarisch natuurbeheer pakket. Op naastgelegen kaart (figuur 12) is
zichtbaar op welke percelen er een ANLb-pakket ligt. (Deze kaart is ook als
bijlage 1 toegevoegd).

Het agrarisch natuurbeheer is vooral toespitst op de Zeevang maar ook in
De Purmer is er sprake van agrarisch natuurbeheer. Er kunnen in De Purmer
geen weidevogelbeheercontracten (provinciaal besluit) worden afgesloten
maar wel akkerpakketten. Zo worden er bij akkerbouwers bloemenranden
ingezaaid.

Water, Land & Dijken streeft er met haar leden naar om een zo goed
mogelijk beheer af te sluiten ten gunste van de weide- en akkervogels. Dat
vertaalt zich in een diversiteit aan pakketten en een combinatie tussen licht
en zwaarder beheer (mozaïekbeheer).

Bij het agrarisch natuurbeheer zijn veel vrijwilligers betrokken die nesten
zoeken op het boerenland. Het contact tussen boer en vrijwilliger, die zich
allebei inzetten voor de weidevogels, is daarmee een toegevoegde waarde
van het ANLb. Het zorgt voor een goede verbinding tussen boer en burger.

Figuur 12: Agrarisch natuurbeheer in gemeente Edam-Volendam

Pagina 19

18 | 33
Met de weidevogels in de Zeevang gaat het redelijk goed (zie figuur 13,
tevens als bijlage toegevoegd). Vergeleken met andere gebieden in
Nederland zijn er veel broedparen per hectare aanwezig. Om die reden is
de Zeevang ook opgenomen in het Nationale Aanvalsplan Grutto.

Er zijn echter wel factoren waardoor de weidevogels het ook in de Zeevang
moeilijk hebben:
1. Predatie is een toenemend probleem voor weidevogelbescherming
in Nederland. Vossen, kraaien, marters maar ook ratten en katten
zijn dol op de eieren en de kuikens. Helaas wordt er ook in de
Zeevang veel gepredeerd.
2. Ganzendruk is tevens een toenemend probleem bij
weidevogelbeheer met name in dit deel van Laag-Holland. De
ganzen eten de velden zo kaal dat weidevogels geen schuilplekjes
kunnen vinden en zich niet veilig voelen. Ook komt de gras- en
kruidengroei later op gang waardoor er geen insecten op bloeiende
grassen of kruiden zijn. Daarnaast kunnen de koeien pas veel later
naar buiten waardoor er tijdens de opgroeiperiode van de kuikens
geen mestflatten op het land liggen waar insecten op af komen.
Deze insecten die op bloeiende flora en mestflatten afkomen,
vormen een essentiële voedselbron voor opgroeiende kuikens.
3. Maaien. Vooral voor melkvee is eiwitrijk gras belangrijk. Gras met
de meeste voedingswaarde wordt vaak in mei geoogst (als dat
ondanks de ganzenschade al lukt). Dit eiwitrijke gras hebben de
melkveehouders nodig voor een rendabele bedrijfsvoering. Omdat
dit in dezelfde periode plaatsvindt als het broeden en opgroeien
van kuikens, blijft maaien een risicovolle gebeurtenis.

Figuur 13: Broedparen in gemeente Edam-Volendam in 2021

Pagina 20

19 | 33
Hoofdstuk 5
Resultaten van de enquête
Agrariërs aan het woord
5.1 Resultaten enquête
In de voorgaande hoofdstukken is er al via diverse bronnen een eerste
beeld geschetst van het agrarische buitengebied van de gemeente Edam-
Volendam. Om een nog completer beeld te krijgen en om meer inzichten en
knelpunten uit het veld te ontvangen is een enquête verspreid onder alle
agrariërs in het gebied. Ook de agrariërs buiten het gebied, maar met grond
in de Zeevang hebben een (verkorte) enquête ontvangen.

De enquête is verstuurd naar 65 adressen. De respons op deze enquête is
met 66% (43 bedrijven) representatief. Ook landeigenaren van percelen
binnen de gemeentegrenzen, maar woonachtig buiten de gemeente
hebben we een verkorte versie van de enquête gestuurd. Deze versie is
naar 21 agrariërs gestuurd en daarvan hebben 10 de enquête ingevuld.

De enquête is opgebouwd uit drie delen. Het eerste deel gaat over de
huidige situatie en bedrijfsvoering. Daarbij is ook in beeld gebracht tegen
welke problematiek ze aanlopen. Daarna wordt er ingezoomd op de
samenwerking met diverse (semi-)overheidsinstellingen. Als laatste
onderdeel zijn er vragen gesteld over de toekomst van het gebied en het
eigen bedrijf.
5.2 Hoofdactiviteit bedrijf:
Eén van de eerste vragen uit de enquête is welke hoofdactiviteit het bedrijf
heeft. Verreweg de meeste bedrijven hebben als hoofdinkomen melkvee
(zie figuur 14). Daarnaast zijn er bedrijven met vleesvee of schapen als
hoofdactiviteit. Ook zijn er enkele akkerbouwbedrijven in De Purmer.

Figuur 14: Hoofdactiviteiten van de geënquêteerden

5.3 Nevenactiviteit bedrijf:
Veel bedrijven hebben naast de hoofdactiviteit ook nevenactiviteiten. Zo
doen de meeste bedrijven, vooral in het veenweidegebied, aan agrarisch
natuurbeheer. Daarnaast houden bedrijven ook relatief vaak schapen naast
hun melkvee. Andere nevenactiviteiten kunnen in de zorg of recreatie zijn.
Maar ook een vergaderlocatie, compostering, paardrijlessen, camping,

Pagina 21

20 | 33
loonwerk of verhuur van loodsen zijn genoemd als nevenactiviteiten (zie
figuur 15).

Figuur 15: Nevenactiviteiten van de geënquêteerden

5.4 Bedrijfsgrootte
Als we inzoomen op de bedrijfsgrootte van de bedrijven met (melk)vee (zie
figuur 16) zien we een grote spreiding in het aantal GVE per bedrijf. Binnen
de gemeente zijn er enkele behoorlijk grote bedrijven maar ook meerdere
kleinere bedrijven. Bij de grotere bedrijven is de mate van intensiviteit
(hoeveelheid vee in verhouding tot de hoeveelheid hectares) niet anders
dan bij de kleinere bedrijven. Dat betekent dat ondanks dat er veel vee op
deze bedrijven is, de bedrijfsvoering extensief is omdat er veel grond in
gebruik is. Bij de bedrijfsontwikkeling is gekozen voor een evenwichtige
groei van oppervlak en vee.

Figuur 16: Bedrijfsgrootte van de veebedrijven in aantal GVE

Pagina 22

21 | 33

5.5 Opvolging en bedrijfsfase
Bij de vraag aan de agrarisch ondernemers in welke fase hun bedrijf zit en
of er wellicht sprake is van opvolging, is er een opvallend ander beeld dan
het landelijk gemiddelde. Waar landelijk ongeveer een derde van de
bedrijven denkt een opvolger te hebben ligt dat in de gemeente Edam-
Volendam rond de helft van de bedrijven (zie figuur 17).

Figuur 17: Opvolging

Hetzelfde beeld zie je bij de bedrijfsfase waarin een bedrijf zit (figuur 18).
Velen (45 %) geven aan zich nog te willen ontwikkelen. Ook dat is een ander
beeld dan het landelijk gemiddelde waar je ook veel bedrijven ziet die
denken aan stoppen.

Figuur 18: Bedrijfsfase
Deze twee grafieken illustreren de dynamiek die in het gebied is. Er zit veel
energie en ondernemerschap in het gebied. Dat komt mede door de vele
jongen ondernemers die in de startblokken staan om de agrarische
bedrijven voort te zetten. Waar in andere N2000 gebieden het beheer van
het cultureel landschap steeds moeilijker wordt door (veel) stoppende
agrariërs is daar in de Zeevang en Purmer geen sprake van. Wel is het
belangrijk om deze energie en het ondernemerschap te koesteren voor de
toekomst.

Pagina 23

22 | 33
5.6 Ontwikkeling nieuwe nevenactiviteiten
Qua doorontwikkeling van de bedrijven hoeft niet altijd alleen aan groei
gedacht te worden. Ontwikkeling kan ook ontstaan via verbreding. In de
enquête is gevraagd of bedrijven eventueel neventakken willen
ontwikkelen in de toekomst en zo ja, welke. Een kwart van de bedrijven
denkt aan nieuwe neventakken. Vooral neventakken op het gebied van
toerisme, zorg en energie worden genoemd (zie figuur 19). Voor de
gemeente liggen hier zeker kansen om gezamenlijk invulling te geven aan
de verbredingsactiviteiten in de toekomst.

Figuur 19: Ambities omtrent nieuwe neventakken

Pagina 24

23 | 33
Hoofdstuk 6
Relaties met overheden
Samenwerken aan de toekomst
Bij de enquête hebben we ook gevraagd hoe de agrariërs de relaties met
diverse overheden ervaren. De vraag hebben we gesteld over de provincie,
het waterschap, Staatsbosbeheer en de gemeente. De beoordeling verschilt
per overheidsinstelling, daarom worden ze ieder apart behandeld.

6.1 Provincie

Figuur 20: Relatie met de provincie
Bij de provincie is meer dan de helft neutraal of geven ze aan dat het niet
van toepassing is. Over het algemeen hebben deze ondernemers qua
bedrijfsvoering niet veel te maken met deze overheidsinstelling en hebben
ze er dan ook geen oordeel over. 10% is positief. Redenen die genoemd
worden zijn vooral het beleid m.b.t. het agrarisch natuurbeheer. Een kleine
20% vindt de verstandhouding negatief. Daarbij wordt het gebrek aan
kennis over de agrarische bedrijfsvoering veel genoemd. Ook het
ganzenbeleid en het trage of slordige contact (veel wisseling van
contactpersonen) over bijvoorbeeld het Natura-2000 beleid wordt
genoemd als aandachtspunt.

6.2 Waterschap

Figuur 21: Relatie met het waterschap

Over het waterschap zijn de meeste agrariërs neutraal of positief. Dat heeft
onder meer te maken met het contact met de regio beheerder. Het contact
met de werkorganisatie van het HHNK verloopt wel stroever zien we terug
in de opmerkingen. Vooral het moeilijk contact leggen en de trage

Pagina 25

24 | 33
afwikkeling van meldingen worden dan genoemd. Ook over het huidige
baggerbeleid is niet iedereen positief. Verder is er bij enkele agrariërs zorg
over het eventueel opzetten van het waterpeil in de toekomst.

6.3 Gemeente

Figuur 22: Relatie met de gemeente
Over de gemeente is ook de grootste groep neutraal. 17% van de agrariërs
is positief. Daarbij wordt o.a. de open houding over de agrarische
bedrijfsvoering genoemd als positief punt. Dat de gemeente wilt weten wat
er leeft op het platteland wordt als positief genoemd. Als suggesties om
meer samen op te trekken worden projecten genoemd op het gebied van
biodiversiteit of structuurverbetering. Ook worden verbeterpunten
aangedragen zoals het aanstellen van een ambtelijk contactpersoon voor
agrarische zaken.
25% van de groep is negatief over het contact met de gemeente. Vaak
genoemd daarbij is stroeve communicatie, weinig wisselwerking en
gebrekkige kennis over het agrarische ondernemerschap. Ook het beleid en
communicatie over nieuwe energie in de vorm van kleine windmolens werd
meerdere keren als verbeterpunt genoemd. Een ander punt wat naar voren
komt is de zorg over de overdracht van bermen in het buitengebied van
HHNK naar gemeente. Er is vrees dat het bermbeheer niet goed uitgevoerd
gaat worden in de toekomst met als gevolg meer ongewenste kruiden
(zoals jacobskruiskruid). Daarbij wordt gerefereerd aan de
distelverordening.

6.4 Staatsbosbeheer

Figuur 23: Relatie met Staatsbosbeheer
Bijna de helft van de agrariërs heeft geen relatie met Staatsbosbeheer en
heeft daarom ook niet van toepassing ingevuld. De andere helft van de
agrariërs is verdeeld tussen neutraal/positief en negatief.

Pagina 26

25 | 33
Vooral bij de negatieve beoordeling zijn opmerkingen geplaatst.
 Het grote verloop van gebiedsbeheerders waardoor er een
moeizame relatieopbouw is, is daarbij een belangrijk punt.
 De bereidheid om samen het gebied in te richten wordt eveneens
als aandachtspunt genoemd. Staatsbosbeheer benadert hun
percelen als aparte postzegels in de Zeevang i.p.v. in samenhang
met andere grondeigenaren om samen doelstellingen te behalen.
 Tevens wordt genoemd dat er weinig praktijkkennis is, geen wil om
te experimenteren en een arrogante houding naar boeren toe.
 Ook het uitgeven van de pachtgronden is een aandachtspunt.
Gewenst is dat dit niet per inschrijving gaat maar meer met de
boeren in overleg.

Pagina 27

26 | 33
Hoofdstuk 7
Toekomstvisie voor het
buitengebied
Hoe agrariërs hun bedrijf en het gebied in de
toekomst zien
7.1 Eigen bedrijf in de toekomst
Hoewel het lastig is om in de toekomst te kijken, mede door de
afhankelijkheid van beleid en wet- en regelgeving, is er wel een lijn te halen
uit de enquête over het toekomstbeeld. Velen willen doorgaan met hun
bedrijf en hopen dat het bedrijf kan worden voortgezet door de volgende
generatie. Wel is het van belang dat de opvolger verder kan met een goed
toekomstperspectief: een rendabele bedrijfsvoering, een gezonde en
duurzame veestapel en werkplezier.

Bij de antwoorden over de toekomst reageerde een deel van de boeren dat
ze denken dat hun bedrijfsvoering gelijk blijft zoals hoe het nu is, maar dat
er met name op het gebied van energietransitie, grondgebondenheid en
modernisering stappen gemaakt kunnen worden.

3 Derogatie is een uitzondering op het Europese mestbeleid, waarmee agrariërs onder voorwaarden meer stikstof uit
dierlijke mest op hun grond aanbrengen dan volgens de Nitraatrichtlijn is toegestaan.
Sommige bedrijven hebben de ambitie om te groeien (wel in evenwicht met
het gebied) en anderen zien een meer kleinschalige natuurinclusieve
bedrijfsvoering of omschakeling naar biologische landbouw voor zich.
Daarnaast wordt de korte keten (lokaal geproduceerd voedsel ook lokaal
afzetten) genoemd als kans in de toekomst. Tevens wordt verbreding
genoemd, het beginnen of uitbreiden van neventakken als zorg, toerisme,
een boerderijwinkel en andere vormen om burgers te betrekken bij de
agrarische sector.

Sommigen zien hun bedrijf in de komende 10 jaar stoppen, verplaatsen of
van functie veranderen. Een enkeling verwacht dat er weinig van de
agrarische sector over is in 2035, o.a. door mestwetgeving, of dat het
bedrijf heeft plaatsgemaakt voor woningbouw.

De mestwetgeving en de afbouw van de derogatie3, is een belangrijk punt
die veel terugkomt in de antwoorden over de toekomst. Er is hier veel zorg
over. Bedrijven willen in de toekomst goed verder kunnen boeren zonder
derogatie. Het afvoeren van mest en het aanvoeren van kunstmest, voelt
heel tegenstrijdig voor de agrariërs.

De ondernemers willen blijven investeren in het moderniseren van de
bedrijfsgebouwen en het toepassen van nieuwe technologieën t.b.v.
dierwelzijn, gewasbescherming, efficiëntie en duurzaamheid. Denk hierbij
aan precisiebemesting, mest scheiden (dikke en dunne fractie) en groene
energie (zon en wind).

Pagina 28

27 | 33
De agrariërs willen ook in de toekomst agrarisch natuurbeheer uitvoeren
om het landschap te beheren. Wel wordt er gepleit voor een betere
vergoeding voor dit landschapsbeheer.

Wat ook regelmatig wordt aangestipt in de enquête is de wens dat er in de
toekomst een betere waardering komt voor de agrarische bedrijfsvoering
en het belang van voedselzekerheid.

7.2 Het gebied in de toekomst
Ook de toekomst van het buitengebied is lastig te voorspellen, blijkt uit de
enquête. De ondervraagden zijn over het algemeen positief over de
toekomst van het gebied en willen het groene open polderlandschap met
koeien in de wei, akkers vol consumptievoedsel en ruimte voor weide- en
akkervogels behouden. Daarbij is de nadrukkelijke wens dat er minder
ganzen zijn. Hoe het gebied er in de toekomst uit zal zien, hangt mede af
van beleid en wet- en regelgeving.

Tevens is het waterpeil een belangrijke factor als je kijkt naar de toekomst
van het buitengebied. Het waterpeil is bepalend op welke manier er
geboerd kan worden en hoe de flora en fauna zich ontwikkeld.

Een ander scenario dat (in mindere mate) genoemd wordt is de
verwachting dat het gebied meer zal verruigen door wanbeheer, te grote
aantallen ganzen en een hoge waterstand. Dat zal weinig perspectief geven
om rendabel te boeren en de weidevogelstand doen afnemen.

Sommigen verwachten dat de polder beheerd zal worden door enkele grote
agrarische bedrijven en dat de kleinere bedrijven verdwijnen. Er zal dan
minder beweiding plaatsvinden wat effect kan hebben op de
weidevogelpopulatie. Land kan worden opgekocht door investeerders of
door boeren buiten het gebied voor mestplaatsingsruimte.

De verwachting is ook dat er meer bebouwing zal komen met zowel
woningen als industrie. Laatstgenoemde met name in De Purmer. Maar ook
een toename van recreatie en natuurbeleving door wandel- en fietsroutes,
ondersteund met rustpunten en speeltuintjes wordt genoemd.

Pagina 29

28 | 33
Hoofdstuk 8
Aanbevelingen
voor een duurzame agrarische toekomst
In Nederland volgen de ontwikkelingen voor de agrarische sector zich de
laatste jaren in hoog tempo op. Veranderingen zijn van alle tijden maar de
snelheid op het moment is niet van alle tijden. Het is voor agrarisch
ondernemers bijna niet meer bij te houden, helemaal omdat de koers niet
consistent is. Tegelijkertijd, zien we uit de resultaten van de enquête, wil de
grootste groep agrariërs zeker wel meebewegen in het veranderende
landschap. Als maar duidelijk is welke koers het gaat worden.

8.1 Agrarisch ondernemerschap
Het buitengebied van Edam-Volendam kenmerkt zich door een actieve,
ondernemende groep agrarisch ondernemers. Het is opvallend hoeveel
bedrijven in deze gemeente opvolging hebben, vergeleken met de
landelijke cijfers (51 % heeft opvolging en 34 % misschien ten opzichte van
landelijk 43 %). In De Purmer is er een iets ander beeld. Er zijn agrarische
bedrijven binnen de gemeentegrenzen Edam-Volendam die graag door
willen in de toekomst maar deze zijn wel sceptischer. Er heerst bij de
agrariërs een beeld dat in de toekomst een groot deel van De Purmer
bebouwd zal zijn.

De energie die in het buitengebied aanwezig is, is een hele belangrijke
succesfactor voor de toekomst van het gebied. Het ondernemerschap in het
buitengebied biedt dan ook een grote kans voor goed beheer voor nu en in
de toekomst. Er zijn al gebieden in Laag Holland waar beheer een groot
probleem is doordat er weinig boeren over zijn om dit uit te voeren. Dat is
hier niet het geval. Een grote aanbeveling is dan ook om dit
ondernemerschap aan te spreken in de opgaven die er liggen en voor een
goede balans tussen natuur en agrarisch, juist in samenwerking, en zonder
elkaar uit te sluiten.
Belangrijk daarbij:
 Stakeholders in het buitengebied: Blijf met elkaar in gesprek.
 Stimulerende maatregelen op basis van vrijwilligheid is beter dan
generiek van bovenaf iets opleggen.
 Durf met behulp van pilots nieuwe ideeën uit te proberen.
 Durf buiten de kaders te denken.

8.2 Bedrijfsontwikkeling
Richting de toekomst zie je voor een agrarisch ondernemer grofweg 3
mogelijke keuzerichtingen (of een combinatie daarvan).
Innoveren Ondernemers investeren in nieuwe stallen en technieken:
emissiearme stallen, bodemverbeteraars, mestverwerking,
precisietechnieken en robotisering.
Extensiveren Veehouders verminderen het aantal dieren per hectare of
in de stal. Akkerbouwers kiezen ervoor om met een breder bouwplan te
werken waardoor ze meer verschillende gewassen telen. Daarbij zitten
ook meer rustgewassen/maaigewassen.

Pagina 30

29 | 33
Verbreden Ondernemers hebben naast hun agrarisch bedrijfsvoering
ook nog andere inkomstenbronnen zoals bijvoorbeeld zorg,
kinderdagverblijf of recreatie. Anderen gaan de eigen producten zelf
verwerken en verkopen. Ook landschapsbeheer (ANLb) hoort bij
verbredingsactiviteiten.
Het meest essentieel is dat er een verdienmodel is en blijft bestaan voor de
agrarische bedrijfsvoering nu en in de toekomst. Belangrijke
randvoorwaarden voor de doorontwikkeling zijn de beschikbaarheid van
(en regie op) grond en vergunningverlening.
8.3 Gesloten/regionale kringlopen
Veel boeren in het buitengebied willen toewerken naar meer
gesloten/regionale kringlopen binnen hun bedrijfsvoering. Dat betekent:
 Meer eiwit van eigen land (minder aankoop krachtvoer).
 Extensievere bedrijfsvoering (meer land of minder koeien)
waardoor er ook meer eigen ruwvoer gevoerd kan worden
(daardoor minder krachtvoer en kunstmest nodig).
 Samenwerking met de lokale akkerbouw. Dat kan in de vorm van
eigen krachtvoer telen, organische mest bij akkerbouwgewassen
tot en met het oogsten van een eiwitrijk gewas.
 Lagere melkproductie per koe (waardoor er minder krachtvoer en
kunstmest nodig is).
Om meer naar deze gesloten kringlopen toe te werken zijn er echter wel
randvoorwaarden noodzakelijk:
 Een goed ganzenbeheerplan (ganzen eten nu een groot deel van
het eiwitrijke gras op).
 Een reële marge tussen kostprijs en opbrengstprijs.
 Beschikbaar land voor extensivering.
8.4 Weidevogels Zeevang
De Zeevang is één van de weinige Natura-2000 gebieden in Nederland die
voornamelijk bestaat uit agrarische grond. En dat beheer door de boeren is
zeker niet onverdienstelijk, want de instandhoudingsdoelen voor dit gebied
worden goed behaald. Bijna alle agrariërs zetten zich in meer of mindere
mate in voor de weidevogels met behulp van agrarisch natuurbeheer
contracten. De weidevogels doen het redelijk goed in de Zeevang maar
grootste hindernissen zijn op dit moment ganzenoverlast en predatie. Als
deze randvoorwaarden verbeterd worden, heeft de Zeevang de potentie
om één van de beste weidevogelleefgebieden te worden.

Pagina 31

30 | 33
Hoofdstuk 9
Concrete stappen voor de
gemeente
naar een duurzaam en vitaal buitengebied
Nu we voor ons zien hoe het buitengebied van Edam-Volendam in 2035 kan
bloeien, is het tijd om de concrete stappen te zetten die deze toekomst
werkelijkheid maken. Dit zijn geen abstracte ideeën, maar realistische acties
die vandaag al ingezet kunnen worden door de gemeente en
beleidswijzigingen die de basis vormen voor een sterke samenwerking
tussen gemeente en agrarische sector.
We onderscheiden twee soorten aanbevelingen: acties die direct
uitgevoerd kunnen worden en beleidsaanpassingen die structurele
veranderingen vragen.
9.1 Wat kan de gemeente vandaag al doen?
Stel een agrarisch accountmanager aan. Er is behoefte aan een vast
aanspreekpunt binnen de gemeente voor agrarische bedrijven. Deze
accountmanager zorgt voor directe communicatie, helpt bij
vergunningstrajecten en faciliteert de samenwerking tussen agrariërs en
andere stakeholders zoals provincie, waterschap en Staatsbosbeheer.
Verbeter de communicatie. Start een agrarische nieuwsbrief die actuele
thema's, subsidiemogelijkheden en gemeentelijk beleid belicht, specifiek
gericht op agrarische ondernemers. Dit zorgt voor meer transparantie en
verbinding.
Versoepel vergunningstrajecten voor nevenactiviteiten. Vergemakkelijk
vergunningstrajecten voor agrariërs die willen verbreden naar zorg,
recreatie, duurzame energie en andere nevenactiviteiten. Dit bevordert de
lokale economie en biedt agrariërs nieuwe inkomstenbronnen zonder
bureaucratische belemmeringen.
Samenwerking stakeholders buitengebied. Er is behoefte aan beter
contact met alle belanghebbenden/stakeholders in het buitengebied. De
gemeente kan, als neutrale partij, de facilitator worden voor deze
periodieke gesprekstafel.

9.2 Welke beleidsaanpassingen zijn nodig?
Ontwikkel een toekomstgericht omgevingsbeleid voor agrarische
bedrijven. Stel een omgevingsplan op dat ruimte biedt voor agrarische
innovatie en duurzaamheid. Betrek agrariërs actief in het proces om ervoor
te zorgen dat het beleid aansluit bij hun behoeften en uitdagingen, zoals
grondgebonden bedrijfsvoering, extensivering, en kringlooplandbouw.
Investeer in duurzame landbouwprojecten. Stimuleer investeringen in
duurzame technieken zoals emissiearme stallen, precisielandbouw en
mestverwerking door middel van subsidies en samenwerkingsprojecten.
Hiermee help je agrariërs om sneller te verduurzamen en voorbereid te zijn
op toekomstige wetgeving.
Blijf een rol spelen bij het ganzenbeheer. Blijf de problematiek adresseren
bij de provincie zodat er een daadkrachtig ganzenbeheerplan komt dat de

Pagina 32

31 | 33
schade aan landbouwgrond vermindert en de biodiversiteit ten goede
komt.

Zorg voor balans in grondgebruik. Bij toekomstige bouwprojecten of
industriële uitbreidingen moet agrarisch grondgebruik expliciet worden
meegenomen in de besluitvorming. Ontwikkel beleid waarin de belangen
van de landbouw worden gewaarborgd.

Werk samen aan de energietransitie. Ontwikkel een beleid dat agrariërs
ruimte geeft om te investeren in duurzame energieprojecten, zoals zonne-
en windenergie op agrarische gronden. Dit biedt boeren de kans om bij te
dragen aan de energietransitie en tegelijkertijd hun bedrijfsvoering te
verbreden.
Stimuleer innovatie en kennisuitwisseling. Zet in op het faciliteren van
pilots en proefprojecten die buiten de bestaande kaders denken. Durf te
experimenteren met nieuwe vormen van samenwerking tussen agrariërs,
natuurbeheerders en de overheid. Dit creëert een omgeving waarin
innovatieve ideeën de ruimte krijgen om te groeien.

Pagina 33

32 | 33
Hoofdstuk 10
Ten slotte
Samen bouwen aan de toekomst van Edam-
Volendam

Het buitengebied van Edam-Volendam is altijd een plek geweest van
verbondenheid met het land en de gemeenschap. De agrariërs die dit
gebied beheren, hebben generaties lang bijgedragen aan voedselproductie,
natuurbeheer en de landschappelijke schoonheid die zoveel inwoners
koesteren. Maar zoals de wereld verandert, moeten ook zij samen
vooruitkijken.

De toekomst ligt niet alleen in de handen van de agrariërs, maar in de
gezamenlijke kracht van gemeente, ondernemers en burgers. Dit rapport
biedt een duidelijke routekaart voor een vitale agrarische sector en een
toekomstbestendig landschap. De aanbevelingen zijn concreet, realistisch
en uitvoerbaar, maar vragen wel om de wil en de moed om vandaag te
beginnen.

Dit is dan ook een oproep om gezamenlijk voort te bouwen op de sterke
basis die al gelegd is, om de samenwerking te verdiepen en om samen te
blijven werken aan een toekomst waarin landbouw, natuur en samenleving
in balans zijn. Alleen door elkaar te versterken kunnen de unieke waarden
van het buitengebied van Edam-Volendam behouden blijven en verder tot
bloei komen, voor de huidige generatie én de generaties die nog komen.
Het werk begint vandaag!

Pagina 34

33 | 33

Zeevang potentie om één van de succesvolste gebieden van Nederland te
worden.

Water, land & Dijken
Slenkstraat 70 | 1441 MS Purmerend
info@waterlandendijken.nl
waterlandendijken.nl

PDF bekijken of downloaden

Controleer opmaak, afbeeldingen, handtekeningen en pagina’s zonder tekstlaag altijd in het originele document.