← Terug naar alle raadsvragen
Leesversie 48 van 472
Vervolgvragen inzake juridische toets samenwerking HVC
Lees de openbare vraag, het antwoord en de bijlagen als webtekst.
Deze raadsvraag over Vervolgvragen inzake juridische toets samenwerking HVC is gesteld door LEV op 05-06-2026. Het openbare antwoord is gedateerd 13-07-2026. Het dossier bevat 2 documenten.
Leesversie. De tekst hieronder is automatisch uit de openbare PDF-bestanden gehaald. De originele PDF onder ieder document blijft de officiële bron. Bijlagen zijn niet automatisch als vraag of antwoord ingedeeld.
Lees waar de informatie vandaan komt en hoe de leesversie is gemaakt
Direct openen
Documenten en bijlagen
Open hier de officiële vraag en beantwoording of één van de bijbehorende stukken als PDF.
Openbaar document
LEV Vervolgvragen inzake juridische toets samenwerking HVC
Pagina 1
13 juli 2026 14:29
Detailrapport Vraag en antwoord los v/h Raadsplein (ID 1019)
Veld Waarde
Datum vraag 05-06-2026
Onderwerp Vervolgvragen inzake juridische toets samenwerking HVC
Fractie(s) LEV
Vraag en antwoord Naar aanleiding van de beantwoording van onze vragen inzake
samenwerking HVC en quasi-inbesteding heeft onze fractie nog
enkele aanvullende vragen.
In antwoord 1 stelt het college dat de samenwerking met HVC in
een eerder stadium is getoetst en volledig voldoet aan de
voorwaarden voor quasi-inbesteding en inhouse-uitzonderingen.
Naar aanleiding daarvan hebben wij de volgende vragen:
Vraag 1.
Wanneer heeft de door het college genoemde toets
plaatsgevonden?
Antwoord 1:
Dit is getoetst bij het aangaan van het aandeelhouderschap.
Vraag 2.
Door welke organisatie, juridisch adviseur of deskundige is deze
toets uitgevoerd?
Antwoord 2:
Door zowel interne als externe deskundigen.
Vraag 3.
Op welke concrete juridische beoordeling, notitie, memo of advies
baseert het college de conclusie dat de samenwerking met HVC
volledig voldoet aan de actuele Europese voorwaarden voor quasi-
inbesteding?
Antwoord 3:
Het college baseert zich op jurisprudentie vanaf 2011 over
inbestedingen, jaarverslagen van HVC en een recent memo aan de
raad van de gemeente Utrecht over het merendeelcriterium. De
jurisprudentie en de bedrijfsontwikkeling van HVC zijn niet
wezenlijk gewijzigd, waardoor er geen aanleiding bestaat om te
veronderstellen dat de samenwerking niet zou voldoen aan de
voorwaarden voor quasi-inbesteding.
Vraag 4.
Is bij deze toets expliciet gekeken naar de commerciële activiteiten,
dochterondernemingen en concernstructuur van de HVC-groep?
Antwoord 4:
Ja
Detailrapport Vraag en antwoord los v/h Raadsplein (ID 1019)
Veld Waarde
Datum vraag 05-06-2026
Onderwerp Vervolgvragen inzake juridische toets samenwerking HVC
Fractie(s) LEV
Vraag en antwoord Naar aanleiding van de beantwoording van onze vragen inzake
samenwerking HVC en quasi-inbesteding heeft onze fractie nog
enkele aanvullende vragen.
In antwoord 1 stelt het college dat de samenwerking met HVC in
een eerder stadium is getoetst en volledig voldoet aan de
voorwaarden voor quasi-inbesteding en inhouse-uitzonderingen.
Naar aanleiding daarvan hebben wij de volgende vragen:
Vraag 1.
Wanneer heeft de door het college genoemde toets
plaatsgevonden?
Antwoord 1:
Dit is getoetst bij het aangaan van het aandeelhouderschap.
Vraag 2.
Door welke organisatie, juridisch adviseur of deskundige is deze
toets uitgevoerd?
Antwoord 2:
Door zowel interne als externe deskundigen.
Vraag 3.
Op welke concrete juridische beoordeling, notitie, memo of advies
baseert het college de conclusie dat de samenwerking met HVC
volledig voldoet aan de actuele Europese voorwaarden voor quasi-
inbesteding?
Antwoord 3:
Het college baseert zich op jurisprudentie vanaf 2011 over
inbestedingen, jaarverslagen van HVC en een recent memo aan de
raad van de gemeente Utrecht over het merendeelcriterium. De
jurisprudentie en de bedrijfsontwikkeling van HVC zijn niet
wezenlijk gewijzigd, waardoor er geen aanleiding bestaat om te
veronderstellen dat de samenwerking niet zou voldoen aan de
voorwaarden voor quasi-inbesteding.
Vraag 4.
Is bij deze toets expliciet gekeken naar de commerciële activiteiten,
dochterondernemingen en concernstructuur van de HVC-groep?
Antwoord 4:
Ja
Pagina 2
13 juli 2026 14:29
Pagina 2
Vraag 5.
Is het college bereid de juridische beoordeling, notitie, memo of het
advies waarop antwoord 1 is gebaseerd met de gemeenteraad te
delen? Indien nee, waarom niet?
Antwoord 5:
Ja, zie documenten onder:
Document Utrecht - Raadsmemo Verzoek nadere toelichting
merendeelcriterium - iBabs Publieksportaal
HVC Jaarverslag 2024
ECLI:NL:HR:2011:BU4900
ECLI:NL:RBROT:2020:12395, Rechtbank Rotterdam, C/10/590814 /
HA ZA 20-135
ECLI:NL:GHDHA:2023:2681, Gerechtshof Den Haag, 200.290.736/01
EUR-Lex - 62023CJ0692 - EN - EUR-Lex
Bijlage(s) LEV Vervolgvragen inzake samenwerking HVC en quasi-inbesteding
Pagina 2
Vraag 5.
Is het college bereid de juridische beoordeling, notitie, memo of het
advies waarop antwoord 1 is gebaseerd met de gemeenteraad te
delen? Indien nee, waarom niet?
Antwoord 5:
Ja, zie documenten onder:
Document Utrecht - Raadsmemo Verzoek nadere toelichting
merendeelcriterium - iBabs Publieksportaal
HVC Jaarverslag 2024
ECLI:NL:HR:2011:BU4900
ECLI:NL:RBROT:2020:12395, Rechtbank Rotterdam, C/10/590814 /
HA ZA 20-135
ECLI:NL:GHDHA:2023:2681, Gerechtshof Den Haag, 200.290.736/01
EUR-Lex - 62023CJ0692 - EN - EUR-Lex
Bijlage(s) LEV Vervolgvragen inzake samenwerking HVC en quasi-inbesteding
Openbaar document
LEV Vervolgvragen inzake samenwerking HVC en quasi-inbesteding
Pagina 1
4 juni 2026 13:17
Detailrapport Vraag en antwoord los v/h Raadsplein (ID 1007)
Veld Waarde
Datum vraag 28-05-2026
Onderwerp Vervolgvragen inzake samenwerking HVC en quasi-inbesteding
Fractie(s) LEV
Vraag en antwoord Onze fractie heeft eerder reeds vragen gesteld over Europese
aanbestedingen, de juridische houdbaarheid van afvalconstructies
en de samenwerking met HVC. Naar aanleiding van recente
Europese jurisprudentie inzake quasi-inbesteding heeft onze fractie
nog enkele aanvullende vragen.
Vraag 1.
Heeft het college naar aanleiding van recente Europese
jurisprudentie opnieuw laten toetsen of de samenwerking met HVC
nog volledig voldoet aan de actuele Europese voorwaarden voor
quasi-inbesteding en inhouse-uitzonderingen?
Antwoord 1:
Nee, dit is in een eerder stadium getoetst en de samenwerking met
HVC voldoet volledig.
Vraag 2.
Is door het college of door externe adviseurs onderzocht welke
commerciële activiteiten binnen de HVC-groep meetellen binnen de
Europese zogenoemde 80/20-toets ten aanzien van quasi-
inbesteding?
Antwoord 2:
Zie antwoord 1.
Vraag 3.
Welke juridische, financiële en bestuurlijke risico’s ziet het college
indien bestaande quasi-inhouseconstructies in de toekomst
strenger worden beoordeeld door Europese of nationale rechters?
Antwoord 3:
Zie antwoord 1.
Vraag 4.
Kan het college toelichten waarom in beantwoording van eerdere
raadsvragen een koppeling wordt gelegd tussen het
aandeelhouderschap van HVC enerzijds en aanvullende
dienstverleningsovereenkomsten anderzijds, terwijl operationele
dienstverlening, verwerkingstarieven en contractuele afspraken
financieel afzonderlijk functioneren en kosten rechtstreeks worden
doorbelast aan gemeenten?
Antwoord 4:
In de ballotageovereenkomst is overeengekomen dat alle
aandeelhouders verantwoordelijk zijn voor het resultaat van HVC.
Bij een (grote) winst kan er een winstuitkering plaatsvinden en bij
Detailrapport Vraag en antwoord los v/h Raadsplein (ID 1007)
Veld Waarde
Datum vraag 28-05-2026
Onderwerp Vervolgvragen inzake samenwerking HVC en quasi-inbesteding
Fractie(s) LEV
Vraag en antwoord Onze fractie heeft eerder reeds vragen gesteld over Europese
aanbestedingen, de juridische houdbaarheid van afvalconstructies
en de samenwerking met HVC. Naar aanleiding van recente
Europese jurisprudentie inzake quasi-inbesteding heeft onze fractie
nog enkele aanvullende vragen.
Vraag 1.
Heeft het college naar aanleiding van recente Europese
jurisprudentie opnieuw laten toetsen of de samenwerking met HVC
nog volledig voldoet aan de actuele Europese voorwaarden voor
quasi-inbesteding en inhouse-uitzonderingen?
Antwoord 1:
Nee, dit is in een eerder stadium getoetst en de samenwerking met
HVC voldoet volledig.
Vraag 2.
Is door het college of door externe adviseurs onderzocht welke
commerciële activiteiten binnen de HVC-groep meetellen binnen de
Europese zogenoemde 80/20-toets ten aanzien van quasi-
inbesteding?
Antwoord 2:
Zie antwoord 1.
Vraag 3.
Welke juridische, financiële en bestuurlijke risico’s ziet het college
indien bestaande quasi-inhouseconstructies in de toekomst
strenger worden beoordeeld door Europese of nationale rechters?
Antwoord 3:
Zie antwoord 1.
Vraag 4.
Kan het college toelichten waarom in beantwoording van eerdere
raadsvragen een koppeling wordt gelegd tussen het
aandeelhouderschap van HVC enerzijds en aanvullende
dienstverleningsovereenkomsten anderzijds, terwijl operationele
dienstverlening, verwerkingstarieven en contractuele afspraken
financieel afzonderlijk functioneren en kosten rechtstreeks worden
doorbelast aan gemeenten?
Antwoord 4:
In de ballotageovereenkomst is overeengekomen dat alle
aandeelhouders verantwoordelijk zijn voor het resultaat van HVC.
Bij een (grote) winst kan er een winstuitkering plaatsvinden en bij
Pagina 2
4 juni 2026 13:17
Pagina 2
een (groot) verlies kan het zijn dat aandeelhouders moeten
bijbetalen. Dit wordt besloten op de aandeelhoudersvergadering.
Vandaar dat er in de eerdere beantwoording de verwachting werd
uitgesproken dat HVC haar diensten minimaal kostendekkend
aanbiedt.
Vraag 5.
Kan het college bevestigen dat aandeelhouders van HVC niet
automatisch aansprakelijk of garant staan voor operationele
verliezen binnen afzonderlijke dienstverleningsovereenkomsten of
uitvoeringscontracten?
Antwoord 5:
Pas wanneer financiële verplichtingen niet meer door HVC zelf
kunnen worden gedragen, kunnen de garantieverplichtingen van
aandeelhouders relevant worden. Hierover wordt besloten bij de
aandeelhoudersvergadering.
Vraag 6.
Heeft over bovenstaande onderwerpen overleg plaatsgevonden
met HVC, externe juristen, de VNG, andere gemeenten of andere
samenwerkingsverbanden? Zo ja, kan het college aangeven op
hoofdlijnen welke aandachtspunten daarbij zijn besproken?
Antwoord 6:
De bovenstaande onderwerpen zijn in een eerder stadium
besproken.
Vraag 7.
Is het college bereid de gemeenteraad actief te informeren indien
nieuwe Europese jurisprudentie, wetgeving of
toezichtontwikkelingen gevolgen kunnen hebben voor bestaande
samenwerkingen met verbonden partijen zoals HVC?
Antwoord 7:
Als genoemde zaken gevolgen hebben voor de samenwerking met
verbonden partijen zal het college de raad hierover informeren.
Vraag 8.
Kan het college bevestigen dat bij toekomstige besluitvorming
rondom afvalinzameling, verwerking of aanvullende dienstverlening
steeds afzonderlijk zal worden beoordeeld of nog wordt voldaan
aan de Europese aanbestedingsregels en voorwaarden voor quasi-
inbesteding?
Antwoord 8:
De HVC is momenteel volledig in handen is van overheidslichamen
en de samenwerking vindt plaats binnen de geldende
aanbestedingsrechtelijke kaders.
Bij wezenlijke wijzigingen, zoals veranderingen in de eigendoms- of
zeggenschapsstructuur, de aard van de dienstverlening of relevante
Europese wet- en regelgeving, zal opnieuw worden beoordeeld of
nog wordt voldaan aan de voorwaarden voor quasi-inbesteding en
de toepasselijke aanbestedingsregels.
Pagina 2
een (groot) verlies kan het zijn dat aandeelhouders moeten
bijbetalen. Dit wordt besloten op de aandeelhoudersvergadering.
Vandaar dat er in de eerdere beantwoording de verwachting werd
uitgesproken dat HVC haar diensten minimaal kostendekkend
aanbiedt.
Vraag 5.
Kan het college bevestigen dat aandeelhouders van HVC niet
automatisch aansprakelijk of garant staan voor operationele
verliezen binnen afzonderlijke dienstverleningsovereenkomsten of
uitvoeringscontracten?
Antwoord 5:
Pas wanneer financiële verplichtingen niet meer door HVC zelf
kunnen worden gedragen, kunnen de garantieverplichtingen van
aandeelhouders relevant worden. Hierover wordt besloten bij de
aandeelhoudersvergadering.
Vraag 6.
Heeft over bovenstaande onderwerpen overleg plaatsgevonden
met HVC, externe juristen, de VNG, andere gemeenten of andere
samenwerkingsverbanden? Zo ja, kan het college aangeven op
hoofdlijnen welke aandachtspunten daarbij zijn besproken?
Antwoord 6:
De bovenstaande onderwerpen zijn in een eerder stadium
besproken.
Vraag 7.
Is het college bereid de gemeenteraad actief te informeren indien
nieuwe Europese jurisprudentie, wetgeving of
toezichtontwikkelingen gevolgen kunnen hebben voor bestaande
samenwerkingen met verbonden partijen zoals HVC?
Antwoord 7:
Als genoemde zaken gevolgen hebben voor de samenwerking met
verbonden partijen zal het college de raad hierover informeren.
Vraag 8.
Kan het college bevestigen dat bij toekomstige besluitvorming
rondom afvalinzameling, verwerking of aanvullende dienstverlening
steeds afzonderlijk zal worden beoordeeld of nog wordt voldaan
aan de Europese aanbestedingsregels en voorwaarden voor quasi-
inbesteding?
Antwoord 8:
De HVC is momenteel volledig in handen is van overheidslichamen
en de samenwerking vindt plaats binnen de geldende
aanbestedingsrechtelijke kaders.
Bij wezenlijke wijzigingen, zoals veranderingen in de eigendoms- of
zeggenschapsstructuur, de aard van de dienstverlening of relevante
Europese wet- en regelgeving, zal opnieuw worden beoordeeld of
nog wordt voldaan aan de voorwaarden voor quasi-inbesteding en
de toepasselijke aanbestedingsregels.
Pagina 3
4 juni 2026 13:17
Pagina 3
Bijlage(s) LEV Rol HVC bij presentatie grondstoffenplan 2026-2030 en
onafhankelijkheid beleidsvorming afvalbeleid (1)
Pagina 3
Bijlage(s) LEV Rol HVC bij presentatie grondstoffenplan 2026-2030 en
onafhankelijkheid beleidsvorming afvalbeleid (1)