← Terug naar alle raadsvragen
Leesversie 228 van 472
Ontwikkelingen Asielopvang en Huisvesting Statushouders
Lees de openbare vraag, het antwoord en de bijlagen als webtekst.
Deze raadsvraag over Ontwikkelingen Asielopvang en Huisvesting Statushouders is gesteld door LEV op 26-02-2025. Het openbare antwoord is gedateerd 17-03-2025. Het dossier bevat 2 documenten.
Leesversie. De tekst hieronder is automatisch uit de openbare PDF-bestanden gehaald. De originele PDF onder ieder document blijft de officiële bron. Bijlagen zijn niet automatisch als vraag of antwoord ingedeeld.
Lees waar de informatie vandaan komt en hoe de leesversie is gemaakt
Direct openen
Documenten en bijlagen
Open hier de officiële vraag en beantwoording of één van de bijbehorende stukken als PDF.
Openbaar document
LEV Ontwikkelingen Asielopvang en Huisvesting Statushouders
Pagina 1
17 maart 2025 10:24
Detailrapport 08 Vragen los v/h Raadsplein (ID 819)
Veld Waarde
Datum vraag 26-2-2025
Onderwerp Ontwikkelingen Asielopvang en Huisvesting Statushouders
Fractie(s) LEV
Vraag Vraag1:
Kan het college inzicht geven in hoe de gemeente Edam-Volendam
haar regierol behoudt in de huisvesting van statushouders, gezien
de aangekondigde wetswijzigingen die gemeenten juist minder
zeggenschap geven?
Vraag 2:
Kan het college aangeven hoe de gemeente omgaat met het
voorgestelde verbod op voorrang voor statushouders, en welke
impact dit heeft op de lokale woningmarkt en sociale
voorzieningen?
Vraag 3:
Is het college bereid om financiële risico’s te nemen als het Rijk
slechts één jaar financiering biedt voor doorstroomlocaties?
Vraag 4:
Wat zijn de consequenties als er geen structurele financiering
komt?
Vraag 5:
Op welke manier waarborgt het college dat de gemeente Edam-
Volendam voldoet aan de Spreidingswet?
Vraag 6:
Hoe wordt voorkomen dat andere gemeenten zich onttrekken aan
hun verantwoordelijkheid?
Vraag 7:
Hoe beoordeelt het college de effecten van deze beleidswijzigingen
op de leefbaarheid in wijken en de sociale cohesie binnen de
gemeente?
Vraag 8:
Zijn er plannen om overlast en integratieproblemen te voorkomen?
Vraag 9:
Op welke wijze heeft het college inspraak gehad in de ontwikkeling
van deze kabinetsmaatregelen?
Vraag 10:
Detailrapport 08 Vragen los v/h Raadsplein (ID 819)
Veld Waarde
Datum vraag 26-2-2025
Onderwerp Ontwikkelingen Asielopvang en Huisvesting Statushouders
Fractie(s) LEV
Vraag Vraag1:
Kan het college inzicht geven in hoe de gemeente Edam-Volendam
haar regierol behoudt in de huisvesting van statushouders, gezien
de aangekondigde wetswijzigingen die gemeenten juist minder
zeggenschap geven?
Vraag 2:
Kan het college aangeven hoe de gemeente omgaat met het
voorgestelde verbod op voorrang voor statushouders, en welke
impact dit heeft op de lokale woningmarkt en sociale
voorzieningen?
Vraag 3:
Is het college bereid om financiële risico’s te nemen als het Rijk
slechts één jaar financiering biedt voor doorstroomlocaties?
Vraag 4:
Wat zijn de consequenties als er geen structurele financiering
komt?
Vraag 5:
Op welke manier waarborgt het college dat de gemeente Edam-
Volendam voldoet aan de Spreidingswet?
Vraag 6:
Hoe wordt voorkomen dat andere gemeenten zich onttrekken aan
hun verantwoordelijkheid?
Vraag 7:
Hoe beoordeelt het college de effecten van deze beleidswijzigingen
op de leefbaarheid in wijken en de sociale cohesie binnen de
gemeente?
Vraag 8:
Zijn er plannen om overlast en integratieproblemen te voorkomen?
Vraag 9:
Op welke wijze heeft het college inspraak gehad in de ontwikkeling
van deze kabinetsmaatregelen?
Vraag 10:
Pagina 2
17 maart 2025 10:24
Pagina 2
Heeft het college formeel bezwaar gemaakt of voorstellen
ingediend via de VNG? (zie bijlage)
Gezien de financiële risico’s, het gebrek aan regie voor gemeenten
en de verwachte sociale impact, overwegen wij een motie om alle
nieuwe stappen rondom de huisvesting van statushouders en
asielopvang in Edam-Volendam on hold te zetten totdat er meer
duidelijkheid is vanuit het Rijk en de VNG. We roepen het college op
om:
- Niet in te stemmen met financiële verplichtingen zonder
structurele financiering.
- Een standpunt in te nemen tegen het beperken van gemeentelijke
regie.
- In overleg te treden met andere gemeenten om een gezamenlijk
bezwaar te formuleren.
Vraag 11:
Wij verzoeken het college om hier een reactie op te geven en de
gemeenteraad hierover spoedig te informeren.
Antwoord Antwoord 1:
De wetswijziging is ter consultatie bij de gemeenten en andere
organisaties voorgelegd. Mocht de wetswijziging worden
doorgevoerd dan worden in de regio afspraken gemaakt op welke
manier de lokale huisvestingsverordeningen worden aangepast.
Vervolgens maken we over de huisvesting van statushouders
afspraken met de woningcorporaties in de prestatieafspraken
voorzover de wet dat mogelijk maakt.
Antwoord 2:
Net als voor enkele andere doelgroepen komen op dit moment
statushouders in aanmerking voor een urgentieverklaring. De
gemeenten dienen binnen de wet te handelen, dat betekent dat
een wijziging moet worden doorgevoerd in de lokale regelgeving.
De impact op de lokale woningmarkt en voorzieningen is lastig in te
schatten in verband met de individuele situatie van degene die een
woning wordt toegewezen (of het een reguliere woningzoekende is
of een statushouder maakt in principe niet uit) en is van veel
factoren afhankelijk. Een stabiele woonplek is een essentiële
voorwaarde voor mensen om een zelfstandig leven op te bouwen,
te kunnen starten met inburgering, onderwijs en werk en op die
manier bij te dragen aan onze samenleving. Daarom geven we nu
(op basis van rijksbeleid) voorrang aan kwetsbare groepen,
waaronder ook statushouders in die zin dat circa 25% van de
vrijkomende woningen wordt toegewezen aan urgenten,
waaronder statushouders. 75% van de vrijkomende woningen
wordt derhalve toegewezen aan regulier woningzoekenden. Zonder
stabiele huisvesting neemt de kans op langdurige afhankelijkheid
van sociale voorzieningen toe, dat is niet goed voor zowel de
maatschappij als de statushouder. Ook ontstaan er problemen bij
Pagina 2
Heeft het college formeel bezwaar gemaakt of voorstellen
ingediend via de VNG? (zie bijlage)
Gezien de financiële risico’s, het gebrek aan regie voor gemeenten
en de verwachte sociale impact, overwegen wij een motie om alle
nieuwe stappen rondom de huisvesting van statushouders en
asielopvang in Edam-Volendam on hold te zetten totdat er meer
duidelijkheid is vanuit het Rijk en de VNG. We roepen het college op
om:
- Niet in te stemmen met financiële verplichtingen zonder
structurele financiering.
- Een standpunt in te nemen tegen het beperken van gemeentelijke
regie.
- In overleg te treden met andere gemeenten om een gezamenlijk
bezwaar te formuleren.
Vraag 11:
Wij verzoeken het college om hier een reactie op te geven en de
gemeenteraad hierover spoedig te informeren.
Antwoord Antwoord 1:
De wetswijziging is ter consultatie bij de gemeenten en andere
organisaties voorgelegd. Mocht de wetswijziging worden
doorgevoerd dan worden in de regio afspraken gemaakt op welke
manier de lokale huisvestingsverordeningen worden aangepast.
Vervolgens maken we over de huisvesting van statushouders
afspraken met de woningcorporaties in de prestatieafspraken
voorzover de wet dat mogelijk maakt.
Antwoord 2:
Net als voor enkele andere doelgroepen komen op dit moment
statushouders in aanmerking voor een urgentieverklaring. De
gemeenten dienen binnen de wet te handelen, dat betekent dat
een wijziging moet worden doorgevoerd in de lokale regelgeving.
De impact op de lokale woningmarkt en voorzieningen is lastig in te
schatten in verband met de individuele situatie van degene die een
woning wordt toegewezen (of het een reguliere woningzoekende is
of een statushouder maakt in principe niet uit) en is van veel
factoren afhankelijk. Een stabiele woonplek is een essentiële
voorwaarde voor mensen om een zelfstandig leven op te bouwen,
te kunnen starten met inburgering, onderwijs en werk en op die
manier bij te dragen aan onze samenleving. Daarom geven we nu
(op basis van rijksbeleid) voorrang aan kwetsbare groepen,
waaronder ook statushouders in die zin dat circa 25% van de
vrijkomende woningen wordt toegewezen aan urgenten,
waaronder statushouders. 75% van de vrijkomende woningen
wordt derhalve toegewezen aan regulier woningzoekenden. Zonder
stabiele huisvesting neemt de kans op langdurige afhankelijkheid
van sociale voorzieningen toe, dat is niet goed voor zowel de
maatschappij als de statushouder. Ook ontstaan er problemen bij
Pagina 3
17 maart 2025 10:24
Pagina 3
het maken van prestatieafspraken met woningcorporaties over het
huisvesten van de doelgroep.
Antwoord 3:
Wij zijn niet bereid om financiële risico’s te nemen. Bovendien is
het de vraag of een doorstroomlocatie een oplossing biedt voor de
problematiek, omdat ook in dat geval geldt dat bewoners moeten
doorstromen naar een reguliere woning. Als die woning niet
beschikbaar is stagneert het opnieuw.
Antwoord 4:
De exacte consequenties van het ontbreken van structurele
financiering zijn nog niet in te schatten.
Antwoord 5:
De Spreidingswet heeft uitsluitend betrekking op de opvang van
asielzoekers, dus mensen zonder verblijfsvergunning. Regionaal
hebben we afgesproken dat Zaanstad verantwoordelijk is voor de
opvang van asielzoekers in onze regio. In het verdeelbesluit op basis
van de Spreidingswet is voor de gemeente Edam-Volendam
opgenomen dat er geen asielzoekers hoeven te worden
opgevangen.
Antwoord 6:
In onze regio hebben we duidelijke afspraken gemaakt over de
huisvesting van de verschillende doelgroepen vanuit die
gezamenlijke verantwoordelijkheid. Wel wordt de uitvoering ook bij
ons door veel factoren beïnvloed, maar die hebben uitsluitend
effect op de snelheid waarmee de gemaakte afspraken worden
gerealiseerd.
Antwoord 7:
Het is op dit moment niet duidelijk of deze beleidswijzigingen effect
zullen hebben op de leefbaarheid en/of de sociale cohesie.
Statushouders kunnen ook zelf voor huisvesting in onze gemeente
zorgdragen zoals een particuliere huurwoning betrekken of een
woning kopen. Of daar sprake van zal zijn is nu niet aan te geven.
Antwoord 8:
Huisvesting van statushouders gebeurt al enkele jaren in onze
gemeente. Mede door de begeleiding die zij krijgen is er op
voorhand geen reden om uit te gaan van overlast en
integratieproblemen.
Antwoord 9:
Zoals hiervoor aangegeven ligt de wetswijziging ter consultatie bij
gemeenten. In regionaal verband is een reactie gegeven op het
voorstel. Doordat de taakstelling voor het huisvesten van
statushouders vooralsnog in stand is gebleven, is het
aangekondigde rijksbeleid tegenstrijdig. Enerzijds moeten de
gemeenten nog wel de huisvesting van statushouders regelen,
Pagina 3
het maken van prestatieafspraken met woningcorporaties over het
huisvesten van de doelgroep.
Antwoord 3:
Wij zijn niet bereid om financiële risico’s te nemen. Bovendien is
het de vraag of een doorstroomlocatie een oplossing biedt voor de
problematiek, omdat ook in dat geval geldt dat bewoners moeten
doorstromen naar een reguliere woning. Als die woning niet
beschikbaar is stagneert het opnieuw.
Antwoord 4:
De exacte consequenties van het ontbreken van structurele
financiering zijn nog niet in te schatten.
Antwoord 5:
De Spreidingswet heeft uitsluitend betrekking op de opvang van
asielzoekers, dus mensen zonder verblijfsvergunning. Regionaal
hebben we afgesproken dat Zaanstad verantwoordelijk is voor de
opvang van asielzoekers in onze regio. In het verdeelbesluit op basis
van de Spreidingswet is voor de gemeente Edam-Volendam
opgenomen dat er geen asielzoekers hoeven te worden
opgevangen.
Antwoord 6:
In onze regio hebben we duidelijke afspraken gemaakt over de
huisvesting van de verschillende doelgroepen vanuit die
gezamenlijke verantwoordelijkheid. Wel wordt de uitvoering ook bij
ons door veel factoren beïnvloed, maar die hebben uitsluitend
effect op de snelheid waarmee de gemaakte afspraken worden
gerealiseerd.
Antwoord 7:
Het is op dit moment niet duidelijk of deze beleidswijzigingen effect
zullen hebben op de leefbaarheid en/of de sociale cohesie.
Statushouders kunnen ook zelf voor huisvesting in onze gemeente
zorgdragen zoals een particuliere huurwoning betrekken of een
woning kopen. Of daar sprake van zal zijn is nu niet aan te geven.
Antwoord 8:
Huisvesting van statushouders gebeurt al enkele jaren in onze
gemeente. Mede door de begeleiding die zij krijgen is er op
voorhand geen reden om uit te gaan van overlast en
integratieproblemen.
Antwoord 9:
Zoals hiervoor aangegeven ligt de wetswijziging ter consultatie bij
gemeenten. In regionaal verband is een reactie gegeven op het
voorstel. Doordat de taakstelling voor het huisvesten van
statushouders vooralsnog in stand is gebleven, is het
aangekondigde rijksbeleid tegenstrijdig. Enerzijds moeten de
gemeenten nog wel de huisvesting van statushouders regelen,
Pagina 4
17 maart 2025 10:24
Pagina 4
anderzijds mogen zij geen voorrang meer krijgen. Dat maakt de
uitvoerbaarheid nagenoeg onmogelijk.
Antwoord 10:
In het kader van de consultatie hebben we regionaal een reactie
aan het Rijk gegeven en daarbij een kritische kanttekening geplaatst
bij het nut en effect van het schrappen van de urgentie voor
statushouders, het realiseren van doorstroomlocaties en de
financiële aspecten en risico’s. Dat hebben wij vooral gedaan omdat
de taakstelling voor de statushouders vooralsnog in stand is
gebleven én omdat AMV’rs op die manier ook niet kunnen
doorstromen naar sociale huurwoningen en de gemeenten wel de
kosten voor de AMV’rs moeten betalen. In onze gemeente zijn
daarom tot op heden geen AMV’rs opgevangen.
Antwoord 11:
Regionaal is afgesproken dat de asielopvang plaatsvindt in Zaanstad
en enkele kleine locaties in andere gemeenten (Waterland en
Purmerend) en dus niet in de gemeente Edam-Volendam. Voor de
huisvesting van statushouders krijgt elke gemeente van het Rijk elk
half jaar een taakstelling opgelegd. De gemeente Edam-Volendam
heeft voor het eerste half jaar van 2025 een taakstelling van 36
statushouders. De huisvesting van deze doelgroep vindt plaats in
nauw overleg met de beide woningcorporaties.
We gaan op dit moment uit van de huidige situatie in wet- en
regelgeving en dat betekent dat er voor onze gemeente geen
financiële verplichtingen zijn of worden verwacht. Bovendien is het
nog niet duidelijk of en hoe het wetsvoorstel van de minister wordt
vastgesteld.
Gelet op het belang van goede huisvesting en ook bevoegdheden
van gemeenten hebben we namens de regio een gezamenlijke
reactie gegeven tijdens de consultatie van het voorstel.
Een motie is op dit moment dan ook overbodig.
Bijlage(s) 20250219-ledenbrief-ontwikkelingen-asielopvang-en-huisvesting-
statushouders
Pagina 4
anderzijds mogen zij geen voorrang meer krijgen. Dat maakt de
uitvoerbaarheid nagenoeg onmogelijk.
Antwoord 10:
In het kader van de consultatie hebben we regionaal een reactie
aan het Rijk gegeven en daarbij een kritische kanttekening geplaatst
bij het nut en effect van het schrappen van de urgentie voor
statushouders, het realiseren van doorstroomlocaties en de
financiële aspecten en risico’s. Dat hebben wij vooral gedaan omdat
de taakstelling voor de statushouders vooralsnog in stand is
gebleven én omdat AMV’rs op die manier ook niet kunnen
doorstromen naar sociale huurwoningen en de gemeenten wel de
kosten voor de AMV’rs moeten betalen. In onze gemeente zijn
daarom tot op heden geen AMV’rs opgevangen.
Antwoord 11:
Regionaal is afgesproken dat de asielopvang plaatsvindt in Zaanstad
en enkele kleine locaties in andere gemeenten (Waterland en
Purmerend) en dus niet in de gemeente Edam-Volendam. Voor de
huisvesting van statushouders krijgt elke gemeente van het Rijk elk
half jaar een taakstelling opgelegd. De gemeente Edam-Volendam
heeft voor het eerste half jaar van 2025 een taakstelling van 36
statushouders. De huisvesting van deze doelgroep vindt plaats in
nauw overleg met de beide woningcorporaties.
We gaan op dit moment uit van de huidige situatie in wet- en
regelgeving en dat betekent dat er voor onze gemeente geen
financiële verplichtingen zijn of worden verwacht. Bovendien is het
nog niet duidelijk of en hoe het wetsvoorstel van de minister wordt
vastgesteld.
Gelet op het belang van goede huisvesting en ook bevoegdheden
van gemeenten hebben we namens de regio een gezamenlijke
reactie gegeven tijdens de consultatie van het voorstel.
Een motie is op dit moment dan ook overbodig.
Bijlage(s) 20250219-ledenbrief-ontwikkelingen-asielopvang-en-huisvesting-
statushouders
Openbaar document
20250219-ledenbrief-ontwikkelingen-asielopvang-en-huisvesting-statushouders
Pagina 1
vng.nl
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag
070 - 373 83 93 | info@vng.nl
Geachte leden van college en gemeenteraad,
Met deze brief informeren we u over de recente ontwikkelingen rond asiel en migratie.
De VNG is verbaasd dat het kabinet in één week twee tegengestelde signalen geeft over de
huisvesting van statushouders. Enerzijds zou er een regeling komen om statushouders
vooruitlopend op definitieve huisvesting al tijdelijk onder te brengen in de gemeente, met zelfs een
financiële bonus voor versnelde huisvesting. Anderzijds staat de voorgenomen wetswijziging om
gemeenten te verbieden statushouders met voorrang waar dan ook te huisvesten – dus zelfs niet in
een doorstroomlocatie. Hoewel er enige volgordelijkheid in de inwerkingtreding van deze
maatregelen zit, vinden we dat deze voorstellen haaks op elkaar staan.
Dit creëert chaos en verwarring, daarmee ineffectief beleid en als gevolg daarvan ook een situatie
die niet uit te leggen is aan inwoners. De VNG heeft dit standpunt onder de aandacht gebracht bij
het rijk en zal ook het parlement hierover informeren.
De VNG onderkent dat er een groot tekort is op de woningmarkt en begrijpt dat het kabinet op zoek
is naar een antwoord op dit urgente vraagstuk. We roepen het kabinet dringend op zich te richten
op effectieve oplossingen, zowel in de asielketen als op de woningmarkt. Daarmee moet een stabiel
opvanglandschap ontstaan en voldoende woonruimte voor alle (aandachts)groepen worden
gerealiseerd, waarmee onze inwoners écht geholpen zijn.
In deze ledenbrief gaan we in op:
• Het aangekondigde verbod op met voorrang huisvesten van statushouders, op grond van
het feit dat zij statushouder zijn;
Aan de leden
Datum
19 februari 2025
Ons kenmerk
U202500087
Lbr. 25/009
Telefoon
070-373 83 93
Onderwerp
Ontwikkelingen asielopvang en huisvesting statushouders
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag
070 - 373 83 93 | info@vng.nl
Geachte leden van college en gemeenteraad,
Met deze brief informeren we u over de recente ontwikkelingen rond asiel en migratie.
De VNG is verbaasd dat het kabinet in één week twee tegengestelde signalen geeft over de
huisvesting van statushouders. Enerzijds zou er een regeling komen om statushouders
vooruitlopend op definitieve huisvesting al tijdelijk onder te brengen in de gemeente, met zelfs een
financiële bonus voor versnelde huisvesting. Anderzijds staat de voorgenomen wetswijziging om
gemeenten te verbieden statushouders met voorrang waar dan ook te huisvesten – dus zelfs niet in
een doorstroomlocatie. Hoewel er enige volgordelijkheid in de inwerkingtreding van deze
maatregelen zit, vinden we dat deze voorstellen haaks op elkaar staan.
Dit creëert chaos en verwarring, daarmee ineffectief beleid en als gevolg daarvan ook een situatie
die niet uit te leggen is aan inwoners. De VNG heeft dit standpunt onder de aandacht gebracht bij
het rijk en zal ook het parlement hierover informeren.
De VNG onderkent dat er een groot tekort is op de woningmarkt en begrijpt dat het kabinet op zoek
is naar een antwoord op dit urgente vraagstuk. We roepen het kabinet dringend op zich te richten
op effectieve oplossingen, zowel in de asielketen als op de woningmarkt. Daarmee moet een stabiel
opvanglandschap ontstaan en voldoende woonruimte voor alle (aandachts)groepen worden
gerealiseerd, waarmee onze inwoners écht geholpen zijn.
In deze ledenbrief gaan we in op:
• Het aangekondigde verbod op met voorrang huisvesten van statushouders, op grond van
het feit dat zij statushouder zijn;
Aan de leden
Datum
19 februari 2025
Ons kenmerk
U202500087
Lbr. 25/009
Telefoon
070-373 83 93
Onderwerp
Ontwikkelingen asielopvang en huisvesting statushouders
Pagina 2
Vereniging van Nederlandse Gemeenten 2/5
• Plannen voor doorstroomlocaties en een eenmalige bijdrage voor huisvesting van
statushouders in gemeenten;
• Wetsvoorstellen voor het tweestatusstelsel en de asielnoodmaatregelenwet;
• Nationale implementatie van het EU-migratiepact en mogelijke effecten op gemeenten;
• Vervolg implementatie Spreidingswet.
Verbod op voorrang huisvesting statushouders
Op 17 februari heeft de minister van VRO een voorstel voor aanpassing van de Huisvestingswet in
consultatie gebracht. Hierin staat dat er een verbod wordt ingesteld op het met voorrang huisvesten
van statushouders, op grond van het feit dat zij statushouder zijn. Dat betekent dat statushouders
na hun verblijf in de asielopvang voortaan zelfstandig moeten voorzien in hui svesting.
We voorzien dat deze beleidswijziging grote gevolgen kan hebben. De wachttijden in de sociale
huursector zijn gemiddeld zeven jaar, waardoor dit voor veel statushouders – die nog geen
wachttijd hebben opgebouwd – geen optie zal zijn. Intrekken bij vrienden of familie kan leiden tot
overbewoning in al kwetsbare wijken. Dit kan ook problemen opleveren in andere domeinen, zoals
de kostendelersnorm en toeslagen. Een risico is ook dat statushouders met een laag inkomen zijn
aangewezen op bedenkelijke (onder)huurconstructies, of dat zij in ongewenste mate afhankelijk
worden van hun werkgever. Tot slot zien we het risico dat statushouders helemaal niet uitstromen
uit de opvang. Dan loopt de druk op de asielketen nog verder op en blijven de kosten voor
noodopvang en inzet van hotels voor statushouders stijgen.
Als verblijf in de opvang door de voorgenomen intrekking van de Spreidingswet ook op de tocht
komt te staan, en er geen alternatief onderdak geboden wordt, ontstaat zelfs het risico dat
statushouders in de maatschappelijke opvang of op straat belanden. In dat geval wordt het falende
beleid zichtbaar in onze steden, waardoor ook onze inwoners ermee geconfronteerd worden. Dit
alles is funest voor de openbare orde en veiligheid, de integratie, het draagvlak en de leefbaarheid.
Volgens de Memorie van Toelichting blijft het college vooralsnog verantwoordelijk voor huisvesting
conform de huisvestingstaakstelling. De keuze om het verbod op voorrang al in te laten gaan, maar
de taakstelling voorlopig te behouden, is onbegrijpelijk. Met dit wetsvoorstel ontneemt het kabinet
gemeenten elke vorm van regie over de huisvesting van statushouders. Daardoor worden zij voor
een onmogelijke opgave gesteld. Overigens zien wij door de voorgenomen afschaffing van de
taakstelling eveneens grote problemen ontstaan, onder andere omdat de inburgering daardoor
onuitvoerbaar wordt.
Wij onderkennen de grote krapte op de woningmarkt. We zijn echter van mening dat het middel niet
erger mag zijn dan de kwaal. De weg die het kabinet nu inslaat – zonder dat er realistische
alternatieven zijn uitgewerkt – zorgt voor grote problemen voor statushouders, in gemeenten en
uiteindelijk voor de samenleving als geheel.
De VNG gaat de gevolgen, kansen en risico’s van het voorstel de komende weken samen met
gemeenten verder in kaart te brengen. Op 6 maart (14:00 tot 15:30) organiseert de VNG hierover
een online sessie waaraan gemeenten kunnen deelnemen. Via het VNG-forum krijgen
medewerkers van gemeenten nadere informatie over dit proces. Met een looptijd van 1 maand is de
consultatieperiode die het ministerie van VRO beschikbaar stelt korter dan gebruikelijk.
• Plannen voor doorstroomlocaties en een eenmalige bijdrage voor huisvesting van
statushouders in gemeenten;
• Wetsvoorstellen voor het tweestatusstelsel en de asielnoodmaatregelenwet;
• Nationale implementatie van het EU-migratiepact en mogelijke effecten op gemeenten;
• Vervolg implementatie Spreidingswet.
Verbod op voorrang huisvesting statushouders
Op 17 februari heeft de minister van VRO een voorstel voor aanpassing van de Huisvestingswet in
consultatie gebracht. Hierin staat dat er een verbod wordt ingesteld op het met voorrang huisvesten
van statushouders, op grond van het feit dat zij statushouder zijn. Dat betekent dat statushouders
na hun verblijf in de asielopvang voortaan zelfstandig moeten voorzien in hui svesting.
We voorzien dat deze beleidswijziging grote gevolgen kan hebben. De wachttijden in de sociale
huursector zijn gemiddeld zeven jaar, waardoor dit voor veel statushouders – die nog geen
wachttijd hebben opgebouwd – geen optie zal zijn. Intrekken bij vrienden of familie kan leiden tot
overbewoning in al kwetsbare wijken. Dit kan ook problemen opleveren in andere domeinen, zoals
de kostendelersnorm en toeslagen. Een risico is ook dat statushouders met een laag inkomen zijn
aangewezen op bedenkelijke (onder)huurconstructies, of dat zij in ongewenste mate afhankelijk
worden van hun werkgever. Tot slot zien we het risico dat statushouders helemaal niet uitstromen
uit de opvang. Dan loopt de druk op de asielketen nog verder op en blijven de kosten voor
noodopvang en inzet van hotels voor statushouders stijgen.
Als verblijf in de opvang door de voorgenomen intrekking van de Spreidingswet ook op de tocht
komt te staan, en er geen alternatief onderdak geboden wordt, ontstaat zelfs het risico dat
statushouders in de maatschappelijke opvang of op straat belanden. In dat geval wordt het falende
beleid zichtbaar in onze steden, waardoor ook onze inwoners ermee geconfronteerd worden. Dit
alles is funest voor de openbare orde en veiligheid, de integratie, het draagvlak en de leefbaarheid.
Volgens de Memorie van Toelichting blijft het college vooralsnog verantwoordelijk voor huisvesting
conform de huisvestingstaakstelling. De keuze om het verbod op voorrang al in te laten gaan, maar
de taakstelling voorlopig te behouden, is onbegrijpelijk. Met dit wetsvoorstel ontneemt het kabinet
gemeenten elke vorm van regie over de huisvesting van statushouders. Daardoor worden zij voor
een onmogelijke opgave gesteld. Overigens zien wij door de voorgenomen afschaffing van de
taakstelling eveneens grote problemen ontstaan, onder andere omdat de inburgering daardoor
onuitvoerbaar wordt.
Wij onderkennen de grote krapte op de woningmarkt. We zijn echter van mening dat het middel niet
erger mag zijn dan de kwaal. De weg die het kabinet nu inslaat – zonder dat er realistische
alternatieven zijn uitgewerkt – zorgt voor grote problemen voor statushouders, in gemeenten en
uiteindelijk voor de samenleving als geheel.
De VNG gaat de gevolgen, kansen en risico’s van het voorstel de komende weken samen met
gemeenten verder in kaart te brengen. Op 6 maart (14:00 tot 15:30) organiseert de VNG hierover
een online sessie waaraan gemeenten kunnen deelnemen. Via het VNG-forum krijgen
medewerkers van gemeenten nadere informatie over dit proces. Met een looptijd van 1 maand is de
consultatieperiode die het ministerie van VRO beschikbaar stelt korter dan gebruikelijk.
Pagina 3
Vereniging van Nederlandse Gemeenten 3/5
Doorstroomlocaties en eenmalige bijdrage
Op 14 februari jl. heeft de minister van A&M een Kamerbrief verstuurd waarin zij enkele
maatregelen aankondigt voor het sneller huisvesten van statushouders die nog in de asielopvang
verblijven. Het gaat om een eenmalige financiële tegemoetkoming voor gemeenten die
statushouders plaatsen en om het stimuleren van doorstroomlocaties.
Volgens de VNG kleven er aan beide voorstellen aanzienlijke risico’s voor gemeenten. Voor
doorstroomlocaties krijgen gemeenten financiering voor slechts 1 jaar per statushouder. Daarna
komt het financiële risico bij de gemeente te liggen. Gemeenten mogen weliswaar huur vragen,
maar in het algemeen is de rol van verhuurder of exploitant een nieuwe taak waar gemee nten niet
op zijn toegerust. Ook de vergoeding per bezette plek creëert een groot financieel risico voor
gemeenten, omdat zij nauwelijks grip hebben op de aantallen statushouders die zij krijgen
toebedeeld – zeker wanneer het verbod op met voorrang huisvesten wordt ingevoerd en de
taakstelling wordt afgeschaft. Het aangekondigde verbod op voorrang kent bovendien geen
uitzondering voor huisvesting in doorstroomlocaties, wat betekent dat deze locaties na aanpassing
van de Huisvestingswet niet meer ingezet mogen worden om statushouders versneld te huisvesten.
De VNG heeft in september een brief gestuurd naar het ministerie van Asiel en Migratie, waarin we
de minister wijzen op de risico’s van doorstroomlocaties. Deze punten lijken in zijn geheel niet te
zijn meegenomen. Ondanks herhaalde verzoeken van de VNG is het concept doorstroomlocaties
niet onderworpen aan een uitvoeringstoets.
Het eenmalige bedrag dat het kabinet wil uitkeren per statushouder, die vanuit de opvang naar de
gemeente gaat, roept ook vooral vragen op. Uit de Kamerbrief wordt niet duidelijk wat de exacte
voorwaarden zijn; het is niet helder of gemeenten zelfstandige en/of onzelfstandige woonruimte
mogen inzetten en of er wel of niet gebruik mag worden gemaakt van de bestaande sociale
woningvoorraad. Wanneer het gaat om woningdelen, voorzien we gevolgen voor bijvoorbeeld de
Participatiewet. De VNG probeert hier zo spoedig mogelijk meer duidelijkheid over te krijgen. Wat
we in ieder geval constateren, is dat deze maatregel niet méér woonruimte toevoegt aan de
voorraad; het betreft daardoor vooral een verplaatsing van de problematiek. Wij vragen ons daarom
af in hoeverre een eenmalige financiële prikkel bijdraagt aan de benodigde (structurele)
oplossingen.
Tweestatusstelsel en asielnoodmaatregelenwet
Op 10 februari bracht de Raad van State een advies uit over de asielnoodmaatregelenwet en het
tweestatusstelsel. De VNG is bij de totstandkoming van de voorstellen niet door het kabinet
geconsulteerd. Wij delen daarom het standpunt van de Raad van State over het onzorgvuldige
proces: door de beperkte consultatie zijn de effectiviteit en uitvoerbaarheid van de wetsvoorstellen
maar ten dele belicht. Via een brief aan de minister van A&M hebben wij daarom de
aandachtspunten vanuit gemeentelijk perspectief voor het voetlicht gebracht.
In de brief vragen we de minister om effectief en samenhangend beleid. Daarnaast schetsen we
enkele concrete de risico’s, zoals het verder vastlopen van de asielketen met grote gevolgen voor
de druk op de opvang en huisvesting. Ook wijzen we de minister op verwachte belemmeringen voor
integratie, inburgering en welzijn. Tot slot vragen we aandacht voor de verwachte toename van
mensen zonder verblijfsrecht in gemeenten.
Doorstroomlocaties en eenmalige bijdrage
Op 14 februari jl. heeft de minister van A&M een Kamerbrief verstuurd waarin zij enkele
maatregelen aankondigt voor het sneller huisvesten van statushouders die nog in de asielopvang
verblijven. Het gaat om een eenmalige financiële tegemoetkoming voor gemeenten die
statushouders plaatsen en om het stimuleren van doorstroomlocaties.
Volgens de VNG kleven er aan beide voorstellen aanzienlijke risico’s voor gemeenten. Voor
doorstroomlocaties krijgen gemeenten financiering voor slechts 1 jaar per statushouder. Daarna
komt het financiële risico bij de gemeente te liggen. Gemeenten mogen weliswaar huur vragen,
maar in het algemeen is de rol van verhuurder of exploitant een nieuwe taak waar gemee nten niet
op zijn toegerust. Ook de vergoeding per bezette plek creëert een groot financieel risico voor
gemeenten, omdat zij nauwelijks grip hebben op de aantallen statushouders die zij krijgen
toebedeeld – zeker wanneer het verbod op met voorrang huisvesten wordt ingevoerd en de
taakstelling wordt afgeschaft. Het aangekondigde verbod op voorrang kent bovendien geen
uitzondering voor huisvesting in doorstroomlocaties, wat betekent dat deze locaties na aanpassing
van de Huisvestingswet niet meer ingezet mogen worden om statushouders versneld te huisvesten.
De VNG heeft in september een brief gestuurd naar het ministerie van Asiel en Migratie, waarin we
de minister wijzen op de risico’s van doorstroomlocaties. Deze punten lijken in zijn geheel niet te
zijn meegenomen. Ondanks herhaalde verzoeken van de VNG is het concept doorstroomlocaties
niet onderworpen aan een uitvoeringstoets.
Het eenmalige bedrag dat het kabinet wil uitkeren per statushouder, die vanuit de opvang naar de
gemeente gaat, roept ook vooral vragen op. Uit de Kamerbrief wordt niet duidelijk wat de exacte
voorwaarden zijn; het is niet helder of gemeenten zelfstandige en/of onzelfstandige woonruimte
mogen inzetten en of er wel of niet gebruik mag worden gemaakt van de bestaande sociale
woningvoorraad. Wanneer het gaat om woningdelen, voorzien we gevolgen voor bijvoorbeeld de
Participatiewet. De VNG probeert hier zo spoedig mogelijk meer duidelijkheid over te krijgen. Wat
we in ieder geval constateren, is dat deze maatregel niet méér woonruimte toevoegt aan de
voorraad; het betreft daardoor vooral een verplaatsing van de problematiek. Wij vragen ons daarom
af in hoeverre een eenmalige financiële prikkel bijdraagt aan de benodigde (structurele)
oplossingen.
Tweestatusstelsel en asielnoodmaatregelenwet
Op 10 februari bracht de Raad van State een advies uit over de asielnoodmaatregelenwet en het
tweestatusstelsel. De VNG is bij de totstandkoming van de voorstellen niet door het kabinet
geconsulteerd. Wij delen daarom het standpunt van de Raad van State over het onzorgvuldige
proces: door de beperkte consultatie zijn de effectiviteit en uitvoerbaarheid van de wetsvoorstellen
maar ten dele belicht. Via een brief aan de minister van A&M hebben wij daarom de
aandachtspunten vanuit gemeentelijk perspectief voor het voetlicht gebracht.
In de brief vragen we de minister om effectief en samenhangend beleid. Daarnaast schetsen we
enkele concrete de risico’s, zoals het verder vastlopen van de asielketen met grote gevolgen voor
de druk op de opvang en huisvesting. Ook wijzen we de minister op verwachte belemmeringen voor
integratie, inburgering en welzijn. Tot slot vragen we aandacht voor de verwachte toename van
mensen zonder verblijfsrecht in gemeenten.
Pagina 4
Vereniging van Nederlandse Gemeenten 4/5
Wij hebben de minister van A&M gevraagd dit gemeentelijke perspectief mee te wegen bij de
appreciatie van het advies van de Raad van State. Ook nodigen we de minister uit om dit verder te
spreken.
Asiel- en Migratiepact
De voorbije weken vond een internetconsultatie over de ‘Uitvoerings- en implementatiewet Asiel- en
Migratiepact 2026’ (hierna: Migratiepact) plaats. Het verbaast ons dat het rijk op geen enkele wijze
afstemming heeft gezocht met de VNG over de gevolgen, terwijl het Migratiepact wel degelijk
consequenties voor gemeenten heeft. Zo brengt de uitwerking van het Migratiepact nieuwe
opvangmodaliteiten met zich mee, onder meer voor kansarmere asielzoekers en basale
voorzieningen (‘bed-bad-brood’) voor asielzoekers die terug moeten naar het land waar ze de
Europese Unie zijn binnengekomen. Hoe het kabinet deze locaties wil spreiden, en welke taken en
verantwoordelijkheden gemeenten krijgen, is nog niet duidelijk.
Het Migratiepact heeft ook gevolgen voor het recht op toegang tot de arbeidsmarkt, inburgering en
onderwijs. Om ervoor te zorgen dat alle wet- en regelgeving voor alle betrokken organisaties
uitvoerbaar is, hebben wij de minister gevraagd te komen tot een samenhangend pakket. Als er
geen consistentie in de wet- en regelgeving zit, vrezen we dat de keten van opvang tot en met
integratie nog verder onder druk wordt gezet. We hebben onze visie in een brief aan de minister
van A&M onder de aandacht gebracht.
Spreidingswet
Momenteel werken gemeenten hard aan het beschikbaar stellen van 96.000 plekken voor
asielopvang in het kader van de Spreidingswet. Volgens de laatste ramingen zijn er op 1 januari
2026 zelfs 115.000 plekken nodig, al zijn die niet allemaal afdwingbaar op g rond van de
Spreidingswet. Bij het vinden van geschikte plekken en het organiseren van opvang, lopen
gemeenten aan tegen gebrekkige of ontbrekende kaders. Zo blijkt het vooralsnog onmogelijk om
als gemeente zelf een opvanglocatie te exploiteren. Daarnaast is onduidelijk hoe de minister ervoor
gaat zorgen dat kleinschalige locaties ook tijdig kunnen worden gerealiseerd.
Ook is er nog steeds onduidelijkheid over de financiering van de tijdelijke gemeentelijke opvang
(TGO). In de TGO geven gemeenten en het COA samen invulling aan de opvanglocatie, onder
eindverantwoordelijkheid van het COA. De financieringsregeling hiervoor loopt af per 1 juli 2025 en
ondanks herhaalde verzoeken heeft het ministerie van A&M nog geen helderheid verstrekt over een
vervolg.
Tot slot is nog onduidelijk hoe de minister het interbestuurlijk toezicht wil vormgeven. Gemeenten
weten niet óf, hoe en wanneer de minister gaat handhaven. De VNG hecht eraan dat de minister
uitstraalt dat alle gemeenten gehouden zijn aan het verdeelbesluit, om te voorkomen dat de
onderlinge solidariteit onder druk komt te staan. We hebben onze vragen meermaals kenbaar
gemaakt bij het ministerie en ook bij de Tweede Kamer.
Wij hebben de minister van A&M gevraagd dit gemeentelijke perspectief mee te wegen bij de
appreciatie van het advies van de Raad van State. Ook nodigen we de minister uit om dit verder te
spreken.
Asiel- en Migratiepact
De voorbije weken vond een internetconsultatie over de ‘Uitvoerings- en implementatiewet Asiel- en
Migratiepact 2026’ (hierna: Migratiepact) plaats. Het verbaast ons dat het rijk op geen enkele wijze
afstemming heeft gezocht met de VNG over de gevolgen, terwijl het Migratiepact wel degelijk
consequenties voor gemeenten heeft. Zo brengt de uitwerking van het Migratiepact nieuwe
opvangmodaliteiten met zich mee, onder meer voor kansarmere asielzoekers en basale
voorzieningen (‘bed-bad-brood’) voor asielzoekers die terug moeten naar het land waar ze de
Europese Unie zijn binnengekomen. Hoe het kabinet deze locaties wil spreiden, en welke taken en
verantwoordelijkheden gemeenten krijgen, is nog niet duidelijk.
Het Migratiepact heeft ook gevolgen voor het recht op toegang tot de arbeidsmarkt, inburgering en
onderwijs. Om ervoor te zorgen dat alle wet- en regelgeving voor alle betrokken organisaties
uitvoerbaar is, hebben wij de minister gevraagd te komen tot een samenhangend pakket. Als er
geen consistentie in de wet- en regelgeving zit, vrezen we dat de keten van opvang tot en met
integratie nog verder onder druk wordt gezet. We hebben onze visie in een brief aan de minister
van A&M onder de aandacht gebracht.
Spreidingswet
Momenteel werken gemeenten hard aan het beschikbaar stellen van 96.000 plekken voor
asielopvang in het kader van de Spreidingswet. Volgens de laatste ramingen zijn er op 1 januari
2026 zelfs 115.000 plekken nodig, al zijn die niet allemaal afdwingbaar op g rond van de
Spreidingswet. Bij het vinden van geschikte plekken en het organiseren van opvang, lopen
gemeenten aan tegen gebrekkige of ontbrekende kaders. Zo blijkt het vooralsnog onmogelijk om
als gemeente zelf een opvanglocatie te exploiteren. Daarnaast is onduidelijk hoe de minister ervoor
gaat zorgen dat kleinschalige locaties ook tijdig kunnen worden gerealiseerd.
Ook is er nog steeds onduidelijkheid over de financiering van de tijdelijke gemeentelijke opvang
(TGO). In de TGO geven gemeenten en het COA samen invulling aan de opvanglocatie, onder
eindverantwoordelijkheid van het COA. De financieringsregeling hiervoor loopt af per 1 juli 2025 en
ondanks herhaalde verzoeken heeft het ministerie van A&M nog geen helderheid verstrekt over een
vervolg.
Tot slot is nog onduidelijk hoe de minister het interbestuurlijk toezicht wil vormgeven. Gemeenten
weten niet óf, hoe en wanneer de minister gaat handhaven. De VNG hecht eraan dat de minister
uitstraalt dat alle gemeenten gehouden zijn aan het verdeelbesluit, om te voorkomen dat de
onderlinge solidariteit onder druk komt te staan. We hebben onze vragen meermaals kenbaar
gemaakt bij het ministerie en ook bij de Tweede Kamer.
Pagina 5
Vereniging van Nederlandse Gemeenten 5/5
Vervolg
In lijn met de resolutie die de leden van de VNG hebben aangenomen, blijven we bij het kabinet en
het parlement te bepleiten dat volgordelijkheid cruciaal is om chaos in de asielketen te voorkomen:
áls wetgeving en instrumentarium voor opvang en huisvesting worden ingetrokken, kan dat niet
voordat de asielketen op orde is en er voldoende effectieve, werkbare alternatieven beschikbaar
zijn. Daarnaast blijven we uitdragen dat elke maatregel die impact heeft op gemeenten in overleg
met de VNG moet worden getoetst op uitvoerbaarheid, betaalbaarheid en uitlegbaarheid, waarbij er
aandacht moet zijn voor de (maatschappelijke) consequenties op de langere termijn.
Met vriendelijke groet,
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
mr L.K. Geluk
Algemeen directeur
Vervolg
In lijn met de resolutie die de leden van de VNG hebben aangenomen, blijven we bij het kabinet en
het parlement te bepleiten dat volgordelijkheid cruciaal is om chaos in de asielketen te voorkomen:
áls wetgeving en instrumentarium voor opvang en huisvesting worden ingetrokken, kan dat niet
voordat de asielketen op orde is en er voldoende effectieve, werkbare alternatieven beschikbaar
zijn. Daarnaast blijven we uitdragen dat elke maatregel die impact heeft op gemeenten in overleg
met de VNG moet worden getoetst op uitvoerbaarheid, betaalbaarheid en uitlegbaarheid, waarbij er
aandacht moet zijn voor de (maatschappelijke) consequenties op de langere termijn.
Met vriendelijke groet,
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
mr L.K. Geluk
Algemeen directeur